Over de Zeven Heuvelen

Heuvelgraven

Hoe zit het met de Gelderse Zeven Heuvelen? In Zuid-Limburg liggen ze bij Gronsveld. Noord-Brabant kent meerdere Zevenbergen, waaronder die bij het Vorstengraf in Oss. Zeven verwijst op beide plekken naar een zevental grafheuvels uit de prehistorie. De stad Nijmegen is naar Romeinse traditie gebouwd op zeven heuvels. In haar omgeving ligt een illustere heuvelige weg, waarvan het aantal maar niet klopt. Een loopje met de waarheid? In 2016 is naast het oude pad van Groesbeek naar Beek een zestal grafheuvels ontdekt, of is ook hier de zevende heuvel weg? Van hellend vlak naar Ad Chartam.

Bergendalsebaan

De weg heette in 1885 nog gewoon Berg en Dalsche Baan naar Groesbeek. Wel worden de Engelenburg en Flierenberg genoemd. In 1570 liggen in het Nederrijkswald vooral bospaden, maar prijken de Molenberg, Boksheuvel en Brantberg. Vanuit de Heerlijkheid Groesbeek loopt in 1768 de Beeksche Straat over de Knotseklef, langs het gericht op de Galgenhei, slingerend het Nederrijkswald (1758) in. Dit pad sluit in de Meerwijk aan op de rechthoekige parkaanleg, waarvan de doorgetrokken noordelijke zijde rond 1900 de naam Weg over de Zeven Heuvelen krijgt. In 1953 wordt de Galgenhei echter omgelegd.

Wegverbergen

In 1825 wordt de weg van Nijmegen naar Groesbeek de meeste allure van het Geldersch Lustoord toegekend, omdat deze ‘door zijne rijzingen en dalingen, zeven heuvelen vormt, en even zo vele dalen’. De wandeling tussen Berg en Dal en Groesbeek wordt niet gemaakt. Hij keert op landgoed de Groote Vlierenberg, waar ook nu de verlichting op het fietspad ophoudt, bij het beeld van de Zevenheuvelenloper. In 1882 koppelt een andere wandelaar door Nederland het toponiem ‘zeven heuvelen’ aan de Berg en Dalsche baan. De weg van Nijmegen naar Groesbeek is geëffend en hij gaat trouwens per trein.

Rijkaardskunde

Terwijl rijkaards spreken over Zeven Heuvelen, nog in 1848 op de Groesbeeksche baan, spreken aardrijkskundigen over de Mokerheide (1843, 1860). Met de opkomst van de wielrijder stelt de professionele recreatieve kampioen in 1888 dat de weg tussen Berg en Dal en Groesbeek ‘over zeven heuvelen’ loopt. Een aarzelende aardrijkskundige schrijft in 1907 over de zogenaamde ‘weg over de zeven heuvelen’, met de verantwoording dat deze haaks op droogdalen is aangelegd. Zeven is hier dus een telwoord, en de bron van het toponiem staat sinds 2015 ook te boek als de bedenker van de term ‘keizerstad’.

Kaarten
 * T. Witteroos, Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570) Geverifieerd door waldgraaf Thomas van Appeltern.
 * J. van Aarden, Cart van den Nederrijxe Walt : met desselfs inleggende gecultiveerde landerijen (1758).
 * J. van Aarden, Cart van de heerlijkheid Groesbeek..., in het laatst des jaars 1768 (1768).
* Tranchot en von Müffling, Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und von Müffling, 1 Nijmegen Nord - 3 Nijmegen Sud (1803 - 1820). 
* N.N, Van Nijmegen naar Berg-en-Dal. Wandelkaart van Ubbergen, Beek, Berg-en-Dal en de Meerwijken (1885).
 * N.N, Nijmegen en omstreken (ca 1900).
Teksten
 * C. ten Hoet Jz, Het Geldersch lustoord, of Beschrijving van de stad Nijmegen en derzelver omstreken, met geschied- en oudheidkundige bijzonderheden (1825), p 53.
 * A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, vierde deel (1843), p 899.
 * P. Nijhoff, Een Geldersch reisje, van Amsterdam of elders, naar Arnhem, Zutphen, Het Loo en Nijmegen (1848), p 83.
 * A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dertiende en laatste deel (1851), ZEV p 144-172.
 * W.C.H. Staring, De bodem van Nederland, de zamenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland, tweede deel (1860), p 49-56.
 * J. Craandijk, Wandelingen door Nederland met pen en potlood deel 6 (1882), p 216.
 * J.B.M. van Galen, No 194 ANWB Cleve, in de Kampioen maart 1888 (1888), p 94.
 * E.J. Brill (red.), Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, 2 reeks: d.24 (1907), p 668.
 * Dr. Beckers, Voordracht Archeologische onderzoekingen in Z.-Limburg, in Natuurhistorisch Maandblad, 20e jaargang - No.1 (1931), p 10.
 * J.F. van Agt, Zuid-Limburg uitgezonderd Maastricht (1962), p 14.
 * G.G. Driessen en J.D.G. Montenberg, Oud-Groesbeek in woord en Beeld (1980), p 25, 29, 144 en 148.
 * H. Fokkens, R. Jansen en I.M. van Wijk (red.), Oss-Zevenbergen; de langetermijn-geschiedenis van een prehistorisch grafveld Archol Rapport 50 (2009), p 227.
* W. de Jonge, Keizerstad; Het keizerlijke imago van Nijmegen (2015), p 19. 
* P. Klinkenberg en W.J.A. Kuppens, Identificatie van een prehistorisch grafveld in de Westermeerwijk, gemeente Berg en Dal (2016), p 16.
Advertenties