Klimstroom

ALP-formule

Bij herhalende omlopen, zoals bijvoorbeeld gebruikt in wedstrijden, zegt de klimwaarde alleen iets over een keer rond. Om parcoursen met elkaar te vergelijken op intensiteit heb je meer aan de klimwaarde per kilometer. Hiervoor deel je de klimwaarde door de lengte en vermenigvuldig je met duizend. De klimsterkte kan worden opgevoerd met extra hoogtemeters, of door een verminderde afstand tussen hellingen.

ALP = 1000 * WTR / L
HVT-formule

Wil je iets weten over de steilheid van de beklimmingen, dan kun je de klimspanning berekenen. Hiervoor deel je de klimwaarde tot de macht twee door het hoogteverschil tot de macht twee en vermenigvuldig je met vijf. Als de hellingen in een route minder dicht bij elkaar liggen, of weinig hoogtemeters bevatten, kan toch een aanvaardbare klimwaarde worden bereikt door het toevoegen van steile stroken.

HVT = 5 * WTR2 / H2
OPB-formule

De weerstand die de klimstroom ondervindt kan worden berekend door het product van een tweehonderdste van de klimwaarde en de lengte te delen door het hoogteverschil tot de macht twee. Door lange klimmen en korte afdalingen op te nemen in een kortgesloten route, krijg je de laagste klimpedantie. De tijd die wordt geklommen, ten opzichte van de daaltijd, neemt nog verder toe en de ruimte voor herstel neemt af.

OPB = 0,005 * WTR * L / H2
VLV-formule

Meer halen uit minder helling kan met klimkrachtstroom. Deze bereken je door het aantal stroken met een stijging van 4, 5 en 6 % te vermenigvuldigen met drie, en op te tellen bij de hectometers met een stijging van 3 en 7 % maal twee. Alleen de VLV-stroken die staand in de beugels worden afgewerkt en zonder grote aanloop worden benaderd tellen mee. Klimmen die pieken boven de 7 % zijn uitgesloten.

VLV = 3 * (n4% + n5% + n6%) + 2 * (n3% + n7%)
SPR-formule

In gebieden met veel groezelig vlak, zoals de duinen of sandrs, kan de klimwaarde lastig te stroomlijnen zijn, met meer dan de helft van de hoogtemeters buiten de beklimmingen in het Groubaix (GRB), in plaats van maximaal een kwart. De wel gevonden klimkrachtstroom mag in dit geval staand of zittend worden opgevoerd met bootstrapondersteuning Sparkus, opdat je je gebruikelijke kruissnelheid aanhoudt.

SPR = VLV * (0,75 + GRB / H)
ULL-formule

Bij OPB > 3 is het niet meer raadzaam om een route op te vatten als een lange beklimming met tussentijdse afdalingen. Bijvoorbeeld in een polderland met dijken, waar de klimstroom te veel weerstand ondervindt van vlakke delen. Omdat de klimsterkte hierdoor steeds weer richting nul gaat, mag je de klimductiestromen optellen en delen door de afstand, als maat voor hoe snel die klimstroomstoten elkaar opvolgen.

ULL = 100000 * UFL / L

Back to top of page