Klimwaarde

Beklimming

Om de exacte zwaarte van de beklimmingen te achterhalen kun je per helling om de honderd meter de hoogte meten. Na de eerste globale meting meet je de stijgingspercentages van de steilste delen maximaal uit. De andere meetpunten volgen om de honderd meter deze steilste stroken. Individuele benadering heeft de voorkeur bij beklimmingen van verschillend formaat, vooral te vinden in gebieden met opbergunits 1.1 Terras en 2.1 Stuwwal.

WTR-formule

Aan de hand van de gemeten stijgingspercentages kan de klimwaarde van zowel klimmen als routes worden bepaald met dezelfde WTR-formule. De formule gaat uit van interactie tussen stroken onderling en die van andere klimmen en kende daarom een aantal correctiefactoren. Bij goed ingemeten en gescheiden klimmen is alleen de verhouding tussen de steilst mogelijke helft en de vlakkere helft van de hoogtemeters belangrijk voor de klimwaarde.

Klimeenheden
Omschrijving Notatie Formule
Hoogteverschil H WTR, WTR’, UFL
Lengte totaal L WTR, WTR’, UFL
Lengte tophelft LTH WTR
Klimweerstand OPB WTR’
WTR = 160 * H² / L + 20 * H² / LTH
WTR’-formule

Bij goed ingemeten klimmen kun je de klimwaarde berekenen met enkel hoogteverschil en lengte. Voor 95 % van de klimmen geldt een klimweerstand (OPB) van 1,1, met een afwijking van +/- 10 %. Hiervoor neem je het product van 220 (= 200 * 1,1) en het hoogteverschil in het kwadraat en deelt dit door de lengte. Bij routes werkt de WTR’-formule niet door de groezelige tussendelen, die van de klimweerstand een onbekende maken.

WTR’ = 220 * H² / L
UFL-formule

De WTR-formule beschouwt een route als een lange klim met tussentijdse afdalingen. Ook als de stijgingspercentages bekend zijn, is de klimwaarde WTR niet altijd een geschikte maat voor de routezwaarte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het oversteken naar een ander heuvelcomplex, of bij een klimroute die gebruik maakt van dijken. Met een omzetting naar stapelbare blokken die je eenvoudig optelt, krijg je een beter beeld van de klimwaarde.

Klimcodes
UFL Klimcode Voorbeeld
1-2 E-grijs Nesciobrug
3 D-groen Rijsberg
4-5 C-geel Grebbeberg
6-7-8 B-oranje Posbank
9-10-11-12 A-rood Cauberg
UFL = √ (25 * H² / L) – 1

Back to top of page