Opbergkabinet

Nederrijnse Opbergunits

De Nederrijnse Opbergtheorie stelt dat je in Nederland kunt klimmen door middel van klimringen of hoogmakerijen analoog aan landwinning door inpoldering. De terrassen van Zuid-Limburg en de stuwwallen van Gelderland, Utrecht en Overijssel genieten op dit vlak enige erkenning, maar vormen slechts twee van de twaalf bronnen van unieke Nederlandse hoogtemeters. Vaak staart men zich blind op een muur, zoals bijvoorbeeld die van Beek. Is een omslag van eenhoogkoning naar opbergkabinet mogelijk?

Natuurlijk
1 Opheffing 2 Opstuwing 3 Afzetting
1.1 Terras 2.1 Stuwwal 3.1 Zandrug
1.2 Horst 2.2 Sandr 3.2 Duin
Aan de heuvelketting

Bij het effectief inzetten van hoogtemeters rond Nijmegen is logischerwijs eerst naar de stuwwallen gekeken. Een route van 200 kilometer levert 2000 hoogtemeters, twee keer Alpe d’Huez. Aangezien de stuwwallen van Rijk van Nijmegen, Veluwe en Montferland gescheiden zijn, is voor de verbinding gebruik gemaakt van bruggen over de Waal, Rijn en IJssel en van rivierduinen tussen Doetinchem en Doesburg. Hieruit blijkt de rol van deze aanvullende natuurlijke en menselijke opbergunits in klimroutes.

Menselijk
4 Verkeer 5 Water 6 Nijverheid
4.1 Brug 5.1 Dijk 6.1 Stort
4.2 Tunnel 5.2 Terp 6.2 Groeve
Maas in de wetlands

Dat klimmen rondom Nijmegen ook zonder stuwwallen kan, bewijzen twee routes van 100 kilometer die gezamenlijk 1000 hoogtemeters leveren. Je reinste d’huez ex machina. De eerste maakt gebruik van de Hatertse Heide sandr, duinen van de Hatertse Vennen en de horst van Mill, geflankeerd door bruggen over de Maas en Maas-Waalkanaal. De tweede genereert klimkracht met de Maasduinen, terras van Wemb en de sandr van de Gocher Heide. De hoogste tijd om de bekende twee voor twaalf om te ruilen.

Advertenties