Klimringen

Heuvelstelsel

Voordat je de klimmen individueel gaat opmeten, kun je de potentie van een heuvelstelsel in kaart brengen met een klimring. Hierbij worden zo veel mogelijk hoogtemeters samengeperst in een optimale rondgang. De klassering gebeurt op basis van de gemiddelde stijging. Hiervoor deel je het hoogteverschil door de afstand. Klimringen met een stijging van meer dan 0,75 % krijgen het label Obering, tussen 0,50 % en 0,75 % geldt de naam Niedering en een oversteek tussen heuvelstelsels van 0,40 % tot 0,50 % heet Poldering.

Klimringen
Naam Stijging min (%) Stijging max (%)
Obering 0,75 1,50
Niedering 0,50 0,75
Poldering 0,40 0,50
Knippenberg

Klimringen hebben niet alleen een beschrijvende, maar ook een praktische werking. Je kunt ze aan elkaar schakelen tot een grotere ronde, of juist doorknippen, en een van de zijden gebruiken om een doorgaande route te creëren. Het eenvoudigst is de zwaarste Obering centraal stellen en van daaruit verder te breien. De klimringen van Nijmegen en Xanten zijn de zwaarste in hun sector. De vraag is of de Romeinen zich daar hoofdzakelijk settelden, omdat een fijnmazig wegennetwerk heuvelop mogelijk was, of is het andersom?

Bij Nijmegen
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Oberingen 1350 117
Niederingen 740 118
Totaal 2090 235
Kalkarpaten

De Moylander en Uedemer stuwwallen zijn minder hoog en breed dan die van Nijmegen en Kleve, maar hebben beide voldoende body voor een Obering, zeker in combinatie met de ongelaagde stuwwal van Louisendorf. De duidelijk zichtbare laagte naar de stuwwal van Moyland is gevormd door verzameld smeltwater. Van de binnenkant is de Uedemer stuwwal veel minder herkenbaar, behalve bij Kalkar en vooral Uedem, op de hoekpunten. Aan de overkant van het Uedemerbruch begint de Sonsbecker Schweiz met de beboste gescheiden stuwwallen van Sonsbeck en Xanten.

Bij Xanten
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Oberingen 1110 119
Niederingen 650 113
Totaal 1760 232
Breiwerking

Waar de Oberingen vrijwel alleen gebruik maken van de stuwwallen zijn de Niederingen diverser samengesteld. Neerbosch, Malden, Goch en Uedem combineren een sandr met bruggen, terwijl die van Wijchen bestaat uit duinen. Bedburg schakelt een sandr aan een stuwwal en die van Pfalzdorf loopt enkel over een sandr. Uedemerbruch ligt weliswaar in de gelijknamige laagte, maar kan gebruik maken van de oplopende dalkanten van twee stuwwallen. Kevelaer mengt bruggen met versneden laagterras.

Back to top of page