Klimringen

Heuvelstelsel

Naast het inmeten en optellen van de aanwezige klimmen, kun je de kwaliteit van een heuvelstelsel ook tot uitdrukking brengen door middel van een klimring. Hierbij worden zo veel mogelijk hoogtemeters samengeperst in een optimale rondgang. Afhankelijk van de gemiddelde stijging zijn er drie soorten te onderscheiden. Ringen met een stijging van meer dan 0,75 % krijgen het label Obering, tussen 0,50 % en 0,75 % de naam Niedering en een oversteek tussen heuvelstelsels van 0,40 % tot 0,50 % heet Poldering.

Obering
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Nijmegen 500 35
Groesbeek 340 30
Kranenburg 210 27
Kleve 300 25
Totaal 1350 117
Knippenberg

Klimringen hebben niet alleen een beschrijvende, maar ook een praktische werking. Je kunt ze aan elkaar schakelen tot een grotere ronde, of juist doorknippen, en een van de zijden gebruiken om een doorgaande route te creëren. Oberingen kun je eenvoudig aan elkaar smeden, maar dat houdt een keer op. Zoals je in de tabel ziet, kom je niet verder dan 1350 hoogtemeters in 115 kilometer. Daarna kun je met Niederingen de boel nog wat oprekken, of via een Poldering oversteken naar een forse Naobering.

Niedering
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Neerbosch 160 25
Wijchen 150 26
Bedburg 150 21
Pfalzdorf 150 29
Totaal 610 101
Breiwerking

Waar de Oberingen vrijwel alleen gebruik maken van de stuwwal tussen Nijmegen en Kleve, zijn de Niederingen diverser samengesteld. Neerbosch combineert een sandr met bruggen over kanaal en Waal, terwijl Wijchen de eerste koppelt aan duinen. Bedburg gaat over een sandr, geschakeld aan een ongelaagde stuwwal. Pfalzdorf tenslotte, vormt een pure klimring over een sandr en komt qua gemiddelde stijging net boven het niveau van een Poldering uit. De voormalige Geldenberg wordt hier met node gemist.

Advertenties