Stijlverschillen in omgang

Op de Nederrijnse Heuvelrug

Routes Mokerkoning en Qetila respectievelijk geprojecteerd op ABC- en DE-kaart laten twee verschillende patronen zien: afb. 1) Stuwwal en afb. 2) Puinkegel, oftewel stuwwallen versus spoelzandwaaiers, smeltwaterterrassen en ijswiggen. Aan de D-groen klimmen is de vorm van de stuwwal redelijk te zien. De spreiding van de grijze dwergen lijkt meer op die van de Oortwolk. Dit lijkt een aanwijzing om E-grijs wel buiten de A:B:C:D = 1:2:3:4 verdeelsleutel te houden, maar niet buiten de metingen, zoals eerder. Je kunt wachten op beloofde bergen, of efficiënter omgaan met wat bestaat. Klimwaarde D-groen + E-grijs = 7315 WTR = 1/2 Alpe d’Huez.

Klim bij Nijmegen Qetila

Ervaar de outline van de Nijmeegse stuwwal, het noordelijkste deel van de Nederrijnse Heuvelrug. In de driehoek Goch, Kleve en Nijmegen lag vroeger een omvangrijk rijkswoud, dat Ketelwald of Ketila genoemd werd, ingeklemd tussen de rivieren Maas, Niers, Rijn en Waal. Zoals te zien zijn grote delen van de heuvelketen succesvol herbebost. Het middelste ‘klimrijk’ op de Lower Rhine Ridge ligt in de driehoek Xanten, Kalkar en Goch. Het zuidelijkste deel is gesitueerd op de lijn Krefeld, Kamp-Lintfort en Xanten. Op Nederlandse bodem is de Utrechtse Heuvelrug, als voortzetting van de Neusser of Krefelder Staffel, naar men zegt het nauwst verwant aan deze Nederrijnse bergen.

Advertenties

Inschakelen en kortsluiten

Opwerken in het Oostblok

Aangezien de Noord-Europese Laagvlakte wordt gekenmerkt door laagdrempelige stuwwallen, legt een fietsformule voor exploitatie van bergketens het af. Met het opstapelen van hoogtemeters blijf je hier aan het kortste eind trekken en het rendement blijft beperkt. Het resultaat van efficiënt lokaal opwerken blijkt uit de kaarten: afb. 1) Oostblok-12, afb. 2) Oostblok-14 en afb. 3) Oostblok-16. De huidige omgang is 40 % korter en heeft 25 % minder hoogtemeters. De klimwaarde (WTR) stijgt met 10 % en de klimkracht (UFL) blijft gelijk. Gezien de reacties in het milieu heeft kernachtig trainen niet altijd een goede uitstraling in verband met de halfwaardetijd.

Meltdown in de stadskern

Opwerken begint met het inschakelen (OWT1) van de juiste klimmen, waarna je significante hoogtemeters optimaal gaat kortsluiten (OWT2). Voltanken (OWT3), het opvoeren van de klimspanning, doe je door het toevoegen van sterk hellende hectometers, gevolgd door het aftappen (OWT4) van laaggeladen hoogtemeters. Oostblok 2012 bestaat nog uit drie heuvelkernen, geisoleerd door twee plateaus (Hunerberg en Kwakkenberg). Na het doorontwikkelen van de beschreven opwerktechnieken (OWT 1-4), is de klimsterkte (Alpere) met 95 % gestegen en de klimspanning (Heuvolt) met 115 %. Een heuvelkern is afgestoten, terwijl de andere twee zijn versmolten.

Opwaard bij Nijmegen

Gelderse Poort

Zo’n opening van de Gelderse Poort is natuurlijk hartstikke mooi, maar kan ie ook weer dicht? De heuvels van het Montferland, Veluwe en Rijk van Nijmegen waren in theorie ooit met elkaar verbonden, of was het toch de Utrechtse Heuvelrug? Men zoekt nog altijd iets dat lijkt op de Drususgracht. Vanaf de middeleeuwen liggen langs de rivieren banddijken, die steeds verder zullen moeten worden opgehoogd. Na de Romeinse tijd zijn hier 1700 jaar lang geen rivierbruggen meer gebouwd. Het bedachte parcours van de Giro d’Italia blijkt in ieder geval een mooie eyeopener: Gelders landschap komt voortaan met extra klimkracht over de brug.

Brugklasse

Compleet omgeven door rivieren, moerassen en woeste heide, bleek de stad Nijmegen door de geschiedenis heen ideaal als vesting. Keizerlijk begonnen op een Roomse landarm, maar geëindigd in de marge van een Staats waterrijk. Het zuidelijke bruggenhoofd van de spoorbrug werd al tijdens de bouw voorzien van een bomvrije bunker. De latere stadsuitbreiding heeft gezorgd voor restauratieve klimkracht in de vorm van tien bruggen. Industriëel klimkrachtwerk van Kleefse zijde komt van grijze viaducten over een Gelbe Autobahn. Door de band genomen volgen beklimmingen A-D-C-D de hoofdgeul met E-O klimmen als uiterwaard eromheen.

Parcours Zevenheuvelenloop

Zoek de zevende dwerg

Een van de aanbevelingen van de Prins van Belvedere 2014 is het traceren en in de berekening opnemen van dwergklimmen, omdat deze een significante invloed kunnen uitoefenen op de routezwaarte. De eerste kandidaat hiervoor is het parcours van de Zevenheuvelenloop, dat net als de Zevenheuvelenweg, meer heuvels belooft dan het levert. Of zit het anders? Naast de vijf duidelijk te onderscheiden hellingen schampt het traject van de 7H-loop namelijk de Kentenberg, Ketelberg, Boksheuvel, Kwakkenberg en Huiselenberg. Wat is de invloed van deze stukken hellend asfalt?

Ontelbare heuvelen

Uit nadere analyse blijkt dat dit gezelschap twee grijze dwergen (E-grijs) herbergt, die de zeven heuvels van de loop compleet maken. De klimsterkte stijgt van 25 naar 29 ALP. Dit is een stijging van meer dan veertien procent, ongeveer eenzevende zwaarder. De oplopende meters van de Kentenberg en Ketelberg missen de steilheid en de knik naar de Huiselenberg mist het hoogteverschil. Of het voorvoegsel zeven nu wel of geen telwoord is, valt niet uit te maken. Wel is het zo dat zeven ook onbepaald, ontelbaar of allemaal kan betekenen.

Holle op de Vlierenberg

Uit nieuwe metingen blijkt verder dat de middelste heuvel de Vlierenberg als C-geel helling de grootste klimwaarde heeft en niet de Langenberg, die uiteraard de meeste hoogtemeters kent. De OPB waarde van 2,23 geeft aan dat de klimwaarde van de route factor 2,23 groter is dan de klimwaarde van een theoretische helling met een hoogteverschil van 120 meter en een constante stijging van 0,80 %. Een laatste feit dat opvalt is dat de route wat betreft klimwaarde net zo goed in tegengestelde richting kan worden afgelegd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De originele zeven

Een heuvel over

Waar is de zevende heuvel van die weg gebleven? Bekijk hiervoor het hoogteprofiel van het slingerende pad vanaf de kerk in Groesbeek over de velden het Nederrijkswald in, en vanaf de parkaanleg van de Meerwijken rechtsom langs de buitenrand naar Berg en Dal, zoals weergegeven op de Tranchotkaart uit het begin van de 19e eeuw. Hoewel een heuvel meer, is het hoogteverschil in vergelijking met de zes heuvels van de huidige Zevenheuvelenweg hier 20 % kleiner (100 vs. 125 m), doordat de weg dichter langs de kam loopt, waar de droogdalen minder diep zijn. Je moet er maar opkomen.

Op de weg terug

Ooit lagen er Zeven heuvelen op de route van Groesbeek naar Berg en Dal: 1. Knotseklef, 2. Galgenhei, 3. Boksheuvel, 4. Hogeklef, 5. Vlierenberg, 6. Engelenberg en 7 Brantberg. De oude route over de Galgenhei is steeds meer naar het oosten verschoven. Tegen de tijd dat de weg dus eindelijk haar naam kreeg, had zij reeds een heuvel verloren. Deze heuvel kun je terugwinnen door op de Zevenheuvelenweg links naar de Mozartstraat af te slaan, rechts af te slaan bij de Dries, en na kort links over de Nieuweweg, rechts af te slaan naar de Siep, die in vroeger tijden bekend stond als de Maldensebaan.

Reizende bergen

De originele zeven rijzingen zouden zich tot 1850, voor effening van de Groesbeekseweg en Nijmeegsebaan, bevinden op de weg van Nijmegen naar Groesbeek: 1. Huiselenberg, 2. Kentenberg, 3. Ketelberg, 4 Oeselenberg, 5 Lage Langenberg, 6, Hoge Langenberg en 7. Stekkenberg. De nummers drie, zes en zeven kun je met een kleine omweg herbeleven. Ketelberg: RA v. Cranenborchstraat, LA v.d. Boekhoffstraat, RD Peter Scheersstraat, LA Schlatmaeckerstraat. Hoge Langenberg: RA Nijmeegsebaan, RD Parklaan en Stekkenberg via het terrein van Werkenrode parallel aan de Nijmeegsebaan.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.