De zeven heuvels van Nijmegen en Groesbeek

Duchateau, R.J., De zeven heuvels van Nijmegen en Groesbeek (2020).

Versie 12 februari 2020.

– 1 –

Zeven heuvels van Nijmegen

Oppidum

De vraag of de stad Nijmegen is gesticht op zeven heuvels houdt ook de vraag in wat onder Nijmegen verstaan wordt. Is het een stad die als zodanig continu bewoond is geweest, of meerdere keren is geschapen, dan wel verrezen? Hoe dan ook, een eerste versie, het vermeende Oppidum Batavorum, bestreek zeven aanwijsbare heuvelen.1 2
Net als Rome, of was het toch Jeruzalem?3 4 De grootschalige archeologie tot aan de C-horizont beschrijft tevens de effenende werking van de cultuurlaag.5

Novimagum

De zeven heuvelen van middeleeuws Novimagum zijn pas aanwezig in de 14e eeuwse omwalde stad, die in de 13e eeuw is ontstaan uit een dorpsachtige nederzetting in de buurt van een 11e eeuws godshuis en een 12e eeuwse burg. Tot in de 16e eeuw komen er nog vier bij, waarmee het aantal hoogten op elf uitkomt.6 Over de vroege oorsprong en ontwikkeling van middeleeuws Nijmegen, als een stad op of tegen de heuvels, bestaan meerdere visies, maar het aantal hoogten blijft buiten beschouwing.7

Vijf tot zeven

Vanaf 1650 tot 1950 was de stad Nijmegen gebouwd op vijf heuvelen, veelal benoemd als Hessenberg, Marienberg, Gruitberg, Klokkenberg en Hoenderberg.8 9 10 11 Vanaf 1825 duiken er ineens ook zeven heuvelen op, die echter nooit met naam genoemd worden. Voor een periode van 125 jaar lijken er twee plaatsen naast elkaar beschreven.12 13 14 Met twee fietsroutes zijn de zeven heuvels herkenbaar gemaakt in het landschap.

– 2 –

Toppidum Batavorum (fig.1)

Start beneden op de Ubbergseweg en fiets onder de Waalbrug door de Voerweg naar de Hofberg op. Na het Groene Balkon bestijg je de Lindenberg en Klokkenberg over de Ottengas en Spinthuisstraat, waarna je over de Grotestraat de Gruitberg beklimt. Vanaf Plein 1944 kun je via de Koningstraat naar de Marienberg en van de Ubbergerberg is de Ten Hoetstraat het steilst. De top van de Geertruidsberg ligt bij het Hunnerpark. Zoals te zien zijn de zeven heuvels van Oppidum Batavorum nog steeds bedwingbaar.

fig.1

1 Hofberg, 2 Lindenberg, 3 Klokkenberg, 4 Gruitberg, 5 Marienberg, Ubbergerberg en 7 Geertruidsberg.15

Septinima de Novimago (fig.2)

Vanaf de Waalkade fiets je door de Nonnenstraat over de Jansberg, waarna je via de Vinkegas de Hundisberg passeert. De Hessenberg beklim je over de Pijkestraat, om daarna door de Augustijnenstraat de Gruitberg te bestijgen. Voordat je van het Groene Balkon omhoog fietst naar de hoogstgelegen Hofberg met de kapel, bedwing je nog de Klokkenberg en Lindenberg via de Platenmakersstraat en Muchterstraat. Aan het profiel is te zien dat de zeven heuvels van Novimagum veel compacter zijn.

fig.2

1 Jansberg, 2 Hundisberg, 3 Hessenberg, 4 Gruitberg, 5 Klokkenberg, 6 Lindenberg en 7 Hofberg.16

– 3 –

Opus Neomagi

Van bewezen Romeins Nijmegen staat de naam niet vast. Overblijfselen van de palts van Karel de Grote, of een Ottoonse burcht zijn hier tot nu toe niet aangetroffen.17 18 19 Aanvaard is de bouw van de nog bestaande achthoekige kapel door een onbekende bouwheer rond 1030, geen plaatsnaam, en de oprichting van de burcht met kapel in 1155 door Frederik Barbarossa bij de plaats Neomagus.20 21 Maar wat was er precies nieuw? En hoe en wanneer is de bewuste grond (weer) beland bij de kroon?

Upburgen

De heerlijkheid Ubbergen is tot 1290 rijksgoed en in 1248 niet meeverpand met de burcht en stad Nijmegen aan het graafschap Gelre. Het areaal van de laat-Romeinse versterking op de Nijmeegse Hofberg en de Ubbergse Geertruidsberg, beide in de 11e eeuw bebouwd, werd hierbij gesplitst door de novum fossatum. Bij het opnemen van de burcht in de nieuwe wal van 1467 nam de stad Ubbergs terrein.22 23 Het graafschap Ubbergen is wat vaag, maar een graaf van Nijmegen was dat ook van (Ho)uberch.24 25

Sevelica

Een plaats in de nabijheid, die bekend is door gebeurtenissen van die tijd, is Zyfflich waar Balderik als graaf van Oplathe of Houberch het St. Martin-stift opricht en waar hij in 1021 kinderloos is begraven, nadat veel van zijn goederen in de regio zijn vervallen aan de kroon en geestelijkheid. Na verwoesting van de sterkte Upladium in 1016, wist de aartsbisschop van Keulen de onbekende grond te bemachtigen.26 27 28 29 30 Kerkelijk gezien startte de, vanaf 1230, stad Nijmegen bij het dekenaat van Zyfflich.31 32

– 4 –

St. Nicolaaskapel

De achthoekige kapel heeft het voorkomen van een baptisterium en kan als basilica (koningskerk), capella baptismales (eigenkerk), of ecclesia baptismales (collatiekerk) zijn gebouwd.33 34 Het laatste kan wijzen op Keuls aartsbisschop Pilgrim, stichter van het Keulse St. Apostelnstift, of zijn opvolger Herimann II, als bouwheer. De eerste twee opties duiden op keizers Koenraad II of Hendrik III.35 36 37 Dat dit godshuis wel eens in puin ligt is geen wonder: De zijmuren staan bijna een meter uit het lood.38

St. Martin-stift

In 1117 neemt het aartsbisdom de burcht Mergelp in Wyler over van het St. Martin-stift in Zyfflich en beleent de Keulse sterkte in 1223 aan het graafschap Kleve om deze te moderniseren.39 Ook de Hofberg met de St. Nicolaaskapel en St. Maartenskapel kan tot 1155 hebben gefunctioneerd als steunpunt van Keulen.40 Want bronnen sluiten niet geheel uit dat Nijmegen is gesticht rond de Houberch, die dan de Mergelp als oudst bekende hoogte van het Rijk van Nijmegen met 100 jaar verslaat.41 42 43 44 45

Kranenburg

Het nabije Kranenburg zou net als Nijmegen ooit een Reichsstadt zijn geweest.46 Niet omwald, maar met stadsrechten, wordt de stadsmarke inclusief St. Martinkerk in 1290 verpand aan de graaf van Kleve. In 1436 neemt ze het kapittel over van Zyfflich. Hoe de kroon aan de burcht en nederzetting komt staat net als bij Ubbergen en Nijmegen niet vast, maar waar de laatste de Duitse oorsprong uitvent met keizers en adelaars, gaat de eerste met dijkgraven en weidevogels juist op de Hollandse toer.47 48

– 5 –

Heuvels van de stad Nijmegen (tab.1)

tab.1

– 6 –

Zeven heuvels van Groesbeek

Heuvelgraven

Hoe zit het met de Gelderse Zeven heuvelen?56 Noord-Brabant kent een Zevenbergen bij Oss, Drenthe heeft de Zeven Heuvels bij Hoogeveen en in Noord-Holland liggen de Zeven Bergjes bij Laren. Op deze locaties verwijst zeven naar zeventallen grafheuvels uit de prehistorie.57 58 59 Nijmegen lijkt net als Rome en weer een ander Zevenbergen gebouwd op zeven natuurlijke heuvels.60 61 62 In haar omstreken ligt ook een heuvelige weg, waarvan het aantal maar niet wil kloppen. In 2016 is daar naast het oude pad van Groesbeek naar Beek een zestal grafheuvels ontdekt, of is ook hier de zevende heuvel weg?63 Het blijft een kaartenhuis op een hellend vlak.

Cartografen

In 1570 prijkt in het Nederrijkswald een bospad vanaf de Heerlijkheid Groesbeek, met daarin in 1768 de Beeksche Straat, die in 1758 doorloopt in het Nederrijkswald.64 65 66 Dit bochtige pad sluit in de Meerwijken aan op de rechthoekige parkaanleg, waarvan de noordelijke zijde rond 1820 wordt doorgetrokken en in 1870 op de kaart wordt gezet als wandeling over de zeven heuvelen naar Groesbeek.67 68 Topografisch gezien heet de weg echter nog tot 1930 Berg en Dalsche baan.69 De huidige Zevenheuvelenweg stamt uit 1953, met de Siepseklef als tweede heuvel compleet omgelegd en de Boksheuvel half omzeild, waarmee het aantal stokt op zes.70 71

– 7 –

Groesbeekseweg

In 1826 wordt de grote weg van Nijmegen naar Groesbeek de meeste allure van het Geldersch Lustoord toegekend, omdat deze door zijne rijzingen en dalingen, zeven heuvelen vormt, en even zo vele dalen, of valleien door een naschrijver.72 73 74 Een tocht tussen Berg en Dal en Groesbeek zit er niet in, want vanuit Berg en Dal wordt gekeerd op landgoed de Groote Vlierenberg. Vanaf 1880 linken andere schrijvende wandelaars door Nederland het telwoord-toponiem zeven heuvels of zeven heuvelen aan de weg tussen Groesbeek en Berg en Dal.75 76 77 De weg van Nijmegen naar Groesbeek is, na in 1848 te zijn ontdaan van alle bomen, in 1861 behoorlijk geëffend.78

Bergendalsebaan

Terwijl rijkaards spreken over Zeven Heuvelen, tot 1848 nog op de Groesbeeksche baan, spreken aardrijkskundigen over Groesbeeksch gebergte of Mookerheide.79 80 81 82 Met de opkomst van de wielrijder stelt de recreatieve kampioen in 1888 dat de weg tussen Berg en Dal en Groesbeek over zeven heuvelen loop en een geograaf schrijft in 1907 over de weg over de zeven heuvelen, die haaks op droogdalen is aangelegd.83 84 Zeven kan sijpelen betekenen, maar lijkt toch een telwoord, waarvan de eerste noemer ook de formule keizerstad heeft gedeeld.85 86 Pas in 1932 benoemt een regionale krant keizerstad en zeven heuvels tegelijk met de Zevenheuvelenweg.87

– 8 –

Zeven rijzingen (fig.3)

Tot de effening van de Groesbeekseweg en Nijmeegsebaan rond 1850 zouden de originele zeven rijzingen zich bevinden op de weg van Nijmegen naar Groesbeek. Via een kleine omweg op heuvels 3, 6 en 7 kun je het traject herbeleven. 3 Ketelberg: RA v. Cranenborchstraat, LA v.d. Boekhoffstraat, RD P Scheersstraat, LA Schlatmaeckerstraat. 6 Hoge Langenberg: RA Nijmeegsebaan, RD Parklaan over het terrein van Dekkerswald en 7 Muntberg via het terrein van Werkenrode evenwijdig aan de Nijmeegsebaan. Bij dit deel van het Nederrijkswald dekte de landmeter zich in met de opmerking: “… overmits haer ongelijckheyt vangebercht … ”.88

fig.3

1.Huiselenberg, 2 Kenterberg, 3 Ketelberg, 4 Oeselenberg, 5 en 6 H + L Langenberg en 7 Muntberg.

Zeven heuvelen (fig.4)

Het oude traject over de Zeven heuvelen slingerde vanaf de kerk in Groesbeek door de velden het Nederrijkswald in. Vanaf de rechte parkaanleg van de Meerwijken, liep het rechtsom langs de buitenrand naar Berg en Dal. Het bospad over de Siepseklef is in de loop der tijd steeds meer naar het oosten verschoven. Toen de weg haar huidige vorm kreeg, had zij nog maar zes heuvelen. Deze zevende heuvel kun je terugwinnen door op de Zevenheuvelenweg LA Mozartstraat, RA Dries, LA Nieuweweg en RA Siep. In Berg en Dal mag je weer rechtdoor als fietser. Voorheen besteeg je de laatste heuvel door LA Bosweg, RA Kastanjelaan en RA Watertorenweg.

fig.4

1 Knotseklef, 2 Siepseklef, 3 Boksheuvel, 4 Hogeklef, 5 Vlierenberg, 6 Engelenberg en 7 Uilenpol.

– 9 –

Zevenheuvelenloop (fig.5)

Net als de weg lijkt ook de Zevenheuvelenloop meer heuvels te beloven dan er zijn. Vijf duidelijke hoogten leiden echter de aandacht af van de Kenterberg, Hogeklef, Kwakkenberg en Huiselenberg, die lastiger op het parcours te vinden zijn.89 Verder ligt tussen de Kenterberg en Ketelberg een wegdam en zijn twee Langenbergen via een wegophoging versmolten, waardoor deze opgang inderdaad zo lang is.

fig.5

1 Oeselenberg, 2 Langenberg, 3 Hogeklef, 4 Vlierenberg, 5 Engelenberg, 6 Brantberg, 7 Kwakkenberg.
x1 Kenterberg, x2 Huiselenberg, v1 Ketelberg en v2 Lage Langenberg.90 91 92

Mentale presentatie

De stad Kleve is gebouwd op drie bergen of veel meer heuvelen.93 Prima oplossing. Een landmeter kwalificeerde de Meerwijken als bijzonder heuvelig.94 De Hogeklef en Kenterberg passen het best bij de eerste vijf. De Kenterberg mist steilheid en de knik naar de streep op de Huiselenberg mist hoogteverschil.95 De getallen vijf, zeven of negen zijn echter allemaal goed, want het is de mens die zaken gestalte geeft.96 97 98

– 10 –

Heuvels van de Zevenheuvelenweg (tab.2)

tab.2

Over de Zevenheuvelen

Wandelkaarten met Weg over de Zeven Heuvels, Zeven Heuvelen, Zevenheuvels of Zevenheuvelen, overtreffen die met Berg en Da(a)lsche Baan, de gebruikte term op topografische kaarten. De Zevenheuvelenweg heeft in werkelijkheid nog geen 25 jaar lang algemeen de naam en aantal heuvels bezeten.108 109 110 111 112 113 114 115 116

– 11 –

Conclusie

Seven-Upberg

Het 1e eeuws Oppidum Batavorum en 14e eeuws Novimagum tellen zeven heuvels, maar de bewoonde hoogten tonen een ander patroon. In de moderne tijd is er in de omgeving sprake van twee wegen over zeven heuvels. In de eerste helft van de 19e eeuw wordt de weg van Nijmegen naar Groesbeek beschreven, terwijl de huidige voert van Groesbeek naar Berg en Dal. Zeven betreft een telwoord en het concept is waarschijnlijk in de eerste helft van de 19e eeuw ontstaan uit dichterlijke vrijheid.

Fantastisch

In het laatste kwart van de 19e eeuw verschijnt de eerste lokaal toeristische toepassing op een uitgegeven wandelkaart. Daarna volgt de verharde toeristische weg, waarover de derde dag van de Vierdaagse leidt en ook de Zevenheuvelenloop, een juist aantal hanterend. De zeven heuvels van Nijmegen zijn inmiddels genoemd in de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Op de andere zeven gaat het sportief voor de wind met de bezoeken van het NK Wielrennen, La Vuelta a España en Giro d’Italia.117 118 119 120 121

Rivellerend

Koningsdorp Groesbeek, het Keulen van Gelderland, viert dankzij haar zeven heuvels nu, net als Rome, Zevenheuvelenfeesten in de buurt van de Siepseklef, het Zevendal en Sevelich. De Zevenbergen met de Grote en Kleine Siep en de Siepsche Hof bij de Sieben Quellen maken het feest compleet, maar evenals zevenheuvelig Novimagum telt de Zevenheuvelenweg een internationale dubbelganger.122 123 124 125 126 127 128 129

– 1 –

1 Willems, W.J.H., Romeins Nijmegen, Vier eeuwen stad en centrum aan de Waal (1990), p 10 fig. Boven, Overzicht van de bewoning in Nijmegen in de Romeinse tijd.
2 Bloemers, J.H.F. (red), Four approaches to the analysis of (pre-)roman Nijmegen, … (2016), p 36 fig. 3.1 Nijmegen. Topography during the period 19 BC – AD 30 (situation 1982).
3 Hooff, A. van, Hoe Nijmegen Maastricht aftroefde, in Historisch Nieuwsblad 6 (2011).
4 Lendering, J., Jeruzalem en Nijmegen, op weblog Mainzer Beobachter 26 mei (2014).
5 Enckevort, H. van & Heirbaut, E.N.A. (red), Opkomst en ondergang van Oppidum Batavorum, … (2010), p 31-42.
6 Gorissen, F., Stede-Atlas van Nijmegen (1956), p 73 fig. 30 Eerste omwalling, p 77 fig. 33 Stadsuitleg in het westen en tweede omwalling, p 79 fig. 3 5 De stad +/- 1450, p 85 fig. 41 De stad +/- 1550.
7 Delahaye, A., Het mysterie van de Keizer Karel-stad (1958), p 180 fig. Nijmegen tot +/- 1200.
8 Guicciardyn, L., Beschryvingh der Neder-Landen, Soo uyt Louis Guicciardyn als andere … (1662), p 353.
9 Brussel, T. van, Aanhangsel tot Ludolf Smids, M.D. Schatkamer der Nederlandsche oudheden … (1778), p 320.
10 Plantenga, B.P., Plantenga’s Nederland: Handboek voor reizigers, met reiskaart … (1874), p 97 en 98.
11 N.N., Nijmegen wordt weer op de rivier gericht, … , in de Gelderlander van 18 oktober (1956), p 2.
12 Wijk Roelandszoon, J. van, Algemeen aardrijkskundig woordenboek, … , volume 5 (1824), Nymegen p 769.
13 Montenberg, D.G., Nijmegen en omstreken, in wandelingen geschetst (1898) p 37.
14 Wallis de Vries, G.C. & Beelaerts van Blokland, P.A.C., Besluit aanwijzing Beschermd Gezicht 1415 (1980).

– 2 –

15 Betouw, J. in de, Nijmegen verdeeld in Wijken, Straaten, Steegen, en Strecken … (1805), 1} Hofberg: p 6, 2} Lindenberg, 3} Klokkenberg: p 8, 4} Gruitberg: p 20, 5} Marienberg p 22 & 7} Geertruidsberg p 18 en Schevichaven, H.D.J. van, Penschetsen uit Nijmegen’s verleden (1898-1904), deel II, 6] Ubbergerberg p 128.
16 Betouw, J. in de, Nijmegen verdeeld in Wijken, Straaten, Steegen, en Strecken … (1805), 1} Jansberg: p 38, 2} Hundisberg: p 37, 3} Hessenberg: p 29, 4} Gruitberg: p 20, 5} Klokkenberg: p 8, 6} Lindenberg & 7} Hofberg: p 6.

– 3 –

17 Sloet, L.A.J.W., Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen, eerste gedeelte (1872) no. 298.
18 Delahaye, A., Het mysterie van de Keizer Karel-stad (1958), p 7-8 en 13-16.
19 Bogaers, J.E., Civitas en stad van de Bataven en Canninefaten, in Berichten ROB 10-11 (1960), 273-276.
20 Petit, J.F. le, Eijgentlijcke Beschrijvinge Der Vrije Nederlandsche Provintien (1615). p 39.
21 Perlich, B. & Tussenbroek, G. van, De Valkhofkapel te Nijmegen, in Bulletin KNOB 3 (2008), p 95 en p 98.
22 Spaen, W.A. van, Oordeelkundige inleiding tot de historie van Gelderland, vierde deel (1795), p 16, 38 en 42.
23 Braven, A. den, Een nieuwe interpretatie van een oude kelder op het Kelfkensbos, in jaarverslag AWN Afdeling Nijmegen en omstreken (2015), p 12-16.
24 Kist, N.C., Het necrologium en het tynsboek van het adelijk jufferen-stift te Hoog-Elten, … (1854), p 20.
25 Gorissen, F., Stede-Atlas van Nijmegen (1956), p 21-23, 30-31 en 43.
26 Hulshof, A., Alperti Mettensis De Diversitate Temporum, Historisch Genootschap deel 3/37 (1916), p 48.
27 Arend, J.P., Algemeene geschiedenis des vaderlands, van de vroegste … , tweede deel (1841), p 96-97.
28 Dederich, A., Geschichte der Römer und der Deutschen am Niederrhein …(1854), p 280.
29 Kremer, A.J.C., Hattuarie, de oorsprong van de graven van Gelre en Cleve (1887), p 104.
30 Aarts, B., Montferland en de consequenties, in Middeleeuwse kastelen in veelvoud (2009), p 26.
31 Betouw, J. in de, Handvesten en onuitgegeevene charters behoorende … Nijmegen (1785), p 1-5.
32 Binterim, A.J. & Mooren, J.H., Die alte und neue Erzdiözese Köln … , Theil 1 (1828), fig. Geographische Charte.

– 4 –

33 Binterim, A.J. & Mooren, J.H., Die alte und neue Erzdiözese Köln … , § 6. Kapellen, Theil 1, (1828), p 21-23.
34 Oltmans, A., … Achthoekige en Romaanse kapellen, in Bouwkundige bijdragen, vol 3 (1843), p 320 en 330.
35 Spaen, W.A. van, Oordeelkundige inleiding tot de historie van Gelderland, vierde deel (1795), p 4-10.
36 Nooy, J.M.T. (red), Uit Weve, J.J., Valkhofburcht te Nijmegen (1993), in Valkhofnieuws 22-3 (2000), p 6-8.
37 Mekking, A.J.J., De Sint Nicolaaskapel op het Valkhof te Nijmegen (1997), p 1-6, 56 en 59-62.
38 Perlich, B. & Tussenbroek, G. van, De Valkhofkapel te Nijmegen, in Bulletin KNOB 3 (2008), p 94-98.
39 Tibus, A., Die Pfarre Cleve von ihrer Gründung an bis nach Errichtung der Collegiat … (1878), p 96-97.
40 Mekking, A.J.J., Palas, Troonabsis en Camara Santa, … , in Bulletin KNOB 3 (1997), p 106-108 en 113.
41 Hulshof, A., Alperti Mettensis De Diversitate Temporum, Historisch Genootschap deel 3/37 (1916), p 44.
42 Kremer, A.C.J., Hattuarie, de oorsprong van de graven van Gelre en Cleve (1887), p 34.
43 Oppermann, O., Rheinische Urkundenstudien, Tl. 1: Die Kölnisch-Niederrheinischen Urkunden (1922), p 18.
44 Aarts, B., The Origins of Castles in the Eastern Part of the Delta region (NL-D) and the Rise … (2012), p 6-9.
45 Knight, S. & Tilg, S., The Oxford Handbook of Neo-Latin (2015), lemma = paululum p 302.
46 Büsching, A.F., Erdbeschreibung, Sechster Theil, der den Westphälischen und … 1790), p 46.
47 Liesegang, E., Niederrheinisches Städtewesen vornehmlich im Mittelalter (1897), p 60-61, 65, 118, 126-132.
48 Gorissen, F., Die Düffel, Zur Geschichte einer Kulturlandschaft, in Numaga XXII-3 (1975) p 137-138.

– 5 –

49 Bureau Archeologie en Monumenten gemeente Nijmegen, Prehistorie ca. 11.000 v. Chr. – 19 v. Chr.
50 Mols, R. (ill), Nijmegen in de vroeg-Romeinse tijd (ca. 19 voor Chr. – 70 na Chr.), Nijmegen in de midden-Romeinse tijd (70 – ca. 260 na Chr.) en Nijmegen in de laat-Romeinse tijd.
51 Thijssen, J., Verslag Werkgroep Middeleeuws Nijmegen en Mul, W.A.M. de, Een laat-Merovingische pottenbakkerij?, in Jaarverslag 1980 AWN afdeling Nijmegen e.o. (1980), p 11-15.
52 Gorissen, F., Stede-Atlas van Nijmegen (1956), p 69, p 118, p 120, p 71 fig. 29 Burgus en portus in de 12e eeuw, p 73 fig. 30 1e omwalling, p 77 fig. 33 Stadsuitleg in het westen en 2e omwalling en p 85 fig. 41 De stad +/- 1550.
53 Cóvens, I. & Mortier, C., Nymegen, … met de nieuwe fortificatie door de Heer Coehoorn (va. 1721).
54 Schevichaven, H.D.J. van, Penschetsen uit Nijmegen’s verleden (1898-1904), deel I: Hoofdberg p 156, Hoedberg p 156, Molenberg p 186, en Huiselenberg p 251, deel II: Ubbergerberg p 128, deel III: Hunerberg p 183, Grote Kop p 192 en Kleine Kop p 192.
55 Betouw, J. in de, Nijmegen verdeeld in Wijken, Straaten, Steegen, en Strecken boven en beneden de Stad … (1805), Hofberg p 6, Lindenberg p 6, Klokkenberg p 8, Geertruidsberg p 18, Gruitberg p 20, Marienberg p 22, Hessenberg p 29, Hundisberg p 37 en Jansberg p 38.

– 6 –

56 1} Knotseklef: Driessen, G.G. & Montenberg, J.D.G., Oud-Groesbeek in woord en beeld (1980), p 29. 2} Siepseklef: Anspach, J. (red), De Navorscher, een middel tot gedachtenwisseling … , veertigste jaargang (1890), p 295. 3} Boksheuvel: Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570), Register nr. D: Bockholts dael. 4} Hogeklef: Amortisatiesyndicaat – Administratie der Domeinen, No XXI, Catalogus … (1824), p 148. 5} Vlierenberg & 6] Engelenberg: Montenberg, D.G., Wandelkaart van de omstreken der stad Nijmegen (1898). 7} Uilenpol: Dechen, H. von, Erläuterungen zur Geologischen Karte der Rheinprovinz und der Prov. Westphalen (1870), p 274.
57 Fokkens, H., Jansen, R. & Wijk, I.M. van (red.), Oss-Zevenbergen, de langetermijn … , Archol Rap. 50 (2009), p 227.
58 H.T. Waterbolk, H.T. & Reinders, H.R., Archeologie en geschiedenis van Pesse, in Nieuwe Drentse … (2011), p 89.
59 Cruysheer, A., De grafheuvel van Albertus Perk, in Archeologica Naerdincklant 2014-2 De Bronstijd (2014), p 2.
60 Aa, A.J. van der, Nederland, handboekje voor reizigers door ons vaderland, met 6 kaartjes (1849), p 281.
61 Ball Platner, S., The Septimontium and the Seven Hills, Classical Philology, Vol. 1, No. 1 (1906), p 69-80.
62 Meijers, L., Bestemmingsplan Watertoren Zevenbergen, gemeente Moerdijk (2013), p 4.
63 Klinkenberg, P. & Kuppens, W.J.A., Identificatie van een prehistorisch grafveld in de Westermeerwijk (2016), p 16.
64 Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570).
65 Aarden, J. van, Cart van de heerlijkheid Groesbeek … , in het laatst des jaars 1768 (1768) en
66 Aarden, J. van, Cart van den Nederrijxe Walt : met desselfs inleggende gecultiveerde landerijen (1758).
67 Kuyk Jzn., W., Kaart van de gemeente van Groesbeek gelegen in de provincie Gelderland (1820).
68 Hotel Berg en Dal, Hotel Berg en Dal en omstreken, wandelingen (ca 1870).
69 Topografische Inrichting, Waterstaatskaart van Nederland editie 2, blad 46-1 Vierlingsbeek 1 (1930).
70 N.N., De Zevenheuvelenweg, in de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant van 2 juli (1940), p 1.
71 N.N., Zevenheuvelenweg in Groesbeek is geopend, in de Gelderlander van 1 juli (1953), p 7.

– 7 –

72 1} Huiselenberg: Schevichaven, H.D.J. van, Penschetsen uit Nijmegen’s verleden, deel I (1898-1904), p 251. 2} Kenterberg: Hottinger, J.H., Gedeelte van het Ryk van Nymegen, in Hottinger-Atlas (1773-1787). 3} Ketelberg & 4} Oeselenberg: Tranchot & Von Müffling, Kartenaufnahme der Rheinlande, 1 Nijmegen Nord – 3 Nijmegen Süd (1803-1820). 5} Hoge Langenberg & 6} Lage Langenberg: Kuyk Jzn., W., Kaart van de gemeente van Groesbeek … Gelderland (1820). 7} Muntberg: Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570).
73 Hoet Jz, C. ten, Het Geldersch lustoord, of beschrijving van de stad Nijmegen … (1826), p 53.
74 Maaskamp, E., Het Geldersch reisje van Amsterdam en Elders, over Utrecht … (ca. 1827), p 39.
75 Haar Bz, B. ter, Berg-en-Dal, een gids voor wandelaars in Nijmegen’s omstreken (1880), p 39.
76 Craandijk, J., Wandelingen door Nederland met pen en potlood deel 6 (1882), p 216.
77 Montenberg, D.G., Nijmegen en omstreken, in wandelingen geschetst (1898), p 5.
78 Driessen, G.G., Nijmeegsebaan, ooit een kronkelend … , in Hét Gemeente Nieuws: Groesbeek, 12 januari (2018).
79 Nijhoff, P., Een Geldersch reisje, van Amsterdam of elders, naar Arnhem … (1848), p 83.
80 Aa, A.J. van der, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dertiende en laatste deel (1851), ZEV p 144-172.
81 Aa, A.J. van der, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, vierde deel (1843), p 899.
82 Staring, W.C.H., De bodem van Nederland, de zamenstelling en het ontstaan … , tweede deel (1860), p 49-56.
83 Galen, J.B.M. van, No 194 ANWB Cleve, in De Kampioen maart (1888), p 94.
84 Proot, J.M., De vijfde Nederlandsche excursie voor geografen, in KNAG 2-24 (1907), p 668.
85 Anspach, J. (red), De Navorscher, een middel tot gedachtenwisseling … , Veertigste jaargang (1890), p 294-297.
86 Jonge, W. de, Keizerstad, het keizerlijke imago van Nijmegen (2015), p 19.
87 N.N., De glorie van Nijmegen. Rijk aan historie en natuurschoon, … , in PGNC van 2 juli (1932), p 4.

– 8 –

88 Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570), Register nr. 11: Die Langenberch.

– 9 –

89 Stegman, K., Loop als Shani Davis, niet als Gianni Romme, in de Gelderlander extra van 9 november (2013), p 7.
90 1} Oeselenberg, 2} Langenberg, 4} Vlierenberg, 5} Engelenberg & 7} Kwakkenberg: Montenberg, D.G., Wandelkaart van de omstreken der stad Nijmegen (1898). 3} Hogeklef: Amortisatiesyndicaat – Administratie der Domeinen, No XXI, Catalogus … (1824), p 148. 6} Brantberg: Geelkercken, N. van, De Hooge of Brantbergen in het Nederrijkswald … Lambert Jansen (1645).
91 x1} Kenterberg: Hottinger, J.H., Gedeelte van het Ryk van Nymegen, in Hottinger-Atlas (1773-1787). x2} Huiselenberg: Schevichaven, H.D.J. van, Penschetsen uit Nijmegen’s verleden, deel I (1898-1904), p 251. v1} Ketelberg: Tranchot & Von Müffling, Kartenaufnahme der Rheinlande, 1 Nijmegen Nord – 3 Nijmegen Süd (1803-1820). v2} Hoge & Lage Langenberg: Kuyk Jzn., W., Kaart van de gemeente van Groesbeek … Gelderland (1820).
92 Hogeklef Kleine Boksheuvel: Amortisatiesyndicaat … , No XXI, Catalogus … (1824), p 143. Brantberg Meerberg: ≈≈N.N., Bestemmingsplan Stuwwal en beschermd dorpsgezicht Ubbergen, Gemeente Ubbergen (2013), p 12.
93 Büsching, A.F., Erdbeschreibung, Sechster Theil, der den Westphälischen und … (1790), p 42.
94 Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570), Register nr. 7: An den Vaelen baert.
95 Piket, J.J.C., Rennen door Het Geldersch Lustoord, op website Zevenheuvelenloop (2015), fig. 1 Nijmegen op de spoelzandvlakte aan de buitenzijde van de stuwwal.
96 Geenen, G., Zeven klinkt gewoon mooier, in de Gelderlander extra van 9 november (2013), p 3.
97 Rooij, J. de, Dubbel meervoud I, in Taal en Tongval, jaargang 26 (1974), p 46.
98 Miller, G.A., The magical number seven, plus or minus two: Some limits on our capacity for processing information, in Psychological Review 63 (1956), 81–97.

– 10 –

99 Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570).
100 Aarden, J. van, Cart van de heerlijkheid Groesbeek … , in het laatst des jaars 1768 (1768) en Aarden, J. van, Cart van den Nederrijxe Walt : met desselfs inleggende gecultiveerde landerijen (1758).
101 Tranchot & Von Müffling, Kartenaufnahme der Rheinlande, 1 Nijmegen Nord – 3 Nijmegen Süd (1803-1820).
102 Kuyk Jzn., W., Kaart van de gemeente van Groesbeek gelegen in de provincie Gelderland (1820).
103 Topographische Inrigting, Waterstaatskaart van Nederland, blad 46-1 Vierlingsbeek 1 (1881).
104 Topographisch Bureau, Topographische en militaire kaart van het Koninkrijk der NL, 46 Vierlingsbeek (1893).
105 Army Map Service – U.S. Army, A.M.S. M831 – Holland, Sheet 12 N.W. Groesbeek (1944).
106 Min. van Oorlog – Topografische Dienst, Topografische Militaire Kaart, No 46 B+E Groesbeek+Grenskantoor (1958).
107 1} Uilenpol: Dechen, H. von, Erläuterungen zur Geologischen Karte der Rheinprovinz und der Prov. Westphalen (1870), p 274. 2] Engelenberg & 3} Vlierenberg: Montenberg, D.G., Wandelkaart van de omstreken der stad Nijmegen (1898). 4} Hogeklef: Amortisatiesyndicaat – Administratie der Domeinen, No XXI, Catalogus … (1824), p 148. 5} Boksheuvel: Witteroos, T., Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570), Register nr. D: Bockholts dael. 6} Siepseklef: Anspach, J. (red), De Navorscher, een middel tot gedachtenwisseling … , veertigste jaargang (1890), p 295. 7} Knotseklef: Driessen, G.G. & Montenberg, J.D.G., Oud-Groesbeek in woord en beeld (1980), p 29.
108 Hotel Berg en Dal, Hotel Berg en Dal en omstreken, wandelingen (ca 1870).
109 Braakensiek, Gebr. (lith), Nijmegen en omstreken, Schaal 1-62500, Platte grond der stad Nijmegen (ca 1890).
110 Thieme, G.J. (lith), Wandelkaart van Nijmegen en Omstreken, Schaal 1 à 50.000 (ca 1892).
111 Montenberg, D.G., Nijmegen en omstreken, Schaal 1 : 50.000 (1894).
112 Montenberg, D.G., Wandelkaart van de omstreken der stad Nijmegen (1898).
113 N.N., Wandelkaart van Nijmegen en omstreken (1894-1914).
114 Manen, J.P.C. van & Co (uit), Wandelkaart Berg en Dal (1914).
115 Tjeenk Willink, H.A. (lith), Van Nijmegen naar Berg en Dal, Wandelkaart van Ubbergen, … Meerwijken (1885).
116 Thieme, H.C.A. (uit), Wandelkaart Nijmegen en omgeving, Berg en Dal, Gids voor de bezoekers … (ca 1890).

– 11 –

117 Schmiermann, S. (red), Driessen G.G. & Boer, B. den, Canon Groesbeekse geschiedenis (2008), p 83 no. 39.
118 Broek, P. van den & Swennen, G., Studenten maakten van Nijmegen een hardloopstad, in VOX 2 (2016), p 34-37.
119 Verhaaren, J., Oriënterend onderzoek NK wielrennen, De economische en promotionele … in Nijmegen (2001).
120 N.N., Geen feest ronde de Vuelta, in de Gelderlander van 31 juli (2009), fig. La Vuelta door regio.
121 Dijk, B, Bekhuis, H., Schoemaker, J., Janssen, L., Pater, M. de & Boer, W. de, Evaluatie Giro Gelderland 2016 (2016).
122 Gruben, R.J.W.M., J.R. Mooren, J.R. & Peters, S.A.L., Groesbeek, … een eenvoudige woontoren (2009), p 194 en 210.
123 Verstraaten, J., Groesbeek maakt de naam ‘Keulen van Gelderland’ waar, in de Gelderlander van 26 feb. (2017).
124 Willems, G., Groesbeek feest ook na de Vierdaagse gewoon door, in de Gelderlander van 28 juli (2010).
125 Anspach, J. (red), De Navorscher, een middel tot gedachtenwisseling … , veertigste jaargang (1890), p 294-295.
126 Kuppeveld, F.G.M.M. van, Mook en Middelaar in oude ansichten, deel 1 (1988), fig. 48 en 54.
127 N.N., Buch “Sieben Quellen, Forellenteiche, Renneken” von Eelco Hekster, in Mienthuus van 3 juli (2017).
128 N.N., Sachen, so zu verkauffen ausserhalb Duisburg, In Wöchentliche Duisburgische Anzeigen, XIII. 27 mrt. (1753).
129 Savini, M., The Seven Hills of the Seven Sisters, in Patch, Sachem NY, Community Corner van 25 maart (2010).