Carolus Mediocris: Van donjon naar balkon en van Duurstede naar Waterkwartier

https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31817236

Abstract

Lees verder (2)

Analyse van 116 losse muntvondsten uit Nijmegen (450–1200 n.Chr.) laat geen duidelijke Karolingische piek zien, terwijl opgravingen slechts bescheiden, hoofdzakelijk hergebruikte Romeinse resten opleveren. Dit trekt de traditionele, paleis-centrische geschiedschrijving van het Valkhof als een groots en imposant keizerlijk machtscentrum kritisch in twijfel. Zowel Nijmegen als het emporium Dorestad kunnen beter worden begrepen als flexibele, strategische knooppunten in een dynamisch en vloeiend riviernetwerk. In plaats van te reageren vanuit monumentale, duurzame paleizen, functioneerde Karel de Grote als een pragmatische “analoge nomade” en “lowtech technocraat”. Hij handhaafde zijn mobiele hofhouding door constante mobiliteit, het controleren van vitale riviercorridors zoals de Rijn-Rhône-as, en de inzet van koninklijke boodschappers. Het concept “Carolus Mediocris” getuigt dan ook van een berekenende, doelbewuste bestuurspragmatiek binnen een ambtelijke dynastie, en nadrukkelijk niet van intellectuele of bestuurlijke middelmatigheid.

Keywords: Valkhof Nijmegen, Karolingische palts, vroegmiddeleeuwse munten, losse muntvondsten, numismatiek, Dorestad, netwerkstrategie, Keizerstad-mythe, Carolus Mediocris

De Keizerstad-mythe

Nijmegen profileert zich al generaties lang als trotse keizerstad (Delahaye, 1958). Het Valkhof staat bekend als indrukwekkende Karolingische residentie, waar Karel de Grote Paasfeesten vierde met uitzicht over de Waal. De archeologie vertelt echter een ander verhaal: mogelijk hergebruikte Romeinse fundamenten, bescheiden muurwerk, enig aardewerk en één kapiteel (Theuws & den Braven, 2025). Eerder bouwhistorisch onderzoek aan de Barbarossaruïne (St. Maartenskapel) suggereert muurwerk uit circa 775–800 n.C.. Metselverbanden en profileringen zouden kunnen wijzen op een bescheiden troonzaal (Hundertmark, 2019). Deze resten zijn echter beperkt en kunnen ook duiden op later hergebruik van Romeinse restanten, bijvoorbeeld in Ottoonse, Salische of Staufische tijd. Directe archeologische aanwijzingen voor een groot Karolingisch complex ontbreken, waardoor het raadsel nog niet is opgelost.

Lees verder (3)

Het Nijmeegse muntbeeld

Een aanvullende manier om hiernaar te kijken is het vaststellen van de in Nijmegen gevonden munten uit de vroege en volle middeleeuwen (450–1200 n.C.). Voor dit doel is een dataset samengesteld, die nu 116 reeds gedocumenteerde losse munten bevat (Duchateau, 2026a). Schatvondsten zijn hierin niet meegenomen, omdat deze minder zeggen over muntcirculatie. De munten kennen een redelijk gelijkmatige chronologische spreiding over vijf perioden van 150 jaar, met een toename in de latere periode 1050–1200 n.C. (Figuur 1). Gezien de culturele en economische opleving tijdens de Karolingische renaissance (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008) zou men bij een intensief gebruikt koninklijk centrum op het Valkhof een duidelijke toename in Nijmeegse muntvondsten verwachten vanaf de periode 750–900 n.C., maar die blijven gemiddeld (Duchateau, 2026b–e).

Figuur 1

Muntverdeling in de naburige gemeenten Neder-Betuwe, Overbetuwe, Tiel en Nijmegen per tijdvak (450–1200 n.C.). Data overgenomen van Duchateau (2026e)

Noot. Alleen in de post-Romeinse periode (450–600 n.C.) is er sprake van een significante oververtegenwoordiging in de gemeente Nijmegen. In de overige perioden (600–1200 n.C.) zijn de muntvondsten gemiddeld verdeeld over de naburige gemeenten Neder-Betuwe, Overbetuwe, Tiel en Nijmegen, zonder (significant geteste) uitschieters.

De Valkhof-paradox

De Valkhof-paradox ontstaat door het enorme verschil tussen de historische vermeldingen en de materiële resten en nodigt uit tot een cognitieve herwaardering (Duchateau, 2026b). De Karolingers kennen een bedrijfsvoering waarin vastgoed ondergeschikt blijft aan mobiele netwerken (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008). Een andere oorzaak van de Valkhof-paradox kan de volgende tweedeling zijn: centraal regeren, maar lokaal besturen, waarbij wetten en verordeningen centraal worden opgesteld, maar lokaal worden uitgevoerd. In dit systeem bezorgen koninklijke boodschappers de regelgeving aan de graven, die deze vervolgens op maat maken voor hun gebied. Zo ontstaat in de teksten een beeld van sterke centrale (papieren) macht, terwijl de (materiële) werkelijkheid ter plaatse vaak bescheiden en praktisch blijft (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008; Wickham, 2005). Ter controle onderhouden de Karolingen een mobiele hofhouding en reizen in persoon naar de verschillende locaties. Nijmegen fungeert dan niet als vaste residentie, maar als strategische pleisterplaats in een netwerk van koninklijke bestuursrelaties (Wickham, 2005).

Balkon Belvédère

  • Balkon Belvédère

De Rijn-Rhône-as

Deze beschreven netwerkstrategie komt het duidelijkst tot uiting op de Rijn-Rhône-as: een vitale noord-zuidverbinding van de Noordzee via de Rijn-vallei naar de Rhône-vallei en de Middellandse Zee. Goederen en mensen bewegen in beide richtingen. Macht ligt in het controleren van handelsstromen en dat gebeurt niet enkel vanachter een centrale schrijftafel (Loveluck, 2013; Wickham, 2005). De hoogte van het Valkhof vormt een van de laatste noordelijke punten van Rijn-Rhône-as met aaneengesloten vaste grond onder de voeten (Cohen et al., 2009; Van Dinter et al., 2017). Aangezien meerdere kleine knooppunten meer flexibiliteit bieden dan enkele grote residenties op afstand (Loveluck, 2013; Theuws, 2026; Wickham, 2005), lijkt het Valkhof bedoeld als springplank richting de handelsstromen van de Rijn-Maas-delta.

Lees verder (3)

Tabel 1

Eenvoudige handelsstromen Dorestad

ProductVanRol DorestadNaar
Wol (ruw)Britse eilanden (zuidwest)Wassen, spinnen en wevenJutland (noordoost) en Rijnland (zuidoost)
Amber (ruw)Jutland (noordoost)Snijden, boren en rijgenBritse eilanden (zuidwest) en Rijnland (zuidoost)
Been (ruw)Jutland (noordoost)SnijdenBritse eilanden (zuidwest) en Rijnland (zuidoost)
WijnRijnland (zuidoost)SjouwenBritse eilanden (zuidwest) en Jutland (noordoost)

Emporia en handel

Op de kruising tussen Frankische, Angelsaksische en Deense invloedssferen is in de Rijn-Maas-delta het emporium Dorestad opgekomen (Loveluck, 2013; Theuws, 2019, 2026). De handel van Dorestad berust op drie arbeidsintensieve bewerkingen (Tabel 1). Ruwe wol uit de Britse eilanden wordt ter plaatse gewassen, gesponnen en geweven, waarna de stoffen worden uitgevoerd naar zowel Jutland als het Rijnland. Ruwe amber en been uit Jutland worden verwerkt tot kralen en kammen en uitgevoerd naar de Britse eilanden en het Rijnland. Wijn uit het Rijnland wordt vrijwel uitsluitend overgeslagen naar dezelfde twee importeurs (Van Es & Verwers, 1980; Willemsen, 2009). De toegevoegde waarde van Dorestad beperkt zich daarmee tot het wassen, spinnen en weven van wol, het snijden, boren en rijgen van amber en been, en het sjouwen van wijn.

Figuur 2

Overzichtskaart met de waterkwartieren van het riviercluster, de kust- en wadclusters en Dorestad

Noot. Gevisualiseerd via GPS Visualizer (z.d.) (https://gpsvisualizer.com): Kustcluster (KU): Veere, Katwijk; Wadcluster (WD): Súdwest- Fryslân, Waadhoeke, Noardeast-Fryslân; Riviercluster: NW (Bunnik, Utrecht, Alphen), ZW (Zaltbommel, West Betuwe, Rotterdam), DR (Wijk bij Duurstede, Buren), NO (Neder-Betuwe, Overbetuwe, Deventer), ZO (Tiel, Nijmegen, Land van Cuijk).

Balkon St. Nicolaaskapel

  • Balkon St. Nicolaaskapel

De Rijn-Maas-delta

Uit de analyse van losse munten uit NUMIS blijkt dat al deze economische activiteit van Dorestad (Wijk bij Duurstede en Buren) tijdens de Karolingische periode (750–900 n.C.) vooral ten koste gaat van het emporium Domburg (kustcluster), terwijl Westergo en Oostergo (wadcluster) relatief sterk blijven (De Nederlandsche Bank, n.d.; Duchateau, 2026b–d; Figuren 3–4). Dorestad kent een groot aantal losse muntvondsten uit de periode 600–900 n.C. en veel restanten van adaptieve houtbouw, maar net als in Nijmegen, ontbreken ook hier de overblijfselen van duurzame stenen constructies (Bradtmöller et al., 2017; Van Es & Verwers, 1980). Opvallend is verder dat het wadcluster in de post-Romeinse periode (450–600 n.C.) relatief veel munten bevat, terwijl het riviercluster pas in de Ottoonse, Salische en Staufische tijdvakken (900–1200 n.C.) de monetaire overhand krijgt. Het relatief egale muntpatroon binnen de gehele Rijn-Maas-delta (riviercluster) suggereert dat de fors afgenomen handelsactiviteit van Dorestad vanaf de Ottoonse periode (900–1050 n.C.) terecht komt bij drie waterkwartieren: Zaltbommel (Waal, zuidwest), Deventer (IJssel, noordoost) en Tiel (Waal, zuidoost), nadat het leeuwendeel richting Scandinavië is getrokken (Bijsterveld & Theuws, 2012; Coupland, 2025; Kosian et al., 2015; Oudhof et al., 2013; Van Benthem, 2020).

Lees verder (3)

Figuur 3

Muntverdeling in de drie hydro-clusters (kust-, wad- en riviercluster) per tijdvak (450–1200 n.C.). Aangepast overgenomen van Duchateau (2026b)

Figuur 4

Muntverdeling in de vier waterkwartieren (noordwest, zuidwest, noordoost en zuidoost) en Dorestad (Wijk bij Duurstede en Buren) per tijdvak (450–1200 n.C.). Aangepast overgenomen van Duchateau (2026d)

Carolus Mediocris

Zowel in Nijmegen als in Wijk bij Duurstede vullen historische verhalen aan wat de bodemschatten niet kunnen bieden, of spreken ze die bodemschatten juist tegen. Gorissen (1956) versterkt het beeld van Nijmegen als keizerlijke standplaats Noviomagus, terwijl Delahaye (1958) de voorkeur geeft aan het Franse Noyon. Anderen verklaren de bescheiden archeologie van beide plaatsen vanuit het nomadische beheersmodel van de Karolingen (Wickham, 2005). De monetaire geschiedenis laat zich in dit kader beter begrijpen als het resultaat van een berekenende reorganisatie dan als een baanbrekende Karolingische renaissance. In dit licht verdient Karel de Grote de typering Carolus Mediocris, ofwel Karel Modaal, de man die op het oog voldoende heeft aan een stevig balkon boven het waterkwartier. Deze gedachtegang is trouwens helemaal niet zo vreemd als deze op het eerste gezicht lijkt, wanneer men zich bedenkt dat Karel de Grote uiteindelijk niet afstamt van een koninklijke, maar van een ambtelijke dynastie.

  • Dankwoord: Tijdens de voorbereiding van dit manuscript heeft de auteur gebruikgemaakt van Grok en Gemini als schrijfcoaches. Alle voorstellen zijn door de auteur kritisch gecontroleerd, bewerkt en goedgekeurd; de auteur draagt de volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud.
  • Databeschikbaarheid: De Numismagus-dataset Versie 2 (ID’s: N001–N116) die gebruikt wordt in deze studie, is openbaar beschikbaar via Figshare op https://doi.org/10.6084/m9.figshare.32486373. De NUMIS-gegevens zijn publiekelijk toegankelijk via De Nederlandsche Bank op https://www.denieuweschatkamer.nl/geldcollectie/.
  • Belangenverstrengeling: De auteur verklaart geen belangenverstrengeling te hebben.

Referenties

Lees verder (27)

Bijsterveld, A.-J. A., & Theuws, F. C. W. J. (2012). Vroege stadswording in Nederland: Een Romeinse erfenis, Carolingiaanse impulsen en een stroomversnelling in de twaalfde eeuw. In E. Taverne, L. de Klerk, B. A. M. Ramakers, & S. Dembski (Reds.), Nederland stedenland: Continuïteit en vernieuwing (pp. 91–107). nai010.

Bradtmöller, M., Grimm, S., & Riel-Salvatore, J. (2017). Resilience theory in archaeological practice – An annotated review. Quaternary International, 446, 3–16. https://doi.org/10.1016/j.quaint.2016.10.002 

Cohen, K. M., Stouthamer, E., Hoek, W. Z., Berendsen, H. J. A., & Kempen, H. F. J. (2009). Zand in banen: Zanddieptekaarten van het rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Provincie Gelderland.

Costambeys, M., Innes, M., & MacLean, S. (2011). The Carolingian world. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9780511973987 

Coupland, S. (2025). Dorestad and the North: Frankish connections to Scandinavia. In M. Gierszewska-Noszczyńska, O. Grimm, & L. Grunwald (Reds.), Frankish seats of power and the North: Centres between diplomacy and confrontation, transfer of knowledge and economy (pp. 205–216). Propylaeum. https://doi.org/10.11588/propylaeum.1681.c24454

Delahaye, A. (1958). Het mysterie van de Keizer Karel-stad. Winants.

De Nederlandsche Bank. (z.d.). NUMIS: Numismatisch Informatie Systeem. Geraadpleegd op 15 mei 2026, van https://www.denieuweschatkamer.nl/geldcollectie/

Duchateau, R. J. (2026a). Nijmegen coinage 450–1200 CE: The Numismagus dataset (Version 2) [Dataset]. Figshare. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.32486373

Duchateau, R. J. (2026b). Nijmegen coinage 450–1200 CE [Data collection]. Figshare. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.c.8386102

Duchateau, R. J. (2026c). Single-coin finds and landscape persistence in the early medieval Netherlands (450–1200 CE) [Preprint]. Knowledge Commons. https://doi.org/10.17613/dpqmb-6na68

Duchateau, R. J. (2026d). Single-coin finds and chronological evenness in the Rhine–Meuse delta (450–1200 Ce). International Journal of Humanities, Social Sciences and Education, 13(9), 116–125. https://doi.org/10.20431/2349-0381.1309012

Duchateau, R. J. (2026e). Multi-stage sensitivity analysis of single coin finds: Challenging central-place models in the early and high medieval Rhine-Meuse delta. Archaeological Discovery, 14(3), 240–251. https://doi.org/10.4236/ad.2026.143013

GPS Visualizer. (z.d.). GPS Visualizer [Webapplicatie]. Geraadpleegd op 15 mei 2026, van https://gpsvisualizer.com

Gorissen, F. (1956). Stede-atlas van Nijmegen (Werken van Gelre Vol. 29). Quint & Brouwer.

Hundertmark, H. F. G. (2019). De Valkhofburcht: Bouwhistorische verkenning Barbarossaruïne. Gemeente Nijmegen—Afdeling Stadsontwikkeling.

Kosian, M. C., van Lanen, R. J., & Weerts, H. J. T. (2015). 10. Dorestad’s rise and fall: How the local landscape influenced the growth, prosperity and disappearance of an early-medieval emporium. In A. Willemsen & H. Kik (Reds.), Golden Middle Ages in Europe: New research into early-medieval communities and identities (pp. 99–104). Brepols. https://doi.org/10.1484/M.STMH-EB.5.109459 

Loveluck, C. (2013). Northwest Europe in the early Middle Ages, c. AD 600–1150: A comparative archaeology. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9781139794725

McKitterick, R. (2008). Charlemagne: The formation of a European identity. Cambridge: Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9780511803314 

Oudhof, J. W. M., Verhoeven, A. A. A., Schuuring, I., Scheringa, J., van Kaam, B., & van der Voet, N. (2013). Tiel rond 1000: Analyse van vier opgravingen in de Tielse binnenstad (Themata 6). https://doi.org/10.17026/DANS-ZGK-PXVF 

Theuws, F. C. W. J. (2019). Reversed directions: Re-thinking sceattas in the Netherlands and England. Zeitschrift für Archäologie des Mittelalters, 46, 27–84.

Theuws, F. C. W. J. (2026). Reflections on early medieval exchange. In S. Gelichi & M. Ferri (Reds.), Food and S.T.O.N.E.S.: Ships, trade, objects, networks, economy, society (pp. 493–510). Venice University Press. https://doi.org/10.30687/979-12-5742-002-4/022

Theuws, F. C. W. J., & den Braven, J. A. (2025). How did aristocrats live in Merovingian and (early) Carolingian times in Northern Gaul? An archaeological enigma: With some remarks on the royal seat in Nijmegen. In M. Gierszewska-Noszczyńska, O. Grimm, & L. Grunwald (Reds.), Frankish seats of power and the North: Centres between diplomacy and confrontation, transfer of knowledge and economy (pp. 153–182). https://doi.org/10.11588/propylaeum.1681.c24452

Van Benthem, A. (Red.). (2020). Terug in de tijd: Een opgraving in het historische centrum van Zaltbommel (ADC Rapport 4999). ADC ArcheoProjecten. https://doi.org/10.17026/DANS-ZBQ-ZNWB 

Van Dinter, M., Cohen, K. M., Hoek, W. Z., Stouthamer, E., Jansma, E., & Middelkoop, H. (2017). Late Holocene lowland fluvial archives and geoarchaeology: Utrecht’s case study of Rhine river abandonment under Roman and medieval settlement. Quaternary Science Reviews, 166, 227–265. https://doi.org/10.1016/j.quascirev.2016.12.003

Van Es, W. A., & Verwers, W. J. H. (1980). Excavations at Dorestad 1: The harbour: Hoogstraat 1 (Nederlandse Oudheden – Vol. 9). Rijksdienst voor het Oudheidkundig. Bodemonderzoek.

Wickham, C. (2005). Framing the early Middle Ages: Europe and the Mediterranean 400–800. Oxford University Press. https://doi.org/10.1093/acprof:oso/9780199264490.001.0001

Willemsen, A. (2009). Dorestad: Een wereldstad in de middeleeuwen. Walburg Pers.

PDF-versie