Categorie: Recent

Hellingen en fietsroutes in het Rijk van Nijmegen e.o. Hoe zwaar zijn de klimmen? Waar kun je ze vinden? En hoe kun je ze achter elkaar fietsen?

  • Carolus Mediocris: Van donjon naar balkon en van duurstad naar waterkwartier

    https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31817236

    De Keizerstad-mythe

    Nijmegen profileert zich al generaties lang als trotse Keizerstad (Delahaye, 1958). Het Valkhof staat bekend als indrukwekkende Karolingische residentie, waar Karel de Grote Paasfeesten vierde met uitzicht over de Waal. Het bodemarchief vertelt echter een ander verhaal: mogelijk hergebruikte Romeinse fundamenten, bescheiden muurwerk, enig aardewerk en één kapiteel. Recent bouwhistorisch onderzoek aan de St. Maartenskapel (Barbarossaruïne) suggereert Karolingisch muurwerk uit circa 775–800 n. Chr. Metselverbanden en profileringen wijzen op een representatieve ruimte, mogelijk een bescheiden aula regia (Hundertmark, 2019). Deze resten zijn echter beperkt en kunnen later zijn hergebruikt in Ottoonse, Salische of Staufische bouwfases. Directe archeologische aanwijzingen voor een groot complex in de Karolingische tijd ontbreken (Theuws & den Braven, 2025).

    Lees verder (2)

    Het Nijmeegse muntbeeld

    Een andere manier om hiernaar te kijken is het tellen van de in Nijmegen gevonden munten uit de vroege en volle middeleeuwen. Voor dit doel is de Numismagus dataset (Duchateau, 2026a) samengesteld, die 97 reeds gedocumenteerde losse munten (450–1200 n. Chr.) gevonden in de gemeente Nijmegen bevat. Eventuele schatten zijn hierin niet opgenomen, omdat deze toch wat anders zeggen. Het muntprofiel vertoont een opvallend gelijkmatige chronologische spreiding (figuur 1) zonder duidelijke pieken in een van de vijf perioden van 150 jaar. Statistische toetsing laat geen significante oververtegenwoordiging van Karolingische munten zien (Duchateau, 2026b), wat men wel zou verwachten bij een intensief gebruikt koninklijk centrum op het Valkhof.

    De Valkhof-paradox

    De Valkhof-paradox ontstaat door het enorme  verschil tussen de historische vermeldingen en de materiële resten en nodigt uit tot een cognitieve herwaardering. De Karolingen hadden een bedrijfsvoering waarin vastgoed ondergeschikt blijft aan het mobiele netwerk (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008). Een andere oorzaak van de Valkhof-paradox kan de volgende tweedeling zijn: centraal regeren, maar lokaal besturen, waarbij wetten en verordeningen centraal worden opgesteld, maar lokaal worden uitgevoerd. In dit systeem bezorgen koninklijke boodschappers de regelgeving aan de graven, die deze vervolgens op maat maken voor hun gebied. Zo ontstaat in de teksten een beeld van sterke centrale (papieren) macht, terwijl de (materiële) werkelijkheid ter plaatse vaak bescheiden en praktisch blijft (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008; Wickham, 2005). Ter controle onderhouden de Karolingen een mobiele hofhouding en reizen in persoon naar de verschillende locaties. Nijmegen fungeert dus niet als vaste residentie, maar als strategische pleisterplaats in een netwerk van koninklijke en grafelijke bestuursrelaties (Wickham, 2005).

    Balkon Belvédère

    • Balkon Belvédère

    De Rijn-Rhône-as

    De beschreven netwerkstrategie komt het duidelijkst tot uiting op de Rijn-Rhône-as: een vitale noord-zuidverbinding van de Noordzee via de Rijn-vallei naar de Rhône-vallei en de Middellandse Zee (figuur 3). Emporia als Dorestad en Quentovic in het noorden en havens als Arles en Marseille in het zuiden vormen de schakels in de ketting. Goederen en mensen bewegen in beide richtingen. Macht ligt in het controleren van handelsstromen en verbindingen en dat gebeurt niet enkel vanachter een centrale schrijftafel. De hoogte van het Valkhof vormt een van de laatste noordelijke punten van Rijn-Rhône-as met aaneengesloten vaste grond onder de voeten (Cohen et al. 2009; Duchateau, 2026e; Van Dinther et al., 2017). Aangezien meerdere kleine knooppunten meer flexibiliteit bieden dan enkele grote centrale residenties, lijkt het Valkhof bedoeld als controlepunt met bereik op de overgangszone naar de Angelsaksische invloedssfeer en netwerken (Loveluck, 2013; Theuws, 2026; Wickham, 2005).

    Lees verder (1)

    Emporia en netwerken

    Op het raakvlak van de Frankische en de Angelsaksische invloedssfeer ontstaan aan de noordzijde van de Rijn-Rhône-as gemengde emporia als Dorestad en Quentovic, waar handel bloeit zonder dat één invloedssfeer domineert. Dit illustreert de as-dynamiek: de Franken bemannen de uitlopers van de hogere gronden en de voorheen perifere Angelsaksen breiden hun invloed weer terug uit over de Noordzee (Theuws, 2019). De Rijn-Maas-delta vormt de overgangszone van dit systeem. Theuws (2026) benadrukt dat degelijke riviernetwerken niet alleen handelsroutes betreffen, maar fundamentele machtsstructuren zijn waarin controle over goederen, mensen en informatie centraal staat. Nijmegen ligt aan de zuidrand van een bredere Noordzeecultuur, die zou doorlopen tot in Scandinavië (Loveluck, 2013).

    Balkon St. Nicolaaskapel

    • Balkon St. Nicolaaskapel

    De Rijn-Maas-delta

    De op NUMIS muntbeeld (De Nederlandsche Bank, n.d.; Duchateau, 2026f) onderzochte waterkwartieren van de Rijn-Maas-delta worden in het westen begrensd door het kustcluster en in het noorden door het waddencluster (figuren 2 en 4), die beide vermoedelijk meer behoren tot de Angelsaksische dan tot de Frankische invloedssfeer. Gezien het egale muntbeeld van het totale riviercluster, lijkt de handelsstroom na het tijdvak (750–900 n. Chr.) van Dorestad (noordwesten) geleidelijk te zijn overgenomen door andere waterkwartieren. Zaltbommel (zuidwesten) ontstaat aan de Waal, Deventer (noordoosten) aan de IJssel en Tiel (zuidoosten) aan de Waal (Bijsterveld & Theuws, 2012; Kosian, 2015; Oudhof et al., 2013; Van Benthem, 2020). Deze drie nederzettingen zouden fungeren als bescheiden opvolgers, maar wellicht komt hun toename in handelsvolume van elders, want de munten in de kust- en waddenclusters nemen tegelijkertijd fors af (figuur 2). Dorestad kent overigens een groot aantal muntvondsten (Coupland, 2003), maar enkel restanten van houtbouw. Dit patroon past prima bij de vroege middeleeuwen waarin houtbouw snelle adaptatie faciliteert (Bradtmöller et al., 2017), maar minder bij de nationale trots. Verder is het bijzonder dat het Waddengebied juist in post-Romeinse (450–600 n. Chr.) en Karolingische (750–900 n. Chr.) tijdvakken relatief veel munten telt, terwijl het rivierengebied pas in Heilig Roomse (900–1200 n. Chr.) tijdvakken duidelijk naar voren komt.

    Lees verder (1)

    Carolus Mediocris

    Zowel bij het Valkhof als bij Dorestad vullen verhalen dus aan wat bodemschatten niet kunnen bieden of tegenspreken. Gorissen (1956) versterkt het beeld van Nijmegen als continue keizerlijke residentie. Delahaye (1958) stelt daarentegen dat veel vermeldingen van Noviomagus eerder op het Franse Noyon slaan – een stelling die grotendeels is verworpen, maar die de blijvende dissonantie tussen bronnen en materiële resten onderstreept. Hetzelfde mechanisme zien we elders: Tintagel en koning Arthur, Dorestad als befaamd emporium zonder monumentale sporen en Quentovic zonder bijbehorend muntbeeld (Coupland, 2003). Het Valkhof past in het plaatje van een bescheiden archeologie, die grotendeels wordt verklaard vanuit een nomadisch beheersmodel (Wickham, 2005). In dit licht verdient Karel de Grote de typering Carolus Mediocris, ofwel Karel Modaal, de man die voldoende heeft aan een stevig balkon boven het waterkwartier. Deze gedachtegang is trouwens helemaal niet zo vreemd als deze op het eerste gezicht lijkt, wanneer men zich bedenkt dat Karel de Grote uiteindelijk niet afstamt van een koninklijke, maar van een ambtelijke dynastie.

    Referenties

    Lees verder (25)

    Bijsterveld, A-J. A. & Theuws, F. C. W. J. (2012). Vroege stadswording in Nederland: Een Romeinse erfenis, Carolingiane impulsen en een stroomversnelling in de twaalfde eeuw. In E. Taverne, L. de Klerk, B. A. M. Ramakers, & S. Dembski (Eds.), Nederland Stedenland: Continuïteit en Vernieuwing (pp. 91–107). nai010.

    Bradtmöller, M., Grimm, S., & Riel-Salvatore, J. (2017). Resilience theory in archaeological practice – An annotated review. Quaternary International, 446, 3–16. https://doi.org/10.1016/j.quaint.2016.10.002 

    Cohen, K. M., Stouthamer, E., Hoek, W. Z., Berendsen, H. J. A., & Kempen, H. F. J. (2009). Zand in Banen: Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Provincie Gelderland.

    Costambeys, M., Innes, M., & MacLean, S. (2011). The Carolingian world. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9780511973987 

    Coupland, S. (2003). Trading places: Quentovic and Dorestad reassessed. Early Medieval Europe 11(3), 209–232. https://doi.org/10.1046/j.0963-9462.2002.00109.x 

    De Nederlandsche Bank. (n.d.). NUMIS: Numismatisch Informatie Systeem [Database]. Retrieved February 15, 2026, from https://www.dnb.nl/ 

    Delahaye, A. (1958). Het mysterie van de Keizer Karelstad. Winants.

    Duchateau, R. J. (2026a). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: The Numismagus Dataset [Dataset]. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31387345 

    Duchateau, R. J. (2026b). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: Riverine Comparisons in the Rhine–Meuse Delta. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31385311 

    Duchateau, R. J. (2026c). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: Nuancing the Valkhof Carolingian Palace Hypothesis. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31383100 

    Duchateau, R. J. (2026d). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: From Palace to Pilaster-Place, Revisiting the Valkhof Paradox. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31451578 

    Duchateau, R. J. (2026e). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: The Pilaster-Quadrant of the Post-Roman Meuse–Niers Valley. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31927278 

    Duchateau, R. J. (2026f). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: A Short Synthesis of Independent Research. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31867651 

    Gorissen, F. (1956). Stede-atlas van Nijmegen (Werken van Gelre – Vol. 29). Quint & Brouwer.

    Hundertmark, H. F. G. (2019). De Valkhofburcht: Bouwhistorische verkenning Barbarossaruïne. Gemeente Nijmegen – Afdeling Stadsontwikkeling.

    Kosian, M. (2015). 10. Dorestad’s Rise and Fall: How the Local Landscape Influenced the Growth, Prosperity and Disappearance of an Early-Medieval Emporium. In A. Willemsen & H. Kik (Eds.), New Research into Early-Medieval Communities and Identities (pp. 99–104). Brepols. https://doi.org/10.1484/M.STMH-EB.5.109459

    Loveluck, C. (2013). Northwest Europe in the Early Middle Ages, c. AD 600–1150: A Comparative Archaeology. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO978113979472 

    McKitterick, R. (2008). Charlemagne: The Formation of a European Identity. Cambridge: Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9780511803314 

    Oudhof, J. W. M., Verhoeven, A. A. A., Schuuring, I., Scheringa, J., van Kaam, B., & van der Voet, N. (2013). Tiel rond 1000: Analyse van vier opgravingen in de Tielse binnenstad (Themata 6). https://hdl.handle.net/11245/1.473661 

    Theuws, F. C. W. J. (2019). Reversed Directions: Re-thinking Sceattas in the Netherlands and England. Zeitschrift für Archäologie des Mittelalters, 46, 27–84. https://www.academia.edu/80113126/ 

    Theuws, F. C. W. J., & den Braven, J. A. (2025). How did Aristocrats Live in Merovingian and (Early) Carolingian Times in Northern Gaul? An Archaeological Enigma: With some Remarks on the Royal Seat in Nijmegen. In M. Gierszewska-NoszczyÅ„ska, O. Grimm, & L. Grunwald (Eds.), Frankish Seats of Power and the North: Centres Between Diplomacy and Confrontation, Transfer of Knowledge and Economy (pp. 153–182). https://doi.org/10.11588/propylaeum.1681.c24452 

    Theuws, F. C. W. J. (2026). Reflections on Early Medieval Exchange. In S. Gelichi & M. Ferri (Eds.), Food and S.T.O.N.E.S.: Ships, Trade, Objects, Networks, Economy, Society (pp. 493–510). Venice University Press. https://doi.org/10.30687/979-12-5742-002-4/022

    Van Benthem, A. (Ed.). (2020). Terug in de tijd: Een opgraving in het historische centrum van Zaltbommel (ADC Rapport 4999). ADC ArcheoProjecten.

    Van Dinter, M., Cohen, K. M., Hoek, W. Z., Stouthamer, E., Jansma, E., & Middelkoop, H. (2017). Late Holocene lowland fluvial archives and geoarchaeology: Utrecht’s case study of Rhine river abandonment under Roman and Medieval settlement. Quaternary Science Reviews, 166, 227–265. https://doi.org/10.1016/j.quascirev.2016.12.003 

    Wickham, C. (2005). Framing the early Middle Ages: Europe and the Mediterranean 400–800. Oxford University Press.

    Bijlage

    Lees verder (4)
  • Stijgersgids Xanten eo

    Xanten

    Terwijl in Nijmegen in de 11e eeuw nog een kapel met een diameter van 15 meter staat, fundeert Xanten reeds in de 9e eeuw een stiftskerk van 60 bij 20 meter, die in de 11e eeuw wordt uitgebreid naar 70 bij 30 meter. Ook in de 4e eeuw zijn de werken tien keer zo groot. Xanten is de noemer van het aarts-dekenaat waaronder de kerk van Nijmegen in dekenaat Zyfflich ressorteerde.

    Stijgersgids beklimmingen Xanten
    Beklimmingen (5)
    Dachsberg

    Dachsberg

    Het oroniem doet denken aan Dagaesburge of Dagesberg, een in de vroege middeleeuwen oorkondelijk geschonken hoeve, maar is vermoedelijk afkomstig van de 17e eeuwse hoeve Dasshof, die in de buurt ligt en overeenkomt met het oroniem Dassenberg. De dertig meter hoge beklimming loopt vanuit Xanten langzaam op zonder ergens echt steil te worden.

    ★ Plaats: Xanten

    ★ Straten: Poststrasse & Veener Weg

    ★ Maten: 30 H – 1200 m – 170 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 4 – 4 – 3 – 2 – 2 – 2 %

    Fürstenberg

    Fürstenberg

    Op deze voormalige Sint Maartensberg werd in opdracht van de Keulse aartsbisschop rond 1080 de naamgevende kapel gesticht, rond 1120 opgevolgd door een klooster, waarbij de kapel werd omgebouwd tot een Romaanse kloosterkerk met vier torens, eveneens in opdracht van de Keulse aartsbisschop. De huidige kapel op de bergrand betreft nieuwbouw uit de 17e eeuw.

    ★ Plaats: Beek & Xanten

    ★ Straten: Augustusring & Fürstenberg

    ★ Maten: 50 H – 1700 m – 320 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 3 – 2 – 5 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 4 – 3 – 3 – 4 %

    Tollsberg

    Tollsberg

    De hoogte van de eerste Romeinse legioensvesting Vetera I en omliggende kampdorpen met het begeleidende amfitheater dat plaats bood aan 10.000 toeschouwers. De opvolger Vetera II lag in de vlakte bij de toenmalige Rijnstroom en intussen op bijna 10 meter diepte in de ondergrond. Vrij hoge langzaam oplopende beklimming door open akker- en grasland.

    ★ Plaats: Birten

    ★ Straten: Römerstrasse & Veener Weg

    ★ Maten: 47 H – 1600 m – 300 ZWI

    ★ Stijgingen: 5 – .1 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 6 – 5 – 7 %

    Dreibäumchenberg

    Dreibäumchenberg

    Op de top van de 74 meter hoge Dreibäumchenberg bevindt zich de niet al te hoge, maar wel goed zichtbare zendmast, die de zuidelijke kam van de dubbele stuwwal van Xanten markeert. De beklimming zelf reikt niet tot deze hoogte maar loopt als een bergpas tussen de Wolfsberg en de Dreibäumchen-berg door. Vanaf de voet kun je oversteken naar de Schweineberg.

    ★ Plaats: Xanten

    ★ Straten: Veener Strasse & Veener Weg

    ★ Maten: 35 H – 800 m – 340 ZWI

    ★ Stijgingen: 3 – 4 – 5 – 5 – 4 – 6 – 5 – 3 %

    Dassenberg

    Dassenberg

    Beklimming vanuit de dalvormige laagte in het midden van de dubbele stuwwal van Xanten, waarvan de oostzijde gelijktijdig gevormd is met die van Moyland. Door deze laagte loopt, deels ingegraven, de spoorlijn Xanten–Duisburg, waar de 75 meter hoge Kaiserberg het startpunt vormt van het Süderbergland, zoals de Kollenberg in Sittard dat doet voor de Ardennen.

    ★ Plaats: Xanten

    ★ Straten: Fürstenberg

    ★ Maten: 17 H – 400 m – 160 ZWI

    ★ Stijgingen: 5 – 1 – 6 – 5 %

    Sonsbeck

    Deze in 1320 door de graven van Kleve gestichte kleinstad bij het broekland is de naamgever van de hoger gelegen Sonsbecker Schweiz. Romeinse of vroeg-middeleeuwse vondsten ontbreken, dus het betreft, net als Kranenburg, een nieuwstichting, want de Römerturm blijkt een laat-middeleeuwse molen. Rond de Balberg lag eind 12e eeuw wel een grafelijk hof.

    Stijgersgids beklimmingen Sonsbeck
    Beklimmingen (7)
    Schweineberg

    Schweineberg

    De Schweineberg of Sonsbeckerberg is met bijna 65 meter de beklimming met het grootste hoogteverschil in de Kalkarpaten, met 92 meter ook het hoogste punt van de hoogmakerij en door de grootste klimlading terecht de ‘Koning van de Kalkarpaten’. Het asfalt van de zuidelijke beklimming via de Weierkampsweg loopt jammer genoeg dood in de buurt van de top.

    ★ Plaats: Sonsbeck

    ★ Straten: Höltkessteg & Op den Hövel

    ★ Maten: 64 H – 1400 m – 640 ZWI

    ★ Stijgingen: 4 – 9 – 8 – 6 – 4 – 4 – 4 – 4 – 4 – 2 – 2 – 5 – 3 – 5 %

    Dürsberg

    Dürsberg

    Niet de eerste top in de Sonsbecker Schweiz met een uitkijktoren, want die stond vanaf 1910 op de 92 meter hoge Schweineberg. In 2024 is de oude toren uit 1981 vernieuwd. Ook wat betreft klimlading neemt de Dürsberg de tweede plek in, want hoewel de Balberg en Steinhügel een groter hoogteverschil kennen, zijn de klimstroken gemiddeld steiler op de Dürsberg.

    ★ Plaats: Sonsbeck

    ★ Straten: Dassendaler Weg & Bögelscher Weg

    ★ Maten: 57 H – 1600 m – 450 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 4 – 2 – 2 – 4 – 5 – 6 – 7 – 5 – 1 – 3 – 6 – 3 – 2 – 2 – 4 %

    Turmberg

    Turmberg

    De Turmberg is vernoemd naar de burchttoren van de graven van Kleve, die later is omgebouwd tot windmolen op de omwalling van de uitgebreide stad Sonsbeck. Op deze plaats zou in vroeger tijden een Romeinse burgus hebben gestaan, net zoals bijvoorbeeld op Heumensoord, maar dit is nooit echt aangetoond, desondanks blijft de naam Römerturm beklijven of kleven.

    ★ Plaats: Sonsbeck

    ★ Straten: Landdrostsche Huf & Dassendaler Weg

    ★ Maten: 49 H – 1500 m – 350 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 4 – 2 – 1 – 2 – 2 – 2 – 3 – 4 – 3 – 4 – 6 – 7 – 5 %

    Krobsberg

    Krobsberg

    Na de Schweineberg, Dürsberg en Steinhügel de zwaarste beklimming van de Kalkarpaten en door de ligging in het open veld wellicht ook de mooiste beklimming van de stuwwal van Sonsbeck. Het profiel is redelijk vergelijkbaar met de Hoge Hoenderberg over de Maldensebaan, dus een lange (door)loper vanaf de brede achterzijde van de stuwwal, maar de ervaring is geheel anders.

    ★ Plaats: Sonsbeck

    ★ Straten: Wiegerstrasse

    ★ Maten: 46 H – 1200 m – 390 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 3 – 5 – 4 – 5 – 7 – 3 – 3 – 3 – 3 – 4 – 4 %

    Balberg

    Balberg

    Hoog boven het huidige Sonsbeck lag op de Balberg eind 12e eeuw een hof van de graven van Kleve, later onderdeel van de hoofdhof op de Balendonk, met kapel, waarvan de inmiddels kerk geworden opvolger in 1203 parochierechten verwierf als afsplitsing van de Xantener parochie. Wat betreft hoogteverschil staat de beklimming op de zesde plaats bij Nijmegen.

    ★ Plaats: Sonsbeck

    ★ Straten: Reichswaldstrasse

    ★ Maten: 64 H – 2400 m – 380 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 2 – 2 – ..3 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 3 – 4 – 4 – 3 – 3 – 3 – 3 – 2 – 5 – 6 – 3 – 3 %

    Tönberg

    Tönberg

    Het oroniem Tönberg lijkt op de voormalige uitspanning Tön am Berg op de Lunaberg in Pfalzdorf. De beklimming voert omhoog over de hier wel aanwezige sandr langs de Tönbergskath aan de lange en tamelijk heuvelachtige Kervenheimer Weg, waarvan de naamgever samen met de plaatsen Sonsbeck, Goch en Grieth tot de ondersteden van Kalkar behoorde.

    ★ Plaats: Sonsbeck

    ★ Straten: Kervenheimer Weg

    ★ Maten: 32 H – 1400 m – 160 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 1 – 2 – 2 – 2 – 3 – 3 – 2 – 4 – ..3 – 5 – 3 %

    Schmittendresch

    Schmittendresch

    Aan je rechterhand bevindt zich in het bos bij Forsthaus Hasenacker een van de brongebieden van de Romeinse waterleiding die de stad Xanten van water voorzag. Deze waterwerken ontwikkelden zich uiteindelijk tot de gladbeek, die de naamgever is van de bijliggende plaats, waarvanuit de Dassendaler Weg aan een matige stijging over de kam van de stuwwal naar Sonsbeck voert.

    ★ Plaats: Labbeck

    ★ Straten: Dassendaler Weg

    ★ Maten: 32 H – 1100 m – 210 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 4 – .2 – 3 – 3 – 5 – 4 – 4 – 3 %

    Labbeck

    De huidige naam van de begin 19e eeuw bijgevoegde buurtschappen Balberg en Hammerbruch en het begin 20e eeuw tot dorp uitgegroeide Labbeckerbruch doet denken aan Gladbach of Gelabbecke, zonder monnikken, maar wel met bronnen, waaronder zelfs Romeinse en in het verlengde daarvan een natuurstenen waterleiding naar klassiek Xanten.

    Stijgersgids beklimmingen Labbeck
    Beklimmingen (6)
    Steinhügel

    Steinhügel

    De Steinhügel over de Uedemer Strasse en Reichswaldstrasse manifesteert zich als een van de zwaarste beklimmingen van de Kalkarpaten en is wat betreft verloop en klimlading verwant aan de Duivelsberg over de Oude Kleefsebaan. Het prachtige uitzicht na de afslag naar de Reichswaldstrasse heeft daarentegen meer weg van dat van de Hogeklef over de Derdebaan.

    ★ Plaats: Labbeck

    ★ Straten: Uedemer Strasse & Reichswaldstrasse

    ★ Maten: 60 H – 1900 m – 420 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 3 – 6 – 4 – 1 – 4 – 5 – 2 – 2 – 2 – 2 – 2 – 4 – 3 – 5 – 4 – 3 – 3 – 3 %

    Heyberg

    Heyberg

    De Heyberg kun je over twee parallele wegen benaderen, die beide Rosentalweg heten. De zuidelijke daarvan voelt als een lichtere versie van de Heyberg bij Schottheide en lijkt qua profiel op de Vlierenberg over de Zevenheuvelenweg, de noordelijke is hoger en minder steil. Net zoals de Hufschenberg voeren deze beklimmingen door idyllisch akkerareaal.

    ★ Plaats: Labbeck

    ★ Straten: Rosentalweg

    ★ Maten: 18 H – 300 m – 240 ZWI

    ★ Stijgingen: 5 – 6 – 7 %

    Auf dem Berg

    Auf dem Berg

    De Labbecker Strasse vormt de middelste van de drie doorgaande wegen over de Sonsbecker stuwwal en verbindt de plaatsen Uedemerbruch en Labbeck, met na de top een aftakking over de Steinhügel en Balberg naar de plaats Sonsbeck. De lange beklimming door het bos wordt nergens echt steil en laat zich het beste vergelijken met de Lage Hoenderberg vanuit Malden.

    ★ Plaats: Uedemerbruch

    ★ Straten: Labbecker Strasse

    ★ Maten: 41 H – 2300 m – 160 ZWI

    ★ Stijgingen: 11×1 – 2 – 2 – 2 – 2 – 1 – 2 – 2 – 3 – 4 – 4 – 3 – 3 %

    Hauberg

    Hauberg

    Nieuw aangelegd fietspad door het Uedemer Hochwald als vervolg op de tot aan Uedemerbruch geasfalteerde oude spoorlijn tussen het Nederlandse Boxtel en het Duitse Wesel, het zogeheten Duits lijntje of Boxteler Bahn. De beklimming loopt aanvankelijk licht omhoog, maar eindigt tamelijk steil rond de kam van de stuwwal. Verderop kun je weer verder over de spoordijk.

    ★ Plaats: Uedemerbruch

    ★ Straten: Zilligsweg

    ★ Maten: 43 H – 1200 m – 340 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 3 – 6 – 7 – 2 – 6 %

    Hochwald

    Hochwald

    De Marienbaumer Strasse tussen Marienbaum en Uedem loopt enigszins geïsoleerd over de enige geasfalteerde heuvel in het Uedemer Hochwald, dat wemelt van de pre-historische grafheuvels en Romeinse oefenkampen. De parochie van de bedevaartsplaats Marienbaum is afgescheiden van parochie Vynen, die op haar beurt weer een afsplitsing is van de Xantener parochie.

    ★ Plaats: Marienbaum

    ★ Straten: Uedemer Strasse & Marienbaumer Strasse

    ★ Maten: 27 H – 800 m – 200 ZWI

    ★ Stijgingen: 3 – 3 – 4 – 4 – 5 – 3 – 3 – 2 %

    Hufscherberg

    Hufscherberg

    Een beklimming in drie trappen evenwijdig aan de spoordam. Op de top vind je de Villa Reichswald, ooit aangelegd als rusthuis voor spoorwerkers, waarna je via het aangelegde fietspad met de afdaling van de Hauberg uitkomt bij Uedemerbruch, waar ook een voormalige halte lag. Halverwege kun je linksaf na het voormalige station Labbeck de Stielenberg aansnijden.

    ★ Plaats: Labbeck

    ★ Straten: Hufschen Weg & Reichswaldstrasse

    ★ Maten: 35 H – 1300 m – 210 ZWI

    ★ Stijgingen: 2 – 2 – 2 – 4 – 6 – _1 – 2 – 3 – . – 5 – 4 – 3 – 2 %

    PDF-versie

  • Eenhoog, trainen met kunstmatige klimtelligentie

    Opvolgverde

    Kunstgrepen

    Eenhoog, trainen met kunstmatige klimtelligentie, vormt een logische aanvulling op de reeds toegepaste kunstgrepen, zoals ‘klimkrachtstroom’ door een kunstmatig verhoogde ‘klimspanningsbodem’. Hierbij klim je staand op het buitenblad op klimstroken met een stijging van 3 % tot 6 % en nu ook zittend op het buitenblad, bij stijgingen van 7 % en 8 %, als toevoeging aan Volverde-training, waarin ook al korte (gedraaide) klimringen als alpering en uflacht worden toegepast. Ook het upbergen met een hoogmakerij of glooipolder is van nature gekunsteld. Daarnaast train ik met kunstlicht in het avondslot.

    Lees verder (3)

    Heen-en-weer

    Tijdens het woon-werkverkeer is er tweemaal per week sprake van een basistraining op de klimroute Heen-en-weer (GB) tussen Groesbeek en Nijmegen, aangevuld met eenmaal per week de klimroute Heen-en-weer (PB) tussen Prinsenbeek en Breda. Deze klimroutes worden regelmatig afgewerkt met een rugbepakking van tien kilogram. Hiervoor wordt dan een correctiefactor van 1,25 toegepast op de gerealiseerde klimarbeid Volverde (VLV). De opslag bestaat uit de optelsom van de toegenomen hellingbelasting (10 %), luchtweerstand (5 %), draaglast (5 %) en motorische beperkingen (5 %) en is niet exact.

    Trainingsgraad

    Onverkort geldt de wekelijkse klimarbeid (WKA) gemeten in Volverde (VLV) als maat voor training en het zesweeks lopend gemiddelde daarvan als beschrijving van de trainingsgraad (TRG). De vraag is of de gewenste gemiddelde traininggraad (TRG) van 4,5 over een jaar gemeten ook gerealiseerd kan worden in een omgeving met weinig natuurlijk hoogteverschil (H) door toepassing van kunstmatige klimtelligentie, ofwel het slim gebruik maken van aanwezige kunstmatige klimunits. Aanvullende dagelijkse push-ups en sit-ups blijven in het programma, waarin geen deelname aan wedstrijden is opgenomen.

    Formules

    ★ VLV = 0,25 * Σ L3-6% + 0,65 * Σ L7-8%

    ★  VFI = VLV / H

    ★  WKA = Σ {VLVma, VLVdi, … , VLVzo} / 1000

    ★ TRG = µ {WKA-5, WKA-4, … ,WKA}

    ★ ALP = VLV / L * 1000

    ★ ZWI = 220 * H² / L

    • Klimroute Heen-en-weer (PB)
    • Klimroute Heen-en-weer (GB)
    • Uflacht Overbos (PB)
    • Ubergen en Oberg (PB)
    • Alpering Kerkklef (GB)

    Eenhoog

    Pirinsbeek

    Vanuit de eenhoog-principes, dat in het land der grinden eenhoog koning is en dat je altijd in de heuvels traint, ook als ze er niet zijn, volgt dat het toch aanwezige, veelal kunstmatige, hoogteverschil (H) tussen Breda en Prinsenbeek gevat wordt in de hoogmakerij Pirinsbeek. Hiervoor worden de klimstroken bij een stijging van minimaal 3 % voortaan opgemeten met een minimaal hoogteverschil (H) van twee meter in plaats van drie meter. Vier vijfde van de klimstroken (H3-8%) in hoogmakerij Pirinsbeek blijkt geschikt om te trainen met klimarbeid Volverde (VLV), waarvan de lengte (L) wordt gemeten per tien meter.

    Lees verder (3)

    U- en Oberg

    Noodzakelijke aanvullingen op de korte (gedraaide) klimringen als alpering en uflacht zijn de uberg, een klimstrook, meestal een beklimming (b), met een u-turn of keerlus aan het uiteinde en de oberg waarbij je afdaalt via een andere klimstrook en weer onderaan aansluit. Hiervoor geldt hoe langer de beklimming (b), des te groter de effectiviteit, omdat het keren veelal op groubaix of een platbodem geschiedt, waardoor de te behalen klimarbeid Volverde (VLV) en daarmee de klimstroom Alpere (ALP) kort wordt onderbroken. In Groesbeek (GB) train ik ter controle op een alpering met een klimsterkte van 100 ALP.

    Conclusie

    De klimringen alpere, uflacht, uberg en oberg maken gemiddeld tweemaal beter gebruik van het aanwezige hoogteverschil (H), dan de woon-werk klimroutes, die op een gemiddelde Volverde-efficiëntie (VFI) van 4 blijven steken, terwijl de specifieke klimringen 8 VFI halen. Hierbij is geen verschil gevonden tussen de hoogmakerij Nimmalaya met vooral natuurlijke klimunits en hoogmakerij Pirinsbeek, die voornamelijk kunstmatige klimunits bevat, wat de conclusie rechtvaardigt deze laatste, zonder natuurlijk hoogteverschil (H), als surrogaat kan functioneren bij het realiseren van een trainingsgraad (TRG) van 4,5.

    Klimringen

    ★ Alpering = (op b1, op b2, op b3, …)

    ★ Uflacht = (op b1, af b2, op b3, af b2) + (op b1, af b2, op b3, af b1) + 2 * (op b2, af b3)

    ★ Uberg = (op b1, af b2, op b2, af b1) of (op b1, af b1)

    ★ Oberg = (op b1, af b2)

    • Uflacht Overbos (b1) en Uberg Overbospad (b1) (PB)
    • Uflacht Overbos (b2) (PB)
    • Uflacht Overbos (b3) en Uberg Overbospad (b2) (PB)
    • Uberg Moskesbrug (w) (b1) (PB)
    • Uberg Moskesbrug (o) (b1) (PB)
    • Oberg Ovalbos (b1) (PB)
    • Alpering Kerkklef (b1) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b2) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b3) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b4) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b5) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b6) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b7) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b8) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b9) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b10) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b11) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b12) (GB)

    Klimroutes en -ringen

    Heen-en-weer

    KlimrouteHLKMVLV
    Heenweg (PB)356,1150
    Terugweg (PB)205,250
    Heenweg (GB)909,9300
    Terugweg (GB)11010,6550
    Lees verder (4)

    Uflacht

    KlimringHLKMVLV
    Overbos (PB)302,2225

    Uberg

    KlimringHLKMVLV
    Overbospad (PB)120,9100
    Moskesbrug (w) (PB)90,775
    Moskesbrug (o)
    (PB)
    90,675

    Oberg

    KlimringHLKMVLV
    Ovalbos (PB)20,0515

    Alpering

    KlimringHLKMVLV
    Kerkklef (GB)755,9600

    PDF-versie

  • De stad Zevenbergen, Zyfflich en De Zevenbergen

    Stad Zevenbergen

    De kern van de middeleeuwse stad Zevenbergen is gebaseerd op een zuidoost-noordwest lopende dekzandrug (B53) in het veen- en zeekleigebied (±0 NAP) van nu Noord-Brabant. Haaks op de dekzandrug (±5 NAP) is vanaf de rivier de Mark een insteekhaven aangelegd, die als tweede as, tussen opgehoogde dekzandwelvingen (B54), reeds voor herinpoldering rond dit tijdelijke eiland, noordoostwaarts als vaart lijkt doorgegraven. De smalstad heeft het historische grondplan behouden en is tot aan de 20e eeuw amper uitgebreid.

    Zeven hoogten Zevenbergen
    Hoogten (7)

    Stad Zevenbergen

    • Hoogte (1) Stationsstraat
    • Hoogte (2) Doelstraat
    • Hoogte (3) Merodestraat
    • Hoogte (4) Oude Kerkstraat
    • Hoogte (5) Van Steelandtstraat
    • Hoogte (6) Korte Wipstraat
    • Hoogte (7) Stoofstraat

    Sevenberghe

    Vanaf 1287 wordt er gesproken over een heer van ‘Sevenberghe’. Vanuit deze heerlijkheid verwerft de nederzetting op zijn laatst in 1396 stadsrechten en behangt haar stukken met een zegel met: zeven bergen. In 1654 stelt een nader gereformeerde auteur echter dat hier geen sprake kan zijn van zeven hoogten, gelijk Rome. Een taalkundige rekent Zevenbergen in 1890 weer wel tot de telwoordtoponiemen, waarna aan zeven hoogten in de omgeving (1937) of aan een onbepaald aantal in de stadskern (2007 en ‘09) wordt gedacht.

    Fietsroute stad Zevenbergen

    Septimontium

    Met een 5 kilometer lange fietsroute zijn in het stadshart van Zevenbergen bij nader inzien zeven verdedigbare hoogten in het landschap te ontcijferen, waarbij in totaal 30 meter aan hoogteverschil wordt overbrugd, gemiddeld 4 meter per helling. Deze middeleeuwse stad is net als het klassieke Rome gebouwd op zeven heuvels, met als verschil dat de eerste een heerlijkheid en de laatste een wereldrijk vertegenwoordigde. Tevens staan zes van de zeven oroniemen niet vast, of zijn op de Molenberg na, (nog) onvoldoende aangehaald.

    Zyfflich

    Het middeleeuwse dorp Zyfflich is net als het nabije Persingen in de provincie Gelderland gebouwd op een west-oost lopend rivierduin (B57) in het rivierkleigebied (±10 NAP) van Nordrhein-Westfalen. Het westelijke gedeelte van dit rivierduin (±15 NAP) is in de vroege middeleeuwen door het Wylermeer afgescheiden, waardoor een klein deel aan de overkant, nu boven Beek in de provincie Gelderland ligt. De nederzetting, die reeds rond 1020 lijkt te zijn gestart als kloosterkern, heeft pas na 1820 de vorm van een lintdorp gekregen.

    Zeven hoogten Zyfflich
    Hoogten (7)

    Zyfflich

    • Hoogte (1) N.N. - Voetpad Wylermeer
    • Hoogte (2) Guldenberg - Zum Wyler Meer
    • Hoogte (3) Kuckuckshövel - Zum Wyler Meer
    • Hoogte (4) N.N. - Zum Wyler Meer
    • Hoogte (5) N.N. - Zum Querdamm
    • Hoogte (6) N.N. - Häfnerdeich
    • Hoogte (7) Mittelgeist - Mühlenend

    Sefluche

    In de 11e eeuw wordt het goed ‘Sefluche’ vermeld met later het St. Martinstift, dat in 1117 de bisschopshof behoudt bij het broek Germenseel met de Wittendonk. In 1297 blijven deze gronden en de halve Zyfflicherbusch bij uitruil met de Kleefse graaf en tevens voogd behouden. De andere helft splitst zich af met de stad (±1290) en ook rijksleen (±1300) geworden aanspraak Kranenburg, dat in 1436 het stiftskapittel afsnoept, waarna de kerk van Zyfflich verkleind wordt. In 1963 verliest het dorp grond aan Nederland.

    Fietsroute Zyfflich

    Siephtimontium

    Voor zover bekend houdt de plaatsnaam geen verband met zeven. Dezelfde taalkundige als bij het beschreven toponiem Zevenbergen rekent Zyfflich in 1890 derhalve tot de groep die ‘sijpelen’ voorstelt, vergelijkbaar met Siepscheklef, en niet tot de telwoordtoponiemen. De kadasterkaart van 1835 telt echter zeven oroniemen. Drie bevinden zich op het rivierduin, drie komen niet in de buurt en een komt half overeen. Anderzijds telt dit ‘siephtimontium’ wel degelijk zeven +14 NAP rivierduinhoogten, die met een fietsroute verbonden zijn.

    De Zevenbergen

    In het natuurgebied ‘De Zevenbergen’ zijn 4000 jaar geleden grafheuvel(s) aangelegd op een noordoost-zuidwest lopend landduin (L54) in het rivierterrasgebied (±10 NAP) van nu Limburg. Dit landduin Sevenberg (x3) (±15 NAP) lag, voor de ontginning, samen met het bijna verdwenen Heibergske (x1) en De Clef (x2), temidden van kwelmoerassen als de Grote en Kleine Siep, die zijn afgegraven tot de Mookerplas, dwars op de dalvlakteterrassen (E44), van de al vroeg bewoonde, maar pas in 1326 genoemde nederzetting Middelaar.

    Hoogten (7)

    De Zevenbergen

    • Hoogte (1) Riethorst - Riethorsterweg
    • Hoogte (2) N.N. - Zevenbergseweg
    • Hoogte (3) Katerberg - Katerbosseweg
    • Hoogte (4) Tolsberg - Schenck van Nijdeggenstraat
    • Hoogte (5) N.N. - Voordijk
    • Hoogte (6) Het Eend - Veerstraat
    • Hoogte (7) De Geist - Dorpsstraat

    Siepsekleffen

    De vier nu opgeplagde +12 NAP dalvlakteterrassen (E44) van Middelaar zijn Katerberg (3), Tolsberg (4), Het Eend (6) en De Geist (7). In de fietsroute over de zeven moerasbergen of siepsekleffen rondom ‘De Zevenbergen’ zijn de twee (deels) afgegraven landduinen (L54) De Clef (x2) en Sevenberg (x3) vervangen door landduin (L54) Riethorst (1) en dekzandwelving (L51) N.N. (2) buiten de fictieve omwalling. Een opmerkelijk detail is dat de Sevenberg (x3) op dezelfde breuklijn ligt als het Zevendal en dat ook Siebengewald op een breuklijn ligt.

    Midlerseeuwen

    Tijdvak-2c/-1c1c/2c6c/7c
    Duin1x1, x2
    Terras6, 76, 73, 4, 6, 7
    Hoogten344

    Hoogmakerij

    Ingevolge het upbergkabinet kunnen de gevonden hoogteverschillen (H) op het asfalt van de dekzandrug (B53) en dekzandwelvingen (B54) van stad Zevenbergen, die op het rivierduin (B57) van Zyfflich (Donsrug) en tevens die op de dekzandwelvingen (L51) en landduinen (L54) van De Zevenbergen (Afferdennen) onder klimunit 3.1 Duin worden geschaard. De hoogteverschillen (H) op het asfalt van de dalvlakteterrassen (E44) van De Zevenbergen vallen onder klimunit 1.1 Terras. De gesplitste klimringen (fietsroutes) van stad Zevenbergen (30 H en 5 LKm) en Zyfflich (70 H en 14 LKm) vallen met een stijging (%) van 0,60 % en 0,50 % in kleurcode E-grijs, terwijl de klimring (fietsroute) van De Zevenbergen (50 H en 7 LKm) met een stijging (%) van 0,71 % zorgt voor kleurcode D-groen.

    Lees verder (1)

    Begrippen

    Afferdennen: Hoogmakerij, samentrekking van Afferden en Ardennen.
    Asfalt: Generieke benaming voor alle soorten verharde weg.
    D-groen (D): Kleurcode voor de een-na-laagste moeilijkheidsgraad.
    Donsrug: Hoogmakerij, samentrekking van Donsbrüggen en Hondsrug.
    Duin (3.1): Natuurlijke klimunit, landschapsvorm door sedimentatie.
    E-grijs (E): Kleurcode voor de laagste moeilijkheidsgraad.
    Hoogmakerij: Verzameling passende klimunits, klimstroken en klimringen.
    Hoogteverschil (H) Verschil in hoogte tussen twee punten in gehele meters.
    Kleurcode: Schaal voor moeilijkheidsgraad, van E-grijs naar A-rood.
    Klimring: Optimaal gesplitst hoogteverschil in een circulair traject.
    Klimsplitsing: Isoleren van hoogteverschil in klimstroken of klimringen.
    Klimunit : Categorie hoogte in het landschap, ingedeeld naar ontstaanswijze.
    Lengte (LKm): Lengte van een klimring of -route in kilometers afgelegde weg.
    Stijging (%): Hoogteverschil in meter of percentage per hectometer afgelegde weg.
    Terras (1.1): Natuurlijke klimunit landschapsvorm door tektoniek.
    Upbergkabinet: Verzameling van aanwezige natuurlijke en kunstmatige klimunits.

    PDF-versie

  • Koersatlas

    Uitslagen

    In twaalf jaar (2009-2021) rijd ik 328 wedstrijden, gemiddeld 27 per jaar, behaal vijfmaal het podium in een regionaal klassement (K) en vijftien overwinningen (x) in trimmers- en interclubkoersen, waarvan pakweg de helft met Zwitsalp-training (2011-2016) en de andere helft met Volverde-training (2018-2021). Uit nieuwsgierigheid rijd ik een zestal deels gemixte criteriums bij de elite, het hoogste amateurniveau, waaronder een klimcriterium en neem viermaal deel aan nationale kampioenschappen bij de vrije bond. Over de seizoenen 2009-2021 bedraagt het gemiddelde wedstrijdcijfer (WCF) 5,7.

    Lees verder (1)

    Overzicht

    SeizoenAantalLengteWCF
    2009 (K)4420304,4
    2010 (1)2713405,0
    2011 (1) (K)2816806,4
    2012 (2) (K)3417805,7
    2013 (2)3319406,8
    2014 (1) (K)4022406,7
    2015115506,5
    2016 (1)2111805,5
    20171910605,1
    2018 (3) (K)3517105,5
    2019 (1)156903,7
    2021 (3)2110607,4
    Totaal (15)328172605,7
    • Seizoen 2009 (Arnhem)
    • Seizoen 2010 (Kleve)
    • Seizoen 2011 (Bemmel)
    • Seizoen 2012 (Wijchen)
    • Seizoen 2013 (Breda)
    • Seizoen 2014 (Terheijden)
    • Seizoen 2015 (Kleve)
    • Seizoen 2016 (Effen)
    • Seizoen 2017 (St. Willebrord)
    • Seizoen 2018 (Nieuwegein)

    Wedstrijdverslagen

    Kies locatie (59)
    Kies categorie (3)

    Sportief leven

    Lees verder (4)

    Voetbal en cricket

    Voor mij begon sporten met voetbal, in de F-jes bij een club zonder selectie, gelovend in het collectief. Mijn volgende club deed aan talententraining en sidegames, zoals 4 tegen 4. Hier mocht ik meedoen aan het TV-programma De bal is rond. Ze speelden daar ook cricket. Ik werd Nederlands kampioen 2 tegen 2, onder de coach die met Nieuw Zeeland in het jaar 2000 wereldkampioen zou worden. Ook bij de junioren, waar ik derde divisie landelijk voetbalde, leerde ik dat reizen hoort bij sport op enig niveau. Een spuit bij blessures is mij altijd afgeraden.

    Coachen en cardio

    Na een aaneengeschroefde enkel maakte ik rond mijn twintigste wel kennis met cardio- en intervaltraining op apparaten. Ook het trainen en coachen van lagere seniorenelftallen passeerde de revue. Hier zag ik spelers, waarbij elk ‘talent’ ontbrak, uitermate gemotiveerd om te winnen, ongeacht het niveau. Hiervan leerde ik dat een prestatie neerzetten en de competitie aangaan twee aparte dimensies in het grillige motivatiespectrum zijn. Na nog twee korte periodes selectievoetbal stopte ik definitief en bond recreatief de skeelers onder.

    Wielrennen en heuvels

    Bij het zoeken naar een woning belandde ik met een tweedehands racefiets in de Groesbeekse heuvels. Ik vond de Zevenheuvelenweg wat kort, ging op avontuur -er zijn er vast meer- en eindigde met 9000 hoogtemeters in de Nimmalaya. Vanaf mijn dertigste ging ik ook wedstrijden rijden met een licentie van de vrije bond en haalde, vooral door stabiele deelname, vijfmaal het podium in regionale klassementen en nam viermaal deel aan nationale kampioenschappen van de vrije bond. Na mijn veertigste fiets ik bewust trainingswedstrijden.

    Sport en klasse

    SportJuniorenSeniorenOccasioneel
    Voetbal3e Divisie4e Klasse2e Divisie
    CricketKlasse 2AEerste Klasse
    WielrennenAmateursElite / Beloften