Stuwwal only

Reinste klassiekers

De stuwwallen van Hilversum, Utrecht, Arnhem, Doetinchem, Nijmegen en Xanten zorgen bij elkaar voor meer dan een Mont Blanc aan hoogtemeters. Die berg is er dus al, geschapen door het landijs en bijgeschaafd door de rivieren Maas, Rijn, IJssel en Vecht. Dat je in Nederland niet kunt klimmen lijkt dus eerder een plat excuus voor een vlakke route, dan een onoverkomelijke barrière. Hier te lande kun je er inderdaad omheen draaien, wat je ook kunt omkeren, want de combinatie van bochten en hellingen dwingt tot extra inspanning.

Reinste klassiekers

6080 hm – 670 km
Advertenties

Zevenheuvelenweg

Knotseklef

De Knotseklef of Panoramaberg is de eerste heuvel van de Zevenheuvelenweg naar Berg en Dal. Vanuit het Hoenderdal loopt de straat vanaf de oude kerk in Groesbeek steil omhoog. De tweede heuvel van het oude pad was de Galgenhei die vroeger gebruikt werd als vuilstort. De nieuwe weg schampt de Kampheuvel en bestijgt de Boksheuvel.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg, Chopinstraat
7 – 8 – 2 – 5 %
22 hm – 400 m – 262 wtr – 4 ufl
Kampheuvel

Een ouderwets debat betreft het aantal hellingen van de Zevenheuvelenweg, voorheen gesteld op vijf. Data van 21 profrenners uit de 2e etappe van de Giro d’Italia 2016 laten echter zien, dat de Kampheuvel en Boksheuvel twee momenten van vertraging opleveren, die niet verklaard kunnen worden door het verschil in stijging alleen. De data van de dag erna laten zien dat ook de Posbank een voorzettafeltje heeft.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg
4 – 7 – 2 – 3 %
16 hm – 400 m – 143 wtr – 3 ufl
Boksheuvel

Alom bekend van de derde dag van de Vierdaagse, is de Boksheuvel de zwaarste van de hobbelige hellingen in het Groesbeeks Bekken, de Zeven Heuvelen. De klim begint in de zogenaamde Dodemansbocht, gelegen in het smalle droogdal tussen de Kampheuvel en Boksheuvel. Als verzwaring toegevoegd aan de omloop van het NK Weg 2002 en decor voor de tussensprint in de 2e etappe van de Giro d’Italia 2016.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg
8 – 9 – 7 – 6 – 3 %
33 hm – 500 m – 461 wtr – 6 ufl
Vlierenberg

De Vlierenberg is als vierde heuvel van de Zevenheuvelenweg onderdeel van de Zevenheuvelenloop en van de Nijmeegse Vierdaagse. Tijdens het NK Weg in 2001 was het de vierde en in 2002 de vijfde helling op het parcours. De vlier(enberg) is gewijd aan Vrouw Holle. Zij houdt draadloos bij of mensen vlijtig of lui waren. Snel je device uitschakelen helpt hier dus niet.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg
8 – 7 – 3 %
18 hm – 300 m – 230 wtr – 4 ufl
Engelenberg’

Vanuit Groesbeek gezien is dit de vijfde helling van de Zevenheuvelenweg en ook de een na laatste beklimming van de Zevenheuvelenloop. Op de derde dag van de Nijmeegse Vierdaagse volgt nog de klim naar de Brantberg in Berg en Dal. De laatste meters over het fietspad naar de top zijn venijnig steil, de rijbaan zelf is ingesneden en ligt een paar meter lager.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Berg en Dal – Zevenheuvelenweg
5 – 8 %
13 hm – 200 m – 177 wtr – 3 ufl
Brantberg

Bij de T-splitsing van de Meerwijkselaan en de Zevenheuvelenweg kun je rechtsaf richting Groesbeek naar de Engelenberg, of linksaf tussen de Brantberg en de Duivelsberg naar Berg en Dal. Bij de NK’s Wielrennen beklom het peloton de Brantberg en bij de Vierdaagse wordt deze heuvel ook beklommen. Dank aan Remco Hovestadt voor het juiste toponiem.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Berg en Dal – Meerwijkselaan, Zevenheuvelenweg, Bosweg
2 – 2 – 6 – 2 – 6 – 5 %
23 hm – 600 m – 196 wtr – 3 ufl

Sturen bij de buren

Mooiland

De Moylander en Uedemer stuwwallen zijn minder hoog, breed en bebost als de stuwwal van Nijmegen, maar hebben beide voldoende body voor een Obering. Naar men zegt ligt op de Gocher Heide nog de ongelaagde stuwwal van Louisendorf. De duidelijk zichtbare laagte tussen deze en de stuwwal van Moyland is gevormd door verzameld smeltwater. Van de binnenkant is de Uedemer stuwwal veel minder herkenbaar, behalve bij Kalkar en vooral Uedem, op de hoekpunten. Aan de overkant van het Uedemerbruch begint de Sonsbecker Schweiz.

Obering
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Moyland 220 28
Uedem 230 29
Totaal 450 57
Gochness

Het plateau van de Gocher Heide zet zich ten oosten van Goch onverminderd voort richting Uedem, waar de stuwwal oprijst. De glooiingen en de steilwand bij de Niers leveren een vergelijkbaar rendement met de Niedering Pfalzdorf. Voor zover bekend is er, behalve de ijswig, geen onderscheid te maken tussen beide onderdelen. Ook de overgang naar de Niersbedding is op gelijke wijze bebost. Waar de Niedering Pfalzdorf gebruik kan maken van het hoger oplopende terrein van de Nijmeegse stuwwal, biedt de Niedering Goch weer meer klimmogelijkheden tegen de steilrand.

Niedering
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Goch 190 35
Totaal 190 35

Opbergunits

Stapelgek

Klimmen bij Nijmegen staat gelijk aan klimmen in Nederland. Want hoe reliëfrijk het landschap van Zuid-Limburg ook mag zijn, het complete arsenaal aan Nederrijnse opbergelementen is te vinden op de terrassenkruising, de plek waar de grote rivieren samenkomen, uitwaaieren en overgaan van insnijden naar afzetten. De combinatie van forse verkeersbruggen, kilometers aan dijken, uit de vlakte oprijzende stuwwallen en uitgestrekte rivierduincomplexen zorgt voor een aanzienlijk aantal hoogtemeters, terwijl nabije terrassen en horsten het klimgehalte verder aanvullen en opvoeren.

Een voor alles

Voor terpen hoef je niet naar Friesland en voor aardbevingen niet naar Groningen, wierd? Groeves en afvalbergen zijn allesbehalve zeldzaam. Denk bijvoorbeeld aan de Leemkuil en de Wijchense Berg. De Berendonck en de Groene Heuvels zijn 25 meter diep, maar liggen vol met water. Niet meegenomen zijn parkeergarages, vestingwerken, molenbelten, monumentale heuvels, uitkijkpunten en bolle essen. De wel in Nederland, maar niet bij Nijmegen, voorkomende drumlins, zoals op Texel, vallen in de categorie stuwwallen, kames onder sandrs en de zeldzame eskers onder zandruggen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nederrijnse Opbergtheorie

Col de Collage

Klimmen in de Lage Landen blijft pappen en nathouden. Geen enkele heuvel in Nederland is hoog, zwaar of lang genoeg om ook maar in de verte dienst te doen als zelfstandige training. Eigenlijk geldt dit fenomeen voor Holland in zijn algemeenheid. Want wat doe je met ontelbare reepjes land gescheiden door water? Die voeg je samen tot polder, bestuurd door een model van waterschappen dat inpoldert tegen hoogwater. Als je land kunt winnen uit moeras, moet het ook mogelijk zijn een berg te winnen uit glooiing. Maar hoe benader je zoiets nu in de praktijk?

Montem Batavorum

Een klassieke vraag is of het Oppidum Batavorum een enkele grote heuvelstad betrof, of verwees naar een ketting van kleine dorpen verspreid over de beschikbare hoogtes in het rivierengebied. Een kern op een heuvelrand succesvol vervangen door een rand van heuvelkernen, is een benadering van Randstadformaat. Kwestie van Bataafs verbinden. Nikè Terpstra als Principes Montem Batavorum? Hoewel een Batavus Nexus nooit een Colnago zal worden, zijn de principes van Bataafs schakelen nuttig bij het omvormen van meerdere heuvels tot de mythische berg Alpe du Hexe.

Zeven Upbergen

Eeuwenlange inspanning onder de noemer ‘Dat land komt er’ heeft slechts geleid tot tijdelijk land. Een polderstelsel dat bestaat bij de gratie van continue bemaling. Zo bezien is Nederland een pop up land van zeven afgescheiden provinciën, waar men in zeven sloten tegelijk kan lopen. Afgezien van een enkel fort is de stuwwal al die tijd vooral gebruikt als stapel brandhout. Waar in gezamenlijk beheer de polder floreerde, eindigde het hoogland in een kale woestijn. Staatsbosbeheer heeft de puinhopen van acht eeuwen landschapsverkiezingen mogen opbergen.

Pop Upladen

Heuvellandschappelijke zaken die in al die jaren wel van de grond kwamen waren de Neolithische grafheuvels (-800), Romeins aquaduct (100), Burcht Mergelp (1000), Klever Gärten (1650), Kronenburgerpark (1880), Heilig Landstichting (1911), Bergspoor Mooi Nederland (1913), Goffertpark (1939), Zevenheuvelenweg (1953) en Skibaan Molenhoek (1984). De rest betreft ontgrondingen of vuilnisbelten. De kunstalp in Molenhoek was geen lang leven beschoren. Succesvolle creaties als de Zevenheuvelenweg en Mooi Nederland zijn een concentraat van bestaande elementen.

Op Zeven gaan

De eerste stap is de fietsformule voor exploitatie van hooggebergtes niet langer als de maat der dingen zien en de rest als opmaat. De Noord-Europese Laagvlakte kent nu eenmaal geen hoge bergkammen met diep ingesleten kloofdalen, maar wel stuwwallen met tongbekkens, smeltwaterdalen en hellingen die door rivieren ondermijnd zijn. De vlakte is er opgekreukeld in een serie van drempels. Grondig samengevat blijkt er geen col zo zwaar als alle klimmen bij Nijmegen, bij elkaar. En geen berg zo Hollands als een Col de Collage, Montem Batavorum of Nederrijnse Berg.

Opbergkabinet

Nederrijnse Opbergunits

De Nederrijnse Opbergtheorie stelt dat je in Nederland kunt klimmen door middel van klimringen of hoogmakerijen analoog aan landwinning door inpoldering. De terrassen van Zuid-Limburg en de stuwwallen van Gelderland, Utrecht en Overijssel genieten op dit vlak enige erkenning, maar vormen slechts twee van de twaalf bronnen van unieke Nederlandse hoogtemeters. Vaak staart men zich blind op een muur, zoals bijvoorbeeld die van Beek. Is een omslag van eenhoogkoning naar opbergkabinet mogelijk?

Natuurlijk
1 Opheffing 2 Opstuwing 3 Afzetting
1.1 Terras 2.1 Stuwwal 3.1 Zandrug
1.2 Horst 2.2 Sandr 3.2 Duin
Aan de heuvelketting

Bij het effectief inzetten van hoogtemeters rond Nijmegen is logischerwijs eerst naar de stuwwallen gekeken. Een route van 200 kilometer levert 2000 hoogtemeters, twee keer Alpe d’Huez. Aangezien de stuwwallen van Rijk van Nijmegen, Veluwe en Montferland gescheiden zijn, is voor de verbinding gebruik gemaakt van bruggen over de Waal, Rijn en IJssel en van rivierduinen tussen Doetinchem en Doesburg. Hieruit blijkt de rol van deze aanvullende natuurlijke en menselijke opbergunits in klimroutes.

Menselijk
4 Verkeer 5 Water 6 Nijverheid
4.1 Brug 5.1 Dijk 6.1 Stort
4.2 Tunnel 5.2 Terp 6.2 Groeve
Maas in de wetlands

Dat klimmen rondom Nijmegen ook zonder stuwwallen kan, bewijzen twee routes van 100 kilometer die gezamenlijk 1000 hoogtemeters leveren. Je reinste d’huez ex machina. De eerste maakt gebruik van de Hatertse Heide sandr, duinen van de Hatertse Vennen en de horst van Mill, geflankeerd door bruggen over de Maas en Maas-Waalkanaal. De tweede genereert klimkracht met de Maasduinen, terras van Wemb en de sandr van de Gocher Heide. De hoogste tijd om de bekende twee voor twaalf om te ruilen.

Klimmen

Klimmen meten

Om de klimwaarde van stijgend asfalt te achterhalen vinden metingen van de hoogte plaats, met intervallen van honderd meter. Op basis van deze eerste meting worden de stijgingspercentages van het steilste deel maximaal uitgemeten. De verdere meetpunten volgen om de honderd meter de steilst vastgelegde stroken. Een preciezere afbakening van de helling gebeurt met de WTR-formule, waarbij het verschil tussen de geschatte en de werkelijke klimwaarde niet groter mag zijn dan 10%.

Klimdeling
Schijf WTR Aantal
A-rood 650 – 1300 8
B-oranje 325 – 650 15
C-geel 200 – 325 22
D-groen 100 – 200 35
E-grijs 50 – 100 35
Klimmen indelen

Daar het oprukkende landijs geen bordjes maar zwerfstenen heeft achtergelaten, zijn de toponiemen verzameld uit digitale weergaven van soms eeuwenoude bronnen. Een beklimming krijgt de naam van de heuveltop waar deze uiteindelijk heen voert. Om de hellingen op de Nijmeegse stuwwal te waarderen, is gekozen deze naar zwaarte in te delen in schijven, met de frequentieverhouding A:B:C:D = 1:2:3:4 als leidraad. E-grijs klimmen zijn in deze verhouding niet meegenomen.

Klimringen

Heuvelstelsel

Naast het inmeten en optellen van de aanwezige klimmen, kun je de kwaliteit van een heuvelstelsel ook tot uitdrukking brengen door middel van een klimring. Hierbij worden zo veel mogelijk hoogtemeters samengeperst in een optimale rondgang. Afhankelijk van de gemiddelde stijging zijn er drie soorten te onderscheiden. Ringen met een stijging van meer dan 0,75 % krijgen het label Obering, tussen 0,50 % en 0,75 % de naam Niedering en een oversteek tussen heuvelstelsels van 0,40 % tot 0,50 % heet Poldering.

Obering
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Nijmegen 500 35
Groesbeek 340 30
Kranenburg 210 27
Kleve 300 25
Totaal 1350 117
Knippenberg

Klimringen hebben niet alleen een beschrijvende, maar ook een praktische werking. Je kunt ze aan elkaar schakelen tot een grotere ronde, of juist doorknippen, en een van de zijden gebruiken om een doorgaande route te creëren. Oberingen kun je eenvoudig aan elkaar smeden, maar dat houdt een keer op. Zoals je in de tabel ziet, kom je niet verder dan 1350 hoogtemeters in 115 kilometer. Daarna kun je met Niederingen de boel nog wat oprekken, of via een Poldering oversteken naar een forse Naobering.

Niedering
Klimring Hoogte (m) Afstand (km)
Neerbosch 160 25
Wijchen 150 26
Bedburg 150 21
Pfalzdorf 150 29
Totaal 610 101
Breiwerking

Waar de Oberingen vrijwel alleen gebruik maken van de stuwwal tussen Nijmegen en Kleve, zijn de Niederingen diverser samengesteld. Neerbosch combineert een sandr met bruggen over kanaal en Waal, terwijl Wijchen de eerste koppelt aan duinen. Bedburg gaat over een sandr, geschakeld aan een ongelaagde stuwwal. Pfalzdorf tenslotte, vormt een pure klimring over een sandr en komt qua gemiddelde stijging net boven het niveau van een Poldering uit. De voormalige Geldenberg wordt hier met node gemist.

Plamuur van Beek?

Nieuwe verkeerssituatie

De beklimming van de Van Randwijckweg, nog gemarket in de Giro d’Italia 2016, blijkt na de reconstructie in 2017 gedeeltelijk verboden voor wielrenners. Halverwege de helling moeten fietsers voortaan oversteken en hun klim richting Berg en Dal vervolgen over de smalle Hogeweg, waar bovenaan wederom een oversteek wacht. Aan het traject van de afdaling is echter niets gewijzigd. Per fiets afdalen over het begin van de Nieuwe Holleweg mocht al niet en de Van Randwijckweg afdalen mag nog steeds, evenals de Hogeweg.

Impact op de klimwaarde

Het nieuwe traject over de Van Randwijckweg en Hogeweg is niet eens zo’n slechte deal. De klimwaarde ligt iets hoger, met name door een vrijgegeven strook van 13 %. Door het gedeeltelijke klimverbod is de aloude combinatie Sterrenberg en Hanenberg (1832 wtr) niet meer mogelijk, maar daarvoor in de plaats komt de nieuwe combinatie Sterrenberg en Beekerberg (1711 wtr). Deze loopt via de Van Randwijckweg, RA Oude Bosweg, RA VD Veurweg, RD Nieuwe Holleweg, LA Van Randwijckweg en RA Hogeweg. Een bescheiden impact.

Modellandschap in NL

Het zwakke punt van de reconstructie is de toepassing van de landelijke regel, die oplegt dat de autorijbaan op een grote weg binnen de bebouwde kom een minimale breedte behoeft. Prima bedacht voor een weidse polder in een Staats waterrijk, maar onbruikbaar in het heuvelland van Berg en Dal. Het originele plan betrof een aanleg van twee fietsstroken met in het midden een rijstrook, maar polderspecificaties boden te weinig ruimte voor deze uitvoering. Het resultaat is dat de fietsers omgeleid worden, omdat ze in de weg fietsen.

Oog van de haarspeld

Omdat de verknipte Van Randwijckweg beenharen ten berge deed rijzen is de opgang van de ‘Gelderse Cauberg’ door de politiek gered van stoemploze ondergang. De gemeente Berg en Dal heeft als wegbeheerder de wijzigingen teruggedraaid. De reconstructie was in 2013 gepland door de voormalige gemeente Ubbergen, in 2015 samen met Millingen en Groesbeek opgegaan in de fusiegemeente Berg en Dal. Waar eerder enkel de Zevenheuvelenweg op het huidige gemeentehuis telde, heeft men voortaan een grotere heuvelportefeuille in beheer.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansichten bij Nijmegen

Ansicht 1-9

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 10-18

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 19-27

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 28-36

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 37-45

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 46-54

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 55-63

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 64-72

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 73-81

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ansicht 82-90

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Stijlverschillen in omgang

Op de Nederrijnse Heuvelrug

Routes Mokerkoning en Qetila respectievelijk geprojecteerd op ABC- en DE-kaart laten twee verschillende patronen zien: afb. 1) Stuwwal en afb. 2) Puinkegel, oftewel stuwwallen versus spoelzandwaaiers, smeltwaterterrassen en ijswiggen. Aan de D-groen klimmen is de vorm van de stuwwal redelijk te zien. De spreiding van de grijze dwergen lijkt meer op die van de Oortwolk. Dit lijkt een aanwijzing om E-grijs wel buiten de A:B:C:D = 1:2:3:4 verdeelsleutel te houden, maar niet buiten de metingen, zoals eerder. Je kunt wachten op beloofde bergen, of efficiënter omgaan met wat bestaat. Klimwaarde D-groen + E-grijs = 7315 WTR = 1/2 Alpe d’Huez.

Klim bij Nijmegen Qetila

Ervaar de outline van de Nijmeegse stuwwal, het noordelijkste deel van de Nederrijnse Heuvelrug. In de driehoek Goch, Kleve en Nijmegen lag vroeger een omvangrijk rijkswoud, dat Ketelwald of Ketila genoemd werd, ingeklemd tussen de rivieren Maas, Niers, Rijn en Waal. Zoals te zien zijn grote delen van de heuvelketen succesvol herbebost. Het middelste ‘klimrijk’ op de Lower Rhine Ridge ligt in de driehoek Xanten, Kalkar en Goch. Het zuidelijkste deel is gesitueerd op de lijn Krefeld, Kamp-Lintfort en Xanten. Op Nederlandse bodem is de Utrechtse Heuvelrug, als voortzetting van de Neusser of Krefelder Staffel, naar men zegt het nauwst verwant aan deze Nederrijnse bergen.

Inschakelen en kortsluiten

Opwerken in het Oostblok

Aangezien de Noord-Europese Laagvlakte wordt gekenmerkt door laagdrempelige stuwwallen, legt een fietsformule voor exploitatie van bergketens het af. Met het opstapelen van hoogtemeters blijf je hier aan het kortste eind trekken en het rendement blijft beperkt. Het resultaat van efficiënt lokaal opwerken blijkt uit de kaarten: afb. 1) Oostblok-12, afb. 2) Oostblok-14 en afb. 3) Oostblok-16. De huidige omgang is 40 % korter en heeft 25 % minder hoogtemeters. De klimwaarde (WTR) stijgt met 10 % en de klimkracht (UFL) blijft gelijk. Gezien de reacties in het milieu heeft kernachtig trainen niet altijd een goede uitstraling in verband met de halfwaardetijd.

Meltdown in de stadskern

Opwerken begint met het inschakelen (OWT1) van de juiste klimmen, waarna je significante hoogtemeters optimaal gaat kortsluiten (OWT2). Voltanken (OWT3), het opvoeren van de klimspanning, doe je door het toevoegen van sterk hellende hectometers, gevolgd door het aftappen (OWT4) van laaggeladen hoogtemeters. Oostblok 2012 bestaat nog uit drie heuvelkernen, geisoleerd door twee plateaus (Hunerberg en Kwakkenberg). Na het doorontwikkelen van de beschreven opwerktechnieken (OWT 1-4), is de klimsterkte (Alpere) met 95 % gestegen en de klimspanning (Heuvolt) met 115 %. Een heuvelkern is afgestoten, terwijl de andere twee zijn versmolten.

De Wedrenners

“Namens de Stichting Wedrenners organiseert Marc Heijnen op dinsdag en op zondag gezamenlijke fietstrainingen. Als je ook wil meerijden stuur dan je adresgegevens en je telefoonnummer naar marc.heijnen@wedrenners.nl. Nieuwe deelnemers kunnen zich ook aanmelden 15 minuten voor het vertrek van onze dinsdagavond tochten. Voor onze zondagse tochten kan men zich alleen vooraf via mail aanmelden.”

Bron: website van Stichting Wedrenners

A- en B-route

Bruchsche Strasse

Vanaf polderniveau in de Duffelt kun je van drie kanten het viaduct over de B504 bestijgen. De vangrails aan beide zijden geven het geheel zowaar een Frans uiterlijk. De opgang via de Bruchsche Strasse is met twee stroken van vier procent het zwaarst. Aan de berkenbomen in de berm kun je afleiden dat het broekland niet ver weg is, aangezien de Nijmeegse stuwwal nauwelijks waterhoudende dalen kent.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Kranenburg – Bruchsche Strasse
4 – 4 %
8 hm – 200 m – 64 wtr – 2 ufl
Lentsenberg

Korte klim over de Gocherstrasse vanaf de kerk in Frasselt naar de uitloper van de Lentsenberg, verderop in het Reichswald. Als je bij de kerk links afslaat kun je via de Schottheider Strasse onder het viaduct van de Kranenburger Strasse de Heyberg in Schottheide beklimmen. De helling is blijvend opgenomen in beide dinsdagroutes van de Wedrenners.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Frasselt – Gocherstrasse
2 – 2 – 3 – 5 %
12 hm – 400 m – 79 wtr – 2 ufl
Mussenberg

De lange flauw hellende wegen aan de zuidoostkant van het Reichswald over de Gocher Heide, hebben nog het meeste weg van die op de Hoge Veluwe nabij Apeldoorn, met kilometers lang elke honderd meter een meter stijging. Die klimmen vanaf de kant van de stuwwal zelf zijn korter en steiler. Opgenomen in de dinsdagroute van de Wedrenners na de Lentsenberg en voor de Jansberg (A) of Hunsberg (B).

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Frasselt – Gocher Strasse, Kranenburger Strasse
. 2 – 2 – 3 – . -2 – .. 4 – 3 – 5 %
19 hm – 1200 m – 75 wtr – 2 ufl

A-route

Jansberg

De heuvelkam tussen relatief lage Maartensberg (66 m) en de beduidend hogere Duitse Jansberg (78 m), is het meest zuidelijk gelegen stuk stuwwal van de Benelux. De klim over de Zwarteweg, Neutraleweg en Holleweg blijkt een echte pas vanuit de Maasvallei naar het Rijndal. Op de top heb je een prachtig uitzicht op het Groesbeeks Bekken. Elke dinsdag in de A-route van de Wedrenners.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Milsbeek – Holleweg, Neutraleweg
6 – 5 – 9 – 5 – 2 %
27 hm – 500 m – 317 wtr – 5 ufl

B-route

Hunsberg

De lange glooiende Kartenspieler Weg door het Reichswald vormt een rechtstreekse (private) fietsverbinding tussen de Duitse grensplaatsen Grunewald in het Niersdal en Grafwegen in het Bekken van Groesbeek. De Hunsberg is sinds 2013 alleen opgenomen in de B-route van de Wedrenners. Het ‘Reich’ in Reichswald komt van het ‘Rijk’ in Rijk van Nijmegen. Ook deze weg behoort tot het Forstamt Kleve.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Grafwegen – Kartenspieler Weg
2 – 2 – 3 – 4 – 2 – 2 – 2 – 2 – 5 – 3 %
27 hm – 1000 m – 158 wtr – 3 ufl

A- en B-route

Freudenberg

De Grafwegener Strasse, van Kranenburg naar Grafwegen, vormt de oostelijke tegenhanger van de Wylerbaan, die van Groesbeek naar Wyler loopt. De Freudenberg kom je op dinsdag bij de Wedrenners tegen na de Jansberg (A) of na de Hunsberg (B), maar voor de Drullerberg, Lindenhof en de Duivelsberg. Boven goed rechts houden, want op de Grafwegener Strasse wordt hard gereden.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Grafwegen – Grafwegener Strasse
2 – 5 %
7 hm – 200 m – 53 wtr – 2 ufl
Drullerberg

De 75 meter hoge Drullerberg vormt samen met de tegenovergelegen 89 meter hoge Brandenberg het knikpunt tussen het Bekken van Groesbeek en het kleinere Bekken van Kranenburg. De Drullerberg kom je op dinsdag bij de Wedrenners tegen na de Freudenberg, maar voor de Lindenhof en de Duivelsberg. Ook hier boven goed rechts houden, want op de Grafwegener Strasse wordt hard gereden.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

De Horst – Grafwegener Strasse
3 – 3 – 4 %
10 hm – 300 m – 68 wtr – 2 ufl
Lindenhof

Vanaf de Steenbroekse Hei volgt het Lagewald de loop van de rijksgrens richting Wyler. Daar waar in de middeleeuwen de hoeve Brandenburg lag, maakt het asfalt een vreemde knik naar links door het Metgensdal, om alsnog met een bocht naar rechts richting de Lindenhof te hellen. Deze voormalige variant van de Beerheuvel is de laatste helling voor de Duivelsberg in de dinsdagroutes van de Wedrenners.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

De Horst – Lagewald
2 – 6 %
8 hm – 200 m – 70 wtr – 2 ufl
Duivelsberg

De gevorkte Duivelsberg markeert de overgang van de steile noordrand naar Nijmegen en het zachter hellende Bekken van Groesbeek. Het asfalt van de mooi slingerende Oude Kleefsebaan door het dal van de Holdeurn is een van de meest beklommen hellingen van de Nijmeegse stuwwal en de aankomstklim van de Wedrenners. Tot na de middeleeuwen werd de heuvel Kleverberg genoemd.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Wyler – Oude Kleefsebaan
2 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 3 – 3 – 5 – 4 – 4 – 5 – 4 – 5 – 4 – 4 – 4 – 2 – 2 %
62 hm – 1900 m – 434 wtr – 6 ufl

 

Ronde van Nijmegen

“De Ronde van Nijmegen is een schitterende wielertocht voor recreatieve wielrenners. De Ronde wordt op 14 mei 2017 voor de zesde keer georganiseerd! De route is een mix van pittige klimmetjes, afgewisseld met vlakke stukken dijk en glooiend heuvellandschap. Men kan kiezen uit drie verschillende afstanden: 75km, 120km of 160km. We adviseren iedereen om een lange afstand te kiezen, omdat het na afzien extra genieten is.”

Bron: website van De Ronde van Nijmegen

Alle routes

Oeselenberg’

Op de Nijmeegsebaan ligt traditioneel de eerste echte helling van de Zevenheuvelenloop, tussendoor tevens opgenomen geweest in de parcoursen van het NK Wielrennen 2001, 2002 en het WK Wielrennen Studenten 2008. Een deel van het voetpad bestaat uit kasseien. Aan je rechterhand kijk je uit over het Heijendal met daarin de spoorlijn naar Roermond.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Heilig Landstichting – Nijmeegsebaan
3 – 4 – 4 – 4 %
15 hm – 400 m – 114 wtr – 3 ufl
Engelenberg

De Engelenberg is met 95 meter boven NAP het hoogste geasfalteerde punt van het Nederlandse deel van de Nijmeegse stuwwal. Bij de T-splitsing van de Meerwijkselaan en de Zevenheuvelenweg, kun je linksaf naar de Brantberg en Duivelsberg in Berg en Dal, of rechtsaf naar Groesbeek om de Engelenberg te beklimmen. Vroeger lag hier camping de Uileput.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Berg en Dal – Meerwijkselaan, Zevenheuvelenweg
2 – 2 – 3 – 3 – 6 – 8 %
24 hm – 600 m – 223 wtr – 4 ufl
Vlierenberg’

Met het hoogste punt op +93 meter NAP is de Vlierenberg op de Zevenheuvelenweg net iets lager dan de nabije Engelenberg. De beklimming van de flauwe zijde is de enige helling zonder stijgingspercentages van minimaal zes procent. Bij het zoeken naar een zevende dwerg kun je ook bedenken dat men wellicht niet een bepaald aantal bergen, maar een landschap van ondefinieerbare heuvels bedoelt.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Berg en Dal – Zevenheuvelenweg
3 – 3 – 3 – 2 – 2 %
13 hm – 500 m – 70 wtr – 2 ufl
Boksheuvel”

Korte klim vanuit de Bovve Hel, het diepe droogdal dat de Vlierenberg van de Boksheuvel scheidt. Bovenaan tref je het mooiste uitzicht op het brede Bekken van Groesbeek. De gelijkende benamingen Bocholt, Boekholt of Bokelt verwijzen naar beukenhout of beukenbos, evenals Bocholtz en Boekel. Boxmeer is dan weer vernoemd naar een middeleeuwse heer.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg
8 – 6 %
14 hm – 200 m – 202 wtr – 4 ufl
Duivelsberg

De gevorkte Duivelsberg markeert de overgang van de steile noordrand naar Nijmegen en het zachter hellende Bekken van Groesbeek. Het asfalt van de mooi slingerende Oude Kleefsebaan door het dal van de Holdeurn is een van de meest beklommen hellingen van de Nijmeegse stuwwal en de aankomstklim van de Wedrenners. Tot na de middeleeuwen werd de heuvel Kleverberg genoemd.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Wyler – Oude Kleefsebaan
2 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 – 3 – 3 – 5 – 4 – 4 – 5 – 4 – 5 – 4 – 4 – 4 – 2 – 2 %
62 hm – 1900 m – 438 wtr – 6 ufl
Hanenberg

Waar de Nieuwe Holleweg vanuit Beek linksaf tegen de Beekerberg opkronkelt, slaat de Oude Holleweg rechts af de Hanenberg op. Voor het Kastanjedal draait de weg weer scherp naar links en stijgt 500 meter lang aan 10 % richting de noordelijke kern van Berg en Dal. Op de top kijk je uit over het Oliemolendal en spot je het kerkje van Persingen. De Oude Holle beklim je, en daal je nooit af.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Beek-Ubbergen – Nieuwe Holleweg, Oude Holleweg
5 – 5 – 6 – 12 – 9 – 11 – 10 – 11 – 4 %
73 hm – 900 m – 1275 wtr – 11 ufl
Kleine Kop

Vanaf polderniveau in Ubbergen volg je de Rijksstraatweg en sla je rechts af de Ubbergse Holleweg richting Nijmegen in. Waar de bochtige klinkerweg door het Kopsendal overgaat in de Holleweg fiets je rechtdoor aan 10 % verder over de klinkers. Sla je bij de driesprong rechts af, dan beklim je de Grote Kop. Linksaf kun je half verhard naar de Hengstberg met op de top de St. Maartenskliniek.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Ubbergen – Rijksstraatweg, Ubbergse Holleweg, Holleweg
3 – 7 – 10 – 9 – 6 – 6 – 10 %
51 hm – 700 m – 794 wtr – 9 ufl

Routes 120-160km

Stadtberg

Direct vanaf de vroegere spoorlijn van Nijmegen naar Kleve door de Duitse Duffelt, begint de kruisende Kampstrasse gelijkmatig op te lopen richting de westflank van de Neuer Tiergarten. Na de oversteek van de drukke B9, voert de helling verder over de Heidestrasse en Postweg, langs de door het Klever Kreiswald beboste Donsbrügger Heide. De Stadtberg is opgenomen in het parcours van de Eurorun um den Wolfsberg.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Donsbrüggen – Kampstrasse, Heidestrasse, Poststrasse
3 – 4 – 4 – 4 – 5 – 5 – 5 – 4 – 4 – 4 – 4 – 7 – 5 – 4 %
62 hm – 1400 m – 580 wtr – 7 ufl
Wolfsberg

De Wolfsberg vormt, net als de nabijgelegen Hingstberg, een nieuwere tweede opstuwing voor de meer dan 90 meter hoge, door het Reichswald beboste, centrale kam van de stuwwal. De Wolfsbergstrasse markeert de oostelijke rand van het bekken tussen Kranenburg en Nütterden. De afslaande Treppkesweg is pas weer na 2 kilometer verhard.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Nütterden – Wolfsbergstrasse
3 – 3 – 1 – 4 – 5 %
16 hm – 500 m – 111 wtr – 3 ufl
Treppkesweg

Het viaduct van de Treppkesweg is de zuidelijkste van de vijf oversteken over de B504, die van Kranenburg naar Goch voert. Van deze oversteken is enkel de middelste gelijkvloers, de noordelijkste het viaduct in de Duffelt en de andere twee via een tunnel. Verder zuidelijk zijn nog twee oversteekplaatsen, een bij de splitsing met de Gocher Strasse en de andere bij de afslag naar de Kartenspieler Weg door het Reichswald. Altijd opletten.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Schottheide – Treppkesweg
3 – 3 – 4 %
10 hm – 300 m – 68 wtr – 2 ufl

Alle routes

Brandenberg’

Na de Frasselterberg of de Klinkenberg kun je via de Schrammstrasse de oversteek maken van het Bekken van Kranenburg naar het Bekken van Groesbeek. Het lokale wegennet is tamelijk mysterieus, maar het uitzicht in beide richtingen in ieder geval prachtig. Je kunt de klim trouwens deels ontlopen via de Postweg, die een vlakker verloop kent, langs de hoogtelijn.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Frasselt – Schrammstrasse
4 – 2 – 3 – 3 – 6 – 3 %
21 hm – 600 m – 158 wtr – 3 ufl
Drullerberg’

Van veraf lijkt het Reichswald een gesloten hoogte, maar ten zuiden van de Drullerberg heeft een doorbraak van smeltwater voor een stevige laagte gezorgd waardoor je nu zonder al te veel hoogteverschil zo naar Gennep aan de Maas zou kunnen. De moerassen in het Maasdal staken daar vroeger echter een stokje voor. Die rond Kranenburg zijn in de 13e eeuw door Hollandse broekers drooggelegd.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Kranenburg – Grafwegener Strasse
1 – 2 – 2 – 2 – 2 – 3 %
12 hm – 600 m – 50 wtr – 2 ufl

Routes 120-160km

Hunsberg’

Een weg kun je graven, maar een dal wordt al iets lastiger. Grafwegen hoorde bij Kessel aan de Niers met het klooster Graefenthal, waar dertien Gelderse graven begraven zijn en al veel eerder een keizer geboren is. Net als elders in de regio hebben reuzen of hunnen ook hier hun reuzenstenen gestapeld. En wellicht deden ze hun diluviale vreugdedansen rond het Goldenes Kalb.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Grafwegen – Grafwegener Strasse, Kartenspieler Weg
2 – 2 – 2 – 5 – 6 – . – 5 %
22 hm – 700 m – 155 wtr – 3 ufl
Scheidal

Voordat je aan het einde van de Kartenspieler Weg de Kranenburger Strasse bereikt, krijg je nog de twee knikken van het gespleten Scheidal voor de wielen. Omdat de droogdalen hier loodrecht op de drempel van het Niersdal staan, in plaats van de contouren van de gebogen stuwwal te volgen, wordt verondersteld dat de Gocher Heide een eerdere niet gelaagde opstuwing betreft, waar de Nijmeegse stuwwal ingedrukt is.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Grunewald – Kartenspieler Weg
5 – . -4 – 4 – 2 – 2 – 1 %
14 hm – 700 m – 69 wtr – 2 ufl
Knollenberg

Tussen Grunewald en Asperden kun je voor Kessel via het Dickmönchstal het Reichswald in. Tijdens de aanloop door het woud zie je rechts de bomen steeds hoger opgaan, terwijl de Dickmönchstalweg zelf relatief vlak blijft. Totdat het landschap aan de bosrand plotsklaps een Wylerbergachtige dimensie openbaart, inclusief een haakse bocht, vanuit het droogdal de rollende heuvel op, zij het minder zwaar.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Kessel – Dickmönchstalweg, Kesseler Strasse
3 – 1 – 4 – 2 – 2 %
12 hm – 500 m – 63 wtr – 2 ufl
Kalvariberg

HochNess boven dertien Gelderse graven, begraven in het dal van de graaf, in klooster Graefenthal, gesticht door een Gelderse graaf, langs de Niers tussen Asperden en Kessel, op de plaats waar in de Romeinse tijd castrum Rot lag. In de buurt zou volgens overlevering nog muurwerk van een verdoemde en verzonken burcht onder de zoden schuilen. Iets met gulden sporen, maar dan zonder slag. Van Nederrijn naar Vlaanderen, of andersom.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Asperberg – Kesseler Strasse
5 – 2 %
7 hm – 200 m – 53 wtr – 2 ufl
Jansberg

De heuvelkam tussen relatief lage Maartensberg (66 m) en de beduidend hogere Duitse Jansberg (78 m), is het meest zuidelijk gelegen stuk stuwwal van de Benelux. De klim over de Zwarteweg, Neutraleweg en Holleweg blijkt een echte pas vanuit de Maasvallei naar het Rijndal. Op de top heb je een prachtig uitzicht op het Groesbeeks Bekken. Elke dinsdag in de A-route van de Wedrenners.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Milsbeek – Holleweg, Neutraleweg
6 – 5 – 9 – 5 – 2 %
27 hm – 500 m – 317 wtr – 5 ufl

Alle routes

Kiekberg

Komend vanuit Milsbeek over de Jansberg, kun je bij het Nederlandse buurtschap Grafwegen links afslaan, om de Kiekberg te beklimmen. Ga je rechtdoor dan kom je de heuvel alsnog tegen, vlak voor de kom van Breedeweg. Omdat de Bremberg alleen via de Kiekberg te bereiken is, viel deze beklimming eerder weg, maar een opsplitsing is een betere weergave van de hobbelige werkelijkheid.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Breedeweg – St. Jansberg
5 – 7 %
12 hm – 200 m – 149 wtr – 3 ufl
Bremberg

Als je op de top schuin achterom kijkt heb je een prachtig uitzicht over het Bekken van Groesbeek en het Duitse Reichswald. Het dal tussen de Kiekberg en Bremberg ligt in het verlengde van het Zevendal. Eerder was de helling gekoppeld met de Stroberg en de Kiekberg vanuit Breedeweg, maar na het wijzigen van de oude KBN formule naar WTR is deze koppeling niet meer de beste beschrijving.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Breedeweg – Klein Amerika
5 – 6 – 5 – 3 %
19 hm – 400 m – 187 wtr – 3 ufl
Laatberg

Met aan je linkerhand de eeuwenoude vijver de Vlasroet, kun je via de Knapheideweg langs de bosrand omhoog naar Hotel de Wolfsberg, gelegen aan de Rijlaan. De oude paden naar Mook en Molenhoek liepen aan weerszijden van de verderop in het bos te vinden Wolfsberg, door het Hoenderdaal en het Herwendaal en niet erover zoals nu het geval is.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Knapheideweg
7 – 5 – 3 %
15 hm – 300 m – 161 wtr – 3 ufl

Zevenheuvelenloop

“Het parcours van de NN Zevenheuvelenloop staat al jaren bekend als het mooiste van Nederland. Het is echter ook het snelste parcours ter wereld. Het wereldrecord bij de mannen is gelopen op de heuvels tussen Nijmegen en Groesbeek in 2010 door Leonard Komon (41.13). Bij de vrouwen heeft Tirunesh Dibaba in 2009 het wereldrecord gelopen (46.28). Het parcours is één ronde van precies 15 kilometer.”

Bron: website van Stichting Zevenheuvelenloop

Oeselenberg’

Op de Nijmeegsebaan ligt traditioneel de eerste echte helling van de Zevenheuvelenloop, tussendoor tevens opgenomen geweest in de parcoursen van het NK Wielrennen 2001, 2002 en het WK Wielrennen Studenten 2008. Een deel van het voetpad bestaat uit kasseien. Aan je rechterhand kijk je uit over het Heijendal met daarin de spoorlijn naar Roermond.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Heilig Landstichting – Nijmeegsebaan
3 – 4 – 4 – 4 %
15 hm – 400 m – 114 wtr – 3 ufl
Langenberg

Na de kern Heilig Landstichting klimt de Nijmeegsebaan uit het Steenkuilendal als een taludweg richting Groesbeek. De ophogingen en insnijdingen kun je goed zien als je de maaiveldhoogte links en rechts van de weg in het oog houdt. De Langenberg is de tweede beklimming van de Zevenheuvelenloop. Daarna volgen de Vlierenberg, Engelenberg en Meerberg.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Heilig Landstichting – Nijmeegsebaan
2 – 4 – 6 – 4 – 2 – 2 – 1 – 2 – 3 – 3 – 2 – 2 – 1 – 2 – 1 – 2 %
39 hm – 1600 m – 215 wtr – 4 ufl
Boksheuvel

Na het relatief vlakke stuk over de Derdebaan sla je links af over de Zevenheuvelenweg naar Berg en Dal. Het laatste deel van de Boksheuvel levert direct een grijze dwerg op. De Babyloniërs kenden de zeven klassieke planeten op hun duimpje, maar tot op de dag van vandaag heerst onenigheid over het wezenlijke aantal. De vraag is of je echt mee wil tellen op deze planeet, of dat je het wel gelooft.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg
5 – 2 %
7 hm – 200 m – 53 wtr – 2 ufl
Vlierenberg

De Vlierenberg is als vierde heuvel van de Zevenheuvelenweg onderdeel van de Zevenheuvelenloop en van de Nijmeegse Vierdaagse. Tijdens het NK Weg in 2001 was het de vierde en in 2002 de vijfde helling op het parcours. De vlier(enberg) is gewijd aan Vrouw Holle. Zij houdt draadloos bij of mensen vlijtig of lui waren. Snel je mobiele device uitschakelen helpt hier dus niet. Ik zou gewoon doorlopen.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Groesbeek – Zevenheuvelenweg
8 – 7 – 3 %
18 hm – 300 m – 230 wtr – 4 ufl
Engelenberg’

Vanuit Groesbeek gezien is dit de vijfde helling van de Zevenheuvelenweg en ook de een na laatste beklimming van de Zevenheuvelenloop. Op de derde dag van de Nijmeegse Vierdaagse volgt nog de klim naar de Brantberg in Berg en Dal. De laatste meters over het fietspad naar de top zijn venijnig steil, de rijbaan zelf is ingesneden en ligt een paar meter lager.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Berg en Dal – Zevenheuvelenweg
5 – 8 %
13 hm – 200 m – 177 wtr – 3 ufl
Meerberg

De laatste heuvel van de Zevenheuvelenloop is de Meerberg vanuit het dal van de Meerwijkselaan. Sla op de kruising met de Postweg rechts af en loop over de stuwdam langs de vijvers van de Watermeerwijk omhoog naar de noordelijke kom van Berg en Dal. Het Romeinse aquaduct zou op dit punt haar oorsprong hebben gehad. Het Kerstendal is door mensen gegraven, maar wanneer en door wie?

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Heilig Landstichting – Postweg
2 – 5 – 5 – 1 – 2 – 5 – 2 %
22 hm – 700 m – 155 wtr – 3 ufl
Kwakkenberg

Mocht je water intussen op zijn, de laatste hobbel van de Zevenheuvelenloop voert langs het waterreservoir van Nijmegen. Waarom de Romeinen een aquaduct vanaf de vorige heuvel, de Meerberg in Berg en Dal, hebben gelegd blijft een raadsel. De afstand tot het Kops Plateau bedraagt vanaf hier een paar honderd meter. Of waren het toch de Germaanse Chauken of Quaken die zorgden voor deze klassieke mijl op zeven?

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

Nijmegen – Kwakkenbergweg
1 – 2 – 3 %
6 hm – 300 m – 26 wtr – 1 ufl

Nijmeegs heuvelregister

A-rood

A-rood klimmen komen in Nederland buiten Zuid-Limburg alleen voor op de Nijmeegse stuwwal. Zes hiervan zijn gelegen rond Berg en Dal op de noordelijke steilrand die van Nijmegen naar Wyler loopt. De andere twee liggen in het centrum van Kleve en eindigen op de hoogste toppen van de Nederrijnse Heuvelrug. Steilheid en hoogte kenmerken de acht kroonjuwelen. A-rood hellingen hebben een zwaarte van 650 – 1300 WTR.

cijfersa10

542 hm – 9,1 km – 7581 wtr – 77 ufl

B-oranje

Hoewel de Geldenberg en Brandenberg uit het Reichswald zijn weggevallen, beschikt de Nijmeegse stuwwal nog steeds over lange hoge beklimmingen die je in Middden-Nederland verder alleen op de Veluwezoom aantreft. Het gros ligt globaal tussen de dorpen Mook en Wyler en rondom de stad Kleve. De Duivelsberg valt als de populairste heuvel van de Nijmeegse stuwwal in deze klasse. B-oranje hellingen hebben een zwaarte van 325 – 650 WTR.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

554 hm – 12,9 km – 5797 wtr – 77 ufl

C-geel

C-geel klimmen hebben tussen de 20 en 60 hoogtemeters, variëren het meeste in lengte, maar kennen een gelijke spreiding over de Nijmeegse stuwwal. Ze fungeren als ruggegraat en zijn het beste te vergelijken met de zwaardere klimmen op de Utrechtse Heuvelrug. Landelijk gezien vallen ook de minder zware B-oranje klimmen in deze klasse. C-geel hellingen hebben een zwaarte van 200 – 325 WTR.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

691 hm – 21,0 km – 5592 wtr – 95 ufl

D-groen

D-groen klimmen kennen meestal niet meer dan 20 hoogtemeters, maar zijn door het grote aantal breed inzetbaar. Ze vormen het cement tussen de zwaardere hellingen van een klimroute, of dragen in serie geschakeld zelfstandig bij. De grootste concentraties vind je bij Nijmegen-Centrum, Breedeweg en Materborn, vooral in de droogdalen en bij lage steilranden. D-groen hellingen hebben een zwaarte van 100 – 200 WTR.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

568 hm – 14,6 km – 5208 wtr – 105 ufl

E-grijs

Hellingen met een WTR kleiner dan 100 werden voorheen beschouwd als niet significante hoogtemeters. Bij het uitdrukken van routezwaarte als som van de klimwaarden (∑WTR) was hun bijdrage tamelijk gering. Bij een routezwaarte in WTR mixen de toegevoegde hoogtemeters met de stijgingspercentages van andere klimmen, zodat het negeren van dit groezelig vlak niet langer raadzaam is. E-grijs hellingen hebben een zwaarte van 50 – 100 WTR.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

442 hm – 26,3 km – 2238 wtr – 63 ufl

O-duin

Pal ten zuidwesten van de Nijmeegse stuwwal kun je aanvullende hoogtemeters vinden in de Wijchense duinen. Elf beklimmingen tussen het Maas-Waalkanaal en de rivier de Maas zijn opgenomen in het Nijmeegs heuvelregister. Dit duingebied van de Hatertse en Overasseltse Vennen is via een aantal bruggen en viaducten verbonden met de nabije sandr van de Hatertse Hei. Aan de rand van het dorp Alverna bevindt zich een heuse kunstalp genaamd de Wijchense Berg, zonder asfalt, maar je kunt er wel skiën.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

56 hm – 1,4 km – 463 wtr – 12 ufl

O-brug

Compleet omgeven door rivieren, moerassen en woeste heide, bleek de stad Nijmegen door de geschiedenis heen ideaal als vesting. De latere stadsuitbreiding heeft gezorgd voor restauratieve klimkracht in de vorm van meer dan tien bruggen over waterwegen. Industriëel klimkrachtwerk van Kleefse zijde komt van grijze viaducten over een Gelbe Autobahn. Ook de Nederlandse A73 zorgt voor extra oversteken.

Klim bij Nijmegen | Wielrennen in de heuvels - 100 hoogtes om Nijmegen & Kleve - Fietsroutes & hellingen

199 hm – 6,6 km – 1370 wtr – 36 ufl

Opwaard bij Nijmegen

Gelderse Poort

Zo’n opening van de Gelderse Poort is natuurlijk hartstikke mooi, maar kan ie ook weer dicht? De heuvels van het Montferland, Veluwe en Rijk van Nijmegen waren in theorie ooit met elkaar verbonden, of was het toch de Utrechtse Heuvelrug? Men zoekt nog altijd iets dat lijkt op de Drususgracht. Vanaf de middeleeuwen liggen langs de rivieren banddijken, die steeds verder zullen moeten worden opgehoogd. Na de Romeinse tijd zijn hier 1700 jaar lang geen rivierbruggen meer gebouwd. Het bedachte parcours van de Giro d’Italia blijkt in ieder geval een mooie eyeopener: Gelders landschap komt voortaan met extra klimkracht over de brug.

Brugklasse

Compleet omgeven door rivieren, moerassen en woeste heide, bleek de stad Nijmegen door de geschiedenis heen ideaal als vesting. Keizerlijk begonnen op een Roomse landarm, maar geëindigd in de marge van een Staats waterrijk. Het zuidelijke bruggenhoofd van de spoorbrug werd al tijdens de bouw voorzien van een bomvrije bunker. De latere stadsuitbreiding heeft gezorgd voor restauratieve klimkracht in de vorm van tien bruggen. Industriëel klimkrachtwerk van Kleefse zijde komt van grijze viaducten over een Gelbe Autobahn. Door de band genomen volgen beklimmingen A-D-C-D de hoofdgeul met E-O klimmen als uiterwaard eromheen.

Pvbel Derdebaan

Voorspelling

Op papier zijn de Oude Kleefsebaan (445 wtr’) en de Derdebaan (444 wtr’) even zwaar. De eerste werd door het peloton beklommen tijdens het NSK 2016 en de tweede in 2017 bij de Omloop der Zevenheuvelen. Waar de Oude Kleefsebaan begint na een afdaling van de lagere Beerheuvel, wordt de Derdebaan voorafgegaan door de Vossenheuvel en een haakse bocht. Daardoor zal de gemiddelde snelheid op het Strava segment Derdebaan lager moeten zijn, te verklaren door de grotere aanloopfactor (ANL).

Resultaat

De 19 renners die de data van beide koersen hebben gedeeld, realiseerden gemiddeld 33,8 km/u op het segment Derdebaan (444 wtr’) en 35,5 km/u op het segment Oude Kleefsebaan (445 wtr’). Een gepaarde t-toets merkt het verschil van -1,7 km/u aan als significant (p=0.000325). Omgezet naar klimprestatie (BKM) is het verschil -8 % (706 en 763 bkm). Afdalingen, bochten en klimmen vooraf hebben effect, maar de aanloopfactor (ANL) is beperkt bij lange klimmen. In beide koersen stond de wind dwars (2 Bft).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Pvbel Vogelsang

Tegenstelling op de helling

De Prins van Belvedere is een lekenonderzoek naar de klimwaarde (WTR) van trajecten aan de hand van geselecteerde Strava segments en gereden tijden. Voor 2016 zijn twee trajecten (Pvbel16) aangemaakt die bestaan uit meerdere hellingen. De verwachting is dat de gemiddelde snelheid over het gehele traject te herleiden is uit de klimwaarde. De geselecteerde trajecten Vogelsang en Sangvogel zijn elkaars tegengestelde, maar hebben een gelijke klimwaarde (WTR). De gemiddelde snelheid zou dan ook gelijk moeten zijn.

Altijd hetzelfde liedje

Een selectie van 61 vrouwen die beide segmenten hebben gereden, behaalde gemiddeld 20,29 km/u op het segment Vogelsang (470 wtr) en 20,41 km/u op het segment Sangvogel (480 wtr). Een gepaarde T-toets classificeert dit verschil van 0,12 km/u als niet significant (p=0.7650). Dit is in lijn met de resultaten van Pvbel14. Met de opgetelde klimwaarden (∑WTR) voor Vogelsang 690 ∑WTR en Sangvogel 928 ∑WTR, kan de gelijke gemiddelde snelheid op beide segmenten in ieder geval niet worden verklaard.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Pvbel Zevenheuvelenweg

Vermogensprofessie

De Prins van Belvedere Giro is een lekenonderzoek naar de geschatte klimwaarde (WTR’) van trajecten aan de hand van aangemaakte Strava-segmenten. Voor de Giro d’Italia zijn twee hellingen op het Gelderse parcours gekozen als meettraject (Pvbelgiro). De verwachting is dat de gemiddelde snelheid (km/u) te herleiden is uit de geschatte klimwaarde (WTR’) en het gemiddelde vermogen (W) per profrenner. De gekozen trajecten Boksheuvel en Posbank kennen met 479 en 503 wtr een vergelijkbare geschatte klimwaarde (WTR’), dus een gelijk gemiddeld vermogen (W) zou dezelfde gemiddelde snelheid (km/u) moeten opleveren.

Globaal even zwaar

Na herziene heuvelmetingen blijkt dit werkelijkheid. 21 profrenners, die hun data op Strava hebben gepubliceerd, realiseerden 30,80 km/u op het segment Boksheuvel (479 wtr’) en 30,57 km/u op het segment Posbank (503 wtr’). Een gepaarde t-toets merkt het verschil van 0,23 km/u aan als niet significant (p=0.6327). Op het segment Boksheuvel leverden de Giro-renners een gemiddeld vermogen van 419 W en op het segment Posbank 408 W. Een gepaarde t-toets geeft het gemeten verschil van 11 W als niet significant (p=0.3891). De Posbank en de Boksheuvel op de Zevenheuvelenweg zijn dus globaal even zwaar.

Na vijven en zessen

Een ouderwets debat betreft het aantal hellingen van de Zevenheuvelenweg, voorheen gesteld op vijf. De eerste data-analyse van de 2e etappe van de Giro d’Italia 2016 op de Zevenheuvelenweg laat twee momenten van vertraging zien, die niet verklaard kunnen worden door het verschil in stijging alleen. Dit is opgelost door de Boksheuvel op te delen in Kampheuvel en Boksheuvel. Zo heeft de Zevenheuvelenweg voortaan zes heuvels in plaats van vijf. Uit de gepubliceerde gegevens van de 3e etappe blijkt verder dat ook de Posbank een dergelijk voorzettafeltje heeft. Waar een Gelderse Giro al niet goed voor is.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Pvbel Randwijckweg

Oude Holle of Randwijck

Na ‘grijze dwergen’ in Pvbel’14. Dit jaar aandacht voor ‘rode lopers’;. Welke klim is selectiever? #GiroGelderland

Realiteit: De Van Randwijckweg (M 337s) en Oude Holleweg (M 335s) zijn even selectief. p-waarde .4137. @IrisHarskamp @dgnijmegen #factcheck

Narekenen op: * https://t.co/Lr2ciManrU * https://t.co/yF9cpQqpEG. Selecteer: Dit jaar & Vrouwen. Steekproefvarianties (s^2): 6441 en 6677

Giro effect? De renners op de V. Randwijckweg hebben met gem 478 om 441 BKM significant (p=.001046) meer hun best gedaan: 8% @ingefietst

Met 206 sec op de V Randwijckweg @OmroepGLD klopt @LeontienNL ze trouwens dit jaar nog steeds allemaal, behalve een. https://t.co/7IGakI4laH

Nieuwe metingen geven de Oude Holleweg als zwaarste (≠ selectiefste) klim #myth #confirmed

Tweede steekproef bevestigt dat de Oude Holleweg (M 316 sec) en Van Randwijckweg (M 319 sec) net zo selectief zijn (p=.3619). BIG data #myth #busted

Oude Holleweg: 10,66 km/u ~ 316 sec ~ 466 BKM ~ 96 BPM
V. Randwijckweg: 12,89 km/u ~ 319 sec ~ 476 BKM ~ 96 BPM
P: km/u < .00001 ~ sec = .3619 ~ BKM = .1492 ~ BPM = .4440

Giro effect? Ja, verbeterde hoogteprofielen, waardoor het eerdere verschil van 8 % in geschatte inspanning (BKM) is verdwenen. #tikopdevingers

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Klimwaarde

WTR-formule

De klimwaarde kan worden bepaald door het hoogteverschil te vermenigvuldigen met de som van het gemiddelde stijgingspercentage en de gemiddelde stijging van de steilste helft van de hoogtemeters. Aan de formule is een correctiefactor toegevoegd, gebaseerd op de verhouding tussen significante stroken en alle klimmende stroken. Bij de meeste hellingen wordt 80 % van de klimwaarde bepaald door het hoogteverschil en de lengte en 20 % door de verdeling van het hoogteverschil.

WTR-units
Omschrijving Notatie Formule
Hoogteverschil H WTR, WTR’
Lengte totaal L WTR, WTR’
Lengte klim Lklim WTR
Lengte eenplus Leen WTR
Lengte tophelft Ltop WTR
WTR’-formule

Bij onbekende stijgingspercentages kun je de klimwaarde schatten aan de hand van hoogteverschil en lengte. Hiervoor neem je het product van 220 en het hoogteverschil in het kwadraat en deelt dit door de lengte. Hoewel de geschatte klimwaarde geen rekening houdt met de verdeling van het hoogteverschil, kan deze de klimwaarde van 95 % van de klimmen bij Nijmegen correct schatten, met een afwijking van +/- 10 %. Bij de routes werkt de WTR’-formule niet door de vlakke tussendelen.

WTR = 0,8 * (100 * H² / L * (1 + Leen / Lklim) + 50 * H² / Ltop / (1 + Leen / Lklim))
WTR’ = 220 * H² / L

Klimkracht

UFL-formule

De WTR-formule beschouwt een route als een lange klim met tussentijdse afdalingen. Ook als de stijgingspercentages bekend zijn, is de klimwaarde niet altijd een geschikte maat voor de routezwaarte. Dit geldt bijvoorbeeld bij het oversteken naar een ander heuvelcomplex, of bij een klimroute die gebruik maakt van duinen, dijken en bruggen. Als je de klimwaarden per helling omzet naar klimkracht en die daarna optelt, krijg je een beter beeld van de opbergende elementen.

UFL-schaal
UFL → WTR UFL → WTR UFL → WTR
1 → 0 – 50 5 → 300 – 400 9 → 700 – 900
2 → 50 – 100 6 → 400 – 500 10 → 900 – 1100
3 → 100 – 200 7 → 500 – 600 11 → 1100 – 1300
4 → 200 – 300 8 → 600 – 700 12 → 1300 – 1500
∑UFL = ∑ ((220 * h² / L) → UFL)

Klimstroom

ALP-formule

Bij herhalende omlopen, zoals bijvoorbeeld gebruikt in wedstrijden, zegt de klimwaarde alleen iets over een keer rond. Om parcoursen met elkaar te vergelijken op intensiteit heb je meer aan de klimwaarde per kilometer. Hiervoor deel je de klimwaarde door de lengte en vermenigvuldig je met 1000. De klimsterkte kan worden opgevoerd met extra hoogtemeters, of door een verminderde afstand tussen hellingen.

ALP = 1000 * WTR / L
HVT-formule

Wil je iets weten over de steilheid van de beklimmingen, dan kun je de klimspanning berekenen. Hiervoor deel je de klimwaarde tot de macht twee door het hoogteverschil tot de macht twee en vermenigvuldig je met vijf. Als de hellingen in een route minder dicht bij elkaar liggen, of weinig hoogtemeters bevatten, kan toch een aanvaardbare klimwaarde worden bereikt door het toevoegen van steile stroken.

HVT = 5 * WTR2 / H2
OPB-formule

De weerstand die de klimstroom ondervindt kan worden berekend door het product van een tweehonderdste van de klimwaarde en de lengte te delen door het hoogteverschil tot de macht twee. Door lange klimmen en korte afdalingen op te nemen in een kortgesloten route, krijg je de laagste klimpedantie. De tijd die wordt geklommen, ten opzichte van de daaltijd, neemt nog verder toe en de ruimte voor herstel neemt af.

OPB = 0,005 * WTR * L / h2

Klimprestatie

BKM-formule

De gerealiseerde gemiddelde snelheid op een specifieke klim kan worden omgezet naar een gestandaardiseerde klimprestatie. Dit doe je door de overwonnen rolweerstand, luchtweerstand en hellingbelasting bij elkaar op te tellen. De eerst- en laatstgenoemde nemen lineair toe, terwijl de tweede exponentieel stijgt. De maximale klimprestatie lijkt normaal verdeeld met een grote groep in het midden en een afnemende bezetting op de flanken. De weergegeven waarden gaan over getrainde sporters.

Snelheidslimieten
WTR 100 BKM 1000 BKM
0 25 km/u 59 km/u
250 10 km/u 49 km/u
500 6 km/u 40 km/u
750 4 km/u 33 km/u
1000 3 km/u 27 km/u
 BKM = 1,11 * km/u + 0,0045 * (km/u)³ + 7,25 * km/u * H² / L

Parcours Zevenheuvelenloop

Zoek de zevende dwerg

Een van de aanbevelingen van de Prins van Belvedere 2014 is het traceren en in de berekening opnemen van dwergklimmen, omdat deze een significante invloed kunnen uitoefenen op de routezwaarte. De eerste kandidaat hiervoor is het parcours van de Zevenheuvelenloop, dat net als de Zevenheuvelenweg, meer heuvels belooft dan het levert. Of zit het anders? Naast de vijf duidelijk te onderscheiden hellingen schampt het traject van de 7H-loop namelijk de Kentenberg, Ketelberg, Boksheuvel, Kwakkenberg en Huiselenberg. Wat is de invloed van deze stukken hellend asfalt?

Ontelbare heuvelen

Uit nadere analyse blijkt dat dit gezelschap twee grijze dwergen (E-grijs) herbergt, die de zeven heuvels van de loop compleet maken. De klimsterkte stijgt van 25 naar 29 ALP. Dit is een stijging van meer dan veertien procent, ongeveer eenzevende zwaarder. De oplopende meters van de Kentenberg en Ketelberg missen de steilheid en de knik naar de Huiselenberg mist het hoogteverschil. Of het voorvoegsel zeven nu wel of geen telwoord is, valt niet uit te maken. Wel is het zo dat zeven ook onbepaald, ontelbaar of allemaal kan betekenen.

Holle op de Vlierenberg

Uit nieuwe metingen blijkt verder dat de middelste heuvel de Vlierenberg als C-geel helling de grootste klimwaarde heeft en niet de Langenberg, die uiteraard de meeste hoogtemeters kent. De OPB waarde van 2,23 geeft aan dat de klimwaarde van de route factor 2,23 groter is dan de klimwaarde van een theoretische helling met een hoogteverschil van 120 meter en een constante stijging van 0,80 %. Een laatste feit dat opvalt is dat de route wat betreft klimwaarde net zo goed in tegengestelde richting kan worden afgelegd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Over de Zeven Heuvelen

Heuvelgraven

Hoe zit het met de Gelderse Zeven Heuvelen? In Zuid-Limburg liggen ze bij Gronsveld. Noord-Brabant kent meerdere Zevenbergen, waaronder die bij het Vorstengraf in Oss. Zeven verwijst op beide plekken naar een zevental grafheuvels uit de prehistorie. De stad Nijmegen is naar Romeinse traditie gebouwd op zeven heuvels. In haar omgeving ligt een illustere heuvelige weg, waarvan het aantal maar niet klopt. Een loopje met de waarheid? In 2016 is naast het oude pad van Groesbeek naar Beek een zestal grafheuvels ontdekt, of is ook hier de zevende heuvel weg? Van hellend vlak naar Ad Chartam.

Bergendalsebaan

De weg heette in 1885 nog gewoon Berg en Dalsche Baan naar Groesbeek. Wel worden de Engelenburg en Flierenberg genoemd. In 1570 liggen in het Nederrijkswald vooral bospaden, maar prijken de Molenberg, Boksheuvel en Brantberg. Vanuit de Heerlijkheid Groesbeek loopt in 1768 de Beeksche Straat over de Knotseklef, langs het gericht op de Galgenhei, slingerend het Nederrijkswald (1758) in. Dit pad sluit in de Meerwijk aan op de rechthoekige parkaanleg, waarvan de doorgetrokken noordelijke zijde rond 1900 de naam Weg over de Zeven Heuvelen krijgt. In 1953 wordt de Galgenhei echter omgelegd.

Wegverbergen

In 1825 wordt de weg van Nijmegen naar Groesbeek de meeste allure van het Geldersch Lustoord toegekend, omdat deze ‘door zijne rijzingen en dalingen, zeven heuvelen vormt, en even zo vele dalen’. De wandeling tussen Berg en Dal en Groesbeek wordt niet gemaakt. Hij keert op landgoed de Groote Vlierenberg, waar ook nu de verlichting op het fietspad ophoudt, bij het beeld van de Zevenheuvelenloper. In 1882 koppelt een andere wandelaar door Nederland het toponiem ‘zeven heuvelen’ aan de Berg en Dalsche baan. De weg van Nijmegen naar Groesbeek is geëffend en hij gaat trouwens per trein.

Rijkaardskunde

Terwijl rijkaards spreken over Zeven Heuvelen, nog in 1848 op de Groesbeeksche baan, spreken aardrijkskundigen over de Mokerheide (1843, 1860). Met de opkomst van de wielrijder stelt de professionele recreatieve kampioen in 1888 dat de weg tussen Berg en Dal en Groesbeek ‘over zeven heuvelen’ loopt. Een aarzelende aardrijkskundige schrijft in 1907 over de zogenaamde ‘weg over de zeven heuvelen’, met de verantwoording dat deze haaks op droogdalen is aangelegd. Zeven is hier dus een telwoord, en de bron van het toponiem staat sinds 2015 ook te boek als de bedenker van de term ‘keizerstad’.

Kaarten
 * T. Witteroos, Het Nederrijkswald en omliggende plaatsen (1570) Geverifieerd door waldgraaf Thomas van Appeltern.
 * J. van Aarden, Cart van den Nederrijxe Walt : met desselfs inleggende gecultiveerde landerijen (1758).
 * J. van Aarden, Cart van de heerlijkheid Groesbeek..., in het laatst des jaars 1768 (1768).
* Tranchot en von Müffling, Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und von Müffling, 1 Nijmegen Nord - 3 Nijmegen Sud (1803 - 1820). 
* N.N, Van Nijmegen naar Berg-en-Dal. Wandelkaart van Ubbergen, Beek, Berg-en-Dal en de Meerwijken (1885).
 * N.N, Nijmegen en omstreken (ca 1900).
Teksten
 * C. ten Hoet Jz, Het Geldersch lustoord, of Beschrijving van de stad Nijmegen en derzelver omstreken, met geschied- en oudheidkundige bijzonderheden (1825), p 53.
 * A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, vierde deel (1843), p 899.
 * P. Nijhoff, Een Geldersch reisje, van Amsterdam of elders, naar Arnhem, Zutphen, Het Loo en Nijmegen (1848), p 83.
 * A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dertiende en laatste deel (1851), ZEV p 144-172.
 * W.C.H. Staring, De bodem van Nederland, de zamenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland, tweede deel (1860), p 49-56.
 * J. Craandijk, Wandelingen door Nederland met pen en potlood deel 6 (1882), p 216.
 * J.B.M. van Galen, No 194 ANWB Cleve, in de Kampioen maart 1888 (1888), p 94.
 * E.J. Brill (red.), Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, 2 reeks: d.24 (1907), p 668.
 * Dr. Beckers, Voordracht Archeologische onderzoekingen in Z.-Limburg, in Natuurhistorisch Maandblad, 20e jaargang - No.1 (1931), p 10.
 * J.F. van Agt, Zuid-Limburg uitgezonderd Maastricht (1962), p 14.
 * G.G. Driessen en J.D.G. Montenberg, Oud-Groesbeek in woord en Beeld (1980), p 25, 29, 144 en 148.
 * H. Fokkens, R. Jansen en I.M. van Wijk (red.), Oss-Zevenbergen; de langetermijn-geschiedenis van een prehistorisch grafveld Archol Rapport 50 (2009), p 227.
* W. de Jonge, Keizerstad; Het keizerlijke imago van Nijmegen (2015), p 19. 
* P. Klinkenberg en W.J.A. Kuppens, Identificatie van een prehistorisch grafveld in de Westermeerwijk, gemeente Berg en Dal (2016), p 16.

De originele zeven

Een heuvel over

Waar is de zevende heuvel van die weg gebleven? Bekijk hiervoor het hoogteprofiel van het slingerende pad vanaf de kerk in Groesbeek over de velden het Nederrijkswald in, en vanaf de parkaanleg van de Meerwijken rechtsom langs de buitenrand naar Berg en Dal, zoals weergegeven op de Tranchotkaart uit het begin van de 19e eeuw. Hoewel een heuvel meer, is het hoogteverschil in vergelijking met de zes heuvels van de huidige Zevenheuvelenweg hier 20 % kleiner (100 vs. 125 m), doordat de weg dichter langs de kam loopt, waar de droogdalen minder diep zijn. Je moet er maar opkomen.

Op de weg terug

Ooit lagen er Zeven heuvelen op de route van Groesbeek naar Berg en Dal: 1. Knotseklef, 2. Galgenhei, 3. Boksheuvel, 4. Hogeklef, 5. Vlierenberg, 6. Engelenberg en 7 Brantberg. De oude route over de Galgenhei is steeds meer naar het oosten verschoven. Tegen de tijd dat de weg dus eindelijk haar naam kreeg, had zij reeds een heuvel verloren. Deze heuvel kun je terugwinnen door op de Zevenheuvelenweg links naar de Mozartstraat af te slaan, rechts af te slaan bij de Dries, en na kort links over de Nieuweweg, rechts af te slaan naar de Siep, die in vroeger tijden bekend stond als de Maldensebaan.

Reizende bergen

De originele zeven rijzingen zouden zich tot 1850, voor effening van de Groesbeekseweg en Nijmeegsebaan, bevinden op de weg van Nijmegen naar Groesbeek: 1. Huiselenberg, 2. Kentenberg, 3. Ketelberg, 4 Oeselenberg, 5 Lage Langenberg, 6, Hoge Langenberg en 7. Stekkenberg. De nummers drie, zes en zeven kun je met een kleine omweg herbeleven. Ketelberg: RA v. Cranenborchstraat, LA v.d. Boekhoffstraat, RD Peter Scheersstraat, LA Schlatmaeckerstraat. Hoge Langenberg: RA Nijmeegsebaan, RD Parklaan en Stekkenberg via het terrein van Werkenrode parallel aan de Nijmeegsebaan.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Prins van Belvedere 2014

De Prins van Belvedere is een lekenonderzoek naar de zwaarte van trajecten aan de hand van geselecteerde Strava segments en gereden tijden. Voor 2014 zijn een aantal trajecten (pvbel14) aangemaakt die bestaan uit meerdere hellingen. Het doel is om aan de hand van de verdeling van BKM scores te onderzoeken hoe de oorspronkelijke WTR formule toegepast kan worden op meerdere hellingen achter elkaar. Het wegen van de niet-WTR hoogtemeters in routes valt buiten de scope.

Verwachte snelheid km/u vs. BKM-score
Segment WTR 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Holleweg 1646 2 4 6 8 11 13 15 17 19 21
Beekdom 1419 3 5 8 11 13 16 18 21 23 25
Oesellang 279 11 19 26 31 35 39 42 45 48 50
Hunerhaan 281 11 19 26 31 35 39 42 45 48 50

Zoals in de tabel valt af te lezen zullen de grootste verschillen in gemiddelde snelheid naar verwachting niet worden gerealiseerd op het zwaarste segment, maar op het lichtste. De verhoudingen zullen wel ongeveer gelijk blijven. Bij een individuele klimtijdrit zijn de absolute verschillen in tijd, tussen renners met verschillende maximale BKM-scores, vooral afhankelijk van de zwaarte van de klim in relatie tot de lengte. De onderstaande steekproeven zijn gematched door de oorspronkelijk gepaarde gemiddelde snelheden per segment te sorteren van hoog naar laag. In de regel leveren renners binnen en tussen ritten namelijk niet op elke helling dezelfde inspanning, of nemen wanneer zij dit wel doen, niet dezelfde rust, behalve bij bloktraining. In het segment Beekdom zijn de niet WTR hoogtemeters (8 hm) over de Ubbergseveldweg, alsnog betrokken in de berekening, 1296 WTR voor, 1419 WTR na.

Holleweg vs. Beekdom km/u
Segment WTR ∑WTR N MD M SD Mann-W U-Test
Holleweg 1646 1912 100 15,15 15,16 0,94 z-waarde -3.6886
Beekdom 1419 2006 100 16,85 16,91 1,22 p-waarde 0.0002
Holleweg vs. Beekdom BKM
Segment WTR ∑WTR N MD M SD Mann-W U-Test
Holleweg 1646 1912 100 7,30 7,25 0,47 z-waarde 0.5172
Beekdom 1419 2006 100 7,04 7,06 0,54 p-waarde 0.6031

Het segment Holleweg start in Beek en voert via de Nieuwe Hollweweg, vd Veurweg, Bosweg, Nieuwe Holleweg en Oude Holleweg over de Sterrenberg en Hanenberg naar Berg en Dal. Beekdom begint in Nijmegen en loopt via de Beekmansdalseweg, Ubbergseveldweg, Ubbergse Holleweg, Rijksstraatweg, JDV Poldersveldtweg en Stollenbergweg over de Grote Kop en Stollenberg naar Berg en Dal. Als je de som van de hellingzwaartes (∑WTR) als uitgangspunt neemt dan zou de gemiddelde snelheid op het segment Beekdom lager zijn dan op het segment Holleweg. Dit is echter niet het geval, 16,91 versus 15,16 km/u, te verklaren door de hogere samengestelde routezwaarte (WTR) van het segment Holleweg. De lengte van de afdaling en de nabijheid van de volgende klim zijn dus medebepalend voor de zwaarte van een traject. Door de correctie van het segment Beekdom is tevens de invloed van ‘dwergheuvels’ op de routezwaarte aannemelijk gemaakt. De testen zijn overigens uitgevoerd op de mediaan.

Oesellang vs. Hunerhaan km/u
Segment WTR ∑WTR N MD M SD Mann-W U-Test
Oesellang 279 335 99 25,60 25,49 2,40 z-waarde 0.7990
Hunerhaan 281 323 99 25,60 25,44 2,21 p-waarde 0.4237
Oesellang vs. Hunerhaan BKM
Segment WTR ∑WTR N MD M SD Mann-W U-Test
Oesellang 279 335 99 3,00 3,00 0,42 z-waarde 0.0891
Hunerhaan 281 323 99 3,00 2,99 0,38 p-waarde 0.9283

Het segment Oesellang start in Heilig Landstichting voert via de Nijmeegsebaan, over de Oeselenberg en Langenberg naar Groesbeek. Hunerhaan begint in Nijmegen en loopt via de Berg en Dalseweg en Oude Kleefsebaan over de Hunerberg en Hanenberg naar Berg en Dal. Of je nu de som van de hellingzwaartes (∑WTR), of de samengestelde routezwaartes (WTR) als uitgangspunt neemt, de gemiddelde snelheid zal op beide segmenten gelijk zijn. Dit is ook het geval, 25,49 versus 25,44 km/u, te verklaren door de gelijke samengestelde routezwaartes (WTR) als input in de BKM formule voor klimprestatie (3,00 versus 2,99). De in de tijd ontstane doorgaande wegen van Nijmegen naar respectievelijk Berg en Dal en Groesbeek blijken dus exact even zwaar.

Zwaartebepaling
WTR = 0,95 * h * (% * (1 + %l/l) + s% / (1 + %l/l)) en ∑WTR ≠ WTR

Formules waarbij zwaartes van hellingdelen worden opgeteld zijn geschikt voor het vergelijken van gelijkvormige, of vloeiende hellingen. Voor het beschrijven van de zwaarte van een serie ongelijkmatige klimmen bij Nijmegen zijn dergelijke formules minder toegerust. Ter vergelijking, bij het optellen van hellingen heeft een etappe met aankomst bergop dezelfde zwaarte als die etappe inclusief afdaling. De WTR formule geeft een andere uitkomst, omdat bij aankomst bergop een groter deel van de etappe uit helling bestaat. Het relatieve gemak en hogere snelheid in de afdaling worden niet meegenomen in het berekenen van de gemiddelde snelheid, die dus bij aankomst bergop lager zal uitvallen. De ratio tussen ∑WTR en WTR geeft aan hoe effectief de beschikbare klimmen gebruikt worden in een klimroute. Lange klimmen en korte afdalingen geven in de regel een hogere ratio dan andersom. Met een mix van lange klimmen en afdalingen tussen klimpockets, en korte klimmen en afdalingen binnen klimpockets, wordt meestal de hoogste WTR waarde bereikt. Zware hellingen zijn helemaal niet nodig voor een goede klimroute. Belangrijker is dat ze voldoende steil, hoog, talrijk en nabij zijn.

Elementen routekwaliteit
1) Sterk hellende hectometers
2) Significante hoogtemeters
3) Verhouding klimmen en dalen
4) Verhouding klim- en routezwaarte

Hellingen met een WTR kleiner dan 75 werden tot nu toe beschouwd als niet significante hoogtemeters. Bij het uitdrukken van routezwaarte in ∑WTR was hun bijdrage aan het totaal namelijk gering, maar in WTR ligt dit anders. Daarnaast ging ik er vanuit dat deze zogenaamde dwergklimmen gelijk verdeeld zijn en een gelijke impact kennen. Deze aanname is in WTR niet langer houdbaar. Het is goed denkbaar dat de invloed wel degelijk verschilt. De stuwwal is per slot van rekening niet overal even hobbelig. Een van de aanbevelingen van de Prins van Belvedere 2014 is daarom om de onverkende dwergklimmen beter in kaart te brengen. In het verlengde hiervan ligt de gedachte dat de kwaliteit van een heuvelstelsel mogelijk beter tot uitdrukking komt als deze wordt gemeten aan de hand van de zwaarste ronde van 15 kilometer in plaats van de zwaarte van de aanwezige hellingen. Niets meer dan een stap verder in het optimaal gebruiken van beschikbare hoogteverschillen op de fiets.

Prins van Belvedere 2013

Onderstaand de gestandaardiseerde bulkgetallen voor de Prins van Belvedere 2013, een vergelijking van de gemiddelde snelheid op de Grote Kop, Kleine Kop, Hanenberg en Sterrenberg. Op basis van omgerekende inspanning (BKM) volgen de Strava leaderboards een redelijke normaalverdeling met een iets grotere groep onder het gemiddelde. Aangezien de data afkomstig zijn van trainingen op de openbare weg is het niet raadzaam uit te gaan van de maximaal behaalde snelheid, maar van de gemiddeld behaalde snelheid. Bovendien rekent Strava om naar hele seconden en bepaalt het de positie aan de hand van beschikbare GPS gegevens. Een losse meting zegt dus weinig, maar de hele set ook niet alles. Voor het verder vergelijken van de heuvels is daarom uitgegaan van een selectie van renners waarvan de snelheid per renner op beide te vergelijken segments niet meer dan 2,5 km/u afwijkt, zie Sterrenberg vs. Hanenberg en Grote Kop vs. Kleine Kop.

Snelheid km/u
Segment WTR Z=+2 Z=+1 Z=0 Z=-1 Z=-2 N M SD
Sterrenberg 1507 19,4 16,5 13,6 10,7 7,8 205 13,6 2,9
Hanenberg 1477 19,4 16,3 13,3 10,2 7,2 1665 13,3 3,1
Grote Kop 992 21,1 17,4 13,6 9,9 6,1 1176 13,6 3,8
Kleine Kop 933 21,4 18,4 15,4 12,4 9,4 329 15,4 3,0
Verdeling BKM scores
Segment Z>+2 Z>+1 Z>0 Z<0 Z<-1 Z<-2 N M SD
Sterrenberg 2,4% 14,1% 32,2% 38,5% 10,7% 2,4% 205 6,0 1,3
Hanenberg 2,9% 10,3% 36,8% 39,7% 8,8% 2,9% 1665 5,7 1,4
Grote Kop 4,4% 9,2% 29,2% 43,8% 11,4% 1,0% 1176 4,0 1,2
Kleine Kop 2,4% 13,0% 33,9% 36,7% 11,2% 2,4% 329 4,3 0,9

Cijfers om nader te bestuderen in een ‘within context’ zijn die van de Hanenberg, die zwaarder lijkt dan de Sterrenberg, gezien de hogere gemiddelde snelheid daar. Het lijkt erop dat de steekproeven van elkaar verschillen. Ook de hoge gemiddelde, maar relatief lage maximum snelheid op de Kleine Kop roept vragen op. Voor deze verschillen zijn legio verklaringen te vinden, zoals de betrouwbaarheid van de data in het geval van korte segments, het zogenaamde ‘snipen’ van segments, wat betekent dat er pas gas gegeven wordt op dat deel van een overlappend segment dat korter is en dus meer deelnemers kent, en de bekendheid van de klim, waardoor de populairdere segments minder geoefende fietsers trekken. Voor nu ligt de focus op de verschillen tussen de Sterrenberg en Hanenberg enerzijds en die tussen de Grote Kop en de Kleine Kop anderzijds. De vraag is of de metingen en de WTR waarden voor deze hellingen bevestigd worden door de afgeleide inspanningsdata.

Sterrenberg vs. Hanenberg km/u
Segment WTR KBN N M SD Best Gepaarde T-toets
Sterrenberg 1507 1485 82 13,52 1,16 36,6% t-waarde 3,0389
Hanenberg 1477 1382 82 13,75 1,25 63,4% p-waarde 0,0032
Sterrenberg vs. Hanenberg BKM
Segment WTR KBN N M SD Best Gepaarde T-toets
Sterrenberg 1507 1485 82 5,92 0,52 46,3% t-waarde 0,1879
Hanenberg 1477 1382 82 5,91 0,50 53,7% p-waarde 0,8515

Om de vraag te beantwoorden of de Hanenberg, of juist de Sterrenberg, de zwaarste klim bij Nijmegen is, zijn de gepaarde gemiddelde snelheden van 82 Strava renners, die in 2013 beide hellingen beklommen, geanalyseerd met een gepaarde T-toets. Hieruit volgt dat de behaalde gemiddelde snelheden op de Sterrenberg significant (p<0,01) lager liggen, dan die op de Hanenberg. Van alle mogelijke verklaringen is de meest plausibele dat de Sterrenberg voor de meeste renners een zwaardere klim is dan de Hanenberg. Om de prestaties van de renners te vergelijken kan gebruik gemaakt worden van de nieuwe BKM formule die rol-, lucht- en klimweerstand optelt. In een vergelijking met een gepaarde T-toets blijken de BKM scores niet significant (p>0,01) te verschillen. De renners doen dus op beide hellingen even hard hun best.

Grote Kop vs. Kleine Kop km/u
Segment WTR KBN N M SD Best Gepaarde T-toets
Grote Kop 992 881 82 15,62 3,02 35,4% t-waarde 3,0167
Kleine Kop 933 852 82 16,08 2,64 64,6% p-waarde 0,0034
Grote Kop vs. Kleine Kop BKM
Segment WTR KBN N M SD Best Gepaarde T-toets
Grote Kop 992 881 82 4,66 0,98 56,1% t-waarde -2,3684
Kleine Kop 933 852 82 4,54 0,82 43,9% p-waarde 0,0203

De Grote Kop en de Kleine Kop zijn twee dicht bij elkaar in de buurt liggende klimmen, die bijna even zwaar zijn, maar verschillen in lengte, hoogte, steilte en wegdek. De Grote Kop is lager, korter, steiler en bekleed met glad asfalt, terwijl de Kleine Kop hoger, langer, minder steil en voorzien is van klinkers. Ook hier zijn de gepaarde gemiddelde snelheden van 82, deels andere, Strava renners, die in 2013 beide hellingen beklommen, geanalyseerd met een gepaarde T-toets. Hieruit volgt dat de behaalde gemiddelde snelheden op de Grote Kop significant (p>0,01) lager liggen. Hoewel de verschillen klein zijn, is de Grote Kop gemiddeld een zwaardere klim dan de Kleine Kop. Bovenstaande resultaten bevestigen zowel de heuvelmetingen als de WTR formule. Op grond van de steekproeven van de Prins van Belvedere 2013 is de belKOM formule bijgesteld en hernoemd naar BKM formule.

Snelheid km/u vs. BKM-score
Segment WTR 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Sterrenberg 1507 3 5 7 10 12 14 16 18 20 22
Hanenberg 1477 3 5 7 10 12 14 16 18 20 22
Grote Kop 992 4 7 10 13 16 19 22 25 28 31
Kleine Kop 933 4 8 11 14 17 20 23 26 29 32

Zoals in de tabel af te lezen worden de grootste verschillen in gemiddelde snelheid niet gerealiseerd op de zwaarste klim, maar juist de lichtste. De verhoudingen blijven echter ongeveer gelijk. Bij een individuele klimtijdrit zijn de tijdsverschillen tussen renners met verschillende maximale BKM-scores daarom vooral afhankelijk van de zwaarte van de klim in relatie tot de lengte. De tijdsverschillen tussen BKM-scores kennen grofweg dezelfde verhouding als die van de WTR waardes maal de lengte van de klimmen. Zo zullen de verschillen in tijd, tussen renners met een gelijk verschil in BKM, naar verwachting een factor 1,31 groter zijn op de Kleverberg (1042 WTR, 1,9 km), dan op de Sterrenberg op plaats 2 (1507 WTR, 1 km), gevolgd door de Hanenberg en Stollenberg op de plaatsen 3 en 4. De Kleine Kop en de Grote Kop staan pas op plaats 15 en 22 in deze theoretische ranglijst.

Klimprestatie
BKM = ((4 * m/s) + (0,2 * m/s3) + (0,1 * WTR * m/s)) / 100

Profielen holle wegen

Vijf van Nijmegen

Holle straten klimmen het hardst. Deze vijf opgangen en hun varianten zijn ongetwijfeld de zwaarste stuwwalhellingen van de Benelux. Een reisje langs de Rijn meer dan waard. Vanuit de Randstad liggen de heuvels van Vlaanderen en Zuid-Limburg minstens dubbel zo ver. Daarbij komt dat in het laatst genoemde gebied slechts twee heuvels beduidend zwaarder zijn, dan de beklimmingen over de Oude en de Nieuwe Holleweg.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Toponymiewegen

Zevelichse Heuvelen?

Volgens de Lies van Limburgse plaats- en gemeintenamen gewald = gezag, dan Siebengewald iets van gezagsscheiding. https://t.co/zQvIOgJlGy

Als zeven = septum, dan split -heuvelen, -dal, -laagte, -woud, -boom, -water, -bronnen #scheidingsweg #schottheide #zevenaar #sepa #cleve

Zevenheuvelen: een bepaald aantal bergen, of een landschap van ondefinieerbare heuvels? #7H #BergenDal #telganger #hobbelpaard #knollentuin

De 7 Heuvelen soap continues: Wasser und Seyffen leerden de Romeinen van de Germanen. http://t.co/ksQkCTaE09

Van Zyfflich tot Çevlik. Romeins afval vind je werkelijk overal. Hielden volgens mij niet zo van opruimen? #duurzaam @RomeinseLimesNL

Van Sefflum naar Kukleum via Sennekensboom en Sipendaal. Door het land van Canisius, Cillissen, Sieneke & Seveke. pic.twitter.com/hPuRw0Bued

Santen, Sevelich, Sevelaer, Salkar, Saesar
Xanten, Xevelich, Xevelaer, Xalkar, Xaesar
Canten, Cevelich, Cevelaer, Calcar, Caesar

Sevelich: 3 leugae van Nijmegen, 22 van Blerick. Ceve(lums)heuvelen? Ceve(lums)dal? Ceve(lums)gewald? #foutehobby http://t.co/1xotFO1UQU

Nog een toponiem in de Zevenheuvelenserie: Sieben Quellen | Rad am Niederrhein http://t.co/UhzTBpJnCj & http://t.co/utZrscytVG #telwoord

Sevengewalt – Zevenghewaet. Wade/oversteek. De Kendel is alleen niet reuzebreed. http://t.co/NA0ENtPJxP

Safliggi/Saflika 975 AD. Zavel/Sabulum ‘zand ‘ 500-1200 AD. Sabel/Sabellum ‘zwart’ (slavisch bont) komt van na 1200 AD. #duivelsdrijfzand

Zyfflich: plaats met rood-rossig (oranje) zand. Holdeurns aardewerk?http://t.co/RccAwaSnAG & http://t.co/j1mYeioZaV & http://t.co/GY6NhSj9qM

Ooy/Ooij hoort ook nog bij Zevenaar/Zyfflich, Groessen/Groesbeek, Duiven/Düffel. Zevenaar ligt op een stroomrug/grofzandafzetting van de Aa.

Poort of gracht? Zevenaar/Zyfflich, Groessen/Groesbeek, Duiven/Düffel & Elten/Elden, Emmerich/Eimeren, Rees/Ressen http://t.co/YEp6IJyIMe

Terug bij af! Grafheuvels vaak bij breuken en bronnen, dus de verklaring siepen / sijpelen in Zevenheuvelen kan even goed. #rondjesdraaien

Een ander Nijmeegs debat betreft het aantal heuvels van de Zevenheuvelenweg. NB de Zeven Provinciën waren stiekem met zijn achten #PS15

Als Zyfflich als ‘afgescheiden’ liciae/lice wordt opgevat, dan is die doorbraak van voor 880 AD. Saffligi vs Souvlaki pic.twitter.com/OputwupbNh

Post-Romeinse Waal neemt hap uit Liesenberg en breekt door rivierduin Beek-Zyfflich, en het Wylerbergmeer ontstaat. pic.twitter.com/5fkHCMkM2F

7H & Romeinen: Septem = zeven, septum = scheiding. Bij zeven scheid, of zuiver je zaken. vgl. Zoek de zevende dwerg! http://t.co/VdgdQJjNMB

Op het oude Zevenheuvelenpad lagen toch 7 heuvels: Knotseklef, Galgenhei, Kampheuvel, Boksheuvel, Vlierenberg, Engelenberg en Duivelsberg.

Het Zevendal, Zevenaar, Zevengewalt en het Zevenboomsven in Afferden waren igg allemaal ooit Kleefs gebied.

Zevelichse heuvelen? Heuvels behorend bij het oeroude sticht Zyfflich? http://t.co/LuvvPABDMj

Zwanen van Mergelpe?

Mergelp, Duivelsberg, Holdeurn en Heksendans. Mahr → Alp → mn Duivel, vr Heks. de.wikipedia.org/wiki/Nachtalb #nachtmerrie

Het overgebleven deel kon het lokalere toponiem Wylerberg blijven dragen en de steilrand Wylseklef. Het stift werd later helemaal Kleefs.

Het ‘langzaam uit de vlakte verheffen’ van Balderiks Houberg kan oostelijk vanaf Hau en Qualburg. #oudsteheuvelnaam

Mahralp: Grimmige Schwanjungfrauen op eiland in Wylermeer? #mergelp #schwanenritter #aspel http://t.co/DlkLi5nRu3 & http://t.co/HgUjrPjTZX

Het originele bonnetje van de transfer van Meregelpe van het Stift Zyfflich naar de aartsbisschop van Keulen in 1117 http://t.co/CMr8YSEwfE

Dyluvyeberg? Mergelpe? Stortvloedberg? Bij doorbraak rivierduin is igg wel het een en ander in het meer gegleden. http://t.co/EX40qTB95v

Als “in monte qui Mergelpe vocatur” = Duivelsberg, snap ik de latere naam voor deze toen Kleefse exclave in het stift Zyfflich: Kleverberg

http://t.co/V1cC88yyFd via @Taaldacht *De aan Zyfflich ontfutselde Mergelp werd geschonken aan de graaf van Kleve. #schwanensage #lohengrin

Schwanenritter-Sage aus Elten? http://t.co/j1eOrpx4La via @rponline *Na het proces stichtte de nu bezitloze Balderik een stift in Zyfflich.

Ook Mere (Mehr) vermeld in 721. Of het in de 13e eeuw opgedroogde mere ‘gelp’ was, geen idee. http://t.co/WvvE64MzdC pic.twitter.com/E9zrtX31Nn

Balderiks Meregelpe? 1117 Xanten->Zyfflich, 1143 Bedburg, Na 1223 wereldlijk, bouw beloofde burcht Kranenburg op 1400m afstand van Kleyen.

Nou, mijn dode tablet doet het igg ineens weer. Opladen op de Mont Fer. Over Klapperstenen, ijzer en silicum aldaar: http://t.co/vZD383wMLj

Duffeltberg of Hellendoorn?

De Tannenberg in Materborn van Tanfana of Vrouw Holle? Heerseres dodenrijk vgl. Tankenberg www.runningfox.nl

Folkloreverklaring voor de Romeinse leemputten rond de Duivelsberg. Er zou een verzonken schat in het hart liggen. www.groetenuitbergendal

Holdeurn of Dorent. Vgl. Dörenther Klippen, Hockenden Weib in het Teutoburgerwoud bij Ibbenbüren? @TecklenburgRF1 http://t.co/HblQPbMAjF

Netbook lijkt ook geraakt door de vloek van Balderkamon. Up & running binnen een dag dankzij @tweakers & @afutureNL Duivelsberg it is ;~)

Ze zijn wel naamgever van de houtje-touwtjejas http://t.co/UIEksCtqq2, maar de Holdeurn is dat van Romeins aardewerk http://t.co/ewFLCIV64A

Holle Doorn, Holunder, Vlier, Hellendoorn http://t.co/4lBxspHwsy. Op de kaart van Thomas Witteroos staat Hollersboom #flierefluiter #sambuca

De Vlier(enberg) gewijd aan Vrouw Holle. Zij checkt jaarlijks of mensen vlijtig of lui waren. http://t.co/D94b4BFvPp pic.twitter.com/c3UMLfTzfi

En zo eindig je bij Sleedoorn in Hellendoorn http://t.co/TtHcQooeUB & Hol, hel. De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 http://t.co/OB11lkLJHR

Holldorn betekent zoiets als doornenheuvel. Als dit verwijst naar de doorns van ‘beduvelde’ bramen komt Duivelsberg niet van Duffelt.

De (oc)cultheuvel Hanenberg, ook wel gestaafd als Manenberg, ligt in de buurt van de Zonneheuvel (Ravenberg), Sterrenberg en Duivelsberg.

Kwamen de oude Groesbekers ook als sterren uit de hemel? Googeleklef, Stekkerberg en ook nog de *Boks*heuvel ;-) pic.twitter.com/hU7IN4a9P4

Karel op de Slotberg?

Door zo’n megalithische bril is de latere mini-reuzentoren op de Valkhofkapel dan wel weer logisch #skyline #024geschiedenis @madurodam

Ook de grondvorm vd Nicolaaskapel lijkt op Valkhofheuvel. Rond met portaal ZW #024geschiedenis #dakkapel #matroesjka

Hellingshoek 1e dak Nicolaaskapel is gelijk aan de Valkofheuvel zelf. Latere toren verknalt de lijn #024geschiedenis

Nog geen smoking gun van 700 jaar geschiedenis tussen de 4e en 11e eeuw. #speldindeslotberg

Zou Karolingisch Nijmegen dan toch eindelijk gevonden zijn? @RomeinseLimesNL 601799498617200640

In het aartsdiakonaat Xanten viel alleen Nijmegen (van oudsher) onder het patronaatsrecht van het St. Apostelnstift. pic.twitter.com/wE8KlzLgAB

Het silhouet van de koepel van de Apostelnkirche in Keulen doet me denken aan de St. Nicolaaskapel op het Valkhof. http://t.co/hxEtNBOiBy

Ruim voor Keizer Karel stond Millingen nl. op de kaart. Geen middeleeuws spoor van Nijmegen-Groesbeek-Kranenburg-Kleve. #geldersestreken

Zuidelijker plaatsaanduidingen in het noorden Limbourg (België), Geldern (Duitsland) en Orange (Frankrijk) #Delahaye #Peutingerkaart #PS15

Een kop, klef of berg?

Nijmeegse vervoeging? Verstoppen = verstoppelen. Sintelen-, Ketelen-, Oeselen-, Huiselen- en Engelenberg + Koekeleklef @hetiskoers @eijkb

Leuke site, met alle toppen van de heuvels in het Reichswald op de foto: http://t.co/SwbIXdBnVA

Op de Hunsköbel, Drölsenberg, Hoenderberg en Hunerberg lagen structuren uit de Steentijd. Hun of drol is reus: de vermeende stenenstapelaar.

Dageraad in de Meerwijk http://t.co/2EkvpH9JzX @ottoschapendonk. Het is wsx toch de Brantberg! En de Meerberg->Brantberg=Galgenberg :-)

Die ‘flank’ van de Hengstberg is dus een grijze dwerg genaamd Kleine Kop. Beukstraat/Berg en Dalseweg/Cerialisstraat

Waarom Neder-rijkswald? Omdat het nog maar bestond uit laag bos, hakhout. Op de Wolfsberg liepen geen wolven, maar werd ijzer gewonnen.

Herwendaal en Herwendaalsehoek? In de middeleeuwen lag daar de vlasroet (Koepel) –> ‘vlas gherwen’. Databasedank: @Taalbank_INL

Links bij Nijmegen

Gelders fietsnet ~ Het informatieportaal voor fietsers, infrastructuur en voorzieningen die Gelderland biedt.

Heuvels Fietsen ~ Informatie over heuvels, voorzover deze met de racefiets beklommen kunnen worden.

Inge Fietst ~ Ergens in 1989 ben ik met het fietsvirus besmet geraakt en ik ben er nooit meer van genezen.

Nijmegen Fietst ~ Fietsbeleid, fietsroutes, fietswinkels, fietsclubs en fietsverenigingen in en om Nijmegen.

Peters Fietssite ~ Profielen, statistieken en kaartjes van meer dan 100 hellingen in Midden-Nederland.

Roelof Schokker ~ Trainingen, ervaringen en belevenissen als wielrenner, wielertoerist en granfondisto.

Sportieve Fietser ~ Ik, mijn fiets en de fietswereld. En natuurlijk mijn godfatherschap.

Wiel-Rent ~ Verhuur van fietskoffers, racefietsen, tijdritwielen, tijdrithelmen, ploegleiderswagens, etc.