Categorie: Auteurkoersen wielrennen
In 12 jaar (2009-2021) rijd ik 328 wedstrijden bij de trimmers en amateurs van de nationale en vrije bonden, reis per trein en train in de heuvels.
-
Ronde van Rossum
14 mei 2014 – Rossum
De Ronde van Rossum is een opnieuw in gang gezette, zeer goed georganiseerde koers, die in de tweede editie bijna zeventig deelnemers aan de start ziet bij de Amateurs. Zelf krijg ik nummer 13 uitgereikt, welke ik maar op de kant opspeld. Ook vandaag is de temperatuur weer ver boven de twintig graden gestegen. Zonder bidons fietsen is in ieder geval niet aan te raden. Achteraan gestart merk ik al vrij snel dat het er vandaag niet inzit. Het grote peloton harmonicaat over het 1800 meter lange, maar smalle parcours met vier scherpe bochten op de kopse kanten en een hoge snelheidsbocht halverwege de terugweg over de klinkers. In een groep van een man of tien rijd ik de koers uit en eindig op een 54e plaats. Tijd voor de pasta.
-
Ronde van Stokkum
4 mei 2014 – Stokkum
De geplande wedstrijd voor vandaag was eigenlijk de Ronde van Bosschenhoofd, georganiseerd door WV Avanti onder auspicien van de Brabantse Wielerfederatie. In theorie althans. Door plotselinge logistieke problemen kan de startplaats niet door mij worden bereikt. Dat wordt zoeken naar een alternatieve wedstrijd, waar ik nog op tijd aan de start zou kunnen verschijnen. In het Gelderse Montferland ligt Stokkum in het dal tussen Elten en ‘s-Heerenberg. Op een bochtig parcours geheel bedekt met zwaar lopende grijze grindklinkers start om 15.15 uur een wedstrijd voor amateurs over 80 kilometer. Dat is 33% meer dan waar ik rekening mee heb gehouden en het aantal bochten per kilometer is meer dan het dubbele. Tja, toch maar proberen. De zon schijnt en de omgeving is prachtig.
Bijschrijven is geen probleem. Tijdens het opstellen trekken renners een kaart uit de hand van een rondlopend jurylid om de startvolgorde te bepalen. Normaal starten bijschrijvers achteraan. Direct vanaf de eerste ronde gaat het peloton op een lint en ik merk al snel dat door het niet afhoudende hobbelen op een stijf aluminium frame en draaien op een 55 het een zware 2 uur gaan worden, zonder bidonnen met water. Geen match. Het leukste deel van het parcours is de oplopende zijde, de bocht aan het einde daarvan het lastigst, aan de staart. Omdat beslissende ontsnapping niet tot stand komt blijft de snelheid hoog. Na 60 kilometer is ineens de tank leeg en ik moet net als de helft van het peloton eerder, laten lopen. Op hangen en wurgen weet ik wel uit te rijden op een prima en veilig parcours, waarbij positionering de doorslag geeft.
-
Ronde van Terheijden
20 april 2014 – Terheijden
De laatste decade van april vindt traditioneel de Ronde van Terheijden plaats op het 2300 meter lange rechthoekige parcours door het buitengebied. Met de informatie van de vernieuwde website van de Brabantse Wielerfederatie in het achterhoofd reis ik af naar de zes kilometer ten noorden van Breda gelegen woonkern. Na een aantal jaar met veel plezier onder een WFN licentie van de BWF te hebben gereden, heb ik in 2014, met het oog op koersen in Duitsland, een soortgelijke licentie aangevraagd bij de in Someren gevestigde Nederlandse Wielrenbond (NWB).
Een rondje inrijden lijkt me raadzaam, maar terug bij de finish blijkt iedereen reeds opgesteld te staan. Het is warm, de wind staat fors tegen en de wegen zijn smal. De koers is nog geen ronde oud als vijf man direct het hazenpad kiezen, gesteund door ploeggenoten die strategisch gaten laten vallen op de krappe wegen. Het enige dat mij rest is als de wiedeweerga naar voren speren. Vooraan gekomen is de kloof al fors uitgediept. Op 55×11 probeer ik het gat te dichten, maar merk al snel dat ik hiervoor de afgelopen weken simpelweg niet voldoende trainingsarbeid heb verricht.
Met scherpe bochten heb ik een stuk minder moeite sinds ik foto’s vergeleken heb van mezelf en de winnaar van het BWF klassement 2013 in dezelfde bocht. Heeft dus gewerkt. Na een spervuur van uitvallen steken nog drie renners over naar de kopgroep, zodat deze uit acht man bestaat. Gelopen koers. In de achtervolging schakel ik op een moment zelfs over naar het binnenblad. Een andere coureur pakt het proactiever aan door er in zijn eentje op uit te trekken en dit vol te houden tot de finish. De droge oostenwind zorgt voor een lange warme koers, waarin een bidon geen kwaad had gekund. Mijn slotaanval loopt spaak, maar ik ben niet gelost.
-
Runde von Uedem
6 april 2014 – Uedem
Tien kilometer ten zuidoosten van de Duitse grensplaats Goch, ligt het stadje Uedem op een van de hoekpunten van de Pfalzdorfer Hoogten, de noordwestelijke helft van het Nederrijnse Hoogland, verder begrensd door Nijmegen, Kleve en Kalkar. De meer dan honderd jaar oude wielervereniging RSV Sturm 03 organiseert hier al bijna vijfendertig jaar de Runde von Uedem. Hoog tijd om eens deel te nemen. Het 2300 meter lange parcours heeft de vorm van een platte ruit, met twee echte bochten, die de klim en afdaling van de zwak en gelijkmatig hellende smeltwatervlakte van elkaar scheiden. Bijna heel Nijmegen is gebouwd op een spoelwaaier, dus omgaan met stiekem plat zoals op de Heyendaalseweg, Groesbeekseweg, ‘d Almarasweg, of Scheidingsweg ben ik reeds lang gewend. Dat is trainingsmaat Bram, die van start gaat in de Jedermann Klasse, natuurlijk ook. Bovendien is dit getraind in de LoperKoning. Hup, met de trein naar Vierlingsbeek, de pont over bij Bergen en op de fiets over de Maasduinen naar de start.
Klokslag drie uur wordt het peloton van de Hobby Klasse weggeschoten voor een koers van vijfendertig kilometer. Na de eerste driehonderd meter zwabbert een coureur met te hard opgepompte banden onderaan de rotonde uit de bocht, die nog nat ligt van de voorgaande regenbuien. Zijn schuiver levert gelukkig weinig tot geen schade op. Wel breekt het deelnemersveld direct in stukken. Als gevolg hiervan komt Bram er samen met een andere renner tussenin te rijden en dat is met de harde kopwind op de lange finishstraat vol aan de bak, maar niet anders. In goede samenwerking houden zij als duo kop over kop rijdend, lang stand tegen vijf achtervolgers, waarvan er drie uiteindelijk de aansluiting weten te maken. De andere twee zijn overboord gevlogen. Vijf ronden voor het einde voelt Bram zijn achterwiel wegschuiven en constateert dat een ongelukkig stuk zwerfmetaal zijn band heeft doorboord. Hij meldt zich netjes af bij de jurywagen en wordt afgeroepen.
Wanneer ik om vier uur ’s middags zelf van start ga in het gecombineerde startveld van elite en amateurs zijn de wegen opgedroogd en breekt de zon door. Met een fors uitgedunde kalender en slechts een echte profploeg, zijn de Duitse semi-profs genoodzaakt ook nationale criteriums als deze in teamverband te rijden. Het eerste wat me opvalt in het peloton is dat men elkaar ertussen laat. Zo ook de weigering van een door een ploeggenoot meermaals naar voren geseinde renner om zich langs mij te wringen. Omdat geen enkele ontsnapping lang stand houdt blijft de snelheid onverbiddelijk hoog, gemiddeld 46 km/u. Gelukkig vallen er geen gaten en is het op 55×11 goed toeven tussen de hoge wielen, zelfs de spoelwaaier op. Eenmaal verlaat ik als een malloot het peloton, wel aan de voorkant, alleen inlopend op de kopgroep, maar roep mezelf tot de orde als ik gespot wordt als mikpunt, in plaats van andersom. Na een finale met zeer snelle laatste ronden eindig ik met verzuurde benen halfweg in de onvermijdelijke massasprint.
-
Ronde van Heusdenhout
1 september 2013 – Breda
Een harde wind en een lagere temperatuur dan de afgelopen maand(en) luiden onherroepelijk de eerste herfstdag in. Op de rol staat de Ronde van Heusdenhout over 60 kilometer met een 1900 meter lang rechthoekig parcours om de gelijknamige woonwijk. De brede aanvoerweg, die de derde parcourszijde vertegenwoordigt, blijkt de scherprechter die het peloton van 37 coureurs in twee gelijke stukken laat breken. Niet lang geleden met een banddikte verschil vierde geworden in een premiesprint voor drie, beland ik, terwijl ik op adem kom, in het achterste deel. Met enkele losse renners probeer ik wel de oversteek te maken, maar als je in deze fase in die positie komt, weet je dat je het gewoon hebt verklooid. De harde wind doet de rest.
Om te voorkomen dat deze, door de wijkraad en WV Breda georganiseerde koers, voor mij de Ronde aan de Broek wordt, besluit ik het initiatief te nemen in de achtervolging. Dat ik hierbij af en toe loskom van de krimpende groep medegelosten neem ik voor lief. De meesten geloven het wel en ik kan ze geen ongelijk geven. We rijden voor de, schrik niet, twintigste plaats in een gelopen wedstrijd. Het op het oog snelle parcours blijkt toch minder te lopen dan gedacht. Vlak na de finish liggen twee drempels en de vierde winderige zijde, wordt vooraf gegaan door een slingerende strook hobbelige grindklinkers, waarin voor de zekerheid ook nog twee drempels zijn geplaatst. Mijn bidonhouder aan de zitbuis geeft de geest.
Op vijf ronden voor het einde roept de speaker om dat de inmiddels tot 12 man uitgedunde club achtervolgers een achterstand van een minuut heeft op de 19 “koplopers”. We kunnen in ieder geval gaan afsprinten. Met de weer ingevoerde en verzwaarde route Kommendaal is mijn sprint in ieder geval verbeterd, zodat ik nog als tweede weet te eindigen van de groep en 21e in totaal. In de totale ombouw van de Klimbijnijmegen website heb ik drie weken minder aandacht kunnen besteden aan training en een maand niet gekoerst. Nou, dat is dus te merken. De conditie is er wel, maar de scherpte ontbreekt. Je kunt echter maar een ding tegelijk. Het onderzoek naar BEL training heeft wel geleid tot een nieuwe eenheid voor hellingzwaarte: WTR.
-
Ronde van Oosterhout
25 augustus 2013 – Oosterhout (GLD)
Gelukkig minder warm dan de vorige editie toen met 32 graden en een fikse wind de Ronde van Oosterhout a/d Waal verreden werd. Geen klimmen, wel bij Nijmegen. Als ik samen met trainingsmaat Bram over de dijk onder de nieuwe Waalbrug van Nijmegen naar Oosterhout peddel, kom ik tot de conclusie dat de in mijn beleving immer aanwezige rivierwind een break heeft genomen. Moet kunnen, maar dit betekent wel dat het in de ronde opgenomen stuk over de waterkering niet tot een schifting zal leiden. Geen zorgen, er is altijd nog de zwaartekracht. Als die een pauze neemt, heb je hele andere zaken aan je bol dan het rijden van een wielercriterium, I guess. Zwaartekracht heb je 24/7 tegen en, als jouw discipline geen downhill heet, maar naar de naam wielrennen luistert, wil je die ook liever niet pal mee hebben.
Op het klimmetje tegen de hoge Waaldijk valt vandaag een bergprijs te verdienen voor de renner die het vaakst als eerste boven komt. Op de top heeft zelfs een heuse klimcommissaris plaats genomen in de persoon van een KNWU jurylid dat jarenlang de competitie op de wielerbaan van Lindenholt mogelijk heeft gemaakt. Aan de startlijn staan ongeveer 60 coureurs geduldig klaar voor 70 kilometer wedstrijd over het rechthoekige 1800 meter lange parcours, naar de dijk en van de dijk. Ik vind het met 23 graden en een wolkzon enigszins klam. Hoewel ik laat was met inschrijven is de organisatie zo vriendelijk geweest om mij zonder extra kosten als WFN bijschrijver op de KNWU startlijst te plaatsten. Dit betekent wel achteraan opstellen, maar dat had ik anders ook gedaan. Met het luiden van de bel wordt het peloton op gang geschoten.
In mijn herinnering is de tweede bocht na de finish met een inkomend paaltje het krapst, en dit blijkt nog steeds het geval. Vorig jaar stond ik hier op de stoep geparkeerd doordat aldoor wringende renners er ook nog een andere lijn op na hielden. Ronde aan de broek. Even voor de zekerheid checken of deze mogelijkheid om uit te wijken nog steeds bestaat en dit is zo. Al snel merk ik echter dat er heel anders, veel netter, gekoerst wordt. Goede zaak. Voor mij is dit een indicatie van het niveau van de wedstrijd en niet de inhoud van de premiepot voor ‘vrijwilligers op wielen’. Voor een partijtje kluitjeswielrennen kun je overal terecht op zondag. Door het relatief smalle parcours en het peloton constant op een lint is opschuiven niet evident. Het handhaven van positie is niet mijn sterkste kant, toch rijd ik niet achteraan.
Plaatsen goedmaken gaat het beste op de derde, lange parcourszijde buiten de bebouwde kom langs de maisvelden. Op het andere lange stuk, de beklinkerde finishstraat, is dat door de verkeersremmers en de dalende lijn lastiger. Zonder wind wegrijden met twee man ook, blijkt als een kopduo dat je normaal niet snel terug ziet tot aan de finish toch ingelopen wordt. Tussentijds ben ik vooraan beland en weet me in een van de premiesprints te plaatsen. Daarvoor ga ik even op pad met drie man, maar dat is geen lang leven beschoren. Zou de koers eindigen in een massasprint? Nee, een vijftal weet een aantal ronden voor het einde een paar honderd meter voorsprong te bemachtigen. Aanvankelijk goed geplaatst, rijd ik in de pelotonssprint van de dorpsronde van Oosterhout naar een 21e plaats bij Nijmegen.
-
Rund ums Tönnissen Center
18 augustus 2013 – Kleve
Deelgenomen aan een snelle koers (46 km/u) met ongeveer 80 starters, waaronder veel bijschrijvers uit Nederland. Uitgereden en gefinished als 35e. Voor mij de 5e deelname aan de goed georganiseerde en drukbezochte Klever Radrennen, maar voor het eerst op het hoogste niveau. Daarna staat je gezicht dus zo. Hoewel? Op de heenweg vanuit Groesbeek heb ik aan de achterkant van de Bresserberg stijgend asfalt gespot dat nadere bestudering vraagt. In een soms tegen de 60 kilometer per uur voortrazend peloton, heb ik verder vooral diverse achterwielen van mijn voorgangers gezien. Dat er netjes gereden werd kwam met name tot uitdrukking in de bochten, tijdens de korte regenbui tussendoor en het feit dat er zonder neusophalen werd overgenomen, toen ik het in mijn hoofd had gehaald om aan kop een ontsnapping in spé de nek om te draaien en de stoom uit mijn oren kwam. De koers eindigde in een massasprint op de oplopende spoelwaaier voor de bijna 100 meter hoge Bresserberg.
-
Daags na de Tour
22 juli 2013 – Boxmeer
Op het warmst van de warmste (34 °C) dag, tot nu toe deze zomer? <– terug van weggeweest, laat ik mij voor even vrijwillig opsluiten tussen de hekken in de Ronde van Boxmeer. Het twee kilometer lange parcours door de drempelvrije dorpskern telt zeven bochten en bestaat voor de helft uit asfalt en de helft uit glimmende centrumklinkers. De noodzakelijke paaltjes zijn verzonken, maar door het midden van de koopstraat loopt wel een natuurstenen goot. De prachtige geweven rugnummers zijn een verademing boven de gangbare stugge PVC plakkaten. Je zou bijna zelf een set nummers bestellen. Even kijken welk nummer je krijgt en wisselen maar.
Opstellen gebeurt in de volle zon op inschrijving, oplopend per vijf. Met rugnummer vijfenzestig op een smal deux-a-deux parcours kun je twee dingen doen. Je wringt je vol gas vanaf de start direct naar voren, of je accepteert dat je de slag waarschijnlijk mist. Al na drie ronden maakt de beslissende ontsnapping van later acht aanstalten. Het peloton rijdt minder lang hard dan normaal en ook vele malen netter. Ik denk dat het merendeel zich realiseert dat je criteriums als deze niet alleen voor jezelf fietst, maar vooral voor het publiek. Zelfs bij de amateurs staan bijna vijfhonderd toeschouwers langs de hekken. De terrassen zitten vol. Daags na de Tour next level.
Omdat alle premies door de kopgroep worden opgestreken, bestaat de koers voor mij hoofdzakelijk uit het snel passeren van uit de rij sturende coureurs die het tempo niet meer kunnen bijbenen. Fatsoenlijk inhalen is verder alleen mogelijk op de finishstraat. Het moeilijkste van een bruisend centrumcriterium vind ik het continu geconcentreerd blijven in de bochten. Naar mate de koers vordert, gaan de meesten meer stuurfouten maken, terwijl ze minder energie hebben deze te corrigeren. Ik besluit dat mijn winst daar ligt vandaag. Al is het maar om te voorkomen dat je door je medecoureurs wordt opgegeven voor het programma “Help! Mijn buurman is stuurman.”
Onverwacht breekt het peloton als het voorste linie op de gedachte komt toch op jacht te gaan naar de kopgroep, die inmiddels veertig seconden voorsprong heeft. Hierop verlaat ik de achterkant om op 55×11 in het ontstane gat te springen. Met een aantal renners maken we de aansluiting, waarna het stil valt en de rest van het peloton weer kan bijsluiten. Met nog tien ronden op het bord kan het aftellen naar de sprint voor plaats negen beginnen. Intussen heb ik bedacht dat ik graag bij de eerste twintig wil rijden, wat met een getrapte eindsprint, waarin ik deze keer niet wordt ingehaald, precies lukt. Daarna snel de kooi uitklimmen om de kopgroep te zien finishen.
-
Ronde van Hoeven
23 juni 2013 – Hoeven
Vijftien graden en regen zet de verlate schaapscheerderskoude in perspectief met de loeiwarme midweekse dagen en nachten boven de twintig graden. De organisatie van de Ronde van Hoeven schotelt de veertig coureurs een driehoekige omloop van vier kilometer voor, vorig jaar het decor voor het BWF kampioenschap. Of Avanti de tegenwind op de tweede strook speciaal bestelt weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat wegkomen met een paar renners op dit parcours een enorme inspanning vereist.
De stort en startregen wacht ik af onder een boom en, hoewel ik armstukken aan heb, vind ik het ronduit koud. Het KNMI prefereert fris. De eerste enigszins bochtige strook staat de wind in de rug, voorzichtig de hoek om tegen de wind in, waarna de wind in de zij blaast. Omdat er acht ronden lang premies verreden worden, blijft de koers gesloten. Enkel alleenstaande aanvallers krijgen enige ruimte. Als ik met de wind in de rug gebruik maak van de opgedane snelheid, draai ik single de tegenwindstrook op.
Staand op de pedalen en zo aerodynamisch mogelijk blijf ik wel vooruit, maar verbruik zo veel energie dat aanzetten met de wind in de zij niet van de grond komt. Te zwaar. Alle andere eenzame aanvallers is vandaag hetzelfde lot beschoren, zelfs de BWF Houdini’s. Twee goed samenwerkende renners lukt het op driekwart van de koers wel. Een samenhangende achtervolging komt niet tot stand. Omdat ik nog voorin zit, sprint ik, nadat ik vooraf om mijn middel gegrepen ben, toch naar de 15e plek.
In de aanloop naar de eindsprint is het voor een deel van het peloton niet ongebruikelijk net zo lang te mieren tot men op de gewenste plek zit. De weg heeft echter een beperkte breedte en met je handen aan het stuur mag veel. Ik vind dat het link wordt wanneer je je handen gebruikt om je een weg te banen. Dit heb ik de bewuste renner meteen na de finish in niet mis te verstane woorden duidelijk gemaakt. Later in de permanence heb ik hem alsnog de hand kunnen schudden. Wel koers, geen valpartij.






























