Categorie: Auteurkoersen wielrennen

In 12 jaar (2009-2021) rijd ik 328 wedstrijden bij de trimmers en amateurs van de nationale en vrije bonden, reis per trein en train in de heuvels.

  • Ronde van Oosterhout

    12 augustus 2012 – Oosterhout (GLD)

    Prachtig weer en een mooie ronde van 1800 meter met een vinnige klim tegen de Waaldijk. Wel warm. Bijschrijven met WFN licentie was geen probleem. In totaal 62 starters, strobalen bij alle obstakels en maar liefst twee speakers. Vooral de klim tegen de dijk en de rivierdijk zelf, bleken te zorgen voor afvallers. Zelf kon ik vanuit de laatste positie van het peloton steeds opschuiven als een Pacman mannetje. Met nog acht ronden te gaan knalden echter twee renners uit de tweede bocht. Rechtdoor en de stoep op lukte gelukkig prima, maar stond wel goed geparkeerd. Game over, safety first.

    Omdat een renner van de Sportklasse een strobaal geraakt had, werd de wedstrijd voor de Amateurs ingekort van 33 naar 27 ronden. De eerste 6 ronden zijn daarom in toertempo afgelegd. Zo kon ik de klim tegen de dijk mooi inschatten, daar lossen zou namelijk niet best zijn in zo’n pak. Wat ik zag is dat lang niet iedereen gemakkelijk omhoog ging. Iets om rekening mee te houden, omdat je niet bovenaan stil moet komen te staan, terwijl je vol in de wind de dijk opdraait. Met een 55T blad voor was het nodig achter de 19T krans te raadplegen om snelheid te maken tegen de top. Ruimte laten op een korte steile helling heb ik geleerd met cyclocrossen.

    Het lastigste stuk van het parcours was naar mijn mening het lange rechte deel naar de dijk toe. De snelheid lag hier standaard boven de 50 km/u, maar langs de maisvelden was het tevens het mooiste stuk. Ben trouwens wel liefhebber van half dorp/half veld rondes. Ze combineren de beste elementen van een criterium (veel passages, publiek) en een omloop (snelheid, vrijheid). Als je daar een kort waaierstuk over de dijk aan toevoegt, krijg je met klim en lange afdaling, als renner helemaal niet het gevoel dat je alleen maar rondjes aan het draaien bent. Een uitstekende uitwerking van een dijkdorpronde, complimenten voor de bouwer.

    Mijn gemiddelde snelheid met een ronde minder was 43 km/u, de maximumsnelheid dijkaf tegen de 70 km/u. Uiteindelijk ben ik als 45e geklasseerd van de 62 starters en 46 finishers. Onder de veroorzaker van de valpartij, die alle ronden vergoed blijkt te hebben gekregen. Belonen de wielerreglementen coureurs die hun fiets kapot rijden i.p.v. gevaar te ontwijken? Ja, het credo blijkt: liever een los wiel, dan een wiel lossen. In de voetbalsport is dit al 15 jaar verleden tijd doordat de spelers zelf het spel stilleggen: van ziekenhuiskoers naar scheidsrechtersbal. Dit staat overigens los van deze wielerronde, die ik heb opgeslagen bij mijn favorieten.

    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
  • Ronde van Oosterhout-Weststad

    29 juli 2012 – Oosterhout (NB)

    Op het industrieterrein van Oosterhout, Weststad genaamd, ligt het parcours waar de Pedaalridders uit Made in het voorjaar trainingswedstrijden organiseren. Vandaag was het, naast het kampioenschap van Amerstreek, tevens het decor voor de BWF 50+ en 50- koersen. Vorig jaar reed ik in de eerste ronde weg, om uiteindelijk als achtste te finishen. Na de verkenning besloot ik dat er te veel wind stond voor een herhaling dit jaar. De nabije windmolens zijn niet voor niets hier neergezet.

    Een ander verschil met vorig jaar is dat ik nu welliswaar een lager vetpercentage heb,  maar ook wat minder spiermassa. En massa is kassa op 38 rondes als deze. Bij de BWF rijden de Amateurs en de 50- voortaan bij elkaar. Met 50 starters en wind pal tegen en pal mee op de lange stukken, verwacht ik een zowiezo een massasprint. Deze ga ik niet meedoen. Wel ga ik proberen om alsnog enkele aanvallen te plaatsen. Hiervoor moet ik, achteraan gestart, naar voren. Dat gaat redelijk gemakkelijk.

    Tweemaal trek ik door na het winnen van een sprintje voor de leidersprijs, waarvoor ik vijf punten verzamel, maar het lange stuk wind tegen is te zwaar om met een klein groepje weg te blijven. Ik voeg vooraan in het peloton in. Nu merk ik pas dat daar behoorlijk en krampachtig gewrongen wordt om aansluiting te houden. Voor mij is dit geen teken van kwaliteit. Een keer wordt ik letterlijk uit de rij gereden door een renner die blind naar rechts stuurt, omdat hij heel even in de wind komt.

    Ondanks dit gefriemel kan handhaving  in het peloton beter. Het meezitten op belangrijke momenten ging wel goed, net als het meewerken in de achtervolging, maar voor hetzelfde geld rijdt een groep weg. De snelheid ligt de hele wedstrijd, ondanks de tegenwind, met gem. 43,5 km/u hoog en stijgt verder met het ingaan van de laatste ronden. Om uberhaupt een slotaanval te kunnen plaatsen, zal ik op deze momenten voorin moeten zitten. Driemaal remmend, kom ik met max. 62,4 km/u tot de helft van het peloton in de massasprint.

    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
  • BWF Kampioenschap Hoeven

    17 juni 2012 – Hoeven

    Waar vorig jaar het BWF kampioenschap betwist werd op de kilometer van de Blauwe Kei, is het strijdperk nu de 4100 meter lange driehoekige ronde van Hoeven. Van stadscriterium naar polderomloop, jawel, polderbeulen is noodzakelijk vandaag. Hoewel het Rijk van Nijmegen gezegend is met de prachtige Ooijpolder, fiets ik daar eigenlijk nauwelijks. De reden laat zich raden. Om toch enigszins beslagen ten ijs de komen, heb ik daarom deze week viermaal een LoperKoning training ingelast. Zoals Prins Interval bijdraagt aan het ‘draaien en keren’ bij criteriums, zo kan de LoperKoning route met haar lange hellingen helpen bij het overleven van lange stukken ‘op de kant’. Althans dat is de theorie.

    Na het inschrijven bij een cafe op een tweesprong langs het parcours, ging ik inrijden op een ander stuk weg. Terwijl ik dacht dat ik nog twintig minuten voor de start had, stond er een renner/toeschouwer hevig met zijn armen te zwaaien. “Kom op, opstellen, de starttijd is vervroegd!”. Ok, bedankt! Tijdens het opfietsen naar die start merkte ik dat mijn ketting niet op het grote blad wilde. Geen tijd gehad om te testen en bij te stellen. Tja, daar sta je dan. Heb je de hele week in de heuvels getraind op het rond krijgen van een polderverzet, om uiteindelijk in de polder te malen op een heuvelverzet. Dat is de praktijk.

    Toch maar gestart en benieuwd hoe lang ik een hoog beentempo kon houden. Ik miste meer dan 20 % van mijn maximale verzet, dus op kop was geen optie. Gelukkig viel af en toe de snelheid weg, terwijl renners moesten lossen op het stuk wind tegen, waar de kleine plaat geen beperkende factor was. Zo kon ik de gaten stoppen en aansluiting houden bij het flink uitdunnende peloton. Dat 55 km/u met wind mee op een ’42’ mogelijk was, wist ik niet, nu wel. Mijn nieuwe compact stuur lag goed in de hand, mijn nieuwe bril keek goed en de zon scheen lekker. Ronde na ronde verdween van het bord. Voelde me wel als een antieke Mini Cooper op de snelweg.

    In de finale kon ik, terwijl ik mijn shifter indrukte, op 55×11 naar voren rijden, maar om te remmen moest ik deze loslaten en de ketting weer naar het kleine blad (42) laten gaan. Op het stuk wind tegen kreeg ik het gat met twee achtervolgers grotendeels dicht, maar bij het bijhalen op het stuk tegen verviel de vaart, waardoor het peloton aan kon sluiten. In de laatste ronde was er helaas een valpartij van de winnaar van het regelmatigheids klassement van de BWF Amateurs in 2011. Gelukkig kon hij op eigen kracht opstaan, maar zijn helm kan de prullenbak in. Tijd voor mijn zomerreces. Gemiddelde snelheid 41,8 km/u en maximum snelheid 62,5 km/u. Van de meer dan 60 renners kon ik een 25e plaats bemachtigen. LoperKoning werkt.

  • Ronde van de Blauwe Kei

    10 jui 2012 – Breda

    Op de Ronde van de Kei in Breda organiseerde de Brabantse Wielerfederatie in 2011 haar jaarlijkse kampioenschappen. Daar behaalde ik op het 1000 meter lange, rechthoekige parcours met vier bochten en breed snel asfalt, een podiumplaats bij de Amateurs, zevende in de uitslag. In het BWF Amateur klassement stond ik in 2011 na de laatste wedstrijd wederom op de tweede trede, zo ook bij de Lindenholt competitie dit jaar in Nijmegen. Vandaag ben ik met een nieuw gemonteerde compacte stuurbocht klaar voor de Bredaase buurtexcercitie van remmen, draaien, optrekken en uitrollen. Het BWF kampioenschap 2012 zal volgende week plaats vinden op de mooie omloop in de polder bij Hoeven.

    Aan de start sta ik op de eerste rij, na bij de inschrijving verwelkomd te zijn door de BFW inschrijfdames, een aantal renners en volgers. Leuk. Om de bochtenloop van mijn nieuwe stuur te testen rijd ik na het startschot als eerste weg. Oh oh…dit stuurt wel even anders. Daarnaast slaat mijn nieuw gelegde ketting over op de ’14’. Kan gebeuren maar handig is anders, deze heb ik nu net nodig en de rest niet. Tegelijkertijd raast het peloton op snelheid door de bochten. Ik besluit geen risico te nemen en een ronde over te slaan, om weer aan te pikken als het tempo wat gedaald is. Zo kan ik op een kalme manier wennen aan mijn nieuw soort stuur en weer wennen aan de rijstijl bij de BWF: hard, veilig en netjes.

    Of het een expliciete conventie is weet ik niet, maar wringen is in deze pelotons uit den boze. Dit betekent dat men snellere renners voorlaat en niet inhaalt in de laatste meters voor een bocht (proppen). Zo kan iedere coureur van zijn rem afblijven en zich focussen op de bocht, waardoor de veiligheid fors toeneemt. Een regelrechte verademing. Hierdoor kon ik aanpikken en meerijden bij de eerst langskomende groep, waarvan ik dacht dat het de enige overgebleven structuur was. Later kregen we de tweede groep in zicht. Mhm, blijkaar was ik aangesloten bij de kopgroep…en dat mag niet, foei! Door de hoeveelheid wind in de finishstraat heb ik de juryaanwijzingen niet ontvangen. Of was het de hitte?

    Bij het dubbelen van het peloton ontstond na aansluiting een nieuwe breuk. Deze breuk heb ik in een aantal ronden gelijmd en zo “invloed” gehad op het wedstrijdverloop, mocht er nog een originele kopgroeprenner in de groep gezeten hebben. Mijn doel was om te wennen aan mijn nieuwe stuur in bochten op hoge snelheid. Dit is in ieder geval gelukt. Een klassement heb ik al gereden op Lindenholt, dus eventuele punten die ik behaald heb, kunnen wat mij betreft uit de uitslag. Gelukkig is de BWF jury eenvoudig benaderbaar voor dit soort zaken. In ieder geval heb ik mijn excuses kunnen aanbieden voor het niet opvolgen van de aanwijzingen. Bij een ‘liberale bond’ is je eigen verantwoordelijkheid nu eenmaal groter, dan bij NOC/NSF structuren.

    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF

  • DK Zuid-Oost Tilburg-Reeshof

    28 mei 2012 – Tilburg

    Op het zonovergoten clubparcours van TWC Pijnenburg vindt het KNWU kampioenschap van District Zuid-Oost plaats. Na toestemming van de consul kan ik buiten mededinging meerijden met mijn WFN licentie. Hoewel DK’s de enige startmogelijkheid zijn op 2e Pinksterdag, is het aantal inschrijvers traditioneel niet hoog. Voor de Sportklasse is zelfs geen DK voorzien. Wel zijn er allerhande inschrijvingsmogelijkheden voor Masters 30+, 40+, 50+ en 60+. Het resultaat is uiteindelijk dat een acceptabel peloton in een koers om meerdere kampioenschappen start.

    Vorig jaar heb ik driemaal op het 2200 meter lange compleet geasfalteerde clubparcours van TWC Pijnenburg gereden. Meestal valt de wind mee, maar vandaag staat een stevige bries tegen op het lange rechte stuk voor de laatste bocht. Een gebroken peloton ben ik nog niet tegen gekomen en dat zal vandaag ook niet gaan gebeuren, verwacht ik. Door de windrichting is de lastigste krappe bocht ook de drukste en met renners die binnendoor opschuiven is het oppassen geblazen. Omdat ik buiten mededinging meerijd, posteer ik mij achteraan het peloton.

    Eenmaal kom ik naar voren als een kopgroep meer dan 30 seconden voorsprong dreigt te nemen en bijna niemand aanstalten maakt om het gat te verkleinen. Met een lange versnelling ga ik aan kop van het peloton in de achtervolging. Bij een tweede kopbeurt raak ik met een andere renner los van het peloton. Uit dit peloton beginnen groepjes renners over te steken, waardoor uiteindelijk alle renners versnellen. Met de gewonnen snelheid krijgt de hoofdmoot de kopgroep te pakken, waarna het tempo wegvalt.

    Doortrappen in de bochten doe ik nauwelijks, terwijl dit wel kan op dit parcours. De winnaar van de Kasteelrondes van Wijchen en Mill weet met nog drie ronden te gaan een gaatje van acht seconden te slaan. Aan de streep blijkt dit voldoende waardoor hij zichzelf ook districtskampioen van KNWU Zuid-Oost mag  noemen. In de laatste ronde gaat het in de voorbereiding op de pelotonssprint bijna mis op het laatste rechte stuk. Vol in de remmen en aanzetten maar weer…veilig de laatste bocht door en als 19e gefinished.

  • Kasteelronde van Wijchen

    27 mei 2012 – Wijchen

    Op de kalender staat dit jaar voor het eerst weer de Kasteelronde van Wijchen, een flink en verstedelijkt dorp op de stuifduinen tien kilometer ten zuidwesten van Nijmegen. Dit criterium behelst zestig rondjes door het bruisende centrum met een licht oplopende finishstrook. Het hele traject is afgezet met hekken en linten, als ware het een profcriterium. De entourage is fenomenaal met volle terassen en de zon die van zich doet spreken. Rondom de koers voor Amateur en Sportklasse renners worden de selectiemanches voor oudprofs achter gangmakers gereden en daarna de finale. Ook vindt er, naast de Dikke Bandenraces en BMX clinic, een wedstrijd plaats voor niet-licentiehouders.

    Met zeven krappe bochten op een kilometer is de ronde van vandaag technisch en zeer selectief, met weinig plekken om in te halen. Gelukkig ontwaar ik tijdens het inrijden toch een relatief brede asfaltstrook tussen de gladde centrumklinkers. Hier kan ik plekken goedmaken en een slok uit mijn bidon nemen dacht ik, en dat was ook zo. Na de gebruikelijke vraag van de vakjury waar ik mijn chip en of ik een licentie had, kon het opstellen beginnen. Met nummer 58 stond ik op de laatste rij en dat vond ik prima. Warm was het wel, een graad of 32. Trainingsmaat Bram had zich met een koud colaatje langs het parcours genesteld met zijn camera.

    Hoewel ik als tamelijk rechthoekig ingestelde renner op een parcours als dit meestal niet goed uit de voeten kan, gok ik vandaag op mijn intervalvermogen. De frequente KBNSL Prins Interval trainingen komen hier goed van pas. Zo hoef ik niet naar voren te rijden, maar alleen door te schuiven, afvallers komen namelijk vanzelf naar je toe. Aanzetten en aansluiten. Zo kan ik veilige afstand houden in de bochten en mijn eigen lijn rijden. Dat gaten latende renners balen, omdat ze in mijn rekstokvertoning mee moeten acteren, kan ik mij voorstellen. Wedstrijden als deze zijn naar mijn mening niet alleen voor renners, maar ook voor het publiek. Kunnen ze kijken hoe lang ik het bungelen en jumpen volhoud.

    Al na een paar ronden wordt de koers geneutraliseerd, omdat een eenzijdige valpartij (geen blijvende schade) is voorgevallen. Tijd voor de Eerste Hulptroepen om in actie te schieten. Dit doen zij bijzonder snel, terwijl de speaker een cruciale rol vertolkt. Onder applaus van het enthousiaste publiek vindt een georganiseerde herstart plaats. Nog nooit heb ik een peloton zo keurig zien fietsen, zonder zwabbers, zwiepers en wringpartijen. Dit gaf mij voldoende vertrouwen om de koers uit te rijden, zeker ook omdat ik de behoudende rijstijl van een deel van de renners ken van de Lindenholt Trainingswedstrijden.

    De koploper van dat klassement had zijn criteriumwielen gestoken en in zijn eentje het hazenpad gekozen. Hij dubbelde niet alleen het peloton, maar ook al zijn achtervolgers, grote klasse. Zelf had ik geen idee meer waar ik mij in de koers bevond. Uiteindelijk bleek ik als 18e gefinished van de pakweg 40 starters. Mijn ‘eindprijs’ ben ik vergeten, maar heb ook geen inschrijfgeld hoeven te betalen. Mijn zelf gerepareerde wielset en de met secondenlijm en schuurpapier gefixte loopvlakken van mijn wedstrijdbanden hebben prima gepresteerd. Dat levert het meeste op, dus tevreden.

    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
    • Kasteelronde van Wijchen, bron: Bram van Rens
  • Hel van Brabant

    19 mei 2012 – Eindhoven

    Of ik van het weekend tijd had…ehm ik dacht zelf aan een criterium in Buchten, of anders de Tour de Leur. De klassiekerploeg van NSWV Mercurius had namelijk een plaats over wegens een reeds geopereerde blessure van de voorzitter Joep. Dat ik dat nog nooit gedaan had en zelfs op mijn eigen ontworpen routes nog verdwaal, maakte geen indruk. Geboekt voor een rit van de ene kerk naar de andere kerk, in plaats van eromheen. Een straatrace met politiebegeleiding en dubbele rugnummers op een geleend teamshirt.

    Voor de start kreeg ik van de ploegleider Jan te horen dat de neutralisatie was verlengd tot 6 kilometer en dat het peloton daarna op de kasseienstrook op de kant zou gaan. Bij de start stond ik nog vooraan, maar heb me, de kat uit de boom kijkend, direct af laten zakken tot de laatste posities. Ik ken de manier van koersen tijdens een klassieker niet en weet ook niet hoe er gereden wordt bij de NWB. Tijdens de neutralisatie hoorde ik auto’s, die voor het stoplicht stonden, toeteren, omdat er ineens een club wielrenners voor hun motorkap opdook.

    In gezelschap van de pas voor het tweede jaar koersende Koen rondde ik de neutralisatie, waarin hij vorig jaar viel, af. Op de lange kasseistrook na de echte start werd het peloton snel uiteengetrokken. Wil je hier mee, dan zul je van voren moeten zitten. Mecanicien Gert-Jan had de achter- en voorwielen al klaar staan, voor het geval dat er iemand lek zou rijden. Na nog geen 20 kilometer van de start kwamen de volgwagens al voorbij zetten. Das pech, peloton weg. De versnelling en het inhalen van coureurs mocht niet baten.

    In een groepje heb ik nog een tijdje in het prachtige weer doorgefietst en ben uiteindelijk in Boxtel beland. Al mijn passen en sleutels had ik samen met 50 euro aan contanten in een waterdichte nektas gestoken. De treinreis heeft 3 uur geduurd en ben niet verder dan station Nijmegen Dukenburg gekomen. Via Joep vernam ik dat Rob, Paul, Thijs en Marcel met twee top twintig plekken geen tijdsverlies hebben opgelopen en dat Larix een heel eind heeft kunnen meekoersen. Erg netjes. Morgen etappe twee. Sommige dingen moet je gewoon nog een keer proberen. Van de 176 starters vandaag reden 117 renners de koers uit.

    20 mei 2012 – Eindhoven

    Vandaag zou de neutralisatie korter zijn dan gisteren. Zaak was dan ook om niet te ver achterin te starten met de koers. Gisteren liep het traject ten noordoosten van Eindhoven, vandaag ten zuidwesten over de kasseistroken van de Kempen. De te fietsen afstand bedraagt 125 kilometer, waarvan plusminus een kwart bestaat uit tegeltjes, klinkertjes en kinderkopjes. Op ongeveer 10 kilometer ontmoet ik de eerste van de vele val- glij en zwabberpartijen, veroorzaakt door een manier van rijden waarbij men geen rekening houdt met het feit dat een ander een fout kan maken. Meestal gaat het direct mis. Met een verbogen en fors beschadigde drie weken geleden aangekochte wielset en een tik op mijn knie mag ik mij gelukkig prijzen.

    Met een zwabberend voorwiel slaag ik wel om terug te komen in het peloton. Na de met bidonnen bezaaide kasseistrook geeft mijn voorband echter de geest. Ik word nog wel keurig gedepanneerd, maar met 60 km/u op 15 centimeter van een bumper terugkeren is mij niet gegeven. Einde straatrace voor kantoorpersoneel van middelbare leeftijd voor mij. Van de NSWV Mercurius ploeg weet Paul een 26e plaats in het klassement te bemachtigen. Heren, bedankt voor de gastvrijheid en goede verzorging. Mede dankzij jullie heb ik het rijden van een (meerdaagse) klassieker kunnen uitproberen. De andere uitdaging dit jaar is het uitrijden van een elitecriterium op asfalt. Mijn trainingsarbeid met veel intervallen en de afstelling van mijn wedstrijdfiets wijzen meer in die richting.

  • Kasteelronde van Mill

    13 mei 2012 – Mill

    Na de regenachtige regionale trainingswedstrijden van afgelopen weken, was het sinds eind maart dat ik in Heeswijk-Dinther mijn laatste landelijke wedstrijd afwikkelde. Ook vandaag reed ik in de wielerhotspot van Oost Brabant op een smal en kort criterium parcours, 2200 meter lengte en 6 bochten. Hoewel smal en bochtrijk, was de staat van de ronde perfect, met elk mogelijk obstakel vakkundig voorzien van stevige gele stootkussens.

    Net als in Heeswijk-Dinther zou de wind een rol kunnen gaan spelen, omdat pakweg de helft van de ronde buiten de bebouwde kom loopt. Wind staat er vandaag niet en in plaats van de voorspelde 13 graden noteert mijn teller laat in de middag 20 graden. Heerlijk weer om te koersen dus. Op de online startlijst prijkten 45 renners, maar aan de start ontwaar ik er zeker 25 meer, waaronder een Duits team uit Pulheim. Opstellen in Mill gebeurt historisch verantwoord in de vorm van ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’.

    In de wedstrijdadvertentie is een wedstrijdafstand van 60 kilometer opgegeven, de speaker zegt 65, maar in mijn ogen zijn 33 ronden om kasteel Aldendriel goed voor minimaal 70 kilometer. Dat ik deze wedstrijdafstand gefietst heb, is alweer een tijdje geleden. Bij de BWF is deze dit jaar 50 kilometer en bij de Lindenholt trainingswedstrijden de eerste weken 45 en vanaf nu 55 kilometer. Direct vanaf de start ligt de snelheid hoog en de afwezigheid van wind zorgt voor veel mobiliteit in het peloton. Plaatsen die ik win, ben ik bij het uitremmen voor een bocht ook weer kwijt. Er zit een groot aantal handige vogels bij.

    Op tweederde van het peloton gestart, zit er voor mij niets anders op dan op het lange rechte stuk buiten de bebouwde kom na de enige doortrapbocht snelheid te maken. De bedoeling is om langs het peloton op te schuiven, maar omdat de snelheid hier al boven de 50 km/u ligt, zal ik minimaal 55 km/u moeten gaan. Dit lukt. Ik realiseer mij dat dit wel extra energie kost en dat ik op dat moment meer dan 1 pk trap. Als de snelheid nog hoger wordt ga ik op dit stuk af en toe bijna tegen de 60 km/u. Van de energie die daarvoor nodig is kan elke renner van het peloton een flinke spaarlamp laten branden.

    Na een kort bermuitstapje verlies ik veel gewonnen plaatsen en besluit me achteraan te posteren. Het peloton is dan al een stuk kleiner geworden waardoor het harmonica effect vermindert. Bovendien kan ik in de bochten mijn eigen lijn volgen, dit scheelt mij energie. Op driekwart van de wedstrijd  raakt een renner voor mij, in de haakse bochtencombinatie na de finish, met zijn pedaal het asfalt en schuift onderuit. Gelukkig kan ik er langs, maar moet met een tiental coureurs in mijn wiel in de achtervolging, welke ik in gang zet. Voordat ik het stokje overgeef is het gat alweer kleiner en na een tijdje kunnen een aantal renners de aansluiting weer maken bij het voortrazende peloton.

    De gevallen renner ligt nog steeds op het asfalt, waardoor de jury besluit de koers een aantal ronden te neutraliseren. Daarna volgt een herstart op de streep met nog zeven ronden te gaan. Mhm, dit gaat wringen worden in de laatste kilometers, iedereen is weer uitgerust. Het op gang komen na de herstart verloopt goed en ik neem mij voor om me niet te mengen in de strijd om de eerste twintig plekken. Alhoewel er keurig gekoerst wordt, is de laatste ronde altijd het gevaarlijkst. Na het veilig uitdraaien van de laatste bocht kan ik nog een stuk of wat renners passeren, waardoor ik als 33e van de 63 gestarte renners eindig. Gem: 43,1 km/u en max 65,5 km/u.  Niet goed, maar ook niet slecht.

    • Kasteelronde van Mill, bron: Wielerpunt
    • Kasteelronde van Mill, bron: Lucas Dekker
    • Kasteelronde van Mill, bron: Wielerpunt
    • Kasteelronde van Mill, bron: Lucas Dekker
    • Kasteelronde van Mill, bron: Wielerpunt

  • Ronde van Heeswijk-Dinther

    25 maart 2012 – Heeswijk-Dinther

    Tijd voor zomer, ben niet zo’n winterkoning. Na de polderomloop in Rijsbergen in West Brabant staat vandaag de Van Esch Tour in Heeswijk Dinther op de rol. Ook hier een winderig parcours  (2300 meter) en een peloton van bijna 100 renners sterk. De voorjaarsbries zal zeker een rol gaan spelen. Trainingsritten in Oss en een avondcriterium van de VWAN in Milheze uitgezonderd, is dit mijn eerste wedstrijd in de wielerhotspot van Oost Brabant.

    Bij de voorinschrijving met mijn WFN licentie had ik het nummer van mijn Flex Chip Pro doorgegeven, maar voor de zekerheid ook in mijn portemonnee gestopt. Extra eenvoudig. Aangezien ik deze chip aan de binnenkant van mijn vork gemonteerd heb, was er bij het opstellen tot tweemaal toe verwarring bij de oplettende juryleden. Stond wel mooi op de eerste rij met spierwitte geschoren benen. Na de start werd er volop gepropt om naar voren te komen. Het grootste deel van de wedstrijd heb ik tussen een derde en twee derde van het peloton gereden.

    Dat het afvoeren van water in deze streek van groot belang is, merk ik aan de talrijke putten op de hobbelige grindklinkerstroken binnen de bebouwde kom. Met deze drukte is ontwijken onbegonnen werk. Paf!…daar kantelt mijn zadel naar voren door een flinke kuil. Lekker dan. Uit ervaring weet ik dat je met een beetje achterop het zadel zitten een heel eind komt en dat de stand vanzelf weer verbetert. Uit het peloton zijn 6 coureurs blijvend ontsnapt en nemen een halve minuut voorsprong. De strijd om het KNWU Amateur klassement is losgebarsten.

    Het parcours is buiten de bebouwde kom smal en binnen de bebouwde kom hobbelig, maar geheel vrij van verkeersobstakels en overal slingerend. Er zitten eigenlijk maar 3 bochten in, waarvoor je in de remmen moet. De wind is aanwezig, echter relatief matig, het weer is met 20 graden prachtig. Door de jacht op de koplopers is het peloton langgerekt en plaatsen goed maken kost kracht. Toch doe ik dat, het betekent dat ik  weer een extra dosis polderwind op doe. Gaandeweg de koers laat ik me meedrijven.

    Staand optrekken op souplesse gaat goed en zittend doorrammen met meer dan 50 km/u zeer zeker beter dan vorige week. Vanaf 8 ronden voor het eind werk ik me op de finishstrook langzaam en zeker naar voren. Een achtervolgende groep heeft zich losgemaakt van het peloton en rijdt weg. Mijn (finale) bijdrage aan het wedstrijdverloop bestaat uit het vanaf de pelotonskop achterhalen van deze groep. De voorsprong van de koplopers is daarnaast teruggelopen naar 12 seconden. De gemiddelde snelheid ligt tegen de 43 km/u.

    In de laatste ronden loopt de kopgroep weer verder uit. Een keer ga ik mee met een springpoging, maar plafonneer en krijg het gat naar verdere uitlopers niet dicht. Het peloton kan wel profiteren en sluit de rijen. De bel..pelotonssprint dus, mhm. Met een halve ronde te gaan knalt een hele rij renners dwars over de weg. Recht uitremmen en schrap zetten. Gelukkig kon ik net op tijd stoppen tegen een gevallen renner, maar sta wel te voet. De coureur ligt op zijn rug en ik probeer hem van zijn fiets, die bovenop hem ligt, te bevrijden.

    Gelukkig is hij aanspreekbaar en de bezemwagen is ook snel ter plaatse. Waarschijnlijk een gekneusde/gebroken rib of sleutelbeen. Met nog een aantal andere opgehouden renners rijd ik als 43e naar de finish. Vorig jaar werd ik in hetzelfde weekend ook geconfronteerd met een valpartij in de finale ronde als gevolg van proppen. Renners rijden door de berm en voegen in, waardoor de smalle slingerende weg ineens plaats moet bieden aan 25% meer fietser. Dit veroorzaakt een golfbeweging in het peloton welke vaak eindigt in een valpartij. Einde koers.

  • Rijsbergen-Oekel

    18 maart 2012 – Rijsbergen

    In Rijsbergen Oekel opent de Brabantse Wieler Federatie ook in 2012 het wielerseizoen. Door de bochtige 900 meter lange klinkerstrook (Lange Dreef), wordt deze wedstrijd ook wel de Hel van het Kruispad genoemd. Vorig jaar was de wind afwezig, vandaag stond er een stevige bries dwars op het 3500 meter lange parcours (windkracht 4 a 5). Omdat de Trimmers en de Amateurs dit jaar gezamenlijk 50 kilometer rijden, was het met 90 renners (veel Amateurs) en 1 renster (een snelle) dringen aan de BWF startlijn.

    Gelukkig kon ik na het afhalen van mijn vaste startnummer (4) en mijn licentie vanaf de tweede rij starten. Bijna direct kreeg ik een zwieper van een coureur die uit zijn pedaal schoot, ieuw…Vorig jaar had ik mij achteraan het peloton geposteerd en mezelf mee laten drijven. Dit jaar rijd ik naar voren, eens kijken of ik me daar kan handhaven. Na in het begin te zijn weggedrumd, gaat dit al vrij snel goed. Rijdend bij de eerste 15 houd ik me vooral bezig met talrijke gaatjes dicht rijden en krijg hierbij voor het eerst dit jaar een cumulatieve dosis wedstrijdwind te verduren.

    Op de bochtige (en hobbelige) klinkerstrook met de wind pal op kop komt de snelheid niet hoger dan 35 km/u. 11 goed voorbereide renners slagen erin om weg te rijden van het grote en stevig bezette peloton. Van een georganiseerde achtervolging is geen sprake en de kopgroep loopt uit tot meer dan een minuut. Aflossingen gebeuren op het moment dat de renner op kop zijn benen stil houdt. Als iemand geen zekerheid heeft dat hij afgelost wordt, zal hij zelf ook niet aflossen. Toch zijn er altijd renners die het goede voorbeeld blijven geven. Dit voorbeeld volg ik, maar betaal tol in klinke(re)nde munt.

    Op het einde van de koers breekt de zon door en de snelheid in het peloton neemt toe. 4 ronden staan nog op het, aan de splinternieuwe BWF jurybus bevestigde, rondenbord. Ik merk dat ik niet meer fris zit. Zal ik finale rijden? Wegspringen gaat niet werken vandaag. Ik weet het: ik ga proberen naar voren te rijden en de laatste bocht met de eerste 10 van het peloton aan te snijden. Dat lukt. Intussen is de kopgroep weer op 500 meter gekomen. Bocht door…aanzetten in 5e positie. Mhm te vroeg…weer aanzetten…toch inhouden, omdat een andere renner ook in het gat duikt. Ik val stil en word overlopen door een 15-tal renners. Tja, pech.

    Hoewel de drie trainingswedstrijden naar tevredenheid zijn verlopen, merk ik dat mijn wedstrijdvorm: snelheid, explosiviteit en hardheid nog oppervlakkig is. Het is allemaal wel aanwezig, echter ligt er nog een waas overheen. Gelukkig is dit eenvoudig op te lossen door het rijden van?…wedstrijden! De maximum snelheid bedroeg meer dan 65 km/u en de gemiddelde snelheid 40,2 km/u. Uiteindelijk wel bij de eerste 30 van meer dan 90 deelnemers gefinisht in een mooie wedstrijd. Het door de BWF bij elkaar stoppen van de Trimmers en de Amateurs lijkt mij ook geslaagd.

    • Rijsbergen-Oekel, bron: Sporting Oekel
    • Rijsbergen-Oekel, bron: Jeroen Rovers
    • Rijsbergen-Oekel, bron: Jeroen Rovers
    • Rijsbergen-Oekel, bron: Jeroen Rovers
    • Rijsbergen-Oekel, bron: Jeroen Rovers