Categorie: Hellingproef wielrennen

Hoogteverschil bij Nijmegen getest. Meten beklimmingen en klimroutes, klimtraining in Nederland en hellingen in wielerwedstrijden.

  • Zwitsalp, klimlading Nijmegen-Oostenrijk

    Oost en Rijk

    Wielertraining

    Wielrenners onderhouden in de regel voor en tijdens het seizoen een gedegen basis met duurtraining op lage snelheid en weinig weerstand, waarbij als het goed is, interval- en snelheidstrainingen worden toegevoegd. Voor het grootste vermogen tot herstel werkt dit vast prima, maar dit betekent wel apart naar het werk, de sportschool en eventueel een trainingsstage naar een warm land. Door het vaste schema en de langere duur ben je bovendien afhankelijker van regenvrije dagdelen en voldoende daglengte.

    Lees verder (3)

    Natuurlijk interval

    Net als duurtraining kent Zwitsalp-training een lage snelheid, maar ook een variabele weerstand door gebruik te maken van routes met elkaar zo kort mogelijk opvolgende beklimmingen. Hiermee ontstaan natuurlijke intervallen, zonder wedstrijdsimulatie op de openbare weg, tijdens het woon-werk verkeer en zonder kwetsbare elektronica. De ontworpen klimroutes bevatten enkel geheel verlichte wegen, zodat deze het hele jaar door, dag en nacht inzetbaar zijn. Stabiel presteren in een flexibele omgeving.

    Klimformules

    Belangrijk om te vermelden is dat tijdens de start van het traject het theoretische kader zoals dat nu gebruikt wordt ontbreekt of anders was. Onderweg is tevens gebleken dat het indelen (klimsplitsing) van hoogteverschil (H) naar beklimmingen (heuvelstaat) nog niet op het benodigde fijnmazige niveau ligt. Via retrofitting is de sleutelvraag beantwoord hoe natuurlijke hoogteverschillen in dicht bebouwde wijken zoals Nijmegen-Oost inzetbaar zijn bij specifieke wielertraining, geschikt voor de voorbereiding op wedstrijden.

    Trainingsmaat

    Als maat voor training wordt wekelijks de klimlading (ZWI) van de klimroutes opgeteld (WKL). De gemiddelde snelheden, afgelegde afstanden, trainingsuren, hoogtemeters, hartslaggrafieken of vermogensmetingen worden daarbij buiten beschouwing gelaten. Wel kan ter referentie worden vermeld dat de wekelijkse trainingsomvang binnen het seizoen, met wedstrijden, aanvankelijk gemiddeld 12 uur bedraagt en daarbuiten 8 uur. Dit volume neemt tussen 2011-2016 af naar gemiddeld 9 uur en 6 uur per week.

    • Route Heen-en-weer
    • Routes Oostblok
    • Routes Terugweg

    Klimroutes

    Groesbeek-Nijmegen

    De dagelijkse basistraining bestaat uit het afleggen van het heuvelachtige retourtraject tussen Groesbeek en Nijmegen over de Nijmeegsebaan en Groesbeekseweg. Zonder omwegen is dit goed voor 200 meter hoogteverschil (H). Doordat het start- en eindpunt hoger liggen dan het keerpunt, bevat de terugweg meer hoogteverschil dan de heenweg.

    Lees verder (6)

    Heen-en-Weer

    RouteHLKMALP
    Heenweg909,925
    Terugweg1109,940
    Combinatie20019,830

    Nijmegen-Oost

    Bovenop de dagelijkse basistraining tussen Nijmegen en Groesbeek wordt tussen 2011 en 2015 specifiek getraind op de klimroute Oostblok in Nijmegen-Oost. De klimsterkte (ALP) is opgevoerd van 40 tot 75 ALP door het toevoegen van zwaardere beklimmingen over een kleinere lengte (L). Hiermee neemt de hobbelfractie (HOBH) echter ook toe van ¹⁄₇ tot ²⁄₉.

    Oostblok

    RouteHLKMALP
    Oostblok 1122019,840
    Oostblok 1222019,240
    Oostblok 1318015,160
    Oostblok 1417012,675

    Formules

    ★ ZWI = KNI * H² / L

    ★ KNI ≈ 200 + 1000 * HOBH

    ★ ALP = ZWI / L * 1000

    Naar Groesbeek

    Vanaf 2013 vindt er voortschrijdende integratie plaats door de gebruikelijke Heenweg naar Nijmegen te koppelen aan de klimroute Terugweg naar Groesbeek via Nijmegen-Oost. Met het toevoegen van een beklimming van de zwaarste categorie wordt de klimlading (ZWI) na 2014 stapsgewijs opgevoerd, waarmee ook de klimsterkte (ALP) toeneemt van 50 tot 90 ALP. De verhoogde klimstroom lijkt echter de kans op blessures te vergroten.

    Terugweg

    RouteHLKMALP
    Terugweg 1323018,350
    Terugweg 1421016,060
    Terugweg 1522014,975
    Terugweg 1622014,190

    Klimarbeid

    In 2013 wordt trainen op klimkracht getest gebaseerd op het aandeel stijgende weg en in 2014 het trainen op klimarbeid, beide met de opgetelde klimlading van de beklimmingen. Een methode die nu niet meer wordt toegepast, omdat de dalende en vlakke delen niet worden meegenomen. Door het drukke verkeer en het wisselende weer blijken metingen van klimarbeid met gemiddelde snelheid ook onvoldoende vergelijkbaar.

    • Hoofdberg - Kronenburgerpark (vp)
    • Hoofdberg - Parkweg
    • Hundisberg - Stikke Hezelstraat (vp)
    • Klokkenberg - Platenmakersstraat
    • Hofberg - Lindenberg
    • Ubbergerberg - Weg naar de hemel (vp)
    • Ubbergerberg - Nieuwe Ubbergseweg
    • Hunerberg - Acaciastraat
    • Grote Kop - Beekmansdalseweg
    • Kleine Kop - Ubbergse Holleweg
    • Kleine Kop - Hengstdal
    • Kwakkenberg - Berg en Dalseweg
    • Kwakkenberg - Torenweg
    • Kwakkenberg - Sophiaweg
    • Kwakkenberg - Kwakkenbergweg
    • Ketelberg - Bosweg
    • Ketelberg - Mariënbosch (vp)
    • Oeselenberg - Pauluslaan
    • Oeselenberg - Nijmeegsebaan
    • Oeselenberg - Scheidingsweg
    • Muntberg - Nijmeegsebaan
    • Panoramaberg - Panoramaberg (vp)
    • Kerkklef - Pannenstraat
    • Wolfsberg - Houtlaan

    Wedstrijden

    Licentie

    Het rijden van wedstrijden gebeurt met een wedstrijdlicentie Amateur-A van de vrije bond (WFN). Met deze licentie kun je in dezelfde categorie ook deelnemen aan wedstrijden bij de nationale bond (KNWU), waarvan het aantal renners in de categorie Amateurs van 2011 tot 2017 overigens met een kwart is afgenomen en tot 2020 met nog een kwart.

    Lees verder (3)

    Overzicht

    SeizoenAantalLengteWCF
    20112816806,4
    20123417805,7
    20133319406,8
    20144022406,7
    2015105506,5
    20162011105,5
    Totaal16593006,3

    Uitslagen

    In zes jaar rijd ik 165 wedstrijden, gemiddeld 28 per jaar, behaal driemaal het podium in een regelmatigheidsklassement: BWF (2011), Lindenholt (2012) en Oss (2014), en zeven overwinningen in trainingskoersen. Uit nieuwsgierigheid rijd ik een zestal deels gemixte criteriums bij de elite, het hoogste amateurniveau, waaronder een klimcriterium. Over de seizoenen 2011-2016 bedraagt het gemiddelde wedstrijdcijfer (WCF) 6,3.

    Formules

    ★ WCF = 10 – uitslag / deelnemers * 10

    ★ WKL = Σ {ZWIma, ZWIdi, … , ZWIzo} / 1000

    ★ TRG = µ {WKL-5, WKL-4, … ,WKL}

    • BWF Kampioenschap 2011 - Breda
    • Rund ums Tönnissen Center 2011 - Kleve
    • Ronde van Wijchen 2012 - Wijchen
    • BWF Kampioenschap 2011 - Breda
    • BWF Kampioenschap 2011 - Breda
    • Rund ums Tönnissen Center 2013 - Kleve
    • Ronde van Wijchen 2012 - Wijchen
    • Ronde van Wijchen 2012 - Wijchen
    • Rund ums Tönnissen Center 2013 - Kleve

    Uitkomsten

    Resultaten

    Over het jaar 2013 verschilt het wedstrijdcijfer (WCF) niet significant per trainingsgraad (TRG), maar wel significant per parcours (PRC): F(3, 29) = 12.0, p < .01. Over 2014 verschilt het wedstrijdcijfer (WCF) wel significant per trainingsgraad (TRG): F(2, 35) = 3.4, p < .05 en is er sprake van een matig positieve samenhang rs(36) = 0.48, p < .01. Het getrainde hoogteverschil (H) en gebruikte stijgingen (%) vertonen in beide jaren geen samenhang met het wedstrijdcijfer (WCF). Het ontbreken van de huidige formule voor klimlading (ZWI) heeft waarschijnlijk een drukkend effect op de betrouwbaarheid.

    Lees verder (6)

    Conclusies

    Wedstrijdcijfer (WCF) is bruikbaar om de wedstrijdprestatie te meten en trainingsgraad (TRG) kan het wedstrijdcijfer (WCF) deels voorspellen. Duurtraining blijkt niet nodig voor deelname aan wedstrijden op niveau en specifieke wielertraining kan ook zonder dure elektronica. De gemiddelde klimlading per week (WKL) over de laatste zes weken kan de trainingsgraad (TRG) beschrijven. Verbeterde klimroutes maken het mogelijk om de trainingstijd met eenderde in te korten. Hierbij werkt eliminatie van platbodems beter dan het verzwaren van beklimmingen, omdat de tijd die geklommen wordt toeneemt.

    Gevolgen

    Klimroutes kunnen fijner worden afgesteld, doordat het testen van klimroutes leidt tot zuiverder bemeten beklimmingen en omdat het aantal geschikte beklimmingen voor training toeneemt en daarmee ook de variatie. De focus op de zwaarste beklimmingen bij Nijmegen is logisch in het denkraam dat de rest vrij vlak is. Met grote stijgingen kun je de klimspanning Duvolt (DVT) verhogen, maar dit leidt tot een vergrote weerstand Hoogohm (HGO) tegen de klimstroom Alpere (ALP). De Nijmeegse stuwwal is in de praktijk echter verre van vlak, wat de kanteling in de benadering van klimmen rechtvaardigt.

    Formules

    ★ DVT = 5 * ZWI² / H²

    ★ HGO = 0,005 * ZWI * L / H²

    Alternatieven

    Het knikcijfer (KNI) voor een goed opgemeten beklimming ligt redelijk vast, bij klimroutes ligt dit anders. De klimformule die correctie toepast voor onregelmatigheid is COTACOL, maar deze sommeert de klimstroken en is dus niet geschikt voor klimroutes. Voor de top 14 beklimmingen van Nijmegen en omstreken, die gelijk staan aan beklimmingen van de 4e categorie in de Tour de France, is per klimformule de variantie (R2 ) uitgerekend. Hierbij zijn vijf klimformules compatibel en drie klimformules niet compatibel met klimformule Zwitsalp (ZWI) voor beklimmingen, voor klimroutes is er geen bruikbaar alternatief.

    Compatibel

    ★ Bijma = H² / L* 10

    ★ Bodoin = Σ (H² / L) * 10

    ★ Betton = H² / L * 10 + 0,001 * L

    ★ Gobert = Σ (H² / L) + 0,005 * L

    ★ Connel = H³ / L² * 100 + H

    Niet compatibel

    ★ Spon = H

    ★ Orazzini = H² / L + 400 * H / L

    ★ Codifava = Σ (H² / L) * (1 + 400 / H)

    ★ Erwin = H² / L + 400 * H / L + 0,001 * L

    PDF-versie

  • Stravolta, klimsterkte en klimarbeid

    Goed op de hoogte

    Fitness-tracker

    Dankzij gedeelde tijden op gemarkeerde stukken weg (segmenten) in fitness-tracker Strava kan de zwaarte van beklimmingen en klimroutes in de praktijk worden getoetst. De vraag hierbij is in hoeverre verschillen in gemiddelde snelheid (km/u) per segment verklaard kunnen worden door de klimlading Zwitsalp (ZWI) en de klimarbeid Stravolta (STR).

    Lees verder (3)

    Klimlading

    Het verschil tussen mens en machine is dat de eerste de trucendoos reeds open trekt voordat de natuurkundig voorspelde effecten als zodanig meetbaar zijn en voor achteraf is er de smoezentrommel. Op een tekentafel kun je niet fietsen en vice versa, maar toch zal als eerste de gemeten klimlading (ZWI) onder de loep worden genomen bij afwijkingen.

    Klimarbeid

    Wanneer snelheid omgerekend wordt naar klimarbeid (STR) volgen de beste prestaties per segment de normaalverdeling. Dit is in lijn met eerder onderzoek waarbij klimarbeid (VAM) werd toegepast als indicator voor prestatie. Gewonnen hoogteverschil geeft de arbeid keurig weer, maar niet de daarin gestoken energie en daar draait het om

    Klimformules

    ★ ZWI = 220 * H² / L en 380 * H² / L

    ★ UFL = √ (25 * H² / L) – 1

    ★ STR = 1,11 * km/u + 0,0045 * (km/u)³ + 7,25 * km/u * H² / L

    ★ KLF = (0,33 * km/u * ZWI / STR)²

    ★ ALP = 1000 * ZWI / L

    Hollewegen

    Mooi Nederland

    In de aanloop naar de start van de Giro d’Italia in Gelderland wordt logischerwijs gepleit om de Hanenberg via de Oude Holleweg op te nemen in het parcours. De vraag is of de Hanenberg door de grote klimlading automatisch selectiever is dan de Kleine Kop over de Ubbergse Holleweg, de Grote Kop over de Beekmansdalseweg, of de Sterrenberg over de van Randwijckweg. Als maat voor selectiviteit is gekozen voor klipfactor, notatie KLF.

    Lees verder (3)

    Beklimmingen

    NaamUFLkm/uSTRKLF
    Hanenberg1110,749193
    Sterrenberg1012,947890
    Grote Kop915,648986
    Kleine Kop916,146785

    Straatresultaten

    De 184 rensters die in 2016 van januari tot en met april de Hanenberg hebben gereden, behaalden een gemiddelde snelheid van 10,7 km/u, de 242 rensters op de Sterrenberg 12,9 km/u. In 2013 reden 82 renners en rensters tegen de Grote Kop en Kleine Kop met gemiddelde snelheden van 15,6 en 16,1 km/u. De gemiddelde klimarbeid blijkt normaal verdeeld, halverwege de schaal, dus rondom de 500 STR (≈ 600 VAM) te liggen.

    Cliffhanger

    Een klipfactor van ±85 % op de Grote en Kleine Kop bij recreatieve wielrenners, leidt niet tot een zeer hoge selectiviteit bij profs. Uitgaande van 1000 STR gelden de Sterrenberg en de Hanenberg zeker als zeer hoog selectieve beklimmingen. Als aankomstklim ligt het verhaal anders, maar de 10 UFL Cauberg (62 hm – 800 m) had in 2014, zelfs met Philippe Gilbert à 35 km/u (1450 STR ≈ 1740 VAM), nog een sterke klipfactor van 71 %.

    • Hollewegen
    • Hanenberg - Oude Holleweg (11 UFL) 6-5-5-11-10-13-10-10 %
    • Sterrenberg - Van Randwijckweg (10 UFL)
    • Grote Kop - Beekmansdalseweg (9 UFL)
    • Kleine Kop - Ubbergse Holleweg (9 UFL)

    Giro Berg en Dal

    Oneven heuvels

    Meermaals poogt Nijmegen zich te profileren als een tweede Zuid-Limburg, maar de wielerkoersen eindigen in een massasprint. Wat kan er beter? Een storende factor lijkt de beroemde Zevenheuvelenweg, die bij elke wedstrijd van stal wordt gehaald, maar het beoogde rendement blijft uit. Na de passage van Berg en Dal in de tweede etappe van de Giro d’Italia 2016 komen er betrouwbare vermogensmetingen beschikbaar.

    Lees verder (2)

    Beklimmingen

    NaamUFLkm/uSTRKLFW
    Sterrenberg*1025,298685423
    Hogeklef*630,965655422
    Vlierenberg437,056327234
    Engelenberg*436,451925338
    Molenberg*434,442522289
    Boksheuvel340,452910211
    Mulderskop*329,125119237
    Hoenderberg (Lg)*334,835513212
    Oversteek242,15146427
    Duivelsberg243,05346268
    Waalbrug250,47422382

    Bekermuur

    De enige selectieve beklimming van de dag is zoals verwacht de Sterrenberg (10 UFL) met een klipfactor van 85 %. Een aankomst daar krijg je niet voor een paar euro, dus het blijft bij een doorkomst. De Hogeklef (6 UFL) is met een klipfactor van 55 % matig selectief en verder hebben alleen de Vlierenberg, Engelenberg en Molenberg (4 UFL) met klipfactoren van 27, 25 en 22 % zwakke invloed in een peloton. Op beklimmingen zonder aanloop (*) hangen klimarbeid (STR) en gemiddeld vermogen (W) samen (rs (159)=.8129, p=.0000).

    • Giro Berg en Dal
    • Lage Hoenderberg - Groesbeekseweg (3 UFL)
    • Mulderskop - Biesseltsebaan (3 UFL)
    • Molenberg - Molenweg (4 UFL)
    • Boksheuvel - Zevenheuvelenweg (3 UFL)
    • Hogeklef - Zevenheuvelenweg (6 UFL)
    • Vlierenberg - Zevenheuvelenweg (4 UFL)
    • Engelenberg - Zevenheuvelenweg (4 UFL)
    • Duivelsberg - Zevenheuvelenweg (2 UFL)
    • Sterrenberg - Van Randwijckweg (10 UFL)
    • Oversteek - Generaal James Gavinsingel (2 UFL)
    • Waalbrug - Prins Mauritssingel (2 UFL)

    Zeven heuvelen

    Profvermogen

    Tijdens de Giro d’Italia 2016 in Gelderland zijn er (berg)puntensprints op de Posbank bij Arnhem en de Hogeklef (a) bij Nijmegen. De verwachting is dat de gemiddelde snelheid te voorspellen is uit de klimlading en het gemiddelde vermogen per profrenner. Bij het NSK 2016 wordt de Duivelsberg over de Oude Kleefsebaan beklommen en in 2017 de vergelijkbare Hogeklef (b) over de Derdebaan, bij de Omloop der Zevenheuvelen.

    Lees verder (3)

    Beklimmingen

    NaamUFLkm/uSTRKLFW
    Posbank630,865356419
    Hogeklef (a)630,667057408
    Duivelsberg635,576347
    Hogeklef (b)633,870649

    Heuvelpariteit

    De Strava-data van 21 profrenners meten gemiddeld 30,6 km/u op de Posbank en 30,8 km/u op de Hogeklef (a). Het gemiddeld gegenereerde vermogen op de Posbank (419 W) verschilt niet significant van de Hogeklef (a) (408 W). Ook zonder hun voorzettafels zijn de beklimmingen even zwaar. De gemiddelde snelheid van 19 amateurs ligt aanmerkelijk hoger met 35,5 km/u op de Duivelsberg en 33,8 km/u op de Hogeklef (b).

    Door de bocht

    Ook bij de amateurs zijn Gelderse beklimmingen als de Posbank, met klipfactor 47 tot 57 KLF, matig selectief. De grotere klimarbeid op de Duivelsberg komt wellicht door de eindsprint. Een andere mogelijkheid is dat de Duivelsberg begint na een korte afdaling van de Beerheuvel en de Hogeklef (b) na de Vosheuvel en een haakse bocht. Dit effect op de klimlading is mogelijk sterker bij korte dan bij lange beklimmingen.

    • Zeven heuvelen
    • Posbank - Schietbergseweg (6 UFL)
    • Hogeklef (a) - Zevenheuvelenweg (6 UFL)
    • Duivelsberg - Oude Kleefsebaan (6 UFL)
    • Hogeklef (b) - Derdebaan (6 UFL)

    Ladies Tour

    Opvoertoer

    In de tweede etappe van de Ladies Tour 2018 wordt in Berg en Dal zevenmaal een omloop gereden met een start (Grote Markt) en aankomst (Voerweg) in Nijmegen. De Zevenheuvelenweg is wel opgenomen in het parcours, maar niet als scherprechter. Die functie is toebedeeld aan een combinatie van de Sterrenberg (van Randwijckweg) en Hanenberg (Oude Holleweg), bijgestaan door de Liesenberg (Vogelsang).

    Lees verder (3)

    Beklimmingen

    NaamUFLkm/uSTRKLF
    Hanenberg1117,880089
    Sterrenberg826,267178
    Liesenberg526,041355

    Fullclip

    De 29 rensters die hun data op Strava hebben gedeeld, reden gemiddeld 17,8 km/u op de Hanenberg, 26,2 km/u op de Sterrenberg en 26,0 km/u op de Liesenberg. Uit de detaildata blijkt waarom Annemiek van Vleuten met 1000 STR aanvalt op de eerste. De klipfactor blijft 86 %. Als ze die inspanning op de Sterrenberg zou doen, zou ze 35,8 km/u rijden en de klipfactor dalen naar 64 %, waardoor anderen profiteren in het wiel.

    Goede afslag

    Door een zwaar parcours daalt de snelheid en stijgt de klipfactor van de beklimmingen. Het gevolg is dat ook de selectiviteit van de lichtere (Liesenberg) toeneemt. Het restant van de 220 hoogtemeters zorgt als een grimmig groubaix voor continue slijtage, waardoor het peloton fors verbrokkeld aan de finish op de Voerweg in Nijmegen verschijnt. Ook buiten Zuid-Limburg kent Nederland selectieve hellingen, bij Nijmegen.

    • Ladies Tour
    • Hanenberg - Oude Holleweg (11 UFL)
    • Sterrenberg - Van Randwijckweg (8 UFL)
    • Liesenberg - Vogelsang (5 UFL)

    Wielderse bergen

    Tegenstelling

    Wat gebeurt er met de klimlading als je meerdere beklimmingen aan elkaar schakelt? Om dit te onderzoeken zijn twee tegengestelde zeer korte klimroutes, Vogelsang en Zangvogel, gekozen, die bestaan uit meerdere beklimmingen. Aangezien de klimlading van beide klimroutes gelijk is, zou de gemiddelde snelheid dat ook moeten zijn. Als de snelheden afwijken voorspellen de losse beklimmingen wellicht toch beter.

    Lees verder (3)

    Beklimmingen

    NaamZWIkm/uSTRKLF
    Vogelsang57020,348063
    Zangvogel57020,448463
    Bergendalseweg38025,545249
    Nijmeegsebaan38025,445650

    Hetzelfde liedje

    Een steekproef van 61 rensters die beide routes hebben gereden, komt gemiddeld uit op 20,3 km/u voor de Vogelsang en op 20,4 km/u voor de Zangvogel. Deze snelheid is gelijk. Met het optellen van de aparte klimladingen, Vogelsang (670 ZWI) en Zangvogel (840 ZWI), kan de gelijke gemiddelde snelheid niet worden verklaard. Dit kan wel bij de golvend oplopende Bergendalseweg (360 ZWI) en Nijmeegsebaan (350 ZWI).

    Halfgeleider

    De waarde voor klimlading en de afgeleide klimarbeid en klipfactor is berekend met de ZWI-formule (380) die geldt voor klimroutes. Een klimroute kan worden benaderd als een lange beklimming met zo weinig mogelijk, maar onvermijdelijke onderbrekingen. Dit is essentieel, omdat losse beklimmingen hier te kort zijn om alleen als serieuze hindernis te fungeren, echter zelfs hooggebergte kan de ‘klimstroom per uur’ hinderen.

    • Wielderse bergen
    • Vogelsang (1) Liesenberg
    • Vogelsang (2) Wylerberg
    • Zangvogel (1) Wylerberg
    • Zangvogel (2) Liesenberg
    • Zangvogel (3) Grote Beerheuvel
    • Bergendalseweg (1) Hunerberg
    • Bergendalseweg (2) Kwakkenberg
    • Bergendalseweg (3) Stollenberg
    • Nijmeegsebaan (1) Oeselenberg
    • Nijmeegsebaan (2) Muntberg

    Wielerparcoursen

    Stijgende lijn

    Na de vroege doorkomst van de Vuelta a España door de heuvels van Wyler, Berg en Dal, Groesbeek en Mook in 2009, komt de Giro d’Italia in 2016 als tweede grote ronde met een finish en start op bezoek in Nijmegen. Alleen de Tour de France, het EK en WK zijn nog absent, want in 2001 en 2002 is Nijmegen gastheer van het NK wielrennen. De klimsterkte (ALP) van de parcoursen kent een stijgende lijn is nu zeker driemaal groter.

    Lees verder (2)

    Wieleromlopen

    NaamJaarHLKMALP
    NK200113013,835
    NK200217015,345
    NSK05,161209,265
    WUUC200815010,775
    Od7H20171209,265
    Od7H201813010,360
    LT / Od7H18,19,22,2322015,280
    OdH724,2529016,5115
    Ho ho 7n.v.t.25013,8125

    Ho ho zeven

    Alpering Ho ho zeven overbrugt een hoogteverschil van 250 meter in 13,8 kilometer en laat de klimsterkte stijgen tot 125 ALP. De effectiviteit van de opgenomen korte beklimmingen wordt vergroot, omdat ze niet te kort na een afdaling of niet te lang na een bocht te liggen. Denk aan de U-bocht voor de Cauberg in Valkenburg in de oude finale van de AGR. Ook de omloop OD7H zou een toekomstig NK, EK of WK qua selectiviteit zeker faciliteren.

    Ho ho zeven
    250 H – 13,8 km – 125 ALP

    Conclusie

    Hoogtepunten

    Ook buiten Zuid-Limburg kent Nederland selectieve hellingen, maar niet veel. De Oude Holleweg is een voorbeeld, als zwaarste beklimming bij Nijmegen. Beklimmingen zoals de Posbank en de Zevenheuvelenweg zijn slechts matig selectief, ook bij de amateurs.

    Een klimroute kan worden opgevat als een lange beklimming met zo weinig mogelijk, maar onvermijdelijke onderbrekingen. De gemiddelde klimarbeid blijkt in het vrije veld normaal verdeeld, halverwege de schaal te liggen, als benchmark voor klimlading.

    Door een zwaar parcours daalt de snelheid en stijgt de klipfactor van de beklimmingen, ook van de minder zware. Korte beklimmingen kunnen aanloopvoordelen elimineren met een bocht. De huidige Omloop der 7H is zeker geschikt als NK-parcours.

    Lees verder (2)

    Profselectiviteit

    NaamKLFUFLVoorbeeld
    Zeer hoog80-10010-11-12Hanenberg
    Hoog60-808-9Grote Kop
    Matig40-606-7Hogeklef
    Laag20-404-5Vlierenberg
    Zeer laag0-203Boksheuvel

    Overwegingen

    Het nut van losse hoogteprofielen in Nederland is beperkt, want optellen mag niet. De verzamelde metingen van zo veel mogelijk gesplitste beklimmingen cross-checken met data over klimarbeid geeft wel een beter beeld van de groezelige werkelijkheid.

    De grens voor een selectieve beklimming ligt ook bij de profs binnen Nederland. Het verklaart de populariteit van Zuid-Limburg, omdat daar vooral voor de gemiddelde wielrenner zeer sterk selectieve beklimmingen liggen, voor de profs geldt dit minder.

    Het verschil tussen hoogteverschil per uur in Nederland en in het hooggebergte is dat de beklimmingen anders zijn verdeeld en het leeuwendeel van de energie daar gaat naar het maken van hoogte. Bij constant op-en-af geldt dit voor de tempowisselingen.

    PDF-versie

  • Volverde, wielertraining alledaagse hellingen

    Klimkrachtstroom

    Klimlading

    Omhoog fietsen vraagt automatisch een minimale inspanning, want wie niet trapt rolt naar beneden. En hoe steiler de hellingen, des te groter de minimaal benodigde inspanning. Je kunt dit effect maximaliseren door de steilste klimstroken te splitsen en te fuseren tot een klimroute. Hogere klimspanning (DVT) levert een grotere klimlading (ZWI), maar steilere klimstroken leiden wel tot kortere beklimmingen, terwijl de vlakkere klimstroken zorgen voor een hogere snelheid, dus training tegen de luchtweerstand.

    Lees verder (3)

    Buitenblad

    Door niet de steilste beklimmingen, maar die met klimstroken van 3 tot 6 %, staand op het buitenblad te beklimmen, verhoog je op andere wijze de ‘klimspanningsbodem’. Staand klimmen is niet minder efficient dan zitten, maar leidt alsnog tot een hogere hartslag en zuurstofverbruik. De ondergrens aan de trapfrequentie levert de andere verhoging. Ook de hellingkeuze wordt groter, want de helft van het gemeten hoogteverschil in de Nimmalaya ligt op klimstroken van 3 à 5 % tegen een vijfde op 6 à 8 %.

    Klimarbeid

    Een kunstmatig verhoogde ‘klimspanningsbodem’ gekoppeld aan een natuurlijk verlaagde klimspanning genereert klimkrachtstroom en de gedane klimarbeid wordt uitgedrukt in Volverde (VLV). Deze bereken je door het aantal klimstroken met stijgingspercentages van 3 tot 6 % te vermenigvuldigen met 25. Alle beklimmingen met klimstroken steiler dan 6 % vallen af. Vanaf 2017 geldt de wekelijkse klimarbeid (WKA) als maat voor training en het zesweeks gemiddelde als beschrijving van de trainingsgraad (TRG).

    Formules

    ★ VLV = 25 * Σ (N3% ≤ N6%)

    ★ WKA = Σ {VLVma, VLVdi, … , VLVzo} / 1000

    • Route Heen-en-weer
    • Routes Terugweg
    Lees verder (2)

    Heen-en-weer

    KlimrouteHLKMVLV
    Heenweg909,9325
    Terugweg1109,9375

    Terugweg

    KlimrouteHLKMVLV
    Terugweg 1717013,4650
    Terugweg 1817014,0850
    Terugweg 1915013,3900
    Terugweg 2115013,8950
    Terugweg 2215013,8975

    Schakelcircuit

    Trainingsprogramma

    Tussen Groesbeek en Nijmegen ligt een waaier aan beklimmingen met klimstroken van 3 tot 6 % die zijn voorzien van straatverlichting. Door dagelijks rechtstreeks heen te rijden en met een relatief kleine omweg terug, zo veel mogelijk van deze klimstroken te benaderen, ontstaat een voor een deel specifieke wekelijkse trainingsduur van totaal 8 uur. Met een seizoensonafhankelijke basis van 6 x 30 minuten heen en 6 x 50 minuten specifiek terug, wordt een volwaardige wielertraining ingebed in het dagelijks woon-werkverkeer.

    Lees verder (3)

    Weekendcompetitie

    Op een van de oude vuilnisbergen bij Nieuwegein onder Utrecht ligt het 2225 meter lange wielerparcours de Nedereindse Berg met een totaal hoogteverschil van 18 meter. Hierop organiseren residerende wielerverenigingen alle seizoenen een weekendcompetitie, waarin de Col de Hans Spekman (75 VLV) 20 tot 25 maal wordt geslecht met een gemiddelde wedstrijdsnelheid van 37 tot 43 km/u. Dit betekent 360 tot 450 hoogteverschil op een voormalige afvalberg, goed voor +2,0 à 2,5 WKA, inclusief heen- en terugweg.

    Wedstrijdcijfer

    De gemiddelde wekelijkse klimarbeid over 2018 bedraagt 6,4 WKA met een complexe samenhang tussen de zesweekse klimarbeid of trainingsgraad (TRG) en wedstrijdcijfer (WCF) in de weekendcompetitie op de Nedereindse Berg. Het lijkt dat een toename in zesweekse klimarbeid de kans op een hoog wedstrijdcijfer vergroot. Rond 7,0 TRG ligt een schijnbare piek, waarboven het wedstrijdcijfer gemiddeld bergafwaarts gaat, althans in de A-categorie, waar de opbouwcurve door deelname aan de B-categorie mist.

    Formules

    ★ TRG = µ {WKA-5, WKA-4, … ,WKA}

    ★ WCF = 10 – uitslag / deelnemers * 10

    • Ring Alpering
    • Ringen Uflacht
    Lees verder (2)

    Alpering

    KlimringHLKMALP
    Stekkenberg252,2115

    Uflacht

    KlimringHLKMALP
    Litsenberg (1)352,890
    Schrouwenberg (1)303,490
    Stekkenberg (2)452,9105
    Stekkenberg (3)504,6110
    Stekkenberg (1)754,9120
    Eerste Kop (1)602,6125

    Volfocus

    Afstelling

    De in seizoen 2018 gewisselde trainingsfiets draagt door de mindere afstelling bij aan een overbelasting van de achillespees. Dit brengt het inzicht om de maximale klimstroken te verlagen van 7 naar 6 % en daarnaast te klimmen met de handen op de remgrepen, waarbij de achillespees veel minder ver oprekt dan in de beugel. De aanleiding voor de wissel is een botsing met spookrijdende fietsers op de Nijmeegsebaan, waarbij de deelname aan het NK masters 40+ niet in gevaar komt, maar wel leidt tot een framebreuk aan de bovenbuis.

    Lees verder (3)

    Checklist

    CategorieRCategorieR
    Uithouding10Blessures5
    Kracht9Materiaal4
    Competitie8Weer3
    Voeding7Vervoer2
    Slaap6Overig1

    Bijstelling

    Naast de wielertechnische onderdelen kan ook winst behaald worden met het managen van fietsdoelen en obstakels in de uitvoering. Een hulpmiddel om microstructuur aan te brengen en taken op te delen is de checklist Volfocus, bestaande uit de hoofdcategorieën inspanning, herstel, condities en taken. Gezien een beperkte oplossingsruimte kunnen er slechts drie acties worden gekozen en hoe hoger het rangnummer (R) van de vraag, des te groter de focus. Hiermee rijd ik in 2019 in de A-categorie op de Nedereindse Berg.

    Formule

    ★ VLF = µ {Ractie 1, Ractie 2 , Ractie 3}

    • Stekkenberg - Stekkenberg
    • Calvariënberg - Campusbaan
    • Ketelberg - Sophiaweg
    • Bakkersberg - Lucaslaan
    • Oeselenberg - Nijmeegsebaan
    • Muntberg - Nijmeegsebaan
    • Litsenberg - Mooksestraat
    • Wolfsberg - Houtlaan

    Thuiswedstrijd

    Staantribune

    Vanaf begin 2020 blijkt de volwaardige training ingebed in woon-werkverkeer door een dertien weken durende lockdown door Covid-19 toch geen garantie op succes te bieden. Ook de deelname aan wedstrijden op de Nedereindse Berg ligt stil. Hoewel thuiswerken voordelen kan hebben op het vlak van tijdsbesteding, staat het wegvallen van de normale dagelijkse beweging haaks op het doel. Met het aanschaffen van een statafel is het thuiszitten afgeschaft en vanaf begin juli is de training weer opgepakt.

    Lees verder (3)

    Lockdownring

    Naast een klimroute voor woon-werkverkeer is in de kom van Groesbeek een verlichte klimring (alpering) gerealiseerd, die gebruikt kan worden tijdens nieuwe perioden van noodgedwongen thuiswerken. De alpering geeft een normale klimarbeid (VLV) tegen een hogere klimsterkte (ALP). Verder wordt er geen gebruik gemaakt van electronica, dus geen fietscomputer, hartslagmeters, navigatie, vermogensmeters e.d.. Zolang de aarde haar aantrekkingskracht niet verliest, werkt deze methode prima.

    Wintercompetitie

    In de planning staat de deelname aan de wintercompetitie, van half september tot half maart, op de Nedereindse Berg, waarbij onderlangs wordt gereden en de Col de Hans Spekman buiten beschouwing blijft. In plaats van de A-categorie zal worden gestart in de B-categorie. De formule voor het berekenen van het wedstrijdcijfer (WCF) blijft gelijk, maar met de verwachting dat het gemiddelde hoger zal liggen dan het gemiddelde in de A- categorie. Het plan verschuift naar 2021 door een nieuwe lockdown.

    Formule

    ★ ALP = VLV / L * 1000

    • Stekkenberg (1) Stekkenberg
    • Stekkenberg (2) Stekkenbergdwarsweg
    • Stekkenberg (3) De Wijer
    • Stekkenberg (4) Bremstraat
    • Stekkenberg (5) Bremstraat
    • Knotseklef (1) Mozartstraat
    • Knotseklef (2) Mozartstraat
    • Knotseklef (3) Chopinstraat

    Huismusketier

    Avondklokhuis

    Door de landelijke coronamaatregelen van de Rijksoverheid zijn er na seizoen 2019 op de Nedereindse Berg weinig wedstrijden verreden. Begin 2021 wordt duidelijk dat deze situatie een semi-permanent karakter krijgt. Tijdens de avondklok is ook alleen buiten sporten verboden, maar omdat de hond uitlaten daarbij wel mag, rijst toch de vraag wie wat precies bevordert. Met de omslag van kantoortijger naar huismusketier valt ook het trainen bij woon-werkverkeer stil, waardoor lokale rondes vanuit huis resteren.

    Lees verder (3)

    Volfocus

    Naast de noodzaak van een goede conditie voor woon-werkverkeer verdwijnt ook het doel van training als wedstrijdvoorbereiding en komt de beweeggewoonte onder druk te staan Volfocus trainen is wat anders dan lukraak een rondje fietsen wanneer het uitkomt en wedstrijden zijn bijna niet te simuleren. Het trainingsdoel voor 2021 is om competitieklaar te zijn op het moment dat wedstrijden weer doorgaan en intussen te profiteren van het effect van beweging op mentale gezondheid en stress.

    Uflacht

    Omdat halverwege 2020 werd uitgegaan van het scenario van regionale lockdowns, is de uflacht ontwikkeld voor landelijk gebruik. Met deze grondvorm van drie evenwijdige korte beklimmingen (b), kun je een gedraaide klimring in het laagland aanleggen. Toepassing in het opperland, bijvoorbeeld de kom van Groesbeek, genereert meerdere krachtige korte verlichte klimringen, gericht op de terugkeer naar de gewoonte, of het automatisme, om alle trainingen in te passen in de daluren van het avondslot.

    Formule

    ★ Uflacht = (op b1, af b2, op b3, af b2) + (op b1, af b2, op b3, af b1) + 2 * (op b2, af b3)

    • Litsenberg 1 (1) Albert Schweitzerstraat
    • Litsenberg 1 (2) Herwendaalsehoek
    • Litsenberg 1 (3) Akkerweg
    • Schrouwenberg 1 (1) Heumensebaan
    • Schrouwenberg 1 (2) Lindenlaan
    • Schrouwenberg 1 (3) Heumensebaan
    • Stekkenberg 2 (1) Stekkenberg
    • Stekkenberg 2 (2) Leppert
    • Stekkenberg 2 (3) Margrietstraat
    • Stekkenberg 3 (1) Bremstraat
    • Stekkenberg 3 (2) Hogeweg
    • Stekkenberg 3 (3) Ericastraat
    • Stekkenberg 1 (1) Schrouwenberg
    • Stekkenberg 1 (2) Stekkenberg
    • Stekkenberg 1 (3) De Wijer
    • Eerste Kop 1 (1) De Ruyterstraat
    • Eerste Kop 1 (2) Baden Powellstraat
    • Eerste Kop 1 (3) William Boothstraat

    Hybride fietsen

    Halfstepping

    Veel coronabeperkingen worden vlak voor de tweede jaarhelft van 2021 afgebouwd. Vanaf 23 juni is bijvoorbeeld buiten sporten weer toegestaan met maximaal 50 mensen en ook de bijkomende faciliteiten mogen weer open. Dit geeft kans tot een compact seizoen, met 21 wedstrijden (µ TRG = 7,0 en µ WCF = 7,4) in drie maanden (juli, augustus en september), verdeeld over de parcoursen van de Nedereindse Berg in Nieuwegein en de Herungerberg in Venlo. Van deze wedstrijden weet ik er drie te winnen in de eindsprint.

    Lees verder (2)

    Kruiswerken

    Eind 2021 is de lockdown terug van weggeweest en het duurt tot en met april 2022 voordat het grote pakket aan beperkende maatregelen en adviezen met betrekking tot Covid-19 merendeels van de baan is. Hybride werken voert de boventoon, dus het grootste deel van de specifieke trainingen wordt nog steeds afgewerkt met een uflacht in Groesbeek. Tijdens het woon-werkverkeer is er tweemaal per week sprake van de basistraining Heen-en-weer. Door een oprisping van de achillespeesblessure rijd ik in 2022 geen wedstrijden.

    Uitrollen

    In de toekomst prefereer ik trainen tijdens woon-werkverkeer (4,5 TRG), omdat presteren op een vast moment anders is, dan wanneer het moment vrij gekozen kan worden. Met het vorderen van leeftijd neemt de efficiëntie van de fietsbeweging nochtans niet toe, waardoor het trainingseffect naar verwachting groter wordt wanneer de prestatie wordt afgedwongen op vaste momenten. Daarnaast zal er weer gebruik gemaakt gaan worden van de effecten van weersinvloeden, om de overcompensatie beter zijn werk te laten doen.

    PDF-versie

    Toepassing

    Staanplaat

    Meer doen met minder steilheid is gewoonweg mogelijk door alle hectometers tussen 3 en 6 % staand op de pedalen af te leggen. Met extra klimspanning creëer je klimkrachtstroom. Overspanning wordt voorkomen door het stijgingspercentage op deze route maximaal 6 % te laten bedragen. Het moet geen worstelen en bovenkomen worden. Wanneer de training goed wordt uitgevoerd, is het een van de krachtigste routes bij Nijmegen door de hogere snelheid.

    Klimroute Staanplaat
    530 H – 45 km – 2300 VLV
  • Uflacht, kunstberg Alpe du hexe

    Alpe du hexe

    Als je in de polder een uflacht kunt aanleggen om hoogte te maken, kun je op de stuwwal een berg realiseren. Om zo’n verre Alp na te bootsen (6x = Alpe d’Huez) heb je wel een helling en een afdaling nodig die allebei voldoende steil zijn. Beter een goede buur, dan een verre tiend. Als klap op de vuurpijl is deze ronde door Beek verlicht, dus ook geschikt voor de winteravond.

    Alpe du hexe (1)

    • Uflacht Alpe du hexe (1)
    • Nieuwe Holleweg (b) 6 % 50 m
    • Nieuwe Holleweg (c) 5-5 %
    • Nieuwe Holleweg (d) 3-5-9 %
    • Van Randwijckweg (a) 5-5 %
    • Van Randwijckweg (b) 5-5-5-6-6 %
    • Van Randwijckweg (c) 8 %
    • Van Randwijckweg (d) 6 %
    • Van der Veurweg (a) 13 %
    • Bosweg (a) 9-1-2-6 %
    • Nieuwe Holleweg (e) 7-11 %
    • Nieuwe Holleweg (a) 6 % 50 m
    300 H – 9,0 km – 290 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    926003
    1852002
    2778001
    36104001
    4513000HC

    Alpe du hexe (2)

    • Uflacht Alpe du Hexe (2)
    • Nieuwe Holleweg (b) 6 % 50 m
    • Nieuwe Holleweg (c) 5-5 %
    • Van Randwijckweg (a) 5-5 %
    • Van Randwijckweg (b) 5-5-5-6-6 %
    • Van Randwijckweg (c) 8 %
    • Van Randwijckweg (d) 6 %
    • Elzenweg (a) 5-3-5 %
    • Nieuwe Holleweg (d) 3-5-9 %
    • Nieuwe Holleweg (e) 7-11 %
    • Nieuwe Holleweg (a) 6 % 50 m
    260 H – 8,1 km – 250 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    820003
    1640002
    2460002
    3280001
    40100001

    Alpe du hexe (3)

    • Uflacht Alpe du Hexe (3)
    • Nieuwe Holleweg (b) 6 % 50 m
    • Nieuwe Holleweg (c) 5-5 %
    • Van der Veurweg (a) 13 %
    • Bosweg (a) 9-1-2-6 %
    • Elzenweg (a) 5-3-5 %
    • Nieuwe Holleweg (d) 3-5-9 %
    140 H – 5,4 km – 200 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    511004
    1122003
    1633002
    2244002
    2755002

    Mont den acht

    Deze combinatie van de Hanenberg en Sterrenberg in de dorpen Beek en Berg en Dal creeërt een hybride col in de lage landen. De uflacht Mont den acht maakt gebruik van tweemaal de Oude Holleweg, Van Randwijckweg en Van der Veurweg / Nieuwe Holleweg. Bij vijfmaal fietsen (61 km) heb je de klimlading van de Alpe d’Huez (AH, 28 km op-af) benaderd.

    Mont den acht (1)

    • Uflacht Mont den acht (1)
    • Nieuwe Holleweg (b) 6 % 50 m
    • Nieuwe Holleweg (c) 5-5 %
    • Oude Holleweg (a) 11-10-13-10-10 %
    • Van Randwijckweg (c) 8 %
    • Van Randwijckweg (d) 6 %
    • Van Randwijckweg (a) 5-5 %
    • Van Randwijckweg (b) 5-5-5-6-6 %
    • Van der Veurweg (a) 13 %
    • Bosweg (a) 9-1-2-6 %
    • Nieuwe Holleweg (e) 7-11 %
    • Nieuwe Holleweg (f) 11-11 %
    • Nieuwe Holleweg (a) 6 % 50 m
    390 H – 12,2 km – 310 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    1237002
    2474001
    37111001
    4914800HC
    6118500AH

    Mont den acht (2)

    • Uflacht Mont den Acht (2)
    • Oude Holleweg (a) 11-10-13-10-10 %
    • Nieuwe Holleweg (a) 6 % 50 m
    • Van der Veurweg (a) 13 %
    • Bosweg (a) 9-1-2-6 %
    • Van Randwijckweg (a) 5-5 %
    • Van Randwijckweg (b) 5-5-5-6-6 %
    • Van Randwijckweg (c) 8 %
    • Van Randwijckweg (d) 6 %
    310 H – 10,4 km – 270 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    1028003
    2156002
    3184001
    42112001
    5214000HC

    Mont den acht (3)

    • Uflacht Mont den Acht (3)
    • Nieuwe Holleweg (c) 5-5 %
    • Oude Holleweg (a) 11-10-13-10-10 %
    • Oude Bosweg (a) 7 %
    • Bosweg (a) 9-1-2-6 %
    • Elzenweg (a) 5-3-5 %
    • Nieuwe Holleweg (d) 3-5-9 %
    250 H – 9,7 km – 210 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    1021003
    1942002
    2963002
    3984001
    49105001

    Bergspoor


    Seriële extra uflacht los gebaseerd op het traject van het voormalige Bergspoor tegen de Sterrenberg van Beek naar Berg en Dal. De Van Randwijckweg lijkt niet speciaal aangelegd voor de trambaan door villapark Mooi-Nederland, maar er is wel rekening mee gehouden. Bij de Westerbergweg begon de lus om via een brug verder te stijgen naar Berg en Dal.

    Bergspoor (1)

    • Uflacht Bergspoor
    • Van Randwijckweg (a) 5-5 %
    • Oude Bosweg (a) 7 %
    • Van Randwijckweg (b) 5-5-5-6-6 %
    • Van Randwijckweg (c) 8 %
    • Van Randwijckweg (d) 6 %
    • Oosterbergweg (a) 6 %
    • Nieuwe Holleweg (f) 11-11 %
    170 H – 5,9 km – 230 ALP
    AfstandZwitsalpCategorie
    614004
    1228003
    1842002
    2456002
    3070001

    Bergcategorieën

    Bergklassement

    Het bergklassement en bergcategorieën van de Tour de France komen elk jaar weer in beeld. De organisatie kent een classificatie toe aan specifieke beklimmingen op het parcours, die worden verdeeld in vijf bergcategorieën (4e, 3e, 2e, 1e en HC) op basis van hun ‘coefficient de difficulté de Gouvenou’ (GOU), dat het product is van eenduizendste van het kwadraat van de stijging (%) en de lengte (L). De deelnemers die op geklasseerde beklimmingen als eersten over de streep komen, krijgen, naar de bergcategorie, aflopend punten toegekend.

    Lees verder (3)

    Classificatie

    Het doel van de classificatie is om te voorspellen hoe de spreiding van de deelnemers is op de top van de beklimming, de selectiviteit. De uitkomst hangt af van de omstandigheden in de wedstrijd, maar beklimmingen van de 4e en laagste categorie, die ook bij Nijmegen te vinden zijn, worden normaal niet beschouwd als beklimmingen waarop ver kan worden weggereden bij de andere deelnemers, hetzelfde geldt voor de 3e categorie. De organisatie beschouwt de beklimmingen vanaf de 2e categorie als relevant, want deze worden speciaal beschreven.

    Bespiegeling

    Een analyse van het parcours van de Tour de France 2022 laat zien dat je voor het trainen van beklimmingen van de 4e categorie prima terecht kunt in Nijmegen en omgeving, want 65 % van alle beklimmingen van de 4e categorie van dat jaar kunnen hier worden gespiegeld. In 2023 bedraagt dit aandeel 60 %. Hierboven houdt het op en dat geldt voor heel Nederland, behalve de Camerig, die eventueel als 3e categorie zou kunnen gelden. Voor beklimmingen vanaf de 3e categorie kun je naar het buitenland, of gebruik maken van ons binnenste.

    Formules

    ★ GOU = 0,001 * %² * L = 10 * H² / L

    ★ ZWIKLI = 0,022 * %² * L = 220 * H² / L

    ★ BergcategorieGOU = 4e < 75 < 3e < 150 < 2e < 300 < 1e < 600 < HC

    ★ BergcategorieZWI = 4e < 1650 < 3e < 3300 < 2e < 6600 < 1e < 13200 < HC

    Binnenste buitenland

    Zwitserlevel

    Zwitserlevel te complex? Beklim de kunstberg Alpe du hexe! De basisvorm van een uflacht met drie beklimmingen (b) bestaat uit vier ronden, die je kunt onderverdelen in 26 stappen. De eerste en de tweede ronde hebben acht stappen {x} en de derde en de vierde ronde kennen er vijf. Met dit patroon fiets je elke beklimming (b) twee keer omhoog. De variatie zit in de afdalingen, want de eerste beklimming (b1) daal je eenmaal af {16}, de tweede (b2) driemaal {3, 7 en 11} en de derde (b3) tweemaal {20 en 24}. Geen kunst, wel een berg.

    Lees verder (2)

    Klimlading

    Voor het bepalen van de klimlading Zwitsalp (ZWI) wordt gerekend met een knikcijfer (KNI) tussen 240 en 320, op basis van de kleinste lengte (L) voor de helft van het hoogteverschil (H) gedeeld door de gehele lengte (L). Bij de berekening van de grenswaarden van de bergcategorieën wordt het reguliere knikcijfer (KNI) van 220 aangehouden, zoals dat ook geldt voor de beklimmingen bij Nijmegen en elders, exclusief de noodzakelijke afdalingen, die weerstand bieden tegen de klimstroom en de klimsterkte Alpere (ALP) verkleinen.

    Formules

    ★ Uflacht = (op b1, af b2, op b3, af b2) + (op b1, af b2, op b3, af b1) + 2 * (op b2, af b3)

    ★ ZWIKLI = 220 * H² / L

    ★ ZWIUL8 = 240 < 320 * H² / L

    ★ KNI = 160 + 20 / (LΣ½H / L)

    ★ ALP = ZWI / L * 1000

    PDF-versie

  • Eenhoog, trainen met kunstmatige klimtelligentie

    Opvolgverde

    Kunstgrepen

    Eenhoog, trainen met kunstmatige klimtelligentie, vormt een logische aanvulling op de reeds toegepaste kunstgrepen, zoals ‘klimkrachtstroom’ door een kunstmatig verhoogde ‘klimspanningsbodem’. Hierbij klim je staand op het buitenblad op klimstroken met een stijging van 3 % tot 6 % en nu ook zittend op het buitenblad, bij stijgingen van 7 % en 8 %, als toevoeging aan Volverde-training, waarin ook al korte (gedraaide) klimringen als alpering en uflacht worden toegepast. Ook het upbergen met een hoogmakerij of glooipolder is van nature gekunsteld. Daarnaast train ik met kunstlicht in het avondslot.

    Lees verder (3)

    Heen-en-weer

    Tijdens het woon-werkverkeer is er tweemaal per week sprake van een basistraining op de klimroute Heen-en-weer (GB) tussen Groesbeek en Nijmegen, aangevuld met eenmaal per week de klimroute Heen-en-weer (PB) tussen Prinsenbeek en Breda. Deze klimroutes worden regelmatig afgewerkt met een rugbepakking van tien kilogram. Hiervoor wordt dan een correctiefactor van 1,25 toegepast op de gerealiseerde klimarbeid Volverde (VLV). De opslag bestaat uit de optelsom van de toegenomen hellingbelasting (10 %), luchtweerstand (5 %), draaglast (5 %) en motorische beperkingen (5 %) en is niet exact.

    Trainingsgraad

    Onverkort geldt de wekelijkse klimarbeid (WKA) gemeten in Volverde (VLV) als maat voor training en het zesweeks lopend gemiddelde daarvan als beschrijving van de trainingsgraad (TRG). De vraag is of de gewenste gemiddelde traininggraad (TRG) van 4,5 over een jaar gemeten ook gerealiseerd kan worden in een omgeving met weinig natuurlijk hoogteverschil (H) door toepassing van kunstmatige klimtelligentie, ofwel het slim gebruik maken van aanwezige kunstmatige klimunits. Aanvullende dagelijkse push-ups en sit-ups blijven in het programma, waarin geen deelname aan wedstrijden is opgenomen.

    Formules

    ★ VLV = 0,25 * Σ L3-6% + 0,65 * Σ L7-8%

    ★  VFI = VLV / H

    ★  WKA = Σ {VLVma, VLVdi, … , VLVzo} / 1000

    ★ TRG = µ {WKA-5, WKA-4, … ,WKA}

    ★ ALP = VLV / L * 1000

    ★ ZWI = 220 * H² / L

    • Klimroute Heen-en-weer (PB)
    • Klimroute Heen-en-weer (GB)
    • Uflacht Overbos (PB)
    • Ubergen en Oberg (PB)
    • Alpering Kerkklef (GB)

    Eenhoog

    Pirinsbeek

    Vanuit de eenhoog-principes, dat in het land der grinden eenhoog koning is en dat je altijd in de heuvels traint, ook als ze er niet zijn, volgt dat het toch aanwezige, veelal kunstmatige, hoogteverschil (H) tussen Breda en Prinsenbeek gevat wordt in de hoogmakerij Pirinsbeek. Hiervoor worden de klimstroken bij een stijging van minimaal 3 % voortaan opgemeten met een minimaal hoogteverschil (H) van twee meter in plaats van drie meter. Vier vijfde van de klimstroken (H3-8%) in hoogmakerij Pirinsbeek blijkt geschikt om te trainen met klimarbeid Volverde (VLV), waarvan de lengte (L) wordt gemeten per tien meter.

    Lees verder (3)

    U- en Oberg

    Noodzakelijke aanvullingen op de korte (gedraaide) klimringen als alpering en uflacht zijn de uberg, een klimstrook, meestal een beklimming (b), met een u-turn of keerlus aan het uiteinde en de oberg waarbij je afdaalt via een andere klimstrook en weer onderaan aansluit. Hiervoor geldt hoe langer de beklimming (b), des te groter de effectiviteit, omdat het keren veelal op groubaix of een platbodem geschiedt, waardoor de te behalen klimarbeid Volverde (VLV) en daarmee de klimstroom Alpere (ALP) kort wordt onderbroken. In Groesbeek (GB) train ik ter controle op een alpering met een klimsterkte van 100 ALP.

    Conclusie

    De klimringen alpere, uflacht, uberg en oberg maken gemiddeld tweemaal beter gebruik van het aanwezige hoogteverschil (H), dan de woon-werk klimroutes, die op een gemiddelde Volverde-efficiëntie (VFI) van 4 blijven steken, terwijl de specifieke klimringen 8 VFI halen. Hierbij is geen verschil gevonden tussen de hoogmakerij Nimmalaya met vooral natuurlijke klimunits en hoogmakerij Pirinsbeek, die voornamelijk kunstmatige klimunits bevat, wat de conclusie rechtvaardigt deze laatste, zonder natuurlijk hoogteverschil (H), als surrogaat kan functioneren bij het realiseren van een trainingsgraad (TRG) van 4,5.

    Klimringen

    ★ Alpering = (op b1, op b2, op b3, …)

    ★ Uflacht = (op b1, af b2, op b3, af b2) + (op b1, af b2, op b3, af b1) + 2 * (op b2, af b3)

    ★ Uberg = (op b1, af b2, op b2, af b1) of (op b1, af b1)

    ★ Oberg = (op b1, af b2)

    • Uflacht Overbos (b1) en Uberg Overbospad (b1) (PB)
    • Uflacht Overbos (b2) (PB)
    • Uflacht Overbos (b3) en Uberg Overbospad (b2) (PB)
    • Uberg Moskesbrug (w) (b1) (PB)
    • Uberg Moskesbrug (o) (b1) (PB)
    • Oberg Ovalbos (b1) (PB)
    • Alpering Kerkklef (b1) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b2) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b3) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b4) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b5) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b6) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b7) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b8) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b9) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b10) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b11) (GB)
    • Alpering Kerkklef (b12) (GB)

    Klimroutes en -ringen

    Heen-en-weer

    KlimrouteHLKMVLV
    Heenweg (PB)356,1150
    Terugweg (PB)205,250
    Heenweg (GB)909,9300
    Terugweg (GB)11010,6550
    Lees verder (4)

    Uflacht

    KlimringHLKMVLV
    Overbos (PB)302,2225

    Uberg

    KlimringHLKMVLV
    Overbospad (PB)120,9100
    Moskesbrug (w) (PB)90,775
    Moskesbrug (o)
    (PB)
    90,675

    Oberg

    KlimringHLKMVLV
    Ovalbos (PB)20,0515

    Alpering

    KlimringHLKMVLV
    Kerkklef (GB)755,9600

    PDF-versie

  • Begrippen hellingproef

    Begrippen

    A-B-C-D

    Aankomstklim: Wielerterm voor laatste beklimming van een wielerwedstrijd.
    Aanloopvoordeel: Energetisch voordeel door het vasthouden van momentum.
    Alpering: Korte klimring met een grote klimsterkte Alpere (ALP).
    Amateur: De tweede amateur-wedstrijdklasse in de Nederlandse wielersport.
    Basistraining: Trainingsvorm voor het onderhouden van de basisconditie.
    Bergcategorie: Classificatie van een beklimming op basis van de klimlading.
    Bergklassement: Klassement in een wielerwedstrijd met beklimmingen als basis.
    Beugel: Benaming voor het gebogen deel van het stuur van een racefiets.
    Bovenbuis: Benaming voor de horizontale buis van een (racefiets)frame.
    Buitengebied (BUI): Kwalificatie voor een wedstrijdparcours in een buitengebied.
    Criterium: Wielerterm voor een kort wedstrijdparcours in de bebouwde kom.
    Doorkomst: Wielerterm voor een (enkele) passage in een wielerwedstrijd.
    Duurtraining: Trainingsvorm met een lange duur en lage intensiteit.

    E-F-G-H

    Elite/Beloften: De hoogste amateur-wedstrijdklasse in de Nederlandse wielersport.
    Eenhoog: Generieke benaming voor hoogteverschil (H) in de flatlands.
    Fitness-tracker: Mobiele toepassing om sportactiviteiten te meten en te delen.
    Glooipolder: Hyponiem van hoogmakerij, meer specifiek in de flatlands.
    Gouvenou (GOU): Klimformule voor klimlading, van technisch directeur van de A.S.O.
    Hobbelfractie (HOB⁄H): Hobbelig hoogteverschil gedeeld door het totale hoogteverschil.
    Hoogteprofiel: Grafische weergave van het (cumulatieve) hoogteverschil.

    I-J-K-L

    Industrieterrein (IND): Kwalificatie voor een wedstrijdparcours op een industrieterrein.
    Intervaltraining: Trainingsvorm die inspanning en herstel frequent afwisselt.
    Klimtelligentie: Woordspeling voor het slim gebruiken van aanwezige klimunits.
    Klimkracht: Alternatieve benaming voor belasting door hellingkracht.
    Leaderboard: Klassement van snelst gereden tijden op een segment op Strava.

    M-N-O-P

    Massasprint: Wielerterm voor een eindsprint met een groot aantal deelnemers.
    Oberg: Repeterende klimstrook met afdaling via een andere klimstrook.
    Overcompensatie: Trainingseffect waarbij het herstel groter is dan de schade.
    Parcours (PRC): Traject in een wielerwedstrijd (BUI, IND, SPO of WOO).
    Pirinsbeek: Hoogmakerij, samentrekking van Pirin en Prinsenbeek.
    Profrenner: Wielerterm voor professioneel beoefenaren van de wielersport.

    Q-R-S-T

    Remgreep: Benaming voor de remhendel op een racefiets, ook wel shifter.
    Scherprechter: Wielerterm voor de zwaarste beklimming op een parcours.
    Segment: Virtueel gemarkeerd wegdeel op fitness-tracker Strava.
    Snelheidstraining: Trainingsvorm voor het verhogen van de basissnelheid.
    Specifieke training: Trainingsvorm waarbij je verbetert op dat wat je traint.
    Sportpark (SPO): Kwalificatie voor een wedstrijdparcours op een sportpark.
    Trainingsgraad (TRG): Het lopend zeswekelijks gemiddelde van de trainingsomvang.
    Trainingskoers: Wielerterm voor een wielerwedstrijd die bedoeld is als training.
    Trapfrequentie: Wielerterm voor het aantal pedaalomwentelingen per minuut.
    Tussensprint: Sprint in een wielerwedstrijd, ook wel premie- of puntensprint.

    U-V-W-X-Y-Z

    Uberg: Repeterende klimstrook met een u-turn aan de voet en top.
    Uflacht: Korte gedraaide klimring met drie evenwijdige beklimmingen.
    Uflachtbaan: Verzameling passende klimstroken en kruisende klimringen.
    VAM: Afkorting van velocità ascensionale media, door Michele Ferrari.
    Vermogensmeting: Meting van het gegenereerde vermogen uitgedrukt in Watt (W).
    Volfocus (VLF): Het gemiddelde rangnummer van de drie acties op de checklist.
    Volverde-efficiëntie (VFI): Volverde (VLV) gedeeld door hoogteverschil (H).
    Voorzettafel: De eerste trede van een getrapte of samengestelde beklimming.
    Wedstrijdcijfer (WCF): Tien min de uitslag gedeeld door het aantal deelnemers maal tien.
    Weekklimarbeid (WKA): De opgetelde klimarbeid van de trainingen op weekbasis.
    Weekklimlading (WKL): De opgetelde klimlading van de trainingen op weekbasis.
    Woonwijk (WOO): Kwalificatie voor een wedstrijdparcours in een woonwijk.
    Zwitserlevel: Woordspeling op Zwitserleven, samentrekking van Zwitser en level.

    PDF-versie