Categorie: Interclub

Trainingswedstrijden georganiseerd door wielerclubs en -comité’s aangesloten bij de nationale bonden en vrije bonden.

  • Herungerberg

    15 maart 2015 – Venlo

    Tamelijk guur en heel anders dan vorige week start deze zondag. Met de eerste nationale koersen op de kalender ben ik heel benieuwd naar het deelnemersveld van de eerste van de twee door TWC Noord-Limburg georganiseerde trainingswedstrijden op de Herungerberg. De baan ligt niet helemaal droog. Omdat een klein tiental renners zich heeft ingeschreven, besluit de jury dat de eerste veertig minuten in slagorde afgelegd worden. De wind waait uit een andere hoek dan vorige week. De afwisseling loopt gesmeerd met iedereen een ronde op kop. Het Baarlo-op-woensdag principe, alleen met een hogere snelheid, boven de 40 km/u. De setting lijkt nog het meeste op ronddraaien in een kopgroep. Na een van mijn kopbeurten trekt een van de twee aanwezige duo’s flink door en moet ik alle zeilen bijzetten om de tempowisseling bij te benen. Het spel is op de wagen. Als de snelheid wegvalt plaats ik een uitval en met twee ronden te gaan nog een. Het mag niet baten. In de sprint eindig ik als vierde op de nieuwe Herungerbergerring.

    28 maart 2015 – Venlo

    Vandaag helaas te weinig renners om te starten in verband met de aanhoudende regen.

    • Herungerberg, bron: Organisatie
  • Vorstengrafdonk

    8 maart 2015 – Oss

    Het eerste lenteweekend nodigt uit tot een tweede koers. In Oss vandaag de laatste wedstrijd in de voorjaarsserie. Enkel in 2010 ben ik later weer begonnen na de winter. Kwestie van kalm aanpikken. Ook vanochtend ligt het strooizout nog gewoon op straat. De pannenkoeken van vorige week blijken trouwens stroopwafels te zijn, aldus de organisator. Direct na de start barst de koers los. Duidelijk een generale repetitie voor de naderende nationale criteriums. De wind staat dwars op de lange parcourszijde, harken op het kantje dus. Ook het positioneren is van belang. Echt gewrongen wordt er niet, maar met een wedstrijd in de benen vind ik een uur aanklampen wel voldoende. Blijkbaar is de accu nog niet geheel opgeladen na gisteren. Dit had ik ook niet verwacht overigens met een beperkte training. Toch prima weer en dichtbij. Voor de verlichte trainingen in Nijmegen en Groesbeek heb ik beslag weten te leggen op een tweede Van Tuyl cyclocrosser. Deze ben ik op dit moment aan het aanpassen.

  • Herungerberg

    7 maart 2015 – Venlo

    Het project dat een aantal jaren geleden begon met het opknappen van de oude Speedway De Berckt heeft geleid naar een spiksplinternieuwe 800 meter lange oval op de Herungerberg in Venlo. De volgorde is terecht: eerst wielrenners en wedstrijden, daarna een baan. Hoewel het sportpark en de banen pas half mei officieel geopend worden, kan alvast testen geen kwaad natuurlijk. De zon schijnt en aan het vertrek staat een peloton van veertig renners, klaar voor een uur koers en tien ronden. Typisch aan een oval zijn de lange bochten waar de wind altijd van opzij in je wielen blaast. Het asfalt is loeisnel, nog sneller dan op de Berckt. Hier kan ik mooi uit de voeten op 55×11. Echt wegkomen lijkt me een onmogelijke opgave, maar toch probeer ik het een aantal keren. Het leuke is dat steeds wel enkele renners oversteken, zodat de koers eigenlijk nooit op slot gaat. In de finale kom ik, enigszins lucky, terecht in een kopgroep van negen renners, die definitief afstand weet te nemen van het peloton. Op twee ronden van het einde zie ik de latere winnaar aanzetten, maar kan niet aan zijn achterwiel te geraken. De kopgroep knalt in delen uit elkaar en ik rol alleen als vijfde over de streep.

    • Wielerbaan Herungerberg
    • Beklimming Herungerberg
  • Vorstengrafdonk

    1 maart 2015 – Oss

    Hoewel deze winter niet koud, maar normaal is verlopen, heeft het veel geregend en ’s nachts ook een normaal aantal keren gevroren, zeker in het zuidoosten van het land. De wegen zijn natuurlijk niet gladder van ijs van -10, dan van -1 graden Celsius, dus in plaats van het rekenkundige gemiddelde hanteer ik het Stro(oi)mangetal. Hoe vaak is er kans op gladheid? Die kans viel relatief vaak in het weekend, zodat deze zondag de eerste in zeven weken is, waarop het met zekerheid niet glad is. Mijn laatste koers vond plaats op de kortste dag van het vorige jaar. Dit betekent in Oss direct meer dan twee uur koersen. Dat ben ik zowiezo niet van plan. Tussen de 50 en 70 kilometer, ofwel 70 tot 100 minuten vind ik meer dan genoeg. Snap verlenging in het voetbal dan ook nooit. Films van meer dan 90 minuten? Kwestie van meer keuzes maken bij de montage. De elites trainen hier echter voor koersen tot wel 160 kilometer.

    In verband met de structurele opbouw van het Nachtslot en het fietsenpark heeft de training tijdens deze periode op een laag pitje gestaan. Daarom heb ik met mezelf afgesproken dat ik maximaal anderhalf uur mee mag doen vandaag. Omdat de Vorstengrafdonk gesitueerd is op de noordkaap van de Peel, staat er doorgaans een stevige wind. Mijn verwachting is dat niet zozeer mijn benen, maar mijn rompspieren de inspanning zullen limiteren. Dit is ook het geval. Ik weet dat je in de winter ‘core stability’ training moet doen thuis op een matje, klopt. De twee sterkste renners beslissen in de eerste tien minuten de koers. Dat gaat wel heel makkelijk, dus bevind ik mij alsnog vooraan in het peloton. Als ik achter me kijk, zie ik een renner van het grootste netwerk systematisch passen met een blik van “de computer zegt nee”. Ctrl + ESC.

    Als later de inmiddels viermans kopgroep ver uit het zicht is, gaat meedrijven vrij eenvoudig. Het lastigste stuk betreft de derde parcourszijde, te meer omdat iemand daar blijkbaar een onzichtbare pannenkoekenfabriek is begonnen. Tijdens draaien op de kant is dergelijke prikkeling van je maag niet prettig. Na een aantal onderdrukte uitbraakpogingen vind ik het mooi geweest en posteer me achteraan de stapel. Er wordt trouwens zeer netjes gereden, zodat het lekker inkomen is. Als de snelheid richting de finale weer omhoog gaat, stap ik na de met mijzelf afgesproken anderhalf uur af, lever mijn rugnummer in en fiets door het voorjaarszonnetje naar station Oss. Het mooi begin van een nieuw seizoen. Hoog tijd om de Nachtslot trainingen weer te intensiveren.

    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
  • Nedereindse Berg

    21 december 2014 – Nieuwegein

    30 november 2014 – Nieuwegein

    Vier dozijn ABC renners wintersporten op de Nedereindse Berg. Weinig wind en weinig boven nul. Vierde bij de A’s #3dspinning #outdoor

    23 november 2014 – Nieuwegein

    Meer dan drie dozijn ABC renners bootcranken vandaag op de Nedereindse Berg. Derde bij de A’s. #3dspinning #wintersport #outdoor

    16 november 2014 – Nieuwegein

    Gewonnen, keiharde regen, 7 man, moeite om weg te komen, maar ze alleen gedubbeld.

    8 november 2014 – Nieuwegein

    Wind, bladerloze bomen, maar een prachtige zon op de Berg. De A’s, B’s en C’s rijden ditmaal apart, in totaal zo’n drie dozijn renners. Bram en ik zijn voorzien van zelf gefabriceerde overschoenen, thermo kniekousen, kosten 1,49 euro. Werkt als een trein voor een vijftiende van de wielerspecifieke prijs. Niet doorvertellen. Kwestie van sectormarketing. Direct ga ik benedenlangs in de achtervolging op de vroege uitloper. De vlucht houdt echter geen stand, daarom participeer ik in een volgende met vier. Deze duurt langer, maar het peloton weet alsnog aan te sluiten. De beslissende ontsnapping van vier, later drie renners, mis ik. Met drie andere coureurs wordt wel de uitvaller uit de kopgroep opgepikt. Met zijn vijven beginnen we in te lopen op de koplopers, maar rijden ons feitelijk stuk, zodat het gat weer groter wordt. De tegenwind op de vierde parcourszijde is meer dan fors. In de sprint voor de vierde plaats rijden we de laatste groep A’s weer achterop. Ik zet te laat aan en wordt vijfde na een dynamische koers in de wintercompetitie.

    2 november 2014 – Nieuwegein

    Nog steeds mediterrane temperaturen op 52 graden noorderbreedte, halfweg tussen Nice en Lillehammer op de rand van de poolcirkel. Zou het een meteorologische naheffing of bijtelling zijn? Je weet maar nooit hoe de wind waait in het moerasmodel. Op de Nedereindse Berg pal tegen over de plas en we rijden onderlangs. Vrij snel komen negen A’s los van het dertigkoppige peloton. Met gigantische propellers in de vlucht vrees ik in de gehaktmolen te belanden van de U-trechters. Knopen tellen en een beetje sparen. Er vallen continu gaten, dus dat valt tegen. Nog voor het peloton achterop gereden wordt, weten de drie sterkste renners zich los te weken. De achtergebleven zes, waaronder ik, dubbelen het peloton, maar worden vervolgens weer achterop gereden door het driemanschap. In de slotfase blijf ik een keer te lang zitten bij een breuk, waardoor er nog twee anderen tussenuit knijpen. De sprint voor de zesde plaats weet ik echter wel in mijn voordeel te beslechten. Door de tegenwind is de behaalde gemiddelde snelheid met 38,71 km/u een stuk lager dan gebruikelijk.

    26 oktober 2014 – Nieuwegein

    De wintertijd is weer aangebroken op het noordelijk halfrond. Eerder licht, vroeger donker. Op naar de Nedereindse Berg, offseason, onroad. Samen met trainingsmaat Bram heb ik een aantal Nachtslot trainingen kunnen doen tussen de afgevallen bladeren. De meesten zaten al braaf in de opgestelde bladkooien. Net als dat van de Tour is het schema van de trainingsritten in Oss ook reeds bekend. De benodigde vergunning blijkt al rond te zijn. Speciale fietstestdag vandaag op de Berg. Als resultaat een uitstekend peloton van vijftig A&B coureurs. Nadat in de eerste ronde een voorpost is weggereden, grijp ik mijn kans en steek alleen over. Een ronde ‘benedenlangs’ later maak ik de aansluiting. Zoals verwacht komt later de groep met de sterkste renners overgestoken. Met zeven man rijden we al vrij snel het peloton weer achterop. Na enkele schermutselingen besluiten twee orinele koplopers het hazenpad te kiezen. Op een meter of twintig zet ik de achtervolging in, maar kom net tekort om aan te pikken. Wel minder dan de vorige keer, dus blijven trainen, ook al blaas je de motor finaal op. Geeft niks, kom ik voor. In de achtervolging lijken we op een moment bijna terug te komen, maar uiteindelijk is het draaien tot de laatste ronde. Na het dichtrijden van slotaanvallen komt mijn sprint niet meer van de grond. Toch eindig ik op de vierde plaats met 40,9 km/u.

    18 oktober 2014 – Nieuwegein

    Aan het begin van herfstvakantie is de zomer weer helemaal terug op de berg. Al zes maanden lang bedraagt de middagtemperatuur meer dan twintig graden. Het lijkt of de koele slechte dagen doordeweeks zijn gepland door de geo-engineers. Logisch, een zonnig weekend ondersteunt de economie. Zelf rijd ik toch liever wedstrijden met een temperatuur tussen de tien en twintig graden. Het peloton is een stuk kleiner en bedraagt twee dozijn renners in de A en B categorie. Feest voor trainingsmaat Bram, hij mag aan de bak bij de B’s. Naast een zon aan de hemel, staat er behoorlijk wat wind. Driemaal doe ik een alleenstaande uitlooppoging tegen de Nedereindse Berg, voordat ik in het peloton de onvermijdelijke aanval afwacht van het duo hardrijders uit de gelederen. Ze rijden gemakkelijk weg en nemen snel driehonderd meter voorsprong. Staand op de pedalen slaag ik er bijna in het gat te dichten en kom net te kort om aan te sluiten. De derde man schiet uit mijn wiel en maakt de aansluiting wel. Door deze tempoversnelling is het peloton in twee delen gebroken en zelf heb ik de motor opgeblazen. In de voorste groep rijd ik de koers wel rustig uit en sprint op 55×12 naar een zesde plaats.

    11 oktober 2014 – Nieuwegein

    Aan het begin van herfstvakantie is de zomer weer helemaal terug op de berg. Al zes maanden lang bedraagt de middagtemperatuur meer dan twintig graden. Het lijkt of de koele slechte dagen doordeweeks zijn gepland door de geo-engineers. Logisch, een zonnig weekend ondersteunt de economie. Zelf rijd ik toch liever wedstrijden met een temperatuur tussen de tien en twintig graden. Het peloton is een stuk kleiner en bedraagt twee dozijn renners in de A en B categorie. Feest voor trainingsmaat Bram, hij mag aan de bak bij de B’s. Naast een zon aan de hemel, staat er bijhoorlijk wat wind. Driemaal doe ik een alleenstaande uitlooppoging tegen de Nedereindse Berg, voordat ik in het peloton de onvermijdelijke aanval afwacht van het duo hardrijders uit de gelederen. Ze rijden gemakkelijk weg en nemen snel driehonderd meter voorsprong. Staand op de pedalen slaag ik er bijna in het gat te dichten en kom net te kort om aan te sluiten. De derde man schiet uit mijn wiel en maakt de aansluiting wel. Door deze tempoversnelling is het peloton in twee delen gebroken en zelf heb ik de motor opgeblazen. In de voorste groep rijd ik de koers wel rustig uit en sprint op 55×12 naar een zesde plaats.

    4 oktober 2014 – Nieuwegein

    Geen beestenweer op dierendag, wel een groot peloton renners aan de start op de Nedereindse Berg. Dit keer geen ontsnapping in de eerste ronde, het peloton komt rustig op stoom in achtervolging op de gebruikelijke aanvallers. Vandaag heb ik mij voorgenomen om pas op de helling gas te geven en niet eerder. Bocht om, opschakelen en trappen. Hierbij ontstaat een niet echt lekker lopende ontsnapping. We worden bijgehaald door het peloton. Als wereldkampioen pendule schiet de volgende weg, samen met een ongelukkige, die zijn borst nat kan maken voor een partijtje wiel houden op niveau. Mijn tweede sprong op de helling genereert een groep achtervolgers, die het duo weet te achterhalen. De ontstane kopgroep is ronduit chaotisch. Het gaat mis tijdens een aflossing binnendoor in de krappe noordoostelijke bovenbocht. In de vol doortrappende harmonica stuur ik te laat in. Hierdoor verliest een renner vlak bij mij de controle over zijn fiets en komt lelijk ten val. Voorvelg gescheurd en een ei op zijn elleboog. Hoewel het zes jaar geleden is dat ik betrokken ben geweest bij een tuimelperte, vind ik elke keer teveel. Het hoort niet bij wielrennen. De EHBO komt op de fiets, terwijl wij juist richting het paviljoen lopen. Aldaar verbonden, vertrekt de coureur na de afsprinten van de C-categorie met de auto naar het ziekenhuis. Beiden DNF met 10 ronden op de teller. Na onderzoek zijn geen breuken geconstateerd, maar hij heeft wel lelijke schaafwonden en zwellingen. Excuses en beterschap. De schade wordt uiteraard afgewikkeld.

    27 september 2014 – Nieuwegein

    In het voorspelde laatste zomerweekend van het jaar breekt de zon tegen het middaguur door de herfstmist. Eind september is het reguliere wielerseizoen praktisch ten einde, maar mijn schema zit voortaan toch iets anders in elkaar. Criteriums op een stratenparcours trekken steeds minder deelnemers, koersen zoals die op de Nedereindse Berg des te meer. Aan de start staat een prima peloton van veertig renners, klaar voor vijftig kilometer wedstrijd, bovenlangs buitenom. Soms wordt de eerste ronde rustig gereden, zo niet vandaag. Direct een vernietigende uitval. Op hangen en wurgen kan ik het wiel houden, maar het peloton weet in delen aan te sluiten. Als dezelfde renner een aantal ronden later een nieuwe plaatst gaat in eerste instantie niemand mee. Twee renners steken later over, waarvan er een bijna direct weer afhaakt. De achtervolging op de twee vooruit komt niet van de grond, zodat het tweetal al vrij snel uit het zicht verdwijnt. Intussen is het tamelijk warm geworden door de doorgebroken zon, terwijl de wind zich koest houdt. Ondanks een aantal pogingen blijft het peloton tot aan het afsprinten van de B-categorie bijeen. Trainingsmaat Bram zit na drie kwartier koers bij de uiteengeslagen C’s met een cola in de schaduw van het paviljoen. Voordat de slotfase aanbreekt doe ik samen met een andere renner nog een kansrijke aanval, maar het gat wordt effectief gedicht. In de sprint voor de derde plaats eindig ik als vierde, en zesde totaal.

    6 september 2014 – Nieuwegein

    Herfst op de Berg geeft een buitje, vooraf, maar een ruim peloton A en B renners aan het vertrek. De aanwezige C renners starten apart. Trainingsmaat Bram van Rens rijdt hier mee, ook bovenlangs buitenom. De temperatuur is aangenaam en er staat weinig wind. Aanvallen zijn er nauwelijks, het tempo wordt grotendeels bepaald door een zeskoppige schaatselectie, die de club bij elkaar houdt. Omdat dit mijn eerste wedstrijd in acht weken is, lijkt het mij verstandig het aantal uitlooppogingen te beperken tot drie à vier. Zeker wanneer ik bij de laatste direct in de kraag wordt gevat door vier fietsende schaatsers. Tja, die zijn zo gretig, dat ze zelfs achter elkaar aan jagen. In de laatste ronden houden ze het tempo strak, zodat de aanloop naar de sprint vlekkeloos verloopt. Vanuit de zesde positie probeer ik in de laatste bocht buitenom te komen, maar stuit op de aantrekker die afzwaait. Direct binnendoor steken is onverantwoordelijk, behalve als je heel snel en stuurvast bent. Dat ben ik niet, desondanks eindig ik als zesde met een gemiddelde snelheid van 40,7 km/u.</Herfst op de Berg geeft een buitje, vooraf, maar een ruim peloton A en B renners aan het vertrek. De aanwezige C renners starten apart. Trainingsmaat Bram van Rens rijdt hier mee, ook bovenlangs buitenom. De temperatuur is aangenaam en er staat weinig wind. Aanvallen zijn er nauwelijks, het tempo wordt grotendeels bepaald door een zeskoppige schaatselectie, die de club bij elkaar houdt. Omdat dit mijn eerste wedstrijd in acht weken is, lijkt het mij verstandig het aantal uitlooppogingen te beperken tot drie à vier. Zeker wanneer ik bij de laatste direct in de kraag wordt gevat door vier fietsende schaatsers. Tja, die zijn zo gretig, dat ze zelfs achter elkaar aan jagen. In de laatste ronden houden ze het tempo strak, zodat de aanloop naar de sprint vlekkeloos verloopt. Vanuit de zesde positie probeer ik in de laatste bocht buitenom te komen, maar stuit op de aantrekker die afzwaait. Direct binnendoor steken is onverantwoordelijk, behalve als je heel snel en stuurvast bent. Dat ben ik niet, desondanks eindig ik als zesde met een gemiddelde snelheid van 40,7 km/u.

    12 juli 2014 – Nieuwegein

    Na de zomerse onweersstormen deze week zit de bodem boordevol regenwater. Zet je daar de zon op, dan krijg je een gratis buitensauna. Bij downshiften hoort het herbeoordelen van componenten, die eens gemarket zijn en nu als onlosmakelijk gelden. Alles kan kapot, nucleaire economie. Waarom rijd ik al jaren actief in een broek met pamper, terwijl ik een gesplitst zadel met gelmassa heb? Een zeem armer en experiment rijker start ik op de Berg met twee dozijn andere A-renners, zit geregeld mee in de ontsnapping, maar bij de goede van drie man moet ik passen en eindig als 9e met gemiddeld 41,5 km/u.

    5 en 6 juli 2014 – Nieuwegein

    Op zaterdag kom ik al in de eerste ronde vooruit te rijden met twee anderen. We besluiten door te trappen en dubbelen het peloton, waar we daarna weer afstand van nemen. Met twee koersen in het weekend en de dinsdag op Papendal in de benen draag ik mijn steentje bij, maar niet meer dan dat. In de door mij aangetrokken sprint wint de machinist en stoker van de vlucht terecht met een banddikte. Zondag peddel ik mee en zorg met de andere A-renners dat het peloton niet gedubbeld wordt door de kopgroep. Met hetzelfde gemak, fiets je in een ander pak.

    • Nedereindse Berg, bron: N.N.
  • Papendal

    1 juli 2014 – Arnhem

    Elk jaar probeer ik minstens een dinsdagavond op Papendal te rijden. Daar staat meestal een groot gemixt peloton aan de start op het 1700 meter lange rechthoekige hooggelegen parcours met een licht oplopende finish. Vrij naar achteren gestart, kan ik na enige ronden toch de kop bereiken. Een vlucht van 5 renners is reeds weg. Zoals altijd is de snelheid hoog, maar dat is niet in mijn nadeel. De bochten zijn veilig en eenvoudig, posities winnen helemaal, je kunt door de wind langs het lange lint oprijden. De laatste ronde kan ik vrij vooraan de sprint om de 6e plaats aanvangen en eindig na anderhalf uur als 11e in de A categorie.

  • Nedereindse Berg

    28 juni 2014 – Nieuwegein

    3e van de 15 starters.

    21 juni 2014 – Nieuwegein

    8e van de 24 starters.

    31 mei 2014 – Nieuwegein

    2e van de 13 starters.

  • De Peppel

    23 maart 2014 – Ede

    Elk voorjaar organiseert een aantal wielerverenigingen uit het KNWU district Midden de MNC competitie, waarvan de wedstrijden plaatsvinden op een van de clubparcoursen in de regio. Vandaag de beurt aan WV Ede. Eerder heb ik daar al eens gereden, maar dat was op een industrieterrein, en niet voor het clubhuis. Op de satellietfoto ontwaar ik thuis vooraf de vorm van een dubbele musketonhaak, kenmerkend voor de banen die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn aangelegd op sportparken langs de uitvalswegen, of in dit geval de spoorbaan. De korte ronde op de voormalige wielerbaan in Lindenholt kende een vergelijkbaar verloop. Een bocht van meer dan een halve cirkel een aanzetten maar, tot die aan de andere kant. De ingebouwde heuvel is minder steil en is verder van de bocht geplaatst. Bij aankomst blijkt dat besloten is een stuk parkeerterrein op te nemen, zodat de vorm van een sleutel met baard ontstaat. Op deze manier ga je als vanzelf vierkant in de rondte scheren.

    Het startveld bestaat uit een dertigtal renners, meest amateurs, maar ook elite en junioren, die gezamenlijk starten. Niet wetende dat de omloop zo intensief zou zijn, zoek ik direct na het fluitje de aanval. Dit is wel wat anders dan de lange brede wegen in Oss. Het lijkt wel een full-fledged stratencriterium. Op geen enkel moment kun je rustig recht op de trappers gaan staan. Hopen dat ik überhaupt kan volgen. Het gecombineerde peloton zorgt ervoor dat het nooit stilvalt, zodat tussentijds herstellen nauwelijks gaat. Vier renners waaronder de nationaal kampioen bij de amateurs rijden weg. Door een langgerekte jacht van meer dan een half uur, waarbij ik constant aan de rekstok hang, krijgt de kopgroep echter nooit meer dan twintig seconden voorsprong. Uiteindelijk beslist een lekke band van een van de koplopers dit potje apenkooien in het voordeel van de achtervolgers. Mij rest enkel de eindsprint voor de niet afgewaaide amateurs waarin ik, door tijdig opschuiven, al zittend als vijfde eindig.

    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
  • Vorstengrafdonk

    9 maart 2014 – Oss

    Voor de twee uur durende slotrit van de uitstekend bezochte achtdelige voorjaarscompetitie op de Vorstengrafdonk in Oss, is het alweer bijna nodig bidonhouders te monteren. Een dubbel aantal graden op negen maart! Niet gedaan, maar mijn armstukken gaan wel na een kwartier definitief omlaag. Door mijn frequente deelname en vier top-tien klasseringen, ben ik op een lastig te verdedigen derde plaats in het klassement beland. De nummer zeven staat slechts drie punten achter mij, terwijl de nummer twee een voorsprong heeft van vijf punten. Alleen de kat uit de boom kijken lijkt me niet verstandig. Op goed geluk een kopgroep forceren evenmin. Wat dan wel? Laat ik eens attent rijden en meezitten waar mogelijk.

    Zonder elites, junioren en nieuwelingen, die al ‘echte’ wedstrijden hebben, zoals bijvoorbeeld vandaag in Schijndel, is het verschil in niveau veel kleiner. Een langgerekt peloton loopt een aanval waar ik bijzit in. In een ingeving ga ik nogmaals op de pedalen staan. Nu begrijp ik eindelijk dat een peloton de grootste kans heeft definitief te breken, als eerst een sortering heeft plaatsgevonden. Meestal zit ik namelijk in het tweede gedeelte. Nu met twintig man vooruit, die er allemaal belang bij hebben om de ontstane voorsprong uit te bouwen. Met de wind opzij is het behoorlijk aanpoten op het kantje. Voor kopwerk heb ik te veel aan mijn hoofd.

    Gaandeweg de koers zie ik steeds meer gelletjes en powerdrankjes langs vliegen. Is dit soms het nieuwe drinkontbijtje voor mannen? Opletten! Een kopgroep van vier heeft zich los gemaakt en zes renners zijn er afgewaaid. Een tegenstrever uit het klassement, wiens wiel ik monitor, gaat alleen op pad en ik kan niet volgen. Als een plaat in de Waddenzee komt hij er tussen te rijden. Met enig geluk sluit ik aan bij twee springende renners en met drie dichten we kop over kop de kloof. Door als derde van deze groep te finishen kan ik de onderste podiumtrap van het klassement veilig stellen. BKM training werkt, maar hoe precies is de vraag.

    2 maart 2014 – Oss

    Veel raakvlakken met carnaval heb ik niet, behalve dan misschien de elf. Weer een mooie zonnige voorjaarsdag in Oss met een niet tegenvallend deelnemersveld van ongeveer zestig coureurs. De zuidenwind dwars op de lange finishstraat blaast wederom een toontje mee. Met voornamelijk amateurs aan de start verwacht ik een twee uur durende koers van regelmatig hollen en stilstaan en waarom ook niet. De arme eerste aanvallers worden genadeloos terug gereden door een enkel stel benen van de rijke. Het resultaat is een lange scheurende staart. Das pech, peloton weg. Optocht gemist en het spel op de wagen.

    Hoewel ik mij al neergelegd heb bij een verblijf in de huisvaderwaaier, zie ik niet alleen dat de groep voor ons eigenlijk helemaal niet hard wegrijdt en regelmatig opbolt. Daarom probeer ik solo de oversteek te maken, wat uiteraard niet lukt, maar blijkbaar wel leidt tot een snelheidsverhoging. Na een kwartier kunnen we zowaar weer aansluiten en valt het tempo ook nog eens weg. Das mazzel. Omdat ik er niet in slaag vooraan te komen, beland ik voor de tweede keer in dezelfde situatie, wanneer de snelheid weer omhoog gaat. Gaat lekker zo. Slim is anders, want achteraan op het kantje verbruik je veel meer energie.

    Op het lange stuk wind mee verhoog ik staand de snelheid en wacht net zo lang totdat ik tussen mijn benen door een aanpikkend voorwiel ontwaar. Deze keer maken we in ieder geval een stuk sneller de aansluiting, kwestie van staan & gaan. Met nog vijf ronden koers rijden een kopgroep van vier en een achtervolgend trio vooruit. Uit een stilvallend peloton neemt een renner de benen en ik glip mee. Na een tweetal ronden sluit een vijftal aan en weet het vooruitgeschoven trio ook te verschalken. In de sprint met tien man voor de vijfde plaats eindig ik als zesde op plek tien.

    23 februari 2014 – Oss

    De laatste winterweek is aangevangen. Vanaf een maart start immers de meteorologische lente. Voor de renners en de organisatie pakt deze serie voorjaarsritten een stuk beter uit, dan die van vorig jaar, toen nauwelijks de helft doorgang kon vinden. Het weer in Nederland is nu eenmaal altijd anders. Door consequent in de laatste decade van januari de eerste rit te programmeren, nemen de organisatoren een risico, maar hebben dit jaar het gelijk aan hun zijde, zes uit zes tot nu toe.

    In twee weken begint het seizoen voor de elite categorie en voor deze renners is het stilaan tijd om hun selectie af te dwingen. Met twee complete ploegen van het hoogste nationale niveau in koers, met wind van opzij, kan het niet anders dan dat het honderdkoppige peloton compleet in stukken breekt. Ik ben in ieder geval niet van plan tegen elke prijs het wiel te houden van op hol geslagen oefenprofs. Het seizoen voor de gesloten categorie amateurs begint immers pas in april. De wedstrijden zijn kort en de verschillen tussen renners klein.

    Al snel beginnen gaten te vallen, die overigens nog wel te overbruggen zijn voor een amateur. Wat lastig is dat de snelheid continu hoog blijft. Een grote groep is er al afgewaaid voordat ik in een tweede plaats neem, die langzaam groeit met geloste renners uit de voorste groep. Nu zo lang mogelijk uit de greep blijven van de frontlinie. Aanvankelijk kom ik niet op kop, maar krijg op mijn falie van een junior, die dolgraag een groep verder naar voren had gereden. Begrijpelijk. Nadat we onvermijdelijk gedubbeld zijn, pik ik aan tot de laatste ronden van een aantrekkelijke koers van meer dan twee uur.

    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt

    16 februari 2014 – Oss

    Bijna voorjaar, ook in Oss. Dunne handschoenen, zonnestralen en droge bochten in de vijfde voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Ongeveer veertig coureurs staan aan de startlijn voor een wedstrijd over zeventig kilometer. De wind staat pal tegen in de finishstraat, die het wegrijden daar zeer lastig maakt. Op het tegenover gelegen lange stuk is de snelheid door dezelfde wind in de rug te hoog. Na het ontsnappen vanaf de start en latere korte escapades, kom ik tot de conclusie dat het tot de finale waarschijnlijk een gesloten koers zal blijven.

    Na vijf kwartier in de frontlinie beland ik tamelijk achteraan het peloton. Een wedstrijd rijden zonder eten en drinken is niet altijd een goed idee. Door extern bij te voeren krijgt je lichaam snel nieuwe energie en heb je minder last van dode momenten. Als de koers ontploft tijdens een mobilisatiemoment vanuit eigen voorraden kun je zomaar gelost worden. De snelheid valt echter niet alleen bij mij weg, dus na tien minuten kan ik mij weer vooraan melden met hernieuwde krachten.

    Een aantal renners slaagt er in om enkele ronden alleen vooruit te blijven, maar uiteindelijk vallen ze allemaal terug. In de finale krijgt een groep van ongeveer tien renners honderd meter speling. Ik ben wel mee, maar besluit mijn krachten te sparen voor de eindsprint, die met de wind op kop zal gaan gebeuren. Gelukkig blijft de snelheid hoog, zodat ik voor in het peloton de laatste ronde kan aanvangen en als eerste de laatste bocht door zeil. In een door anderen aangetrokken sprint weet ik door een goede positionering en een kleine jump de vierde plaats te bemachtigen.

    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty

    9 februari 2014 – Oss

    De vierde voorjaarswedstrijd in Oss brengt een loeiharde wind schuin van voren, over de lange brede finishstraat. Koud is het niet, maar het miezert zo nu en dan, zodat de bochten nat liggen met gladde putdeksels in het midden. Tijdens het inschrijven zwiept de voortent van de inschrijfcaravan vervaarlijk heen en weer. Dit belooft wat, ik train namelijk nooit onder dit soort omstandigheden. Op de Nijmeegse stuwwal staan bomen en in de polder kom ik nooit, ik fiets er alleen af en toe wedstrijden.

    Het aantal inschrijvers ligt met achter in de dertig dan ook beduidend lager. Al in de eerste ronde kiest een eenzame renner het hazenpad, dwars tegen de snoeiharde wind in, een wind die je al na tweehonderd meter op kop, met de staart tussen de benen laat. Eer ik doorheb dat een plek in de waaier toch wel essentieel is en hoe je ook al weer tegen de wind in moet fietsen, zijn acht gewiekste renners vertrokken. Verkennen blijft een goed idee, maar het zou voor mij weinig verschil gemaakt hebben.

    Achter de tweede waaier waar ik inzit, blijkt zich een derde gevormd te hebben, welke wij dubbelen. Naar mate de wedstrijd vordert kom ik steeds vaker op kop en merk dat op de finishstraat zeer snel wordt overgenomen. Meedraaien kost ook nog eens minder moeite, dan op het kantje. De kopgroep van acht loopt gestaag tot maximaal een halve ronde uit. Twee plekken over in de top tien. Met nog drie ronden te gaan krijg ik drie renners mee als ik tegen de wind in versnel, waarvan ik er twee alsnog weet te verrassen door de sprint vroeg aan te gaan.

    2 februari 2014 – Oss

    De zonnestralen door de bomen zijn weer eens wat anders dan die obligate maan. Een semi voorjaarsdag op de Vorstengrafdonk in Oss. De derde trainingskoers van het jaar trekt een groot startveld van bijna negentig renners, waarbij de meeste renners de A categorie bevolken. De bochten liggen nog wel nat, maar wat wil je anders, als het niet vriest, in de inmiddels laatste wintermaand februari. Ik start voorin, voldoende om direct bij de eerste snelle uitlooppoging aan te haken. Deze houdt naar verwachting geen stand. Een tweede aanzet van dezelfde renner tien minuten later beslist de koers. Het peloton schiet alle kanten uit. Ik slaag er niet in de slalom tussen stilstaande renners te maken. Zou dit het vandaag veelvuldig gebezigde woord afstoppen zijn?

    Het peloton van nog maar twintig renners renners loopt snel uit op de club afstoppers en afstappers. Zouden we gedubbeld gaan worden? Ik besluit om in ieder geval een poging te maken om over te steken, alhoewel dit met de aanwezige wind vooral erg lastig is. Uit mijn wiel neemt de driekleur bij de amateurs het stokje over en trapt een heel eind de goede richting uit, maar zelfs hij weet het gat niet te dichten. Koers gedaan binnen een kwartier. Later probeert hij het nog eens, tevergeefs. Wanneer er toch gang komt in de achtervolging stokt de voorsprong van het peloton op een halve ronde. Tijdens de finale voor plek vijftien steek ik over naar twee uitlopers krijg een renner mee, zodat we gevieren honderd meter vooruit komen te rijden. Echt veel bijdragen lukt me niet, maar ik kan wel in de laatste ronde de afstand consolideren. Achttiende plaats.

    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt

    26 januari 2014 – Oss

    Wel sneeuw, maar niet in Oss. Ongeveer vijftig renners aan de start van de tweede voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Stond de wind vorige week mee op de aankomstlijn, vandaag pal tegen. De temperatuur is prima en het is droog. Niet onaangenaam voor de tijd van het jaar. Het niveau van het deelnemersveld heeft ook weer normale proporties aangenomen. Dit betekent wel dat zomaar wegrijden een stuk minder eenvoudig zal zijn. Niemand lijkt al goed genoeg om de licentiegenoten echt pijn te doen. Komt nog wel.

    Wanneer de eerste ontsnapping van de dag zich aandient, besluit ik mee te schuiven, maar zuinig met mijn krachten om te springen. Zo volgen er meer. Traditiegetrouw is een Cuijks blok en een grote delegatie uit Schijndel present. In tegenstelling tot deze mannen is mijn kansverdeling in ontsnappingen er een zonder terugleggen. Behalve tien renners in de finale, houdt geen enkele meer dan een ronde stand. In de massasprint, die mooi strak wordt aangetrokken, weet ik, bewust vol in de wind, de achtste plaats te bemachtigen. Veel hollen en stilstaan, maar weinig vuurwerk. Hoort erbij.

    19 januari 2014 – Oss

    Geen sneeuw?! Dat is wel eens anders geweest. Heel warm is het niet, maar wel droog met natuurlijk wind op de Vorstengrafdonk. Vrij logisch op een hoger gelegen stuk grond in het verder vlakke terrein van het Maasdal. Tweeënzeventig renners aan de start voor de eerste trainingskoers van het jaar in deze regio. Normaal betekent een uur en een kwartier ongeveer vijftig kilometer trappen, vandaag dus ook. Wist niet dat er wildcards uitgedeeld werden door de organisatie. Van rivierduin in de vlakte naar continentaal plat, ploegen met je neus op het stuur. Een schier oneindig blik blauw op straat.

    Een voor een poefen ze weg. Al in de eerste ronden vindt voor mij een bijna, en achter mij een werkelijke valpartij plaats, waardoor het peloton nog meer op een lint komt. Ik verzuim de wind op te zoeken en aansluiting te vinden, zodat ik al vrij snel gescheiden wordt van de voorste helft van het peloton, waaruit later een kopgroep van ongeveer tien man in de dezelfde shirtjes de benen neemt. De afstand met de voorste achtervolgende groep loopt langzaam op, maar de samenwerking is goed. Hier kan ik in ieder geval een deel van het kopwerk voor mijn rekening nemen en kom langzaam in de wedstrijd.

    Na drie kwartier komen de koplopers alweer achterop, rijden even rustig en draaien vervolgens het gas open. De kopgroep valt hierbij in twee stukken. Met een sprong bereik ik alleen het tweede deel en weet er op mijn elf en vijfenvijftigste aan te blijven plakken. Kan ik gelijk aan mijn straftraining beginnen, hoef ik dat straks niet meer te doen. Het tempo ligt natuurlijk hoger dan ik gewend ben, maar het rendeert wel. Voor het einde van de wedstrijd kom ik zo bij de eerste fors uitgedunde achtervolgende groep en dubbel ik de tweede, waar ik eerst in zat. Om een hele koers aan te pikken ligt het tempo toch wat vroeg te hoog.

  • Nedereindse Berg

    11 januari 2014 – Nieuwegein

    Met voorspelde sneeuw lijkt het mij raadzaam de eerste trainingswedstrijd in Oss niet af te wachten om het seizoen 2014 op gang te schieten. Het is de afgelopen jaren vaker voorgekomen dat juist rond dit moment de winter statuur krijgt, waardoor een reeks van koersen niet door kan gaan. Twaalf weken geleden reed ik op de Nedereindse Berg mijn laatste wedstrijd en dan is het altijd maar de vraag of de korte avondtrainingen in de heuvels tussen Nijmegen en Groesbeek voldoende zijn geweest om het niveau enigszins te handhaven.

    Aangekomen in Nieuwegein blijkt het te miezeren, daar is niets aan veranderd in de tussentijd. De wind staat hard tegen op de derde parcourszijde. In de A en B categorie gaan ongeveer vijfentwintig renners van start voor een koers van een uur en we ‘blijven beneden’. De beslissende tempoversnelling vindt al in de tweede ronde plaats. Gelukkig kan ik aanhaken, waardoor ik met vijf anderen vooruit kom te rijden. Dit is maar goed ook, want alleen oversteken is door de harde wind geen optie en achtervolgen kost even veel moeite.

    Nog niet geheel in conditie beperk ik mij tot volgen en af een toe een kopbeurt, opdat ik niet gelijk in de eerste koersminuten van 2014 zwaar ‘in het rood’ kom te rijden. Twee andere renners, die wel hun gelijke aandeel leveren in de ontsnapping, moeten de rol lossen als na een door mij aangevraagde tempopauze, de snelheid weer opgevoerd wordt. Met vier man verder dan maar en vaker op kop. De wind is intussen gedraaid en staat nu hard tegen op de bochtige tweede parcourszijde. Na drie kwartier dubbelen we gevieren het peloton.

    Vanaf de kop van het peloton plaatst de latere winnaar in het zadel een versnelling die ik alleen staand op de pedalen op 55×11 kan pareren. De latere nummer twee kan ook aanhaken. Omdat we los zijn besluit ik, de latere nummer drie, weer mee te draaien, want sprinten na twaalf weken trainen met een gemiddelde van twintig kilometer per uur zal nog wel niet zo rap gaan. In de laatste ronde neem ik de tegenwind voor mijn rekening, waarna de sprint vroeg wordt aangegaan. Bij de laatste bocht kom ik nog tot aan het wiel, maar dat is dan ook direct mijn hele sprint. Wel derde.

    20 oktober 2013 – Nieuwegein

    Maandag en dinsdag betekenen kou, regen, bladeren en wind. Toch benut ik beide dagen met op maandag een Kommendaal training, terwijl dinsdag de eerste vier hellingen door de binnenstad als circuit dienen. Vanaf woensdag is het weerbeeld sterk verbeterd, zodat ik Tramweg zowaar droog kan afleggen. Donderdag doe ik nogmaals Kommendaal en vrijdag de kortere route Terugweg. Deze vijf trainingen zijn goed voor 18 BEL, het weektotaal waarvan ik steeds meer aanwijzingen krijg dat het zorgt voor de relatief grootste toename van wedstrijdresultaat, een optimum? Het verklaart in ieder geval meer dan dertig procent van de variantie.

    Aan de voet van de Nedereindse Berg in Nieuwegein staat een winterpeloton van pakweg twintig coureurs bij het paviljoen opgesteld voor een koers van zeventig minuten, welke rustig aanvangt. Op het rechte stuk naar de finish staat de wind stiekem stevig tegen, merk ik als ik alleen op pad ga. Een latere uitloop krijgt twee aansluiters en groeit aan tot negen renners. Na veel hollen en stilstaan en met zijn achten tweemaal rondenlang achter een enkele renner aan te razen, vangen we met vier man de laatste ronde aan. Vanuit derde positie verras ik mijn kopgroepgenoten door al voor de bocht wijd buitenom aan te gaan op 55×11. Voor de tweede maal eerste dit jaar. Pedaleren is een feest en als je niet participeert, kun je

    6 oktober 2013 – Nieuwegein

    Oppermist in de ochtend, maar goede vooruitzichten en windstil. Mijn keuze voor een ondershirt met lange mouwen en beenstukken blijkt achteraf prematuur. Twintig man A, B en C staan klaar voor de tweede wedstrijd van de doorlopende wintercompetitie over de Nedereindse Berg, op zaterdag georganiseerd door WV Het Stadion, terwijl UW&TC Volharding de zondag voor haar rekening neemt. In verband met het aanstaande cyclocrossen (kun je daar dus ook nog wekelijks doen), rijden we de nog een keer ‘bovenlangs’. Geen Nederlands kampioen bij de Masters, wel twee leden van de juniorenploeg in onlangs vergaard rood-wit-blauw op de ploegentijdrit. Geen wonder dat ik bij een alleenstaande demarrage al na een ronde op de hielen gezeten word. Bij een tweede uitlooppoging bergop zelfs nog sneller. Een peloton op slot en ik heb in ieder geval niet de sleutel.

    De afgelopen week heb ik met drie keer ‘BEL-T Kommendaal’, twee keer ‘BEL-T Terugweg’ en eenmaal ‘BEL-T Tramweg’ in totaal 18 BEL aan trainingsbelasting verzameld. Als de sleutelbewaarders na de finishstraat hard doortrekken blijkt dit voldoende om het ontstane gat op hangen (55×11) en wurgen binnen de kilometer te slechten. Zo kom ik met vijf renners van de thuisclub in een soort ploegentijdrit terecht, waarin ik na verloop van tijd enkel nog kort kan overnemen en een keer zelfs in tweede positie uit het wiel gereden word. Verschil moet er wezen. We lopen snel uit op het peloton. Een van de sterkste renners moet door een ongelukkige schuiver helaas de wedstrijd voortijdig staken en een ander wacht. Uiteindelijk rijden we met drie renners de laatste ronde in, waarin de winnaar bergop zijn aanval plaatst. Het sprintduel om de tweede plek, dat ik van kop af aanga, weet ik nipt in mijn voordeel te beslissen.

    29 september 2013 – Nieuwegein

    Na het afbreken van mijn bidonhouder in de Ronde van Heusdenhout, heb ik mij toch eens afgevraagd of die apparaten wel opleveren wat ze kosten. Twee lichtgewicht stuks plus vier bidons zijn in twee jaar goed voor vijftig euro. Je gaat er echter geen millimeter harder van, dus ze horen wat mij betreft helemaal niet thuis op een wedstrijdfiets. Weg met die rijdende minibar. Scheelt gewicht en luchtweerstand. Eten en drinken tijdens het sporten vind ik sowieso een bijzondere combinatie. Wegspoelen van taurinerepen is bij mij niet aan de orde. Hoe zit het eigenlijk met computeren vanachter het stuur? Voer voor de schroevendraaier. Als je tijd hebt om erop te kijken ga je niet hard genoeg. Jammer voor de accessoiremarge. Downshift.

    De trainingsbelasting deze week bedraagt 21 BEL, bestaande uit viermaal Kommendaal en eenmaal Tramweg. De samenhang met wedstrijdresultaten is overigens nog tamelijk duister, maar feit is dat ik met tien procent minder trainingstijd vijftien procent hogere wedstrijdcijfers genereer. Tijd om op zoek te gaan naar de tussenliggende variabele. Een andere mogelijkheid is te kijken naar een betere operationalisering. Mag de sponsor lekker zelf uitzoeken. Met een oostenwind onderlangs staan twintig renners aan de start op het parcours van de Nedereindse Berg. We blijven beneden vandaag, dus geen beklimmingen van de Col du Hans Spekman in het verschiet, over nivelleren gesproken.

    Met een iets naar beneden gekantelde stuurbocht en nieuwe polyamide / latex ‘dual compound’ handschoenen voor het hanteren van steigerpijpen ga ik al vroeg aan de haal. Omdat het vrij lang duurt voordat een renner oversteekt, rijd ik rondenlang alleen in de aanval. Later komt nog een derde man aansluiten. Van het sterkste blok is er echter geen present, dus de kans dat we definitief wegkomen blijft klein. Op het rechte stuk langs de Nedereindse Plas staat de wind fors tegen. Toch duurt het relatief lang voor we zijn achterhaald, waarna het stilvalt en ik wederom alleen ontsnap. Slim is anders, want later bij de beslissende uitval mis ik de complete boot en zijn vijf man op pad.

    Ik besluit druk te houden op de koplopers, wetende dat de Nederlands kampioen bij de Masters de gewoonte heeft niet alleen het peloton, maar ook zijn eigen kopgroep aan barrels te rijden. Op driekwart van de koers zijn er reeds twee afgevlogen. Rijden voor de vierde plaats dus in plaats van de zesde. Ook in de achtervolging ga ik alleen op pad. Mijn sprintgeschiedenis dit jaar is niet om naar huis te schrijven en ik moet wat. Als ik wederom gegrepen ben, komt het toch op een spurt aan, tegen de wind in nog wel, waarin ik mijn achtervolgers van mij af weet te houden. Dat