Categorie: Klimstorie wielrennen

Altijd historisch, bij tijden verantwoord, maar uitstekend op de hoogte en toch vlakbij? Klimstories uit ons binnenste buitenland en andersom.

  • Zeven heuvels Nijmegen en Groesbeek

    Zeven heuvels Nijmegen

    Oppidum

    De vraag of de stad Nijmegen is gesticht op zeven heuvels houdt ook de vraag in wat onder Nijmegen verstaan wordt. Is het een stad die als zodanig continu is bewoond, of meerdere keren geschapen, dan wel verrezen is? Hoe dan ook, een eerste versie, het vermeende Oppidum Batavorum, bestreek zeven aanwijsbare heuvelen. Net als het oude Rome, of was het toch Jeruzalem? De grootschalige archeologie tot aan de oerbodem beschrijft tevens de effenende werking van de cultuurlaag.

    Lees verder (3)

    Noviomagus

    De zeven heuvelen van middeleeuws Noviomagus zijn al aanwezig in de 13e-eeuwse omwalde stad, die eerder ontstaan is als pre-urbane handelsnederzetting in de buurt van een 11e-eeuws godshuis en een 12e-eeuwse burcht. Tot aan begin 16e eeuw komen er nog vier bij, waarmee het aantal hoogten op elf uitkomt. Over de vroege oorsprong en ontwikkeling van middeleeuws Nijmegen, als een stad op of tegen de heuvels, bestaan meerdere visies, maar het aantal hoogten blijft buiten beschouwing.

    Septimontium

    Vanaf 1650 wordt Nijmegen beschreven als gebouwd op vijf heuvelen, vaak benoemd als Hessenberg, Marienberg, Gruitberg, Klokkenberg en Hoenderberg. Rondom 1825 duiken er ineens ook zeven heuvelen op, die pas in 1953 worden gelabeld. Voor een periode van 200 jaar blijven de aantallen vijf en zeven naast elkaar beschreven. Veel hoogteverschillen zijn in de loop der tijd fors genivelleerd, maar zowel de Romeinse als de latere zeven heuvelen zijn nog steeds in het landschap te ontcijferen.

    Hoogmakerij

    Voordat de diepte wordt ingegaan, zijn drie interpretaties van zevenheuvelig (7H) Nijmegen in het huidige reliëf inzichtelijk gemaakt met de fietsroutes Septinimma 1c, 13c en 16c-19c (de laatste wordt weergegeven). In de twee parallelle visies op zevenheuvelig (7H) Nijmegen doen de Ubbergerberg, Marienberg, Gruitberg en Hoofdberg niet mee.

    Zeven Heuvels Nijmegen 1c-13c
    Hoogten (2×7)

    Nijmegen 1c

    • Hoogte (1) Ubbergerberg - Nieuwe Ubbergseweg
    • Hoogte (2) Geertruidsberg - Voerweg
    • Hoogte (3) Hofberg - Lindenberg
    • Hoogte (4) Lindenberg - Ottengas
    • Hoogte (5) Klokkenberg - Platenmakersstraat
    • Hoogte (7) Gruitberg - Kerkegasje

    Nijmegen 13c

    • Hoogte (1) Hofberg - Lindenberg
    • Hoogte (2) Lindenberg - Ottengas
    • Hoogte (3) Klokkenberg - Platenmakersstraat
    • Hoogte (4) Jansberg - Smidstraat
    • Hoogte (5) Hundisberg - Augustijnenstraat
    • Hoogte (6) Hessenberg - Kroonstraat
    • Hoogte (7) Gruitberg - Kerkegasje

    Archeologie

    De vele archeologische onderzoeken naar de historie van Nijmegen hebben en passant het bestaan van historische, hogere hoogten bevestigd. Aan de hand van de opgegraven bodemprofielen blijkt bijvoorbeeld de voet van de heuvels aan de Waal in de Romeinse tijd vijf à zeven meter en in de Middeleeuwen drie à vijf meter lager te liggen dan nu.

    Lees verder (3)

    Oostelijke drie

    Het Romeinse maaiveld vertoont een knik tussen de Marienberg en Geertruidsberg. De laatste is door het ingraven van de Voerweg in de 15e eeuw verder gescheiden van de Hofberg. Na de grootse sloop van de vestingwerken is de nu lastig te vinden laagte tussen de Ubbergerberg en Marienberg met vier meter opgehoogd, terwijl het dal tussen de Ubbergerberg en Geertruidsberg voor de Waalbrug een meter is uitgediept.

    Centrale vier

    Na 1950 zijn de dalen om de Lindenberg en Klokkenberg opgevuld en de noordranden vergraven voor het Groene Balkon. Voor de Veerpoortrappen wordt een smalle opgang uitgespit. Op de Hofberg ligt een drie meter dik cultuurpakket, dat in het noordwesten is afgeschept, maar op de andere heuvels ligt een dun dek. Blijkens de Romeinse graven direct onder de bestrating kent de Gruitberg een geëgaliseerd ouder profiel.

    Westelijke vier

    De Jansberg was eerder enkele meters hoger en ook de randen zijn vergraven. Op de Hundisberg is de westzijde voorzien van een keermuur en drie à vier meter afgegraven. Op de Hessenberg is het hoogteverschil met de laagte van de Hezelstraat afgenomen van negen naar zes meter, terwijl het dal tussen de Hessenberg en de vergraven Hoofdberg dusdanig is gedempt dat Romeins materiaal er op zes meter diepte ligt.

    Zeven Heuvels Nijmegen 16c-19c
    Hoogten (7)

    Nijmegen 16c-19c

    • Hoogte (1) Geertruidsberg - Voerweg
    • Hoogte (2) Hofberg - Lindenberg
    • Hoogte (3) Lindenberg - Ottengas
    • Hoogte (4) Jansberg - Smidstraat
    • Hoogte (5) Hundisberg - Augustijnenstraat
    • Hoogte (6) Hessenberg - Kroonstraat
    • Hoogte (7) Hoofdberg - Parkweg

    Noviomagus

    Van de bewezen Romeinse woonkernen in Nijmegen staat de naam niet vast, maar van beschreven vroeg-middeleeuwse paltsen zijn mogelijk C14-sporen uit de 9e of 10e eeuw ontdekt. Een voorganger van de reuzentoren wordt vermoed op basis van radarwerk en een koningszaal op basis van metselwerk. Wel aanvaard is de bouw van een achthoekige kapel rond de eerste helft van de 11e eeuw en een reuzentoren, ringmuur en (herstel) van een halfronde kapel na 1155 door keizer Frederik I in Neomagus.

    Lees verder (5)

    St. Nicolaaskapel

    Deze zestienhoek kan als capella palatina (paltskerk), capella baptismales (eigenkerk), of ecclesia baptismales (collatiekerk) zijn gebouwd. Een paltskerk zou de keizers Koenraad II of Hendrik III als bouwheer betekenen, terwijl een collatiekerk duidt op aartsbisschop Pilgrim, stichter van het St. Apostelnstift, of Herimann II met suffragaan Bernold. Dat de ‘capella imperatoris’ tweemaal identiek instort is geen wonder: De zijwand staat een meter uit het lood. Ook het 12e-eeuwse herstel laat rode mortel zien.

    St. Maartenskapel

    Deze ooit aan St. Maarten gewijde apsis op de Hofberg is door keizer Frederik I bij de oprichting van zijn burcht verbouwd en, samen met de St. Nicolaaskapel, gespaard bij de sloop van de Valkhofburcht in 1796. In 1432 heet de geooste nu halfronde bouwval in het Valkhofpark, weer of nog, Martyns capel, maar het patronaat is nooit opgehelderd. De ene muur staat haaks op het ander, maar het kán een restant zijn van de parochiekerk, die na 1254 inclusief kerkhof en pastorie verplaatst is naar de Hundisberg.

    Upberg

    Heerlijkheid Ubbergen is rond 1247 niet meeverpand met de burcht en stad Nijmegen aan het graafschap Gelre. De koning stelt in 1290 Diederik van Kleve voor en laat Tilman van Nijmegen in de oppositie achter, maar beleent hem rijksgoed Upburgen, om daar de graaf uit te hangen. Het pre-stedelijk kerkhof op de Geertruidsberg blijft daarbij in het midden. Rond Ubbergen hangt dus de schimmige entiteit van het oorspronkelijke burggraafschap, want een graaf van Nijmegen was bijvoorbeeld ook graaf van Houberch.

    Sefluche

    Een plaats in de nabijheid, die bekend is door gebeurtenissen van die tijd, is Zyfflich, waar Balderik, de ex-graaf van Oplathe of Houberch, op zijn bezitting genaamd Sefluge in 1021 kinderloos begraven is, nadat het leeuwendeel van zijn goederen in de regio is vervallen aan de kroon en geestelijkheid. Na verwoesting van het versteende Upladium in 1016, wist de aartsbisschop de grond te bemachtigen. Na 1117 hoort de kerk van de allengs uit de vlakte opkomende, vanaf 1230, stad Nijmegen, bij dekenaat Zyfflich.

    Mergelpe

    In 1117 verkrijgt het aartsbisdom de burcht Meregelpe van het Zyfflichse St. Martinstift, maar beleent deze nog in 1143 aan Stift Bedburg en in 1223 weer aan het graafschap Kleve ter herstel. Kniesoorkonden sluiten niet uit dat de tegen Maas en Waal-tienden geruilde burcht Meregelpe, in 1261 Monreberg heet. Het Munna uit de monnikswerken kan daar ook liggen, maar het versteende Upladen hoeft niet persé de motte Montferland te zijn en de veel kleinere motte op de Wylerberg geen Meregelpe.

    Septinimma 16c-19c
    Lees verder (6)

    Heuvelstad Nijmegen

    Hoogte1c13c16c-19c
    Ubbergerberg1
    Marienberg2
    Geertruidsbg31
    Hofberg412
    Lindenberg523
    Klokkenberg63
    Gruitberg74
    Jansberg54
    Hundisberg65
    Hessenberg76
    Hoofdberg7

    Heuvelstad Nijmegen op kaarten

    Om meer zicht te krijgen op het ontstaan van een zevenheuvelig (7H) Nijmegen is ook gebruik gemaakt van historische kaarten, waarop heuvels en dalen met schaduwlijnen en later hoogtelijnen zijn uitgedrukt. Zo tekenen militair topografen in de tweede helft van de 19e eeuw in Nijmegen zeven (7H) hoogten. Vanaf de 20e eeuw is het reliëf in de binnenstad steeds verder afgegraven en verhoogd met de projecten Waalbrug (±1935), Groene Balkon (±1955), Wederopbouw (±1965), Herbouw Benedenstad (±1985) en Veerpoorttrappen (± 1990). In de 21e eeuw komen daar Centrumplan 2000 (±2005) en Plan Hessenberg (±2010) bovenop. Gelukkig is het destructieve Vijf Heuvelen Plan (5H) inmiddels ingewisseld voor het beschermd stadsgezicht Benedenstad (7H).

    Heuvelstad Nijmegen in teksten

    Waar de 5H-reisgidsen gedurende een eeuw redelijk stabiel blijven, schiet het aantal 5H-schoolboeken vanaf 1860 plots de hoogte in om na 1890 praktisch te verdwijnen. Een Groningse onderwijzer leert de kinderen in 1847 over Nijmegen, de stad der zeven heuvelen (7H), om in 1863 glashard vijf heuvelen (5H) te oreren. Een andere auteur laat het aantal afhangen van het publiek: zeven heuvelen (7H) voor de reisgids (1849) en vijf heuvels (5H) voor zijn aardrijkskundig woordenboek (1846). Hoe dan ook, vanaf 1890 nemen de 7H-reisgidsen toch echt de overhand, in lijn met de militair topografen. Het aanwijzen van dé zeven heuvels van Nijmegen kun je zelf doen door te kiezen voor een klassieke (1e eeuw), een middeleeuwse (13e eeuw) of vroegmoderne (16e-19e eeuw) reeks.

    Nijmeegs alternatief

    Aan de hand van de prevalentie over zes van de tien beschreven tijdvakken (11e-19e eeuw), plus de 21e eeuw, is het tevens mogelijk om een alternatieve Top 7 11c-21c te bepalen. De Hessen- en Hoofdberg zijn na de ontwalling samengevoegd, dus het geheel Hessenberg noemen is verdedigbaar, vergelijkbaar met de fusie van de Linden- en Klokkenberg onder de naam Lindenberg aan de hand van het getekende reliëf op 19e-eeuwse kaarten. Naast de 13c en 16c-19c hypothesen bestaan er ook nog twee parallelle visies op zevenheuvelig (7H) Nijmegen, een congruente visie 16c-19c en een benadering op basis van de gevonden munten uit de periode 450-1200.

    Top 7 11c-21c

    Hoogte11c-21cVisies
    Hofberg77
    Jansberg67
    Hundisberg57
    Lindenberg56
    Hessenberg56
    Geertruidsberg55
    Klokkenberg54

    Parallelle visies

    ★ Albert Delahaye

    ★ Rob Essers

    ★ Hans van Meteren

    Congruente visie

    Huis van de Nijmeegse Geschiedenis

    Zeven heuvels Groesbeek

    Heuvelgraven

    Hoe verder met de Gelderse Zeven heuvelen? Noord-Brabant kent Zevenbergen bij Oss, Drenthe meldt de Zeven Heuvels bij Hoogeveen en in Noord-Holland liggen de Zeven Bergjes bij Laren. Op deze locaties verwijst zeven naar zeventallen grafheuvels uit de prehistorie. Nijmegen lijkt, net als Rome en weer een ander Zevenbergen, gebouwd op zeven natuurlijke heuvels. In haar nabije omstreken ligt ook een heuvelige weg, waarvan het aantal maar niet wil kloppen. In 2016 is daar naast het oude pad van Groesbeek naar Beek een zestal grafheuvels ontdekt, of is ook hier de zevende heuvel weg? Het blijft een kaartenhuis op een hellend vlak.

    Lees verder (3)

    Cartografen

    In 1570 prijkt in het Nederrijkswald een bospad vanaf de Heerlijkheid Groesbeek, met daarin in 1768 de Beeksche Straat, die in 1758 doorloopt in het Nederrijkswald. Dit bochtige pad sluit in de Meerwijken aan op de rechthoekige parkaanleg, waarvan de noordelijke zijde rond 1820 wordt doorgetrokken en rond 1880 op de kaart wordt gezet als wandeling over de zeven heuvelen naar Groesbeek. Tot aan 1925, voor de aanleg van de Nieuweweg, heet de weg op topografische kaarten Berg en Dalsche baan. De moderne Zevenheuvelenweg stamt uit 1953, waarbij de rond 1925 al behoorlijk geëffende Siepseklef helemaal het veld moet ruimen en de Boksheuvel half.

    Groesbeekseweg

    In 1825 wordt de weg van Nijmegen naar Groesbeek de meeste allure van het Gelders Lustoord toebedicht, omdat deze, door zijne rijzingen en dalingen, zeven heuvelen met even zo vele dalen of valleien vormt. De tocht tussen Berg en Dal en Groesbeek is nog niet gemaakt, want van Berg en Dal keert men op landgoed Grote Vlierenberg. In 1882 linkt een andere schrijvende wandelaar door Nederland zeven heuvelen aan de weg tussen Groesbeek en Berg en Dal en maakt er in 1884 terloops ook nog een toponiem van. De oorspronkelijke weg over zeven heuvelen, die van Nijmegen naar Groesbeek, is, na in 1848 te zijn ontdaan van alle bomen, in 1861 behoorlijk geëffend.

    Bergendalsebaan

    Terwijl rijkaards tot 1848 spreken over zeven heuvelen, tussen Nijmegen en Groesbeek, spreken aardrijkskundigen van het Groesbeeks gebergte of Mookerheide. In 1879 wordt de weg der Zeven Heuvelen van Groesbeek naar Berg en Dal genoemd en omschreven als voordurend over zeven heuvelen op-en-af, in 1880 als zeven heuvels tellend en in 1907, nu wel door een geograaf, als weg over de zeven heuvelen, haaks op droogdalen aangelegd. Zeven betreft hier een telwoord, waarvan de eerste noemer in 1828 ook de formule keizerstad heeft gedeeld. Een opzichter combineert in 1898 een stad met zeven heuvels met een weg over zeven heuvelen.

    Zevenheuvelenweg Groesbeek
    Hoogten (7)

    Zevenheuvelenweg

    • Hoogte (1) Knotseklef - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (2) Molenberg - Nieuweweg
    • Hoogte (3) Boksheuvel - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (4) Hogeklef - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (5) Vlierenberg - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (6) Engelenberg - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (7) Uilenpol - Zevenheuvelenweg

    Gronspech

    In Groesbeek gaan schriftelijke bronnen en archeologische vondsten voegzaam hand in hand. De naamsvermelding in 1040 wordt voorafgegaan, of geflankeerd, door twee tufstenen gebouwen, waarvan een de zaalkerk betreft en de ander de vroonhof, waar Pingsdorf- en kogelpotaardewerk ruim voorhanden is. Dit komt overeen met de door keizer Hendrik III geschonken mansus, een hoeve, in de villa, een nederzetting, aan de beschoeide en gestuwde Groesbeek. Of de persoon of het ambt van de waldvorster een hoeve of de vroonhof krijgt toegewezen is onduidelijk, evenmin of het bewoning of de opbrengst betreft. Groesbeek is vanaf 1258 een heerlijkheid en vanaf 1265 voorzien van een spiekerachtige houten woontoren. In die tijd kan de oorspronkelijke eigenkerk zijn toegevoegd aan dekenaat Zyfflich, waarbij de pastoor van Groesbeek de afdrachten van een tweede, of dezelfde capella imperatoris verzorgt.

    Lees verder (1)

    Marbeke

    Voor de oorsprong van de aardwerken in de Meerwijk is, gezien de datering met een bandbreedte van 1000 jaar, tot op heden geen doorslaggevend bewijs. De vijver in het Steenkuilendal met daarin de Meerwijkselaan bestaat vermoedelijk reeds in de 11e of 12e eeuw. Op een kunstmatig eiland in deze vijver zou de burcht Watermerbrug van de waldgraven van het Rijkswald torenen, voordat zij zich in Groesbeek vestigen. Op de Wylerberg vlakbij prijkt een andere vermeende motte op Kleefs allodium en de naaste Beekerberg delen de heren van Groesbeek later met de heer van Kranenburg, welk deel Kleverberg wordt genoemd. De originele afkomst en verdeling van het bezit rondom Beek is, net als in het aanpalende Rijkswald, niet duidelijk. De tussenliggende Holdeurn etaleert dakpannen, waarvan de datering 2000 jaar kan afwijken, dus het is geenszins uitgesloten dat de zone een pre-stedelijk nijverheidscomplex betreft.

    Hoogten (7)

    Zevenheuvelenloop

    • Hoogte (1) Oeselenberg - Nijmeegsebaan
    • Hoogte (2) Muntberg - Nijmeegsebaan
    • Hoogte (3) Hogeklef - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (4) Vlierenberg - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (5) Engelenberg - Zevenheuvelenweg
    • Hoogte (6) Brantberg - Postweg
    • Hoogte (7) Kwakkenberg - Kwakkenbergweg

    Zeven rijzingen

    Dus tot de effening van de Groesbeekseweg en Nijmeegsebaan, vlak na 1860, bevinden de originele zeven rijzingen zich op de weg van Nijmegen naar Groesbeek. Rond 1840 ligt er een wegdam, tegen 1870 al drie, met daarbij zes ingravingen. Via een omleiding door de wijk Groenewoud en over het terrein van Werkenrode (hek), evenwijdig aan de Nijmeegsebaan, kun je dit traject herbeleven. Bij dit deel van het Nederrijkswald dekte de landmeter zich in met de opmerking: “overmits haer ongelijckheyt vangebercht.

    Lees verder (3)

    Zeven heuvelen

    Het oude traject over de Zeven heuvelen slingerde vanaf de kerk in Groesbeek door de velden het Nederrijkswald in. Dit bospad over de Siepseklef is in de loop der tijd zodanig naar het oosten verschoven dat de huidige Zevenheuvelenweg slechts zes heuvels telt. De zevende heuvel kun je terugwinnen door rechts af te dalen over de Händelstraat en via de Molenweg en Nieuweweg de Molenberg te beklimmen. Overgangen als die van Groesbeek naar het voormalige Nederrijkswald zie je nu ook nog wel in Vinex-wijken.

    Zevenheuvelenloop

    Net als de weg lijkt ook de Zevenheuvelenloop meer heuvels te beloven dan er zijn. Vijf prominente hoogten leiden echter de aandacht af van de Witsenberg, Hogeklef, Kwakkenberg en Honsrug, die moeizamer op het parcours te vinden zijn.191 Tussen de Witsenberg en Ketelberg ligt een wegdam en beide Langenbergen en Muntberg zijn door een aantal wegophogingen en ingravingen versmolten. Aan het profiel is vrij duidelijk af te lezen dat de spoelwaaier voor de stuwwal wordt aangedaan.

    Mentale presentatie

    De stad Kleve is gebouwd op drie bergen of veel meer heuvelen. Prima oplossing. Een landmeter vergelijkt de steil- en driehoekigheid rond de Witsenberg met een woud van daken. Zo bezien passen de Hogeklef en Kwakkenberg het beste bij de eerste vijf duidelijke hoogten. De Witsenberg mist de steilheid en de knik naar de streep op de Honsrug kan het hoogteverschil niet maken. De getallen vijf, zeven of negen zijn echter allemaal goed, want het is de mens die zaken gestalte geeft.

    Discussie

    Conclusie

    De nederzetting ‘Oppidum Batavorum’ (1e eeuw) en de stad Nijmegen (13e & 16e-19e eeuw) telden zeven heuvels, maar de bewoonde hoogten zijn verschillend. Daarnaast is er in de omgeving van Nijmegen sprake van twee wegen over zeven heuvels. In de eerste helft van de 19e eeuw werd de weg van Nijmegen naar Groesbeek beschreven, terwijl de huidige van Groesbeek naar Berg en Dal voert. Zeven betreft een telwoord en het concept is hier in de eerste helft van de 19e eeuw toegepast. De contemporaine reeks is daarom het meest aannemelijk voor Nijmegen op basis van de toenmalige steilrand en stadswal.

    Lees verder (3)

    7H weg en stad

    Jaar7HAuteur
    1824StadVan Wijk Rz.
    1825WegTen Hoet Jz.
    1879WegStaats Evers

    Groesbeeks alternatief

    Gelijk Rome viert Groesbeek nu Zevenheuvelenfeesten. Nabij prijkt de Siepseklef en over het Zevendal, rond de ex-exclave Plasmolen, lag de Zevenberg, zoals Zyfflich, op een zandstaart. In ex-exclave Nütterden wijst Sieben Quellen à la Seffent op een akelig telwoord, maar het Siebenquellental met een vijver, beek en siep echter weer niet. Een zevenheuvelige stad is verre van uniek, maar ook de Zevenheuvelenweg heeft een internationale dubbelganger. Mocht Zeven Heuvels een toponiem zijn, dan beschrijft de weg een baan over de heuvelgroep van en naar het buurtschap Siep.

    Nijmeegs alternatief

    Aan de hand van de prevalentie over zes van de tien beschreven tijdvakken (11e-19e eeuw), plus de 21e eeuw, is het tevens mogelijk om een alternatieve Top 7 11c-21c te bepalen. De Hessen- en Hoofdberg zijn na de ontwalling samengevoegd, dus het geheel Hessenberg noemen is verdedigbaar, vergelijkbaar met de fusie van de Linden- en Klokkenberg onder de naam Lindenberg aan de hand van het getekende reliëf op 19e-eeuwse kaarten. Naast de 13c en 16c-19c hypothesen bestaan er ook nog drie parallelle visies op zevenheuvelig (7H) Nijmegen, een congruente visie 16c-19c en een benadering op basis van de gevonden munten uit de periode 450-1200.

    PDF-versie

  • De stad Zevenbergen, Zyfflich en De Zevenbergen

    Stad Zevenbergen

    De kern van de middeleeuwse stad Zevenbergen is gebaseerd op een zuidoost-noordwest lopende dekzandrug (B53) in het veen- en zeekleigebied (±0 NAP) van nu Noord-Brabant. Haaks op de dekzandrug (±5 NAP) is vanaf de rivier de Mark een insteekhaven aangelegd, die als tweede as, tussen opgehoogde dekzandwelvingen (B54), reeds voor herinpoldering rond dit tijdelijke eiland, noordoostwaarts als vaart lijkt doorgegraven. De smalstad heeft het historische grondplan behouden en is tot aan de 20e eeuw amper uitgebreid.

    Zeven hoogten Zevenbergen
    Hoogten (7)

    Stad Zevenbergen

    • Hoogte (1) Stationsstraat
    • Hoogte (2) Doelstraat
    • Hoogte (3) Merodestraat
    • Hoogte (4) Oude Kerkstraat
    • Hoogte (5) Van Steelandtstraat
    • Hoogte (6) Korte Wipstraat
    • Hoogte (7) Stoofstraat

    Sevenberghe

    Vanaf 1287 wordt er gesproken over een heer van ‘Sevenberghe’. Vanuit deze heerlijkheid verwerft de nederzetting op zijn laatst in 1396 stadsrechten en behangt haar stukken met een zegel met: zeven bergen. In 1654 stelt een nader gereformeerde auteur echter dat hier geen sprake kan zijn van zeven hoogten, gelijk Rome. Een taalkundige rekent Zevenbergen in 1890 weer wel tot de telwoordtoponiemen, waarna aan zeven hoogten in de omgeving (1937) of aan een onbepaald aantal in de stadskern (2007 en ‘09) wordt gedacht.

    Fietsroute stad Zevenbergen

    Septimontium

    Met een 5 kilometer lange fietsroute zijn in het stadshart van Zevenbergen bij nader inzien zeven verdedigbare hoogten in het landschap te ontcijferen, waarbij in totaal 30 meter aan hoogteverschil wordt overbrugd, gemiddeld 4 meter per helling. Deze middeleeuwse stad is net als het klassieke Rome gebouwd op zeven heuvels, met als verschil dat de eerste een heerlijkheid en de laatste een wereldrijk vertegenwoordigde. Tevens staan zes van de zeven oroniemen niet vast, of zijn op de Molenberg na, (nog) onvoldoende aangehaald.

    Zyfflich

    Het middeleeuwse dorp Zyfflich is net als het nabije Persingen in de provincie Gelderland gebouwd op een west-oost lopend rivierduin (B57) in het rivierkleigebied (±10 NAP) van Nordrhein-Westfalen. Het westelijke gedeelte van dit rivierduin (±15 NAP) is in de vroege middeleeuwen door het Wylermeer afgescheiden, waardoor een klein deel aan de overkant, nu boven Beek in de provincie Gelderland ligt. De nederzetting, die reeds rond 1020 lijkt te zijn gestart als kloosterkern, heeft pas na 1820 de vorm van een lintdorp gekregen.

    Zeven hoogten Zyfflich
    Hoogten (7)

    Zyfflich

    • Hoogte (1) N.N. - Voetpad Wylermeer
    • Hoogte (2) Guldenberg - Zum Wyler Meer
    • Hoogte (3) Kuckuckshövel - Zum Wyler Meer
    • Hoogte (4) N.N. - Zum Wyler Meer
    • Hoogte (5) N.N. - Zum Querdamm
    • Hoogte (6) N.N. - Häfnerdeich
    • Hoogte (7) Mittelgeist - Mühlenend

    Sefluche

    In de 11e eeuw wordt het goed ‘Sefluche’ vermeld met later het St. Martinstift, dat in 1117 de bisschopshof behoudt bij het broek Germenseel met de Wittendonk. In 1297 blijven deze gronden en de halve Zyfflicherbusch bij uitruil met de Kleefse graaf en tevens voogd behouden. De andere helft splitst zich af met de stad (±1290) en ook rijksleen (±1300) geworden aanspraak Kranenburg, dat in 1436 het stiftskapittel afsnoept, waarna de kerk van Zyfflich verkleind wordt. In 1963 verliest het dorp grond aan Nederland.

    Fietsroute Zyfflich

    Siephtimontium

    Voor zover bekend houdt de plaatsnaam geen verband met zeven. Dezelfde taalkundige als bij het beschreven toponiem Zevenbergen rekent Zyfflich in 1890 derhalve tot de groep die ‘sijpelen’ voorstelt, vergelijkbaar met Siepscheklef, en niet tot de telwoordtoponiemen. De kadasterkaart van 1835 telt echter zeven oroniemen. Drie bevinden zich op het rivierduin, drie komen niet in de buurt en een komt half overeen. Anderzijds telt dit ‘siephtimontium’ wel degelijk zeven +14 NAP rivierduinhoogten, die met een fietsroute verbonden zijn.

    De Zevenbergen

    In het natuurgebied ‘De Zevenbergen’ zijn 4000 jaar geleden grafheuvel(s) aangelegd op een noordoost-zuidwest lopend landduin (L54) in het rivierterrasgebied (±10 NAP) van nu Limburg. Dit landduin Sevenberg (x3) (±15 NAP) lag, voor de ontginning, samen met het bijna verdwenen Heibergske (x1) en De Clef (x2), temidden van kwelmoerassen als de Grote en Kleine Siep, die zijn afgegraven tot de Mookerplas, dwars op de dalvlakteterrassen (E44), van de al vroeg bewoonde, maar pas in 1326 genoemde nederzetting Middelaar.

    Hoogten (7)

    De Zevenbergen

    • Hoogte (1) Riethorst - Riethorsterweg
    • Hoogte (2) N.N. - Zevenbergseweg
    • Hoogte (3) Katerberg - Katerbosseweg
    • Hoogte (4) Tolsberg - Schenck van Nijdeggenstraat
    • Hoogte (5) N.N. - Voordijk
    • Hoogte (6) Het Eend - Veerstraat
    • Hoogte (7) De Geist - Dorpsstraat

    Siepsekleffen

    De vier nu opgeplagde +12 NAP dalvlakteterrassen (E44) van Middelaar zijn Katerberg (3), Tolsberg (4), Het Eend (6) en De Geist (7). In de fietsroute over de zeven moerasbergen of siepsekleffen rondom ‘De Zevenbergen’ zijn de twee (deels) afgegraven landduinen (L54) De Clef (x2) en Sevenberg (x3) vervangen door landduin (L54) Riethorst (1) en dekzandwelving (L51) N.N. (2) buiten de fictieve omwalling. Een opmerkelijk detail is dat de Sevenberg (x3) op dezelfde breuklijn ligt als het Zevendal en dat ook Siebengewald op een breuklijn ligt.

    Midlerseeuwen

    Tijdvak-2c/-1c1c/2c6c/7c
    Duin1x1, x2
    Terras6, 76, 73, 4, 6, 7
    Hoogten344

    Hoogmakerij

    Ingevolge het upbergkabinet kunnen de gevonden hoogteverschillen (H) op het asfalt van de dekzandrug (B53) en dekzandwelvingen (B54) van stad Zevenbergen, die op het rivierduin (B57) van Zyfflich (Donsrug) en tevens die op de dekzandwelvingen (L51) en landduinen (L54) van De Zevenbergen (Afferdennen) onder klimunit 3.1 Duin worden geschaard. De hoogteverschillen (H) op het asfalt van de dalvlakteterrassen (E44) van De Zevenbergen vallen onder klimunit 1.1 Terras. De gesplitste klimringen (fietsroutes) van stad Zevenbergen (30 H en 5 LKm) en Zyfflich (70 H en 14 LKm) vallen met een stijging (%) van 0,60 % en 0,50 % in kleurcode E-grijs, terwijl de klimring (fietsroute) van De Zevenbergen (50 H en 7 LKm) met een stijging (%) van 0,71 % zorgt voor kleurcode D-groen.

    Lees verder (1)

    Begrippen

    Afferdennen: Hoogmakerij, samentrekking van Afferden en Ardennen.
    Asfalt: Generieke benaming voor alle soorten verharde weg.
    D-groen (D): Kleurcode voor de een-na-laagste moeilijkheidsgraad.
    Donsrug: Hoogmakerij, samentrekking van Donsbrüggen en Hondsrug.
    Duin (3.1): Natuurlijke klimunit, landschapsvorm door sedimentatie.
    E-grijs (E): Kleurcode voor de laagste moeilijkheidsgraad.
    Hoogmakerij: Verzameling passende klimunits, klimstroken en klimringen.
    Hoogteverschil (H) Verschil in hoogte tussen twee punten in gehele meters.
    Kleurcode: Schaal voor moeilijkheidsgraad, van E-grijs naar A-rood.
    Klimring: Optimaal gesplitst hoogteverschil in een circulair traject.
    Klimsplitsing: Isoleren van hoogteverschil in klimstroken of klimringen.
    Klimunit : Categorie hoogte in het landschap, ingedeeld naar ontstaanswijze.
    Lengte (LKm): Lengte van een klimring of -route in kilometers afgelegde weg.
    Stijging (%): Hoogteverschil in meter of percentage per hectometer afgelegde weg.
    Terras (1.1): Natuurlijke klimunit landschapsvorm door tektoniek.
    Upbergkabinet: Verzameling van aanwezige natuurlijke en kunstmatige klimunits.

    PDF-versie

  • Gelderlent, middeleeuwse munten Nijmegen

    Numismagus: citizen-science

    De in de nazomer van 2025 gepresenteerde muntvondsten uit het Merovingische grafveld bij de Dukenburgsebrug in Nijmegen zijn bijzonder, en niet alleen omdat ze het aantal in de gemeente gevonden vroeg- en vol-middeleeuwse munten hiermee minimaal verhogen van 90 naar 96, maar vooral door de verdubbeling in het aantal gouden munten, dit gaat van 3 naar 6. Daarnaast zal het aantal vroeg-middeleeuwse munten worden uitgebreid van 21 naar 27 exemplaren. Deze vondst onder de oude voetbalvelden van SV Hatert vormt de aftrap om een muntbeeld van Nijmegen (450-1200) te schetsen via de opgestelde database.

    Lees verder (1)

    Merovingisch grafveldgoud

    De centrale zilveren munt op de persfoto vertoont kenmerken van een Merovingische denier, wat het Frankische element in de Nijmeegse vondsten versterkt, naast de recente Karolingische schatvondst bij De Oversteek. De twee andere zilveren munten laten zich interpreteren als deniers dan wel Anglofriese sceatta’s, consistent met vondsten uit de historische ‘muntheuvels’ in het stadscentrum. Hoewel de drie (en recent een vierde) gouden munten visueel het meest opvallen, levert Nijmegen-Noord kwantitatief de grootste bijdrage aan het overzicht van vroeg- en vol-middeleeuwse munten binnen de gemeente.

    Dukatenbruggen

    • Oversteek - 1 Nijmegen-Noord
    • Snelbinder - 1 Nijmegen-Noord
    • Waalbrug - 1 Nijmegen-Noord
    • Lentloper - 1 Nijmegen-Noord
    • Oversteek - 2 Nijmegen-West
    • Dukenburgsebrug - 5 Nijmegen-Zuid

    Vondstpatronen per riviergebied

    Wanneer losse muntvondsten uit NUMIS voor de gemeenten Nijmegen-Maastricht, Bunnik-Alphen en Tiel-Rotterdam per tijdvak worden vergeleken, dan blijken deze significant anders verdeeld per riviergebied (χ²(8, N = 251) = 35.16, p < .001, V = 0.26). Uit aangepaste gestandaardiseerde residuen blijkt dat tijdvak 450-600 significant meer voorkomt in Nijmegen-Maastricht (+3.04), tijdvak 600-750 meer in Bunnik-Alphen (+4.12) en minder in Tiel-Rotterdam (-3.53), maar voor tijdvak 900-1050 is dit omgedraaid, met voor Bunnik-Alphen (-2.64) en Tiel-Rotterdam (+3.40). De verschillen per riviergebied voor tijdvakken 450-600 (p = .0357), 600-750 (p = .0001) en 900-1050 (p = .0061) blijven ook na post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie significant. De andere tijdvakken wijken niet af.

    Lees verder (1)

    Vondstpatronen per deltagebied

    Een generieke beperking betreft de keuze van gebiedseenheden, maar wanneer losse muntvondsten uit NUMIS voor de gemeenten Nijmegen-Land v Cuijk-Tiel, Bunnik-Buren-Alphen en West Betuwe-Zaltbommel-Rotterdam worden vergeleken per tijdvak, dan blijken deze ook per deltagebied significant anders verdeeld (χ²(8, N = 588) = 119.16, p < .001, V = 0.32). Uit aangepaste gestandaardiseerde residuen blijkt dat het ‘Anglofriese’ tijdvak 600-750 significant meer voorkomt in Bunnik-Buren-Alphen (+9.06) en minder in West Betuwe, Zaltbommel-Rotterdam (-8.11), maar voor de ‘Rooms-Duitse’ tijdvakken 900-1050 en 1050-1200 is dit met (-5.75 en -4.36) en (+5.22 en +4.81) andersom. Ook komt het ‘Byzantijnse’ tijdvak 450-600 significant meer naar voren in Nijmegen-Land v Cuijk-Tiel (+2.42).

    Muntheuvels

    • Jansberg - Sceatta (600-750)
    • Klokkenberg - Sceatta (600-750)
    • Gruitberg - Sceatta 2x (600-750)
    • Hofberg - Denarius 3x (750-900)
    • Grote Kop - Denarius 2x (750-900)
    • Hoedberg - Penning (900-1050)
    • Hundisberg - Penning (1050-1200)

    Het dominante handelscentrum

    Tiel en Nijmegen worden historisch gezien vaak in een opvolgende lijn geplaatst, vooral in de de vroege en volle middeleeuwen. Ze vertegenwoordigen een verschuiving in economische en bestuurlijke centra in het Midden-Nederlandse rivierengebied. Het vermeende Dorestad vormde het dominante handelscentrum van ± 700-900, Tiel nam die rol grotendeels over van ± 900-1100, terwijl de stad Nijmegen een constantere, meer bestuurlijke rol zou hebben die deels overlapte. Dit zou redelijkerwijs tot uiting moeten komen in het muntbeeld, in de vorm van een andere frequentieverdeling van muntvondsten over de tijdvakken.

    Lees verder (1)

    Het verschil dat verdwijnt

    Ook na toevoeging van de Lentse data aan Numismagus voor Nijmegen blijft het muntbeeld van de gemeenten Nijmegen en Tiel significant anders (χ²(4, N = 186) = 11.48, p = .022, V = 0.25). Blijkens de aangepaste gestandaardiseerde residuen en post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie wijkt echter alleen het tijdvak 450-600 (+/-2.71) hier significant af (p = .0397). De minimaal zeven gevonden munten nabij de Dukenburgsebrug kantelen dit beeld voor nu (χ²(4, N = 193) = 8.58, p = .072, V = 0.21), waardoor de muntvondsten (450-1200) in de gemeenten Nijmegen en Tiel geen andere verdeling over de tijdvakken meer lijken te hebben, want ook tijdvak 450-600 (+/-2.58) wijkt niet meer significant af (p = .0920).

    Kaart klimunits

    • Kaart klimunits


    Byzantijns of Rooms-Duits?

    Wanneer muntvondsten in de gemeenten Nijmegen en Tiel echter worden vergeleken per uitgever in plaats van per tijdvak, dan blijkt uit de aangepaste gestandaardiseerde residuen dat de Byzantijnse uitgevers significant meer voorkomen in Nijmegen (+2.61) en de Rooms-Duitse uitgevers significant meer in Tiel (+3.00), terwijl de verdeling van de Monetarische, Karolingische en Stichtelijke uitgevers niet significant afwijkt (χ²(4, N = 172) = 18.12, p = .001, V = 0.32). Hierin zijn de zeven nieuwe munten van Nijmegen verwerkt. De gevonden verschillen in de verdeling van de Byzantijnse (p = .0108) en de Rooms-Duitse (p = .0045) uitgevers blijven ook na post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie significant.

    Lees verder (1)

    Continuïteit Nijmeegse munten

    Deze bevindingen stemmen goed overeen met de gangbare hypothesen voor post-Romeins Nijmegen en Ottoons Tiel. Voor de vermeende glansrol van Karolingisch, Ottoons en Salisch Nijmegen bieden ze echter geen aanwijzing. Wat bij Nijmegen wél opvalt, is de consistentie over de uitgevers, hetgeen de langdurige betekenis van de plaats onderstreept. De opzet van een gevalideerde muntencatalogus voor Nijmegen is aan te bevelen, evenals een visie op de functie en rol van Lent in de stadsontwikkeling van (wellicht wandelend) Nijmegen op basis van de data van Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit gemeente Nijmegen.

    Methode onderzoek (4)

    Selectie en samenstelling van de dataset

    Dit onderzoek is gebaseerd op een vergelijkende analyse van losse muntvondsten, zowel ‘excavation coins’ als ‘stray finds’, uit de vroege en volle middeleeuwen, de periode van 450 tot 1200 n. Chr., in de gemeente Nijmegen en andere riviergemeenten. De primaire dataset bestaat uit een speciaal voor dit onderzoek opgestelde Numismagus-database, een citizen-science-overzicht van vroeg- en vol-middeleeuwse munten gevonden in de gemeente Nijmegen. Deze database bevat 90 geregistreerde vondsten, aangevuld met zeven munten uit de opgraving van een Merovingisch grafveld nabij de Winkelsteeg in 2025.

    Herkomst en selectiecriteria van de munten

    De Numismagus-database bevat munten met betrouwbare vindplaats binnen de huidige gemeentegrenzen van Nijmegen, afkomstig uit archeologische rapporten, vondstmeldingen en NUMIS. Alleen munten met datering tussen 450-1200 zijn opgenomen en vondsten zonder duidelijke datering of buiten dit bereik zijn uitgesloten. Voor de vergelijking tussen de drie riviergebieden Nijmegen-Maastricht, Bunnik-Alphen en Tiel-Rotterdam zijn losse muntvondsten uit NUMIS gebruikt. Bij de vergelijking Nijmegen-Tiel zijn voor Nijmegen losse vondsten uit Numismagus gebruikt en voor Tiel losse vondsten uit NUMIS.

    Chronologische en typologische classificatie

    De munten zijn ingedeeld in vijf opeenvolgende tijdvakken van 150 jaar: 450-600, 600-750, 750-900, 900-1050 en 1050-1200. Daarnaast zijn de munten ingedeeld naar uitgever: Byzantijns, Merovingisch, Anglofries (Angelsaksisch en Fries), Karolingisch, Rooms-Duits (Ottoons en Heilig Rooms) en overig. Bij de vergelijking tussen Nijmegen en Tiel zijn de -imitaties van- bij de uitgever Byzantijns gevoegd, de uitgevers Merovingisch en Anglofries samengevoegd tot Monetarisch en is Stichtelijk afgesplitst van Rooms-Duits. Determinaties zijn gebaseerd op standaardwerken, aangevuld met recente archeologische publicaties.

    Analyse van temporele en ruimtelijke patronen

    Om tijds- en ruimtegebonden patronen te analyseren, zijn chi-kwadraattoetsen (α = 0,05) uitgevoerd op kruistabellen per tijdvak en/of uitgever. Significante resultaten zijn gevolgd door post-hoc Fisher’s-exact-tests met Holm-correctie en inspectie van gestandaardiseerde residuen, effectgroottes via Cramér’s V. Met NUMIS-data is de temporele spreiding van losse vondsten vergeleken tussen drie riviergebieden. Parallel is met Numismagus-data een vergelijkende analyse gedaan naar temporele en uitgeverspatronen in losse muntvondsten uit Nijmegen en Tiel, waarbij is getoetst of de aanvullende vondsten uit Nijmegen en Lent het bestaande beeld bevestigen, nuanceren of significant wijzigen.

    Vondstpatronen per riviergebied

    Wanneer losse muntvondsten uit NUMIS voor de gemeenten Nijmegen-Maastricht, Bunnik-Alphen en Tiel-Rotterdam per tijdvak worden vergeleken, dan blijken deze significant anders verdeeld per riviergebied (χ²(8, N = 251) = 35.16, p < .001, V = 0.26). Uit aangepaste gestandaardiseerde residuen blijkt dat tijdvak 450-600 significant meer voorkomt in Nijmegen-Maastricht (+3.04), tijdvak 600-750 meer in Bunnik-Alphen (+4.12) en minder in Tiel-Rotterdam (-3.53), maar voor tijdvak 900-1050 is dit omgedraaid, met voor Bunnik-Alphen (-2.64) en Tiel-Rotterdam (+3.40). De verschillen per riviergebied voor tijdvakken 450-600 (p = .0357), 600-750 (p = .0001) en 900-1050 (p = .0061) blijven ook na post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie significant. De andere tijdvakken wijken niet af.

    Beperkingen onderzoek (4)

    Beperkingen in steekproefselectie

    Het streven om op basis van losse muntvondsten bij te dragen aan de reconstructie van de urbanisatieprocessen van de plaats Nijmegen is inherent riskant, gezien de fundamenteel fragmentarische en opportunistische aard van het bronnenmateriaal. De collectie van 97 munten met een redelijk betrouwbare herkomst vormt uiteindelijk slechts een gereduceerde steekproef uit een in hoge mate ontoegankelijk archeologisch archief. Methodologische keuzes betreffende het ontwerp van de samplematrix, de selectiecriteria en de categorisatie introduceren bijgevolg vertekeningen die de interpretatie significant beïnvloeden.

    Beperkingen in statistische power

    Een a priori poweranalyse met G*Power 3.1 toont dat voor chi-kwadraattoetsen op 2×5-tabellen (df = 4), α = 0.05 en power = 0.80 circa 150-160 munten nodig zijn om medium effecten (w = 0.30) te detecteren, en 180-220 munten voor medium-kleine effecten (w = 0.21-0.25, passend bij de waargenomen Cramér’s V van 0.21-0.32). De huidige dataset (N = 172-251) detecteert medium tot grote patronen robuust (post-hoc power vaak > 0.8-0.95), maar subtiele verschillen blijven kwetsbaar. Verdere uitbreiding naar N > 250-300 en met een gevalideerde muntencatalogus is essentieel voor betrouwbaardere conclusies.1

    Beperkingen in geografische spreiding

    Een andere belangrijke beperking van het onderzoek betreft de geografische vertekening in de dataset. Ongeveer 80 % van de munten met een gedocumenteerde vindplaats is afkomstig uit Nijmegen-Noord, een patroon dat vooral het gevolg is van de intensieve archeologische onderzoeken in recente jaren aan de noordoever van de Waal. Het historische stadscentrum en andere gebieden blijven daardoor relatief onderbelicht, met als consequentie dat het waargenomen muntpatroon primair de intensiteit van archeologisch onderzoek toont en niet noodzakelijkerwijs de feitelijk historische monetaire circulatie.

    Beperkingen in robuuste interpretatie

    Een vierde beperking ligt in de kwetsbaarheid van de statistische conclusies, ontbrekende robuustheid, voor de toevoeging van nieuwe data. De zeven nieuwe munten uit de Winkelsteeg van 2025 verminderen bijvoorbeeld de statistische significantie van het waargenomen temporele verschil met Tiel aanzienlijk. Dit onderstreept de noodzaak van een voorzichtige en conservatieve interpretatie van de huidige bevindingen. Tegelijkertijd roept dit de wellicht ethische vraag op wanneer het moment rijp is om over te gaan tot een meer synthetiserende en wederkerige duiding van het wél beschikbare materiaal.

    Tabellen Numismagus (3)

    Numismagus: Lent en Nijmegen

    TijdvakLentNijmegen
    450-9001711
    900-1200414
    Totaal5815

    Numismagus: Muntsoort

    AantalMuntsoortUitgever
    43Penning (Z)Rooms-Duits
    20Denarius / ½ (Z)Karolingisch
    11Sceatta (Z/K)Anglofries
    1Denarius (Z)Anglofries
    4Follis / ½ (K/B)Byzantijns
    3Onbekend (K/B)Byzantijns
    2Solidus (G)Byzantijns
    2Dirham (Z)Arabisch
    2Denier (Z)Frans
    1Tremissis (G)Merovingisch
    1Siliqua ¼ (Z)Gotisch

    Numismagus: Muntheuvels

    UitgeverAantalTijdvak
    Anglofries4600-750
    Karolingisch5750-900
    Rooms-Duits5900-1200
    Onbekend2750-1200
    Tabellen NUMIS (3)

    NUMIS: Nijmegen en Maastricht

    TijdvakNijmegenMaastricht
    450-6003 (BZ)2 (BZ)
    600-7507 (AF)11 (AF)
    750-9007 (KR)8 (KR)
    900-10503 (RD)4 (RD)
    1050-12006 (RD)8 (RD)

    NUMIS: Bunnik en Alphen

    TijdvakBunnikAlphen
    450-6001 (BZ)0
    600-75028 (AF)4 (MR)
    750-9003 (KR)7 (KR)
    900-10501 (RD)3 (RD)
    1050-12004 (RD)11 (RD)

    NUMIS: Tiel en Rotterdam

    TijdvakTielRotterdam
    450-6001 (BZ)0
    600-75023 (AF)4 (AF)
    750-90016 (KR)10 (KR)
    900-105020 (RD)13 (RD)
    1050-120036 (RD)7 (RD)

    Database

    PDF-versies

  • Kartenspieler Weg, het toponiem

    Speculatie

    Over het toponiem Kartenspieler Weg, een grofweg vijf kilometer lange, golvende strook asfalt door het Reichswald tussen Grunewald en Grafwegen, wordt driftig gespeculeerd. Feit is dat het pad, met een zuidelijker geknikt verloop, als ‘Kart Speelders Weg’ staat vermeld op de ‘Tranchotkaart’ (1803-1820). Een kwart eeuw later is het middeleeuwse padenpatroon vervangen door kaarsrechte bosbouwpaden. Wat kan wel? 1 2 3 4

    Kartenspieler Weg

    • Slechtetop (1) - Kartenspieler Weg
    • Hertenkop (1) - Kartenspieler Weg
    • Hondsiep (1) - Kartenspieler Weg
    • Hemmendalsklef (1) - Kartenspieler Weg
    • Hemmendalsklef (2) - Kartenspieler Weg

    Ordonnantie

    In de Bataafse Republiek voerde het Kwartier van Nijmegen in 1795 als eerste een belasting in op speelkaarten, terwijl het Hertogdom Kleve het geldende Pruisische staatsmonopolie op speelkaarten juist achter zich liet, waardoor er tien jaar lang een omgekeerde situatie gold. Het toponiem lijkt dus te stammen uit de periode 1795-1815, als naam voor een spelplaats of smokkelroute, of door alibi’s van smokkelaars en stropers.5 6 7 8 9

    Tabel speelkaartenbelasting (1)

    Speelkaartenbelasting

    GroesbeekGrafwegenMilsbeek
    >1795>1795
    1795-1805
    1813-18151813-1815
    1815-1920
    1920-19271920-19271920-1927
    1927-1980*
    * Uitgezonderd 1939-1945

    Bronnen

    1. Tranchot, J.J. & Müffling, F.C.F. von (1803-1820). Topographische Aufnahme rheinischer Gebiete, 8. ↩︎
    2. Preußische Landesaufnahme (1836-1850). Preußische Kartenaufnahme, 01 Cranenburg – Blatt ‘Cleve. ↩︎
    3. Rgbz. Düsseldorf (1863). Bgm. Kessel, Gem. Nergena, Flur 2-2 Groenewald. Preußisches Katasteramt. ↩︎
    4. Peeters, M. (2022). Waarom de Kartenspielerweg de Kartenspielerweg heet. Weblog Het is Koers!, 5-aug ↩︎
    5. Betouw, J. in de (1795). Ordonnantie Impost op de speelkaarten. Reces des Quartiers v. Nijmegen, 1-aug. ↩︎
    6. Visser, W.M.G. (2008). Accijnzen, een onderzoek naar de rechtsgronden van de NL … , p 244-246. ↩︎
    7. Graumann, S. (2012). Aufbruch in die Moderne, die Franzosenzeit (1794–1814). IRG, 1-okt. ↩︎
    8. Bundesministerium der Finanzen (2017). Steuern von A bis Z, p 161-162. ↩︎
    9. Sharifi, M. (2018). L’impôt tue l’impôt, over de speelkaartenbelasting in NL. Novum, 39 (4), p 26-27. ↩︎
  • Hofberg, noordkaap Maas-Rijn (1)

    Stroomafwaarts

    Tot aan 270 CE staan als zodanig gebruikte Romeinse sterkten langs de toenmalige Rijnloop in het huidige Nederland relatief vast. Voor permanente Romeinse militaire controle van de Nederlandse Rijn-Maasdelta na 270 CE resteren enkel aanwijzingen, want versterkingen direct aan de rivier, zoals bij Kalkar (Rijn), Nijmegen (Waal) en Cuijk (Maas) en Goch (Niers) worden stroomafwaarts niet meer toegepast; die grens lijkt gepasseerd.1 2

    Romeinse sterkten na 350 CE

    • Maas-Rijn, Laat-Romeinse castra, castella en burgi (4e eeuw).
    • Nijmegen (Valkhof), ingeschat Laat-Romeins castellum (4e eeuw).

    Stroomopwaarts

    Veel is nog onzeker, maar de Romeinse grenssterkten na 350 CE kunnen zijn bedoeld om het ‘cluster van Trier’ stroomopwaarts van de Maas en Rijn te zekeren. Op de Hofberg (Valkhof) in Nijmegen zijn de omtrek van het muurwerk, daarmee het oppervlak en de muurtorens onduidelijk, net zoals de rivierlopen direct langs de Laat-Romeinse sterkten van Nijmegen en Xanten, die bij Cuijk, Goch en Kalkar wel aantoonbaar zijn.3 4 5 6 7

    Tabellen afmetingen en kenmerken (2)

    Afmetingen

    SterkteMuurwerkOppervlak
    Nijmegen170 x 701,2 ha
    Cuijk110 x 1101,2 ha
    Goch40 x 400,2 ha
    Kalkar170 x 1402,4 ha
    Xanten340 x 34012 ha
    8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

    Kenmerken

    TypeStroomBodem
    CastellumWaal (L)Sandr
    CastellumMaas (L)Duin
    BurgusNiers (R)Sandr
    CastellumRijn (L)Terras
    CastraRijn (L)Terras

    Bronnen

    1. Meulen-van der Veen, B. van der (2017). The Late Roman limes revisited, the changing function … . ↩︎
    2. Polak, M. et al. (2019). Tab. 2.1. Frontiers of the Roman Empire, the Lower German Limes, 1, p 60-71. ↩︎
    3. Betouw, J. in de (1805). Nijmegen verdeeld in Wijken, Straaten, Steegen, en Strecken … , p 6. ↩︎
    4. Klostermann, J. (2018). Rheinstromverlagerungen bei Xanten … . Natur am Niederrhein, 33 (1), p 5-16. ↩︎
    5. Preiser-Kapeller, J. (2018). Fig. 15. Networks and the resilience and fall of empires, … . SAGG, 36, p 37. ↩︎
    6. Cohen, K.M. et al. (2010). Fig. 14. Zand in banen, zanddieptekaarten van het Rivierengebied … , p 44. ↩︎
    7. Willemse, N.W. et al. (2019). De vroege Waal bij Nijmegen, stratigrafie, sedimentologie … . RAAP, 3208. ↩︎
    8. Cuijk: Bogaers, J. (1966). Opgravingen te Cuijk, 1964-1966. Nieuwsbulletin KNOB, 7, p 65-72. ↩︎
    9. Xanten: Rüger, C.B. et al. (1979). Die spätrömische Grossfestung in der CUT. BJ, 179, p 499-524 ↩︎
    10. Kalkar: Bödecker, S. et al. (2007). Die Entdeckung des Alenlagers Burginatium-KLK. AIR, 2006, p 107-109 ↩︎
    11. Cuijk: Seinen, P.A & Besselaar, J.A. van den (2013). Verkenning van de Laat-Romeinse … . MIM, 18. ↩︎
    12. Goch: Brüggler, M. et al. (2014). Burgus und Glaswerkstatt der Spätantike bei … . BJ, 214, p 71-127.  ↩︎
    13. Goch: Bakker, B. (2014). Rädchenverzierte Argonnensigillata von Goch-Asperden. BJ, 214, p 135-162. ↩︎
    14. Kalkar: Gerlach, R. & Meurers-Balke, J. (2014). Der Prallhang als Standort. … . AIR, 2013, p 114-117. ↩︎
    15. Xanten: Gerlach, R. & Meurers-Balke, J. (2014). Wo wurden römische Häfen am … . BB, 16, p 199-208.  ↩︎
    16. Nijmegen: Bloemers, J.H.F. (red) (2016). Four approaches to the analysis of (pre-)Roman … , p 175-216. ↩︎
    17. Nijmegen: Braven, A. den (2021). Fig. 2. Charlemagne’s palace at Nijmegen. Dorestad and its … , p 152 ↩︎
  • Klimstorie Eenhoog Nijmegen

    Eenhoog Nijmegen

    Gids met 37 beklimmingen tussen Nijmegen en Kleve met kleurcode E-grijs die hoegenaamd ‘geen naam’ mogen hebben, maar die je wel voelt, zeker als het waait.

    Klimstorie Eenhoog
  • Stijgersgids Klimstagram

    Klimstagram

    Gids met 50 ansichtkaarten van het heuvellandlandschap van Nijmegen en omgeving, rondom de belangrijke heuvelkernen Nijmegen, Groesbeek, Kranenburg en Kleve.

    Stijgersgids Klimstagram