Categorie: Heemkunde

De lokale en regionale historie, geografie en cultuur bij Nijmegen.

  • Nijmegen Coinage 450–1200 CE

    Riverine Comparisons

    Recent onderzoek werpt nieuw licht op de geschiedenis van de nederzettingen in de huidige gemeente Nijmegen (450–1200 AD). Een gecompileerde dataset met 97 vroeg- en vol-middeleeuwse munten is vergeleken met munten uit dezelfde periode, gevonden in andere gemeenten in het Nederlandse rivierengebied. In tegenstelling tot modellen waarin middeleeuwse handelscentra elkaar opvolgden, zoals Tiel dat deed bij Dorestad, wijst de distributie van munten erop dat meerdere riviernederzettingen tegelijkertijd functioneerden in een inter-afhankelijk netwerk.1 2

    St. Maartenskapel

    • St. Maartenskapel (11e/12e eeuw)

    Nuancing Valkhof

    Ondanks de breed gedeelde traditie van een Karolingische palts op het Valkhof kent Nijmegen geen overschot aan munten uit de periode 750–900 AD. Anglo-Friese munten uit de periode 600–750 AD domineren op hun beurt wel in het noordwesten van de delta, terwijl Rooms-Duitse munten vanaf circa 900 AD overheersen in het zuidwesten. Het muntprofiel van de gemeente Nijmegen in het zuidoosten blijft al die tijd relatief neutraal en stabiel, ook na toevoeging van de Winkelsteeg-vondsten, die eerdere statistische verschillen met de gemeente Tiel grotendeels neutraliseren.3

    St. Nicolaaskapel

    • St. Nicolaaskapel (11e eeuw)

    Pilaster-Place

    Het lijkt er dus op dat Nijmegen functioneerde als onopvallende, maar structureel onmisbare knoop in het delta-netwerk door zijn logistieke ligging en verhoogde positie bij overstromingen, maar zonder de materiële rijkdom van primaire centra. Dit verklaart de Valkhof-paradox: historische vermeldingen suggereren prestige, terwijl de archeologie, waaronder de munten bescheidenheid toont. Vroeg- en vol-middeleeuws Nijmegen lijkt eerder een nuttige duurzame schakel, dan het centraal administratief centrum waar naar gezocht wordt, dus bescheiden op de hoogte en toch vlak bij.4

    DOI-links

    Bronnen

    1. Duchateau, R. J. (2026a). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: The Numismagus Dataset [Dataset]. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31387345 ↩︎
    2. Duchateau, R. J. (2026b). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: Riverine Comparisons in the Rhine–Meuse Delta. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31385311 ↩︎
    3. Duchateau, R. J. (2026c). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: Nuancing the Valkhof Carolingian Palace Hypothesis. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31383100 ↩︎
    4. Duchateau, R. J. (2026d). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: From Palace to Pilaster-Place, Revisiting the Valkhof Paradox. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31451578 ↩︎
  • Muntheuvels, 600-1200 AD

    Dukatenbrug

    De in de nazomer van 2025 gepresenteerde muntvondsten uit het Merovingische grafveld bij de Dukenburgsebrug in Nijmegen zijn bijzonder, en niet alleen omdat ze het aantal in de gemeente gevonden vroeg- en vol-middeleeuwse munten hiermee minimaal verhogen van 90 naar 97, maar vooral door meer dan een verdubbeling in het aantal gouden munten, dit gaat van 3 naar 7. Daarnaast zal het aantal vroeg-middeleeuwse munten worden uitgebreid van 21 naar 27 exemplaren. Deze vondst onder de oude voetbalvelden van SV Hatert in het voorland van de Muntheuvel vormt de aftrap om een muntbeeld van Nijmegen (450-1200) te schetsen via de opgestelde database.1

    Muntheuvels

    • Jansberg - Sceatta (600-750)
    • Klokkenberg - Sceatta (600-750)
    • Gruitberg - Sceatta 2x (600-750)
    • Hofberg - Denarius 3x (750-900)
    • Grote Kop - Denarius 2x (750-900)
    • Hoedberg - Penning (900-1050)
    • Hundisberg - Penning (1050-1200)

    Anglo-Fries of Frankisch?

    De centrale zilveren munt op de persfoto vertoont kenmerken van een Merovingische denier, wat het Frankische element in de Nijmeegse vondsten versterkt, naast de recente Karolingische schatvondst bij De Oversteek. De twee andere zilveren munten laten zich interpreteren als deniers dan wel Anglo-Friese sceatta’s, consistent met vondsten uit de “gefrankeerde” muntheuvels in het stadscentrum. Hoewel de drie (en recent een vierde) gouden munten visueel het meest opvallen, levert Nijmegen-Noord kwantitatief de grootste bijdrage aan het overzicht van vroeg- en vol-middeleeuwse munten binnen de gemeente.

    Tabel muntheuvels (1)

    Muntheuvels

    HoogteUitgeverTijdvak
    Klokkenberg2Anglo-Fries600-750
    Gruitberg3Anglo-Fries (2x)600-750
    Jansberg4Anglo-Fries600-750
    Hofberg5Onbekend725-900
    Grote Kop6Karolingisch (2x)750-900
    Hofberg7 8 9Karolingisch (3x)750-900
    Grote Kop10Rooms-Duits900-1050
    Hoedberg11Rooms-Duits900-1050
    Gruitberg12Onbekend1000-1200
    Hofberg13Rooms-Duits1050-1200
    Hundisberg14Rooms-Duits1050-1200

    Bronnen

    1. Duchateau, R. J. (2026). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: The Numismagus Dataset [Dataset]. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31387345 ↩︎
    2. Verrijt, M. (1986). Opgravingen tussen Waalkade en het Groene Balkon. In Jaarverslag 1985 AWN Afdeling Nijmegen en Omstreken (pp. 47–49). ↩︎
    3. Op den Velde, W., de Boone, J. W., & Pol, A. (1984). Survey of sceatta finds from the Low Countries. In D. Hill & D. M. Metcalf (Eds.), Sceattas in England and on the Continent: The Seventh Oxford Symposium on Coinage and Monetary History (BAR British Series – Vol. 128) (pp. 117–146). BAR. https://doi.org/10.30861/9780860542667  ↩︎
    4. Bloemers, J. H. F., & Thijssen, J. R. A. M. (1990). Facts and reflections on the continuity of settlement at Nijmegen between AD 400 and 750. In J. C. Besteman, J. M. Bos, & H. A. Heidinga (Eds.), Medieval Archaeology in the Netherlands (Studies in Prae- and Protohistorie – Vol. 4) (pp. 133–148). Van Gorcum. ↩︎
    5. De Roode, F. (2019). Evaluatie- en selectierapport Lange Baan – De Bastei, Nijmegen: Definitief Onderzoek, opgraven (DO) & variant Archeologische Begeleiding (AB) (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 90). Gemeente Nijmegen, Bureau Leefomgevingskwaliteit – Archeologie. ↩︎
    6. Van Enckevort, H., Kuppens, W. van der Weyden, T., & Willems, J. W. H. (2014). Odyssee op het Kops Plateau (Vol. 1): Honderd jaar archeologisch onderzoek in Nijmegen-Oost (1914–2014) (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 46). Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten. ↩︎
    7. Delahaye, A. (1999). De Ware Kijk Op… (Vol. 2): Het eerste Millennium: Historische Mythen van de Lage Landen. Stichting Albert Delahaye. ↩︎
    8. Van Enckevort, H. (Ed.). (2021a). Archeologisch onderzoek in de bouwput van Museum De Bastei in Nijmegen: Een Romeinse poort met wegdek alsmede vestingwerken en huizen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 95). Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit gemeente Nijmegen. https://doi.org/10.17026/DANS-25U-9ZYH ↩︎
    9.  Van Enckevort, H. (Ed.). (2021b). Scherven en botten aan de voet van de noordwestelijke helling van de Valkhofheuvel (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 102). Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit gemeente Nijmegen. ↩︎
    10. Van Enckevort, H., Kuppens, W. van der Weyden, T., & Willems, J. W. H. (2014). Odyssee op het Kops Plateau (Vol. 1): Honderd jaar archeologisch onderzoek in Nijmegen-Oost (1914–2014) (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 46). Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten. ↩︎
    11. Zee, K., & Hommes, H. W. (2013). Vestingwerken onder de singel: Archeologisch onderzoek in de Van Schaeck Mathonsingel in Nijmegen (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 44). Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten. https://doi.org/10.17026/DANS-XPC-ZTRP  ↩︎
    12. Oosterbaan, J. (2009). Archeologisch onderzoek in het Kerkegasje (Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 53). Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten. https://doi.org/10.17026/DANS-XWJ-XC95 ↩︎
    13. Van Enckevort, H. (Ed.). (2021a). Archeologisch onderzoek in de bouwput van Museum De Bastei in Nijmegen: Een Romeinse poort met wegdek alsmede vestingwerken en huizen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 95). Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit gemeente Nijmegen. https://doi.org/10.17026/DANS-25U-9ZYH  ↩︎
    14. Kloosterman, R. P. J. (2019). Archeologisch onderzoek op de Scheidemakershof en Plein 1944 te Nijmegen: Proefsleuvenonderzoek, een opgraving, variant archeologische begeleiding (Archeologische Berichten Nijmegen – Rapport 93). Gemeente Nijmegen, Bureau Leefomgevingskwaliteit – Archeologie. https://doi.org/10.17026/DANS-2CN-92UC ↩︎
  • Kartenspieler Weg, het toponiem

    Speculatie

    Over het toponiem Kartenspieler Weg, een grofweg vijf kilometer lange, golvende strook asfalt door het Reichswald tussen Grunewald en Grafwegen, wordt driftig gespeculeerd. Feit is dat het pad, met een zuidelijker geknikt verloop, als ‘Kart Speelders Weg’ staat vermeld op de ‘Tranchotkaart’ (1803-1820). Een kwart eeuw later is het middeleeuwse padenpatroon vervangen door kaarsrechte bosbouwpaden. Wat kan wel? 1 2 3 4

    Kartenspieler Weg

    • Slechtetop (1) - Kartenspieler Weg
    • Hertenkop (1) - Kartenspieler Weg
    • Hondsiep (1) - Kartenspieler Weg
    • Hemmendalsklef (1) - Kartenspieler Weg
    • Hemmendalsklef (2) - Kartenspieler Weg

    Ordonnantie

    In de Bataafse Republiek voerde het Kwartier van Nijmegen in 1795 als eerste een belasting in op speelkaarten, terwijl het Hertogdom Kleve het geldende Pruisische staatsmonopolie op speelkaarten juist achter zich liet, waardoor er tien jaar lang een omgekeerde situatie gold. Het toponiem lijkt dus te stammen uit de periode 1795-1815, als naam voor een spelplaats of smokkelroute, of door alibi’s van smokkelaars en stropers.5 6 7 8 9

    Tabel speelkaartenbelasting (1)

    Speelkaartenbelasting

    GroesbeekGrafwegenMilsbeek
    >1795>1795
    1795-1805
    1813-18151813-1815
    1815-1920
    1920-19271920-19271920-1927
    1927-1980*
    * Uitgezonderd 1939-1945

    Bronnen

    1. Tranchot, J.J. & Müffling, F.C.F. von (1803-1820). Topographische Aufnahme rheinischer Gebiete, 8. ↩︎
    2. Preußische Landesaufnahme (1836-1850). Preußische Kartenaufnahme, 01 Cranenburg – Blatt ‘Cleve. ↩︎
    3. Rgbz. Düsseldorf (1863). Bgm. Kessel, Gem. Nergena, Flur 2-2 Groenewald. Preußisches Katasteramt. ↩︎
    4. Peeters, M. (2022). Waarom de Kartenspielerweg de Kartenspielerweg heet. Weblog Het is Koers!, 5-aug ↩︎
    5. Betouw, J. in de (1795). Ordonnantie Impost op de speelkaarten. Reces des Quartiers v. Nijmegen, 1-aug. ↩︎
    6. Visser, W.M.G. (2008). Accijnzen, een onderzoek naar de rechtsgronden van de NL … , p 244-246. ↩︎
    7. Graumann, S. (2012). Aufbruch in die Moderne, die Franzosenzeit (1794–1814). IRG, 1-okt. ↩︎
    8. Bundesministerium der Finanzen (2017). Steuern von A bis Z, p 161-162. ↩︎
    9. Sharifi, M. (2018). L’impôt tue l’impôt, over de speelkaartenbelasting in NL. Novum, 39 (4), p 26-27. ↩︎
  • Hofberg, noordkaap Maas-Rijn (1)

    Stroomafwaarts

    Tot aan 270 CE staan als zodanig gebruikte Romeinse sterkten langs de toenmalige Rijnloop in het huidige Nederland relatief vast. Voor permanente Romeinse militaire controle van de Nederlandse Rijn-Maasdelta na 270 CE resteren enkel aanwijzingen, want versterkingen direct aan de rivier, zoals bij Kalkar (Rijn), Nijmegen (Waal) en Cuijk (Maas) en Goch (Niers) worden stroomafwaarts niet meer toegepast; die grens lijkt gepasseerd.1 2

    Romeinse sterkten na 350 CE

    • Maas-Rijn, Laat-Romeinse castra, castella en burgi (4e eeuw).
    • Nijmegen (Valkhof), ingeschat Laat-Romeins castellum (4e eeuw).

    Stroomopwaarts

    Veel is nog onzeker, maar de Romeinse grenssterkten na 350 CE kunnen zijn bedoeld om het ‘cluster van Trier’ stroomopwaarts van de Maas en Rijn te zekeren. Op de Hofberg (Valkhof) in Nijmegen zijn de omtrek van het muurwerk, daarmee het oppervlak en de muurtorens onduidelijk, net zoals de rivierlopen direct langs de Laat-Romeinse sterkten van Nijmegen en Xanten, die bij Cuijk, Goch en Kalkar wel aantoonbaar zijn.3 4 5 6 7

    Tabellen afmetingen en kenmerken (2)

    Afmetingen

    SterkteMuurwerkOppervlak
    Nijmegen170 x 701,2 ha
    Cuijk110 x 1101,2 ha
    Goch40 x 400,2 ha
    Kalkar170 x 1402,4 ha
    Xanten340 x 34012 ha
    8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

    Kenmerken

    TypeStroomBodem
    CastellumWaal (L)Sandr
    CastellumMaas (L)Duin
    BurgusNiers (R)Sandr
    CastellumRijn (L)Terras
    CastraRijn (L)Terras

    Bronnen

    1. Meulen-van der Veen, B. van der (2017). The Late Roman limes revisited, the changing function … . ↩︎
    2. Polak, M. et al. (2019). Tab. 2.1. Frontiers of the Roman Empire, the Lower German Limes, 1, p 60-71. ↩︎
    3. Betouw, J. in de (1805). Nijmegen verdeeld in Wijken, Straaten, Steegen, en Strecken … , p 6. ↩︎
    4. Klostermann, J. (2018). Rheinstromverlagerungen bei Xanten … . Natur am Niederrhein, 33 (1), p 5-16. ↩︎
    5. Preiser-Kapeller, J. (2018). Fig. 15. Networks and the resilience and fall of empires, … . SAGG, 36, p 37. ↩︎
    6. Cohen, K.M. et al. (2010). Fig. 14. Zand in banen, zanddieptekaarten van het Rivierengebied … , p 44. ↩︎
    7. Willemse, N.W. et al. (2019). De vroege Waal bij Nijmegen, stratigrafie, sedimentologie … . RAAP, 3208. ↩︎
    8. Cuijk: Bogaers, J. (1966). Opgravingen te Cuijk, 1964-1966. Nieuwsbulletin KNOB, 7, p 65-72. ↩︎
    9. Xanten: Rüger, C.B. et al. (1979). Die spätrömische Grossfestung in der CUT. BJ, 179, p 499-524 ↩︎
    10. Kalkar: Bödecker, S. et al. (2007). Die Entdeckung des Alenlagers Burginatium-KLK. AIR, 2006, p 107-109 ↩︎
    11. Cuijk: Seinen, P.A & Besselaar, J.A. van den (2013). Verkenning van de Laat-Romeinse … . MIM, 18. ↩︎
    12. Goch: Brüggler, M. et al. (2014). Burgus und Glaswerkstatt der Spätantike bei … . BJ, 214, p 71-127.  ↩︎
    13. Goch: Bakker, B. (2014). Rädchenverzierte Argonnensigillata von Goch-Asperden. BJ, 214, p 135-162. ↩︎
    14. Kalkar: Gerlach, R. & Meurers-Balke, J. (2014). Der Prallhang als Standort. … . AIR, 2013, p 114-117. ↩︎
    15. Xanten: Gerlach, R. & Meurers-Balke, J. (2014). Wo wurden römische Häfen am … . BB, 16, p 199-208.  ↩︎
    16. Nijmegen: Bloemers, J.H.F. (red) (2016). Four approaches to the analysis of (pre-)Roman … , p 175-216. ↩︎
    17. Nijmegen: Braven, A. den (2021). Fig. 2. Charlemagne’s palace at Nijmegen. Dorestad and its … , p 152 ↩︎