Zeven heuvels Nijmegen
Oppidum
De vraag of de stad Nijmegen is gesticht op zeven heuvels houdt ook de vraag in wat onder Nijmegen verstaan wordt. Is het een stad die als zodanig continu is bewoond, of meerdere keren geschapen, dan wel verrezen is? Hoe dan ook, een eerste versie, het vermeende Oppidum Batavorum, bestreek zeven aanwijsbare heuvelen. Net als het oude Rome, of was het toch Jeruzalem? De grootschalige archeologie tot aan de oerbodem beschrijft tevens de effenende werking van de cultuurlaag.
Lees verder (3)
Noviomagus
De zeven heuvelen van middeleeuws Noviomagus zijn al aanwezig in de 13e-eeuwse omwalde stad, die eerder ontstaan is als pre-urbane handelsnederzetting in de buurt van een 11e-eeuws godshuis en een 12e-eeuwse burcht. Tot aan begin 16e eeuw komen er nog vier bij, waarmee het aantal hoogten op elf uitkomt. Over de vroege oorsprong en ontwikkeling van middeleeuws Nijmegen, als een stad op of tegen de heuvels, bestaan meerdere visies, maar het aantal hoogten blijft buiten beschouwing.
Septimontium
Vanaf 1650 wordt Nijmegen beschreven als gebouwd op vijf heuvelen, vaak benoemd als Hessenberg, Marienberg, Gruitberg, Klokkenberg en Hoenderberg. Rondom 1825 duiken er ineens ook zeven heuvelen op, die pas in 1953 worden gelabeld. Voor een periode van 200 jaar blijven de aantallen vijf en zeven naast elkaar beschreven. Veel hoogteverschillen zijn in de loop der tijd fors genivelleerd, maar zowel de Romeinse als de latere zeven heuvelen zijn nog steeds in het landschap te ontcijferen.
Hoogmakerij
Voordat de diepte wordt ingegaan, zijn drie interpretaties van zevenheuvelig (7H) Nijmegen in het huidige reliëf inzichtelijk gemaakt met de fietsroutes Septinimma 1c, 13c en 16c-19c (de laatste wordt weergegeven). In de twee parallelle visies op zevenheuvelig (7H) Nijmegen doen de Ubbergerberg, Marienberg, Gruitberg en Hoofdberg niet mee.

Hoogten (2×7)
Nijmegen 1c
Nijmegen 13c
Archeologie
De vele archeologische onderzoeken naar de historie van Nijmegen hebben en passant het bestaan van historische, hogere hoogten bevestigd. Aan de hand van de opgegraven bodemprofielen blijkt bijvoorbeeld de voet van de heuvels aan de Waal in de Romeinse tijd vijf à zeven meter en in de Middeleeuwen drie à vijf meter lager te liggen dan nu.
Lees verder (3)
Oostelijke drie
Het Romeinse maaiveld vertoont een knik tussen de Marienberg en Geertruidsberg. De laatste is door het ingraven van de Voerweg in de 15e eeuw verder gescheiden van de Hofberg. Na de grootse sloop van de vestingwerken is de nu lastig te vinden laagte tussen de Ubbergerberg en Marienberg met vier meter opgehoogd, terwijl het dal tussen de Ubbergerberg en Geertruidsberg voor de Waalbrug een meter is uitgediept.
Centrale vier
Na 1950 zijn de dalen om de Lindenberg en Klokkenberg opgevuld en de noordranden vergraven voor het Groene Balkon. Voor de Veerpoortrappen wordt een smalle opgang uitgespit. Op de Hofberg ligt een drie meter dik cultuurpakket, dat in het noordwesten is afgeschept, maar op de andere heuvels ligt een dun dek. Blijkens de Romeinse graven direct onder de bestrating kent de Gruitberg een geëgaliseerd ouder profiel.
Westelijke vier
De Jansberg was eerder enkele meters hoger en ook de randen zijn vergraven. Op de Hundisberg is de westzijde voorzien van een keermuur en drie à vier meter afgegraven. Op de Hessenberg is het hoogteverschil met de laagte van de Hezelstraat afgenomen van negen naar zes meter, terwijl het dal tussen de Hessenberg en de vergraven Hoofdberg dusdanig is gedempt dat Romeins materiaal er op zes meter diepte ligt.

Hoogten (7)
Nijmegen 16c-19c
Noviomagus
Van de bewezen Romeinse woonkernen in Nijmegen staat de naam niet vast, maar van beschreven vroeg-middeleeuwse paltsen zijn mogelijk C14-sporen uit de 9e of 10e eeuw ontdekt. Een voorganger van de reuzentoren wordt vermoed op basis van radarwerk en een koningszaal op basis van metselwerk. Wel aanvaard is de bouw van een achthoekige kapel rond de eerste helft van de 11e eeuw en een reuzentoren, ringmuur en (herstel) van een halfronde kapel na 1155 door keizer Frederik I in Neomagus.
Lees verder (5)
St. Nicolaaskapel
Deze zestienhoek kan als capella palatina (paltskerk), capella baptismales (eigenkerk), of ecclesia baptismales (collatiekerk) zijn gebouwd. Een paltskerk zou de keizers Koenraad II of Hendrik III als bouwheer betekenen, terwijl een collatiekerk duidt op aartsbisschop Pilgrim, stichter van het St. Apostelnstift, of Herimann II met suffragaan Bernold. Dat de ‘capella imperatoris’ tweemaal identiek instort is geen wonder: De zijwand staat een meter uit het lood. Ook het 12e-eeuwse herstel laat rode mortel zien.
St. Maartenskapel
Deze ooit aan St. Maarten gewijde apsis op de Hofberg is door keizer Frederik I bij de oprichting van zijn burcht verbouwd en, samen met de St. Nicolaaskapel, gespaard bij de sloop van de Valkhofburcht in 1796. In 1432 heet de geooste nu halfronde bouwval in het Valkhofpark, weer of nog, Martyns capel, maar het patronaat is nooit opgehelderd. De ene muur staat haaks op het ander, maar het kán een restant zijn van de parochiekerk, die na 1254 inclusief kerkhof en pastorie verplaatst is naar de Hundisberg.
Upberg
Heerlijkheid Ubbergen is rond 1247 niet meeverpand met de burcht en stad Nijmegen aan het graafschap Gelre. De koning stelt in 1290 Diederik van Kleve voor en laat Tilman van Nijmegen in de oppositie achter, maar beleent hem rijksgoed Upburgen, om daar de graaf uit te hangen. Het pre-stedelijk kerkhof op de Geertruidsberg blijft daarbij in het midden. Rond Ubbergen hangt dus de schimmige entiteit van het oorspronkelijke burggraafschap, want een graaf van Nijmegen was bijvoorbeeld ook graaf van Houberch.
Sefluche
Een plaats in de nabijheid, die bekend is door gebeurtenissen van die tijd, is Zyfflich, waar Balderik, de ex-graaf van Oplathe of Houberch, op zijn bezitting genaamd Sefluge in 1021 kinderloos begraven is, nadat het leeuwendeel van zijn goederen in de regio is vervallen aan de kroon en geestelijkheid. Na verwoesting van het versteende Upladium in 1016, wist de aartsbisschop de grond te bemachtigen. Na 1117 hoort de kerk van de allengs uit de vlakte opkomende, vanaf 1230, stad Nijmegen, bij dekenaat Zyfflich.
Mergelpe
In 1117 verkrijgt het aartsbisdom de burcht Meregelpe van het Zyfflichse St. Martinstift, maar beleent deze nog in 1143 aan Stift Bedburg en in 1223 weer aan het graafschap Kleve ter herstel. Kniesoorkonden sluiten niet uit dat de tegen Maas en Waal-tienden geruilde burcht Meregelpe, in 1261 Monreberg heet. Het Munna uit de monnikswerken kan daar ook liggen, maar het versteende Upladen hoeft niet persé de motte Montferland te zijn en de veel kleinere motte op de Wylerberg geen Meregelpe.

Lees verder (6)
Heuvelstad Nijmegen
| Hoogte | 1c | 13c | 16c-19c |
|---|---|---|---|
| Ubbergerberg | 1 | ||
| Marienberg | 2 | ||
| Geertruidsbg | 3 | 1 | |
| Hofberg | 4 | 1 | 2 |
| Lindenberg | 5 | 2 | 3 |
| Klokkenberg | 6 | 3 | |
| Gruitberg | 7 | 4 | |
| Jansberg | 5 | 4 | |
| Hundisberg | 6 | 5 | |
| Hessenberg | 7 | 6 | |
| Hoofdberg | 7 |
Heuvelstad Nijmegen op kaarten
Om meer zicht te krijgen op het ontstaan van een zevenheuvelig (7H) Nijmegen is ook gebruik gemaakt van historische kaarten, waarop heuvels en dalen met schaduwlijnen en later hoogtelijnen zijn uitgedrukt. Zo tekenen militair topografen in de tweede helft van de 19e eeuw in Nijmegen zeven (7H) hoogten. Vanaf de 20e eeuw is het reliëf in de binnenstad steeds verder afgegraven en verhoogd met de projecten Waalbrug (±1935), Groene Balkon (±1955), Wederopbouw (±1965), Herbouw Benedenstad (±1985) en Veerpoorttrappen (± 1990). In de 21e eeuw komen daar Centrumplan 2000 (±2005) en Plan Hessenberg (±2010) bovenop. Gelukkig is het destructieve Vijf Heuvelen Plan (5H) inmiddels ingewisseld voor het beschermd stadsgezicht Benedenstad (7H).
Heuvelstad Nijmegen in teksten
Waar de 5H-reisgidsen gedurende een eeuw redelijk stabiel blijven, schiet het aantal 5H-schoolboeken vanaf 1860 plots de hoogte in om na 1890 praktisch te verdwijnen. Een Groningse onderwijzer leert de kinderen in 1847 over Nijmegen, de stad der zeven heuvelen (7H), om in 1863 glashard vijf heuvelen (5H) te oreren. Een andere auteur laat het aantal afhangen van het publiek: zeven heuvelen (7H) voor de reisgids (1849) en vijf heuvels (5H) voor zijn aardrijkskundig woordenboek (1846). Hoe dan ook, vanaf 1890 nemen de 7H-reisgidsen toch echt de overhand, in lijn met de militair topografen. Het aanwijzen van dé zeven heuvels van Nijmegen kun je zelf doen door te kiezen voor een klassieke (1e eeuw), een middeleeuwse (13e eeuw) of vroegmoderne (16e-19e eeuw) reeks.
Nijmeegs alternatief
Aan de hand van de prevalentie over zes van de tien beschreven tijdvakken (11e-19e eeuw), plus de 21e eeuw, is het tevens mogelijk om een alternatieve Top 7 11c-21c te bepalen. De Hessen- en Hoofdberg zijn na de ontwalling samengevoegd, dus het geheel Hessenberg noemen is verdedigbaar, vergelijkbaar met de fusie van de Linden- en Klokkenberg onder de naam Lindenberg aan de hand van het getekende reliëf op 19e-eeuwse kaarten. Naast de 13c en 16c-19c hypothesen bestaan er ook nog twee parallelle visies op zevenheuvelig (7H) Nijmegen, een congruente visie 16c-19c en een benadering op basis van de gevonden munten uit de periode 450-1200.
Top 7 11c-21c
| Hoogte | 11c-21c | Visies |
|---|---|---|
| Hofberg | 7 | 7 |
| Jansberg | 6 | 7 |
| Hundisberg | 5 | 7 |
| Lindenberg | 5 | 6 |
| Hessenberg | 5 | 6 |
| Geertruidsberg | 5 | 5 |
| Klokkenberg | 5 | 4 |
Parallelle visies
Congruente visie
Zeven heuvels Groesbeek
Heuvelgraven
Hoe verder met de Gelderse Zeven heuvelen? Noord-Brabant kent Zevenbergen bij Oss, Drenthe meldt de Zeven Heuvels bij Hoogeveen en in Noord-Holland liggen de Zeven Bergjes bij Laren. Op deze locaties verwijst zeven naar zeventallen grafheuvels uit de prehistorie. Nijmegen lijkt, net als Rome en weer een ander Zevenbergen, gebouwd op zeven natuurlijke heuvels. In haar nabije omstreken ligt ook een heuvelige weg, waarvan het aantal maar niet wil kloppen. In 2016 is daar naast het oude pad van Groesbeek naar Beek een zestal grafheuvels ontdekt, of is ook hier de zevende heuvel weg? Het blijft een kaartenhuis op een hellend vlak.
Lees verder (3)
Cartografen
In 1570 prijkt in het Nederrijkswald een bospad vanaf de Heerlijkheid Groesbeek, met daarin in 1768 de Beeksche Straat, die in 1758 doorloopt in het Nederrijkswald. Dit bochtige pad sluit in de Meerwijken aan op de rechthoekige parkaanleg, waarvan de noordelijke zijde rond 1820 wordt doorgetrokken en rond 1880 op de kaart wordt gezet als wandeling over de zeven heuvelen naar Groesbeek. Tot aan 1925, voor de aanleg van de Nieuweweg, heet de weg op topografische kaarten Berg en Dalsche baan. De moderne Zevenheuvelenweg stamt uit 1953, waarbij de rond 1925 al behoorlijk geëffende Siepseklef helemaal het veld moet ruimen en de Boksheuvel half.
Groesbeekseweg
In 1825 wordt de weg van Nijmegen naar Groesbeek de meeste allure van het Gelders Lustoord toebedicht, omdat deze, door zijne rijzingen en dalingen, zeven heuvelen met even zo vele dalen of valleien vormt. De tocht tussen Berg en Dal en Groesbeek is nog niet gemaakt, want van Berg en Dal keert men op landgoed Grote Vlierenberg. In 1882 linkt een andere schrijvende wandelaar door Nederland zeven heuvelen aan de weg tussen Groesbeek en Berg en Dal en maakt er in 1884 terloops ook nog een toponiem van. De oorspronkelijke weg over zeven heuvelen, die van Nijmegen naar Groesbeek, is, na in 1848 te zijn ontdaan van alle bomen, in 1861 behoorlijk geëffend.
Bergendalsebaan
Terwijl rijkaards tot 1848 spreken over zeven heuvelen, tussen Nijmegen en Groesbeek, spreken aardrijkskundigen van het Groesbeeks gebergte of Mookerheide. In 1879 wordt de weg der Zeven Heuvelen van Groesbeek naar Berg en Dal genoemd en omschreven als voordurend over zeven heuvelen op-en-af, in 1880 als zeven heuvels tellend en in 1907, nu wel door een geograaf, als weg over de zeven heuvelen, haaks op droogdalen aangelegd. Zeven betreft hier een telwoord, waarvan de eerste noemer in 1828 ook de formule keizerstad heeft gedeeld. Een opzichter combineert in 1898 een stad met zeven heuvels met een weg over zeven heuvelen.

Hoogten (7)
Zevenheuvelenweg
Gronspech
In Groesbeek gaan schriftelijke bronnen en archeologische vondsten voegzaam hand in hand. De naamsvermelding in 1040 wordt voorafgegaan, of geflankeerd, door twee tufstenen gebouwen, waarvan een de zaalkerk betreft en de ander de vroonhof, waar Pingsdorf- en kogelpotaardewerk ruim voorhanden is. Dit komt overeen met de door keizer Hendrik III geschonken mansus, een hoeve, in de villa, een nederzetting, aan de beschoeide en gestuwde Groesbeek. Of de persoon of het ambt van de waldvorster een hoeve of de vroonhof krijgt toegewezen is onduidelijk, evenmin of het bewoning of de opbrengst betreft. Groesbeek is vanaf 1258 een heerlijkheid en vanaf 1265 voorzien van een spiekerachtige houten woontoren. In die tijd kan de oorspronkelijke eigenkerk zijn toegevoegd aan dekenaat Zyfflich, waarbij de pastoor van Groesbeek de afdrachten van een tweede, of dezelfde capella imperatoris verzorgt.
Lees verder (1)
Marbeke
Voor de oorsprong van de aardwerken in de Meerwijk is, gezien de datering met een bandbreedte van 1000 jaar, tot op heden geen doorslaggevend bewijs. De vijver in het Steenkuilendal met daarin de Meerwijkselaan bestaat vermoedelijk reeds in de 11e of 12e eeuw. Op een kunstmatig eiland in deze vijver zou de burcht Watermerbrug van de waldgraven van het Rijkswald torenen, voordat zij zich in Groesbeek vestigen. Op de Wylerberg vlakbij prijkt een andere vermeende motte op Kleefs allodium en de naaste Beekerberg delen de heren van Groesbeek later met de heer van Kranenburg, welk deel Kleverberg wordt genoemd. De originele afkomst en verdeling van het bezit rondom Beek is, net als in het aanpalende Rijkswald, niet duidelijk. De tussenliggende Holdeurn etaleert dakpannen, waarvan de datering 2000 jaar kan afwijken, dus het is geenszins uitgesloten dat de zone een pre-stedelijk nijverheidscomplex betreft.

Hoogten (7)
Zevenheuvelenloop
Zeven rijzingen
Dus tot de effening van de Groesbeekseweg en Nijmeegsebaan, vlak na 1860, bevinden de originele zeven rijzingen zich op de weg van Nijmegen naar Groesbeek. Rond 1840 ligt er een wegdam, tegen 1870 al drie, met daarbij zes ingravingen. Via een omleiding door de wijk Groenewoud en over het terrein van Werkenrode (hek), evenwijdig aan de Nijmeegsebaan, kun je dit traject herbeleven. Bij dit deel van het Nederrijkswald dekte de landmeter zich in met de opmerking: “overmits haer ongelijckheyt vangebercht.
Lees verder (3)
Zeven heuvelen
Het oude traject over de Zeven heuvelen slingerde vanaf de kerk in Groesbeek door de velden het Nederrijkswald in. Dit bospad over de Siepseklef is in de loop der tijd zodanig naar het oosten verschoven dat de huidige Zevenheuvelenweg slechts zes heuvels telt. De zevende heuvel kun je terugwinnen door rechts af te dalen over de Händelstraat en via de Molenweg en Nieuweweg de Molenberg te beklimmen. Overgangen als die van Groesbeek naar het voormalige Nederrijkswald zie je nu ook nog wel in Vinex-wijken.
Zevenheuvelenloop
Net als de weg lijkt ook de Zevenheuvelenloop meer heuvels te beloven dan er zijn. Vijf prominente hoogten leiden echter de aandacht af van de Witsenberg, Hogeklef, Kwakkenberg en Honsrug, die moeizamer op het parcours te vinden zijn.191 Tussen de Witsenberg en Ketelberg ligt een wegdam en beide Langenbergen en Muntberg zijn door een aantal wegophogingen en ingravingen versmolten. Aan het profiel is vrij duidelijk af te lezen dat de spoelwaaier voor de stuwwal wordt aangedaan.
Mentale presentatie
De stad Kleve is gebouwd op drie bergen of veel meer heuvelen. Prima oplossing. Een landmeter vergelijkt de steil- en driehoekigheid rond de Witsenberg met een woud van daken. Zo bezien passen de Hogeklef en Kwakkenberg het beste bij de eerste vijf duidelijke hoogten. De Witsenberg mist de steilheid en de knik naar de streep op de Honsrug kan het hoogteverschil niet maken. De getallen vijf, zeven of negen zijn echter allemaal goed, want het is de mens die zaken gestalte geeft.
Discussie
Conclusie
De nederzetting ‘Oppidum Batavorum’ (1e eeuw) en de stad Nijmegen (13e & 16e-19e eeuw) telden zeven heuvels, maar de bewoonde hoogten zijn verschillend. Daarnaast is er in de omgeving van Nijmegen sprake van twee wegen over zeven heuvels. In de eerste helft van de 19e eeuw werd de weg van Nijmegen naar Groesbeek beschreven, terwijl de huidige van Groesbeek naar Berg en Dal voert. Zeven betreft een telwoord en het concept is hier in de eerste helft van de 19e eeuw toegepast. De contemporaine reeks is daarom het meest aannemelijk voor Nijmegen op basis van de toenmalige steilrand en stadswal.
Lees verder (3)
7H weg en stad
| Jaar | 7H | Auteur |
|---|---|---|
| 1824 | Stad | Van Wijk Rz. |
| 1825 | Weg | Ten Hoet Jz. |
| 1879 | Weg | Staats Evers |
Groesbeeks alternatief
Gelijk Rome viert Groesbeek nu Zevenheuvelenfeesten. Nabij prijkt de Siepseklef en over het Zevendal, rond de ex-exclave Plasmolen, lag de Zevenberg, zoals Zyfflich, op een zandstaart. In ex-exclave Nütterden wijst Sieben Quellen à la Seffent op een akelig telwoord, maar het Siebenquellental met een vijver, beek en siep echter weer niet. Een zevenheuvelige stad is verre van uniek, maar ook de Zevenheuvelenweg heeft een internationale dubbelganger. Mocht Zeven Heuvels een toponiem zijn, dan beschrijft de weg een baan over de heuvelgroep van en naar het buurtschap Siep.
Nijmeegs alternatief
Aan de hand van de prevalentie over zes van de tien beschreven tijdvakken (11e-19e eeuw), plus de 21e eeuw, is het tevens mogelijk om een alternatieve Top 7 11c-21c te bepalen. De Hessen- en Hoofdberg zijn na de ontwalling samengevoegd, dus het geheel Hessenberg noemen is verdedigbaar, vergelijkbaar met de fusie van de Linden- en Klokkenberg onder de naam Lindenberg aan de hand van het getekende reliëf op 19e-eeuwse kaarten. Naast de 13c en 16c-19c hypothesen bestaan er ook nog drie parallelle visies op zevenheuvelig (7H) Nijmegen, een congruente visie 16c-19c en een benadering op basis van de gevonden munten uit de periode 450-1200.






























































