Tag: arnhem-wielrennen-gelderland

Wielrennen in Arnhem, Gelderland

  • Papendal

    1 juli 2014 – Arnhem

    Elk jaar probeer ik minstens een dinsdagavond op Papendal te rijden. Daar staat meestal een groot gemixt peloton aan de start op het 1700 meter lange rechthoekige hooggelegen parcours met een licht oplopende finish. Vrij naar achteren gestart, kan ik na enige ronden toch de kop bereiken. Een vlucht van 5 renners is reeds weg. Zoals altijd is de snelheid hoog, maar dat is niet in mijn nadeel. De bochten zijn veilig en eenvoudig, posities winnen helemaal, je kunt door de wind langs het lange lint oprijden. De laatste ronde kan ik vrij vooraan de sprint om de 6e plaats aanvangen en eindig na anderhalf uur als 11e in de A categorie.

  • Papendal

    21 mei 2013 – Arnhem

    Donkere wolken, langdurige neerslag en een temperatuur beneden de tien graden. Toch staan er pakweg vijftig renners aan de start voor de RETO dinsdagavondcompetitie op Papendal. Op dit rechtlijnige asfaltparcours kan ik beter uit de voeten, dan gisteren op de achtbaan van De Zes Bochten Ammerzoden. Daar kreeg ik elke tweehonderd meter een smalle haakse klinkerbocht voor de wielen. Voor mij een mooie kans om de trainingsomvang van 21 BEL eens te testen op twee tegengestelde parcoursen. Gisteren draaide het om snelheid houden in de bochten, nu om snelheid maken na de bochten. Een wereld van verschil.

    Na een vroege uitlooppoging te hebben gecounterd, bevind ik mij achteraan het peloton, als ik een tweede uitval ontwaar. Hup naar voren op de finishheuvel, om aan kop de achtervolging in te zetten op een stevig pedalerend duo. De voorsprong loopt niet verder op, maar wordt ook niet veel kleiner. Ik blijf wel voorin meedraaien. Clubgenoten van de uitlopers beginnen zich aan kop te melden. Toch maar een extra beurt doen dan. Een nieuw tweetal scheidt zich af. Tijd om zelf over te steken. Hiervoor voer ik de snelheid langzaam op, opdat ik niet, zoals vaker, eenzaam tussen peloton en aanvallers beland.

    Na een ronde jagen tel ik nog maar een renner in mijn wiel. Ik vraag hem kort over te nemen wat hij gelukkig doet. Op de finishstrook wissel ik hem weer af en schreeuw naar de twee achtervolgers dat er hulp op komst is. Op het moment van aansluiten arriveren nog twee overstekers, zodat we met zes renners in de achtervolging kunnen op de kopgroep van twee. Hoewel, een van de latere overstekers dicht zelf in een verschroeiend tempo, in twee ronden, de complete kloof met de kopgroep, met de rest in zijn wiel. Even valt het stil, maar al snel draaien we met een kopgroep van acht rond.

    Door de goede samenwerking in de kopgroep is het peloton al snel uit zicht. Iedereen doet zijn beurten en er zijn geen serieuze uitlooppogingen. Mijn eigen bochten gaan niet fantastisch, maar dit compenseer ik door aan te zetten op de rechte stukken. Na een tijdje begin ik het koud te krijgen en besluit met mijn armen te zwaaien, waarop ik attent een jasje krijg aangeboden van een vluchtgenoot. Niet nodig, maar toch bedankt. Gelukkig heb ik dankzij mijn winteroverschoenen geen koude voeten. Zo sluiten we na een uur dus weer aan bij het peloton, waarvan de B categorie gaat afsprinten.

    Oppassen nu, want meestal maakt een deel van de kopgroep gebruik van de eindsprint van een andere categorie om zelf weer te ontsnappen. Dit gebeurt niet, zodat de complete A groep minus uitvallers de laatste ronden ingaat. Vier man plaatsen een slotaanval welke ik met behulp van een overnemer met mijn laatste energie neutraliseer. Een eindsprint zit er niet meer in. Ik eindig als achtste met een gemiddelde snelheid van 41,0 km/u en een maximum van 53,5 km/u. Verschillen in uitslagen van de vijftien gereden wedstrijden in 2013 kunnen nu al voor 31 % verklaard worden door BEL.

    30 april 2013 – Arnhem

    Uit de heuvels van Nijmegen naar de stuwwal van Arnhem ga ik met zon, wind en 12 graden op Koningsdag naar de start van de RETO dinsdagavond competitie op topsportcomplex Papendal. De BWF A wedstrijd afgelopen zondag kon geen doorgang vinden vanwege een foutief aangevraagde vergunning, dus het kruit zit nog in het vat. Wel heb ik afgelopen week met 23 BEL de hoogste trainingsomvang van 2013 gehaald en ben benieuwd hoe zich dat verhoudt tot wedstrijdvorm. Ook heb ik nu een chin-up bar in de gang, tevens geschikt om de lakens op te hangen en een versteviging tegen aardbevingen. Van TelSell naar BEL-training.

    Op het heuveltje bij de start staan plusminus 50 coureurs klaar in de avondzon voor een trainingskoers van 75 minuten voor de B’s en 90 minuten voor de A’s. Na het optrekken kom ik direct in een kopgroep van drie man terecht en merk dat de wind op de derde zijde flink tegen staat. Op het oplopende stuk naar de finish fiets je met de wind in de zij. Na te zijn teruggepakt spring ik mee met een tweede ontsnapping van een handvol coureurs. Nadat het peloton ook dit gat geslecht heeft, trek ik me nogmaals op gang om mee te springen met de derde ontsnapping van de dag. Bij het inlopen door het peloton maak ik de fout niet een vierde keer aan te zetten en zo rijden vijf man weg.

    In de verwachting dat overstekers volgen blijf ik tussen het peloton en de kopgroep hangen. Als deze volgen kan ik niet aanpikken. Opladen in de buik van het peloton dan maar. Met op kop de trein van de thuisvereniging blijft de afstand tot de vijf koplopers bijna drie kwartier gecontroleerd constant. Tussendoor steek ik een paar keer over naar uitlopende en teruggepakte groepjes, voordat ik me vooraan meld om mee te draaien in de achtervolging. Om de controle te omzeilen besluit ik tweemaal om met een tempoversnelling van meer dan 55 km/u een hap uit de voorsprong te nemen. Dit lukt, maar de controle wordt overgenomen, waarna het verschil weer toeneemt.

    De uitgangspositie is de voor de kopgroep wel verslechterd. Nog maar drie renners tegen een uitbrekend peloton. Door een wilde jachtpoging van meerdere renners komen de vluchters eindelijk op springafstand. Nu slaag ik er wel in om het gat met een soort tussenpurt definitief te dichten. Gezien de verschoten pijlen in de schermutselingen aan het begin en de tempoversnellingen in de achtervolging later, kan ik in de finale wel tweemaal een aanval controleren, maar er zelf geen plaatsen. Op kop van het peloton ga ik daarom de laatste ronde in, achter twee uitlopers aan die ik niet te pakken krijg, waarna ik sprint naar de 10e plek. Gem: 41,3,

  • Papendal

    17 juli 2012 – Arnhem

    Geen Nijmeegse, wel stuwwal. Daarop ligt het Nationaal Sportcentrum Papendal tussen Oosterbeek en Wolfheze op de Veluwe. Elke dinsdagavond van april tot en met augustus organiseert WV Reto Arnhem er een trainingswedstrijd op een snel en breed asfaltparcours met vier bochten en een helling. Omdat het sportcomplex hoog op de Arnhemse stuwwal ligt, op een open stuk heide, staat er meestal wind.

    De combinatie van zijwind, de ‘stiekem platte’ helling en het hoge niveau van de top van het peloton, maakt dat het laatste stuk naar de finish voor de uitvallers zorgt. Na inschrijven posteer ik mij achteraan. Ik heb immers een maand geen wedstrijden gereden en zal toch even moeten wennen. Hopelijk gebeurt dit voordat ik eraf waai. Direct na het startsein vliegt de snelheid omhoog en kom ik achteraan het lange lint te rijden. Wel mooi om te zien.

    Gelukkig is het met 17 graden niet te warm en regent het niet. Wel staat er zijwind op de parcoursheuvel. Na het wennen aan de geveegde! bochten besluit ik om toch wat ruimte te houden, terwijl ik op de laatste positie rijd. Na een kwartier schuif ik door de wind naar voren, maar als het later stilvalt, zorgen aansluitende coureurs voor geprop en gewring. Dan hang ik liever aan het elastiek.

    Op het moment dat het peloton breekt maak ik in mijn eentje de oversteek naar het voorste deel. Later sluit het tweede deel weer aan, dus deze krachtsinspanning was niet nodig geweest. Moet je net even weten. Weer aangekomen op de laatste positie, zie ik dat de achterdeur inmiddels open staat. Sommigen blijven al lossend in de lijn van de bocht rijden, zodat je tegen de 60 km/u het ontstane gat kunt gaan dichten. Handig is anders.

    Wat ik gaandeweg merk is dat de combo van Prins Interval en LoperKoning uitstekend werkt voor dit soort wedstrijden. De eerste zorgt voor het goed kunnen optrekken na bochten, het versnellen langs lossers en het niet verzuren op de steile stukken van de parcoursheuvel. De tweede zorgt voor het kunnen volhouden van een hoge snelheid, ook op het ‘stiekem platte’ deel van de parcoursheuvel. Ook al gaat het hard, ik hang er nog steeds aan.

    Bij een volgende breuk in het peloton is het tijd geworden voor een aantal kopbeurten. Als ik al weer lang naar achteren ben komt het peloton weer samen. Wanneer het daarna in drie stukken breekt, komt de renner voor mij met zijn pedaal tegen de grond en maakt een schuiver. Omdat ik afstand heb gehouden, kan ik remmen. Wel moet ik met alle macht geforceerd optrekken, waardoor de kramp in mijn kuiten schiet. Kom van de voorste in de laatste groep terecht, maar alles komt later samen.

    In de finale bedenk ik mij dat ik eigenlijk al een maand niet met klikpedalen gefietst heb. Ook mijn wedstrijdfiets is die tijd niet van stal geweest. Toch besluit ik de laatste kilometers naar voren te schuiven, dit lukt. Vooraan gekomen steek ik over naar de kopgroep. Ik red het wel, maar moet laten lopen, als mijn benen verdere dienst weigeren door kramp. Tijd om Constant Weerstand toe te voegen aan het trainingspalet voor wedstrijdloze periodes. Zeer tevreden.