Met ongeveer 75 renners aan het vertrek een drukke boel op het Bredase Moleneind, waar de Brabantse Wielerfederatie haar derde traininingskoers organiseert. De temperatuur is in vergelijking vorige week meer lente. Na de koers van gisteren heb ik mij voorgenomen de rit in de harmonica uit te zitten. Ook deze week moeten er renners lossen als er flink doorgetrokken wordt vooraan, maar er ontstaan geen echte gaten. Een dozijnsterke kopgroep splitst zich af van het peloton. Mijn inschatting dat ze vertrokken zijn klopt. In de aanloop naar de sprint voor de 13e plaats hoor ik achter mij het geluid van een valpartij door een klapband. Toch maar langs het peloton naar voren dan. Tijdens de sprint word ik niet ingehaald en eindig rond de 25e plaats.
Maart betekent voorjaar en ook een mooi moment voor een eerste koers. Op het programma van de Brabantse Wielerfederatie staat de tweede trainingswedstrijd van het voorseizoen. Met ongeveer 40 renners aan het vertrek ben ik in goed gezelschap en de zon schijnt. Een enkeling waagt zich zelfs in korte zwarte koersbroek met begeleidende ‘happy socks’. Voor mezelf heb ik gewoon mijn zwarte overschoenen en beenstukken uit de kast getrokken, want de regen is nooit ver weg these days. Waar je normaal eenvoudig kunt meedrijven op het brede industrieparcours op het Moleneind, staat de wind vandaag aan de lange zijden op de kant. Hierdoor moeten enkele renners het peloton laten gaan. Welkom in West-Brabant. Het wielerjaar is weer aangesneden.
Een aantrekkelijke koers om te rijden vandaag, deze keer een A-koers op het industrieterrein Moleneind, dat normaal gebruikt wordt voor de trainingswedstrijden van de Brabantse Wielerfederatie.
Betere weermannen daar? Door de verschoven winters start het BWF seizoen tegenwoordig twee weken later lijkt het. Vandaag de derde in de serie van vier oefenkoersen. En dat oefenen is nodig voor mij. De afgelopen tien maanden heb ik er namelijk slechts twee gereden. De mooie zomer heb ik onder andere gebruikt om alle klimmen op de Nijmeegse stuwwal te meten en te fotograferen. De oude fotoset stamde uit 2008. Na de korte klimtijdrit op de Voerweg tijdens de Stevensloop vorige week is dit toch iets anders. De inschrijf- en startprocedure is in ieder geval niet gewijzigd. Een groep van zes koplopers vertrekt al vroeg in de wedstrijd, om nog voor halfkoers het vijftig koppen tellende peloton te dubbelen. Ik vind het prima. Zes ronden voor het einde met korting afsprinten dus. Om de massaspurt te ontlopen spring ik mee met diverse uitvallen, maar renners in een gelapt peloton zitten niet voor niets daar. Ik kan in ieder geval het verschil niet maken, want finales kun je alleen trainen door ze te rijden, niet anders. Nee, ook niet op de Nederrijnse Heuvelrug bij Nijmegen. Toch iets gemist.
Een harde wind en een lagere temperatuur dan de afgelopen maand(en) luiden onherroepelijk de eerste herfstdag in. Op de rol staat de Ronde van Heusdenhout over 60 kilometer met een 1900 meter lang rechthoekig parcours om de gelijknamige woonwijk. De brede aanvoerweg, die de derde parcourszijde vertegenwoordigt, blijkt de scherprechter die het peloton van 37 coureurs in twee gelijke stukken laat breken. Niet lang geleden met een banddikte verschil vierde geworden in een premiesprint voor drie, beland ik, terwijl ik op adem kom, in het achterste deel. Met enkele losse renners probeer ik wel de oversteek te maken, maar als je in deze fase in die positie komt, weet je dat je het gewoon hebt verklooid. De harde wind doet de rest.
Om te voorkomen dat deze, door de wijkraad en WV Breda georganiseerde koers, voor mij de Ronde aan de Broek wordt, besluit ik het initiatief te nemen in de achtervolging. Dat ik hierbij af en toe loskom van de krimpende groep medegelosten neem ik voor lief. De meesten geloven het wel en ik kan ze geen ongelijk geven. We rijden voor de, schrik niet, twintigste plaats in een gelopen wedstrijd. Het op het oog snelle parcours blijkt toch minder te lopen dan gedacht. Vlak na de finish liggen twee drempels en de vierde winderige zijde, wordt vooraf gegaan door een slingerende strook hobbelige grindklinkers, waarin voor de zekerheid ook nog twee drempels zijn geplaatst. Mijn bidonhouder aan de zitbuis geeft de geest.
Op vijf ronden voor het einde roept de speaker om dat de inmiddels tot 12 man uitgedunde club achtervolgers een achterstand van een minuut heeft op de 19 “koplopers”. We kunnen in ieder geval gaan afsprinten. Met de weer ingevoerde en verzwaarde route Kommendaal is mijn sprint in ieder geval verbeterd, zodat ik nog als tweede weet te eindigen van de groep en 21e in totaal. In de totale ombouw van de Klimbijnijmegen website heb ik drie weken minder aandacht kunnen besteden aan training en een maand niet gekoerst. Nou, dat is dus te merken. De conditie is er wel, maar de scherpte ontbreekt. Je kunt echter maar een ding tegelijk. Het onderzoek naar BEL training heeft wel geleid tot een nieuwe eenheid voor hellingzwaarte: WTR.
Met vier bochten op een vijfhoekig parcours van een kilometer lengte is de jaarlijks terugkerende Ronde van de Blauwe Kei een schoolvoorbeeld van een buitenwijkcriterium. Dat de stadsarchitect het stratenplan heeft ontworpen voor auto’s en niet voor huifkarren, merk je aan de snelle afgeronde bochten. Ik realiseer mij dat dit de eerste koers is, waar ik voor de vijfde keer start. Door de ruime opzet van de finishstraat, met de stoep en weg gescheiden door grasperken, staat hier toch altijd wind, en deze keer tegen op de derde parcourszijde. Het startveld bestaat uit veertig coureurs, klaar voor zestig touren om het buurtwinkelcentrum.
Direct na het startsein vliegt de snelheid de lucht in. Achterin begonnen rijd ik al snel aan de staart van een woest kronkelend lint. Passeren of opschuiven is nauwelijks mogelijk, behalve op de lange aankomststraat. Twee-aan-twee de bocht door blijkt enkel in theorie haalbaar. Wringen uit den boze. Na twaalf ronden kletteren vier elkaar aantikkende renners ongelukkig over de licht opgehoogde weghelftscheiding. Na het gezamenlijk melden van de val bij de jury, krijgen alle achtergebleven renners een rondevergoeding, maar de koers wordt al snel geneutraliseerd. Bijna twaalf ronden lang rijden we geregisseerd op inrijsnelheid, totdat het parcours vrijgegeven wordt.
De twee overgebleven koplopers krijgen uiteraard bij de herstart hun voorsprong van een halve minuut terug. Daarna trekt het peloton de roulette weer op gang, voor de vijfendertig resterende ronden. Georganiseerd achtervolgen is lastig op de Blauwe Kei, dus je hoeft geen helderziende te zijn om te weten dat we rijden voor plek drie. Als bij de frequente uitvallen steeds vaker breuken ontstaan besluit ik naar voren te schuiven. Met mijn neus op het stuur vind ik uiteindelijk de aansluiting bij de vijftien voorste achtervolgers. Hierna lijkt het een flipperkast, waarin ik spring op alles wat beweegt. Regelmatig schuift de groep in en uit elkaar als een op hol geslagen harmonica.
Een tiental ronden voor het eind zwalkt mijn voorganger lek gereden de bocht door. Gelukkig kunnen ik en de renners achter mij met enige vertraging alsnog de curve maken. Daarnaast herinner ik mij ook nog een door het peloton stuiterende voetbal?! Het enige wat ik vanaf de voorste gelederen kan doen is wijzen, roepen, inhouden en horen dat het goed gaat. Omdat ik niet van plan ben om de eindsprint aan te gaan, hoop ik mee te kunnen glippen met een slot-attack. Als een thuisrijder en erkend verslagenschrijver reageert op een alleenstaande demarrage spring ik op vinkenslag mee, om net op tijd voor de aanrollende heksenketel als vierde de streep te passeren.
Andere omstandigheden vandaag, althans later op de dag. Voor het middaguur slaat de thermometer op de 90 meter hoge Langenberg, die Nijmegen van Groesbeek scheidt, niet verder uit dan 1,3 graden. In het diepe Hoenderdal is het mistig, op de top zonnig. Aangekomen op het BWF thuisparcours op het Moleneinde schijnt de zon nog steeds, houdt de wind zich koest en vriezen je vingers voor het eerst dit jaar zonder handschoenen niet aan je stuur vast. Aan de start vormen 40 coureurs van de WFN bonden BWF en TMZ een mooi peloton.
Sinds het verleggen van het Moleneinde parcours betekent 50 kilometer wedstrijd 200 keer de bocht door, om de 22 seconden dus. Vooraan gestart kan ik vast gaan oefenen. Ik heb hier anderhalf jaar niet meer gereden. Aan kop merk ik dat de wind toch redelijk tegen staat op de lange finishstrook, het enige stuk waar je snelheid kunt maken. Nadat ik ben overgenomen valt het tot halfkoers niet meer stil. Eigenlijk hetzelfde verloop als vorige week in Zundert, alleen dan zonder rode aardbeien en poedersneeuw.
Ondanks frequente aanvallen komt geen renner weg. Qua tactiek vallen in het peloton nauwelijks expres gaten om daarna te dichten. Iedereen fietst keurig achter elkaar aan zonder grote tempoverschillen. Het gaat gewoon de hele tijd hard, nivellering? Wel zo democratisch! Op acht ronden van het eind weet ik er toch tussenuit de piepen en hoor een familienaam uit de speaker schallen, waarop ik omkijk. De renner die er met mij mee vanonder gemuisd is stelt dat ik de verkeerde achter me heb?!
Na toch nog even in de aanval te zijn geweest worden we bijgehaald. Een laatste poging doe ik op drie ronden van het eind, maar met het ingaan van de slotronde kan het peloton zich wederom gaan opmaken voor een massasprint. Ook deze keer met stevige finalezwabber, waarbij renners de stoep op moeten springen. De gemiddelde snelheid over 50 kilometer bedraagt 42,0 km/u met een maximum van 61,7 km/u. De trainingsomvang is uitgekomen op 16 BEL, 3 x Simpelweg en 2 x Slingerweg.
Elk jaar organiseert Wielervereniging Breda op vier woensdagen in augustus de Zomeravondcompetitie. Om 19.30 uur wordt in een categorie gestart voor een koers van 50 kilometer, 33 ronden. Vorig jaar kon de wedstrijd van de BWF geen doorgang vinden, plensregen – te weinig starters, dus had ik nog geen kennis kunnen maken met de brandschone Bredase wielerlussen.
Het wieler- skeelercicuit van WV Breda heeft een totale lengte van 1500 meter met twee bochten en vijf U-turns en ook nog een lopende niet al te steile helling. Opstellen gebeurde op startnummer, toen had ik al onraad moeten ruiken, 38 renners aan de streep, wat wel een mooi aantal is. De drie beste uitslagen tellen mee voor een klassement met tien eindprijzen. Zelfs een speaker was aanwezig in de permanente jurywagen.
Direct na de start werd de koers op gang getrokken om niet meer stil te vallen. Omdat ik de ronde niet kende, was ik achteraan begonnen. Het nadeel van een categorie is dat er, terwijl ik de terugdraaiende bochten probeerde te ontrafelen, achterin gaten vielen. De meeste renners hadden hier vaker gefietst en vlogen als vogels door de krommingen. Voelde nu wat coureurs, die voor het eerst op Lindenholt rijden, meemaken.
Een gat, gelost, achter het voortrazende peloton aan dan maar. Samen met de WFN kampioen 40+ slaagde ik er wonderwel in weer aan te sluiten. Niet lang daarna werden de bochten mij te gortig en moest ik het peloton toch weer laten gaan. Uiteindelijk gold dit voor ruim eenderde van de starters. Wel was ik een van de weinigen die daarna weer aan wist te pikken. Goede oefening, wijze les. Hadden van mij ook zeven heuvels met een bocht mogen zijn.
Op de Ronde van de Kei in Breda organiseerde de Brabantse Wielerfederatie in 2011 haar jaarlijkse kampioenschappen. Daar behaalde ik op het 1000 meter lange, rechthoekige parcours met vier bochten en breed snel asfalt, een podiumplaats bij de Amateurs, zevende in de uitslag. In het BWF Amateur klassement stond ik in 2011 na de laatste wedstrijd wederom op de tweede trede, zo ook bij de Lindenholt competitie dit jaar in Nijmegen. Vandaag ben ik met een nieuw gemonteerde compacte stuurbocht klaar voor de Bredaase buurtexcercitie van remmen, draaien, optrekken en uitrollen. Het BWF kampioenschap 2012 zal volgende week plaats vinden op de mooie omloop in de polder bij Hoeven.
Aan de start sta ik op de eerste rij, na bij de inschrijving verwelkomd te zijn door de BFW inschrijfdames, een aantal renners en volgers. Leuk. Om de bochtenloop van mijn nieuwe stuur te testen rijd ik na het startschot als eerste weg. Oh oh…dit stuurt wel even anders. Daarnaast slaat mijn nieuw gelegde ketting over op de ’14’. Kan gebeuren maar handig is anders, deze heb ik nu net nodig en de rest niet. Tegelijkertijd raast het peloton op snelheid door de bochten. Ik besluit geen risico te nemen en een ronde over te slaan, om weer aan te pikken als het tempo wat gedaald is. Zo kan ik op een kalme manier wennen aan mijn nieuw soort stuur en weer wennen aan de rijstijl bij de BWF: hard, veilig en netjes.
Of het een expliciete conventie is weet ik niet, maar wringen is in deze pelotons uit den boze. Dit betekent dat men snellere renners voorlaat en niet inhaalt in de laatste meters voor een bocht (proppen). Zo kan iedere coureur van zijn rem afblijven en zich focussen op de bocht, waardoor de veiligheid fors toeneemt. Een regelrechte verademing. Hierdoor kon ik aanpikken en meerijden bij de eerst langskomende groep, waarvan ik dacht dat het de enige overgebleven structuur was. Later kregen we de tweede groep in zicht. Mhm, blijkaar was ik aangesloten bij de kopgroep…en dat mag niet, foei! Door de hoeveelheid wind in de finishstraat heb ik de juryaanwijzingen niet ontvangen. Of was het de hitte?
Bij het dubbelen van het peloton ontstond na aansluiting een nieuwe breuk. Deze breuk heb ik in een aantal ronden gelijmd en zo “invloed” gehad op het wedstrijdverloop, mocht er nog een originele kopgroeprenner in de groep gezeten hebben. Mijn doel was om te wennen aan mijn nieuwe stuur in bochten op hoge snelheid. Dit is in ieder geval gelukt. Een klassement heb ik al gereden op Lindenholt, dus eventuele punten die ik behaald heb, kunnen wat mij betreft uit de uitslag. Gelukkig is de BWF jury eenvoudig benaderbaar voor dit soort zaken. In ieder geval heb ik mijn excuses kunnen aanbieden voor het niet opvolgen van de aanwijzingen. Bij een ‘liberale bond’ is je eigen verantwoordelijkheid nu eenmaal groter, dan bij NOC/NSF structuren.