Tag: mill-wielrennen-noord-brabant

Wielrennen in Mill, Noord-Brabant

  • Kasteelronde van Mill

    7 mei 2017 – Mill

    Een drukbezette KNWU-koers met 77 deelnemers aan de start, dus vooral mee- en uitrijden aan de rekker. Ondanks het hoge tempo slaag ik er wel in uit te rijden in een achtervolgende groep.

    • Kasteelronde van Mill. bron: Lander Fotografie / Marc van Zuylen

    Negen Millimeters

    Terreintred

    Tektonisch wielrennen kan niet alleen in Zuid-Limburg, maar tot op zekere hoogte ook in Noord-Brabant. De Peelhorst wordt in het westen begrensd door de Centrale Slenk en in het oosten door de Venloslenk. Bij beide overgangen treedt een terreintrede in het landschap op. Evenwijdig aan de Gravebreuk is door de Maas een terrasrand van pakweg tien meter hoog uitgeschuurd in de Horst van Mill. Kwestie van een ongelijke tred.

    Opperbest

    Door dit hoogteverschil goed kort te sluiten ontstaat een kleine klimring van 1,4 kilometer, de lengte van een criteriumparcours. Als men deze ronde 53 maal aflegt in een wedstrijd van bijna 75 kilometer, wordt een hoogteverschil van 530 meter overwonnen. De gemiddelde stijging van 0,71 % komt overeen met die van een forse Niedering. In theorie is het dus opperbest mogelijk om klimcriteriums te organiseren in het Brabantse landschap.

    Hoogstraat

    De start / finish van dit terrascriterium ligt voor de Sint-Willibrordeskerk op de Burgemeester Verstraatenlaan. Na de start gaat het rechtsaf over de Kerkstraat, rechtsaf naar de Hoogstraat en rechtdoor over de Beerseweg naar beneden. In de vlakte sla je viermaal rechts af naar de Groenedijk, Looijerijweg, Brandsestraat en Pastoor Maasstraat, waar ter hoogte van de bocht naar links de onvermijdelijke opgang naar de streep aanvangt.

    • Parcours Negen Millimeters
    • Beklimming Negen Millimeters
    • Beklimming Negen Millimeters
  • Kasteelronde van Mill

    25 mei 2014 – Mill

    Prima weer in de vijfde Kasteelronde van Mill. Deze keer ook met een zogenaamde Funklasse. Een wedstrijd over 35 kilometer bedoeld voor wielrenners zonder licentie, woonachtig binnen een straal van 25 kilometer. Hier staat trainingsmaat Bram aan de startlijn. Het peloton bestaat uit bijna 60 renners, die de eerste ronden geneutraliseerd afleggen. Hierna schiet de snelheid omhoog naar soms boven de 40 km/u gemiddeld. Bram komt ertussen te rijden, maar vindt later aansluiting bij een achterop komende groep en rijdt de koers reglementair uit. Klassen zijn bij wielrennen tamelijk arbitrair, maar het onderscheid kan naar mijn mening wel degelijk gemaakt worden door de afstand. Een verdeling van 35-50-65, of 30-50-70 kilometer werkt prima. De Funklasse bestaat al langer bij het mountainbiken en is daar een groot succes.

    Na de 50 kilometer van de Sportklasse, staan om 16.00 uur 45 Amateurs klaar voor 65 kilometer koers. Omdat de meeste renners in april en mei hun piek plannen, verwacht ik een wedstrijd, die toch af en toe stilvalt. Het is al een stuk minder warm dan rond het middaguur, maar de wind staat iets tegen in de finishstraat. Een ontsnapping komt desondanks vrij snel tot stand. In het relatief kleine peloton kan ik goed volgen, ook als er af en toe een flinke snok aan gegeven wordt. Later kan ik mezelf naar voren wurmen op het smalle parcours en een kleine bijdrage leveren in de achtervolging. Op drie ronden voor het einde smelt alles weer samen. Op de bel van de laatste ronde plaats ik op enige afstand van een andere renner, een slotaanval. Met een halve ronde te gaan wordt ik bijgehaald door het peloton, maar weet toch nog als 24e te finishen.

    • Kasteelronde van Mill, bron: Voetbal-shoot
    • Kasteelronde van Mill, bron: Voetbal-shoot
    • Kasteelronde van Mill, bron: Voetbal-shoot
    • Kasteelronde van Mill, bron: Voetbal-shoot
    • Kasteelronde van Mill, bron: Voetbal-shoot
    • Kasteelronde van Mill, bron: Voetbal-shoot
  • Kasteelronde van Mill

    13 mei 2012 – Mill

    Na de regenachtige regionale trainingswedstrijden van afgelopen weken, was het sinds eind maart dat ik in Heeswijk-Dinther mijn laatste landelijke wedstrijd afwikkelde. Ook vandaag reed ik in de wielerhotspot van Oost Brabant op een smal en kort criterium parcours, 2200 meter lengte en 6 bochten. Hoewel smal en bochtrijk, was de staat van de ronde perfect, met elk mogelijk obstakel vakkundig voorzien van stevige gele stootkussens.

    Net als in Heeswijk-Dinther zou de wind een rol kunnen gaan spelen, omdat pakweg de helft van de ronde buiten de bebouwde kom loopt. Wind staat er vandaag niet en in plaats van de voorspelde 13 graden noteert mijn teller laat in de middag 20 graden. Heerlijk weer om te koersen dus. Op de online startlijst prijkten 45 renners, maar aan de start ontwaar ik er zeker 25 meer, waaronder een Duits team uit Pulheim. Opstellen in Mill gebeurt historisch verantwoord in de vorm van ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’.

    In de wedstrijdadvertentie is een wedstrijdafstand van 60 kilometer opgegeven, de speaker zegt 65, maar in mijn ogen zijn 33 ronden om kasteel Aldendriel goed voor minimaal 70 kilometer. Dat ik deze wedstrijdafstand gefietst heb, is alweer een tijdje geleden. Bij de BWF is deze dit jaar 50 kilometer en bij de Lindenholt trainingswedstrijden de eerste weken 45 en vanaf nu 55 kilometer. Direct vanaf de start ligt de snelheid hoog en de afwezigheid van wind zorgt voor veel mobiliteit in het peloton. Plaatsen die ik win, ben ik bij het uitremmen voor een bocht ook weer kwijt. Er zit een groot aantal handige vogels bij.

    Op tweederde van het peloton gestart, zit er voor mij niets anders op dan op het lange rechte stuk buiten de bebouwde kom na de enige doortrapbocht snelheid te maken. De bedoeling is om langs het peloton op te schuiven, maar omdat de snelheid hier al boven de 50 km/u ligt, zal ik minimaal 55 km/u moeten gaan. Dit lukt. Ik realiseer mij dat dit wel extra energie kost en dat ik op dat moment meer dan 1 pk trap. Als de snelheid nog hoger wordt ga ik op dit stuk af en toe bijna tegen de 60 km/u. Van de energie die daarvoor nodig is kan elke renner van het peloton een flinke spaarlamp laten branden.

    Na een kort bermuitstapje verlies ik veel gewonnen plaatsen en besluit me achteraan te posteren. Het peloton is dan al een stuk kleiner geworden waardoor het harmonica effect vermindert. Bovendien kan ik in de bochten mijn eigen lijn volgen, dit scheelt mij energie. Op driekwart van de wedstrijd  raakt een renner voor mij, in de haakse bochtencombinatie na de finish, met zijn pedaal het asfalt en schuift onderuit. Gelukkig kan ik er langs, maar moet met een tiental coureurs in mijn wiel in de achtervolging, welke ik in gang zet. Voordat ik het stokje overgeef is het gat alweer kleiner en na een tijdje kunnen een aantal renners de aansluiting weer maken bij het voortrazende peloton.

    De gevallen renner ligt nog steeds op het asfalt, waardoor de jury besluit de koers een aantal ronden te neutraliseren. Daarna volgt een herstart op de streep met nog zeven ronden te gaan. Mhm, dit gaat wringen worden in de laatste kilometers, iedereen is weer uitgerust. Het op gang komen na de herstart verloopt goed en ik neem mij voor om me niet te mengen in de strijd om de eerste twintig plekken. Alhoewel er keurig gekoerst wordt, is de laatste ronde altijd het gevaarlijkst. Na het veilig uitdraaien van de laatste bocht kan ik nog een stuk of wat renners passeren, waardoor ik als 33e van de 63 gestarte renners eindig. Gem: 43,1 km/u en max 65,5 km/u.  Niet goed, maar ook niet slecht.

    • Kasteelronde van Mill, bron: Wielerpunt
    • Kasteelronde van Mill, bron: Lucas Dekker
    • Kasteelronde van Mill, bron: Wielerpunt
    • Kasteelronde van Mill, bron: Lucas Dekker
    • Kasteelronde van Mill, bron: Wielerpunt