3 maart 2013 – Oss
Derde trainingswedstrijd van het jaar. Van de eerste zes hebben er twee doorgang kunnen vinden in verband met de schrikkelwinter. Op honderd meter hoogte liggen nog sneeuwresten en de temperatuur op de derde lentedag ligt vlak boven het vriespunt. Beneden in Oss is het met vier graden gelukkig iets aangenamer. De motregen zal na twee uur wel voor verkleuming zorgen. Ben blij dat ik niet aan de bak hoef in een klassieker, vriest zo een stuk van je oog eraf.
Tijd voor 80 kilometer koers, twee uur fietsen. Het eerste uur rijd ik achteraan het peloton. Het koersbeeld is er een van vluchtpoging en een snelle ontmanteling daarvan. Drie man rijden licht vooruit als ik mij naar voren wurm en aan kop beland. Na een snelheidsverhogende kopbeurt laat ik mij naar achteren zakken, vertrouwend dat de drie uitlopers ook deze keer bijgehaald worden. Op een of andere manier loopt het heel anders af. Het peloton breekt op voor mij onverklaarbare wijze in twee stukken.
Met de beste vijftien renners vooraan en vijftig gelosten, die hun dag niet hebben, erachter, is de koers gelopen. Allemaal in dertig seconden beslist. Ja, ik zat op het goede moment vooraan, maar ik ging vooral op het verkeerde moment naar achteren. Terecht gelost, beter opletten. Gelukkig kent het trainingsmodel van Belvedere geen straftraining. Ga mezelf na de koers wel tijdelijk op de bank zetten. De betere amateurs en sportklassers hebben snel 600 meter voorsprong. Zouden we gedubbeld gaan worden?
Hoewel de bus driemaal zo groot is als het peloton, wordt het gat nooit kleiner dan 250 meter. Vooraan rijden meer renners op kop en de renners hebben, in ieder geval vandaag, ook een hoger niveau. Op twee ronden voor het eind spring ik met twee renners mee om de troostsprint te ontwijken, maar op 300 meter voor de finish word ik gegrepen. Het had dus gekund. Afstand: 80 km (zonder bijvoeren), gemiddelde: 40,9 km/u en maximum: 55,7 km/u. Trainingsomvang 13 BEL.
Duidelijk na drie wedstrijden is dat een zelfstandige trainingsomvang van 12 BEL een minimumvoorwaarde is om af te reizen naar een koers. 18 BEL is prima en 24 BEL is veel. De doorsnee trainingstemperatuur van de laatste 2 maanden bedraagt 0,5 graad. Met voorzichtige bochten krijgen trainingen een lagere intensiteit (BELP). Ook heeft de koude een effect op de haalbare trainingsomvang. Desondanks lijkt het een praktische manier om duur- en intervaltraining te combineren. Wordt vervolgd.
17 februari 2013 – Oss
Vorige week een wintergril met ijs op het parcours op de Vorstengrafdonk. Nu niet. De thermometer geeft met drie graden op een meter hoogte hetzelfde weer als twee weken geleden tijdens de eerste en tot vandaag de enige, trainingswedtrijd. De wind is minder sterk en andersom. Mee in de finishstraat en tegen op het stuk met de chicanes, waar ik tijdens het inrijden zand zie liggen.
Ik start vooraan en spring direct mee met de eerste uitlooppoging van de dag. Enkele ronden los met vier man. Met een uur en drie kwartier in het vooruitzicht en een groot peloton, vermoed ik dat deze vroege vlucht geen stand gaat houden, maar je weet het nooit. Het kan ook een opmaat zijn voor een nieuwe. De initiator heeft er al een etappekoers in Zuid Amerika opzitten en dat is te merken. Jammer genoeg reed hij daarna lek.
De tweede keer in drie maanden tijd op mijn wedstrijdfiets blijft even wennen. Op de heenweg zag ik overal sneeuwresten, dus de grondtemperatuur is lokaal rond het vriespunt. Er wordt netjes gereden, maar ik pak de laatste positie. Na een tijdje rijd ik weer naar voren en kom na overnemen op een of andere manier tegen de wind in los van het peloton met een aantal anderen. Dit gat wordt overigens snel gedicht.
Af en toe rijdt een groepje aan de voorkant weg in achtervolging op een drietal koplopers, die al vrij snel uit het zicht bleven. In achtervolging op de achtervolgers, ontstaat tijdens het staand op de pedalen met wind mee over de finishstrook ook een gat een aantal plaatsen achter mij. Weer een korte periode los, maar het peloton lost ook dit op. Dan maar even drinken achterin, waar ik grotendeels rijd.
Op zeven ronden van het eind gaat het tempo omhoog. De sprinters worden in stelling gebracht voor plaats vier. Ik ga in ieder geval proberen vooraan te komen. Dit lukt vanaf de laatste positie, door de wind langs het peloton. Als drie renners een slotaanval plaatsen, speel ik een halve finaleronde locomotief, zodat het complete peloton aan de sprint kan beginnen, waarna ik mij laat uitzakken. Te kleine trainingsomvang (7 en 8 BEL) de afgelopen weken.
Afstand: 74 km, gemiddelde 40,4 km/u en max: 56,5 km/u. Trainingsomvang 7 BEL.
3 februari 2013 – Oss
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de winters kouder geworden en de seizoenen grilliger. Gelukkig ligt het 2400 meter lange industrieparcours van de traditionele Osse trainingsritten op een donk. Van onderlopen, zoals op het WK cyclocross in Louisville, is hier geen sprake. Dat je op een verhoging in het landschap rijdt kun je overigens goed merken aan de meestal aanwezige wind. Deze keer pal tegen op het lange stuk naar de finishlijn. De thermometer geeft slechts enkele graden boven nul aan, maar het is prachtig koersweer.
Aan de start staan 55 coureurs klaar voor de eerste trainingswedstrijd in deze regio. De lengte van de koers zal 60 kilometer bedragen, ongeveer anderhalf uur dus. Zelf ben ik erg benieuwd hoe de switch naar een andere wintertraining heeft uitgepakt. In 2010 en 2011 overwinterde ik in het zwembad. Dit jaar niet. Wat dan wel? Door later te stoppen (Nedereindseberg) en eerder te beginnen (Oss) heb ik de rustperiode verkort. In de tussentijd heb ik mijn conditie op peil gehouden met onbewezen lantaarntrainingen in de Nijmeegse heuvels.
Met een schema van idealiter 5 x 25 minuten en 5 x 50 minuten heb ik bijna een kwart jaar geen sportinspanning van anderhalf uur gedaan. Hoe erg is dit? De gedachte is om in de overgangsperiode het verlies aan explosiviteit en weerstand zoveel mogelijk te beperken, terwijl de trainingsomvang toch afneemt. Duur is waardevol, maar kostbaar. Daarnaast is het zo dat ik niet train voor klassiekers of cyclo’s, maar voor wedstrijden tot 80 kilometer. Vandaag is het tijd om te kijken of deze benadering eigenlijk wel werkt.
Starten maar, ok daar gaan we dan. Na drie maanden niet meer op mijn geklikte wedstrijdfiets te hebben gereden, lijkt het mij raadzaam achteraan te beginnen. Hier kan ik mooi de ruimte nemen in de bochten. Een vorstwissel zit in een klein hoekje. De staat van het parcours is overigens perfect. Onder mijn helm heb ik voor het eerst een wielerpetje, waarvan de klep de laagstaande zon afschermt en de koude wind van mijn voorhoofd weghoudt. De eerste ronden zijn lastig, maar dat komt door het motto: Ik rij, suikervrij.
De eerste reden is van tactische aard. Zonder bijvoeren ga je minder snel over je grenzen, je stopt vanzelf. De strategische reden is echter doorslaggevend. Ik wil weten of, en hoe de Belvedere trainingen werken, niet hoe je je prestatie kunt verhogen met de juiste flesvoeding. De focus ligt op wat je vooraf kunt doen door middel van trainingsarbeid met behulp van klimweerstand. Na twintig minuten reed ik langs het peloton naar voren om deel te nemen aan de schermutselingen. De kopgroep was eerder al vertrokken.
Het lastigste stuk bleek de laatste korte zijde van het parcours, waar de wind dwars stond. Af en toe kon een voorgaande renner daar niet mee, waardoor ik als een speer de ontstane gaten moest stoppen om niet gelost te worden. Op de rechte strook naar de finish viel het daarna veelal stil, zodat aansluiten geen probleem werd. Wel tijd om weer eens naar voren te komen. Vanuit de kop van het peloton sprong ik vrij vaak mee met uitlooppogingen tegen de wind in. De keer dat ik dit niet deed reden naast de kopgroep nog eens drie man weg.
Deel uitmaken van zo’n groepje zag ik eigenlijk niet zitten. Dat is heel wat anders dan frequent kort meespringen, of een gat dichten. Eerst maar eens een wedstrijd uitrijden. De wintervoorbereiding was immers nog onbewezen. Op enkele ronden voor het einde kon ik met een jump tegen de wind in aan te haken bij een viertal slotaanvallers. Alleen op het stuk wind mee heb ik een keer kunnen overnemen. We bleven weg, maar een eindsprint heb ik nog niet getraind, 12e plaats. Gem: 38,5 km/u, max: 53,6 km/u. Trainingsomvang: 19 BEL.









