Nedereindse Berg

2 juni 2013 – Nieuwegein

In gedachte de BWF A wedstrijd in Raamsdonksveer met arm- en beenstukken, in praktijk de zomercompetitie op de Nedereindse Berg zonder. Met zon, veel wind en een temperatuur tot twintig graden is de tweede zomerdag gelukt. Het peloton bestaat uit plusminus veertig coureurs verdeeld over de A, B en C categorie. De koers gaat direct van start met om-en-om uitvallen. Mijn elastiekje blijkt vandaag te kort om mee te zitten met een uiteindelijk ontstane kopgroep van vier. De vraag is wel of ik er aan had kunnen blijven hangen, want de twee motoren draaien in een dergelijk tempo, dat de twee andere coureurs na enige tijd weer terug komen waaien.

Met de twee koplopers constant uit zicht verloopt de jacht moeizaam en door speldenprikken dunt de achtervolgende groep uit tot acht. De laatste twintig minuten komt wel een eendrachtige samenwerking tot stand, waardoor het gat begint te krimpen. De laatste ronde ga ik rustig aan kop. Onder mijn schouder zie ik een rijtje schaduwen. Ik houd mijn oren gespitst om bij signalen van de onvermijdelijke slotaanval direct te kunnen reageren. Halverwege de helling hoor ik rechts van mij een renner aangaan en doortrekken. Hup, op het wiel en trappen. In de sprint komt met 64,7 km/u slechts een renner voorbij, waardoor ik toch nog een vierde plaats weet te bemachtigen met een gemiddelde snelheid van 40,9 km/u.

De trainingsomvang deze week bedraagt 22 BEL. Maandag heb ik de nieuwe route Hengstweg (3,66 BEL) getest als vervanger van Slingerweg. Het belangrijkste verschil tussen beide is het ontbreken van een B klim in de eerste, zodat Hengstweg ook te gebruiken is op maandag na een wedstrijd. De zwaarste BEL training Randweg is woensdag vervangen door Kopweg (6,40 BEL), met een A klim minder, maar meer C en B klimmen. De correlatie van de wekelijkse trainingsomvang in BEL-punten en wedstrijdcijfers uitgedrukt in percentielscores, is opgelopen tot 0,73. Ik heb aanwijzingen dat mijn ideale BEL-score tussen de 18 en 20 BEL ligt. Een hoger aantal BEL-punten sorteert dan geen effect, of mogelijk een licht negatief effect. Genoeg te puzzelen.

25 mei 2013 – Nieuwegein

Op de nabij De Bilt gelegen Nedereindse Berg in Nieuwegein wordt ook deze zaterdag een trainingswedstrijd verreden op het 2200 meter lange geaccidenteerde parcours. De voorspelde maximumtemperatuur van twaalf graden is niet bijzonder gul voor eind mei. Omdat de voormalige vuilstort direct grenst aan de Nedereindse Plas staat er praktisch altijd wind. Tijdens een regenbui kan de gevoelstemperatuur vandaag dus al snel onder de tien graden uitkomen, net als afgelopen dinsdag op Papendal het geval was. Met arm- en beenstukken blijft pedaleren op de veertien meter hoge Col de Hans Spekman echter een feest.

De A en B categorie vormen samen een peloton van twintig renners, maar sprinten wel apart af. Om eens te kijken hoe de wind staat probeer ik het twee ronden lang alleen. Deze keer rijden we de klim over de steile witte klinkers op het einde. Verschil maken op de helling gaat goed en ik loop 150 meter uit. Op de vlakke bovenring staat echter te veel wind om alleen weg te blijven. Ik word eenvoudig ingelopen en neem plaats halverwege het peloton om mee te kunnen glippen met andere uitvallen. Na te hebben meegedaan aan de verkeerde tussensprint, eindig ik toch als tweede bij die van de A’s.

Met een topsnelheid van 67 km/u heb ik nog voldoende vaart om de uitloper te achterhalen en trap door. Het peloton sluit de rijen. De twee sprints hebben de nodige energie gekost, zodat ik niet kan aanpikken bij een kopgroep van drie man, die snel voorsprong neemt. Slag gemist? Het lijkt er wel op. Zorgen dat de koers niet op slot gaat. Gelukkig hoef ik niet in mijn eentje te achtervolgen en kan zelfs aansluiten bij twee overstekers die het gat in een wonderbaarlijk rap tempo dicht trappen. Zo kom ik net als dinsdag op Papendal terecht in sterke en ruime kopgroep van wegrijders en overstekers.

Omdat de kopgroep deze keer enkel uit A renners bestaat heeft het afsprinten van de B’s weinig invloed op de finale. Met zijn zessen rijden we de laatste ronde in met daarbij drie man van de thuisvereniging. Een andere coureur plaatst de aanval op de laatste klim. Vlak voor de top haal ik hem in en plaats die van mij. Door de wind op de bovenring slaag ik er niet in om voldoende weg te rijden, maar niet de hele kopgroep komt terug. In de sprint kan ik nog een van de twee tegenaanvallers kloppen met een topsnelheid van 71 km/u en een gemiddelde van 42 km/u. In de korte week heb ik 16 BEL kunn