11 januari 2014 – Nieuwegein
Met voorspelde sneeuw lijkt het mij raadzaam de eerste trainingswedstrijd in Oss niet af te wachten om het seizoen 2014 op gang te schieten. Het is de afgelopen jaren vaker voorgekomen dat juist rond dit moment de winter statuur krijgt, waardoor een reeks van koersen niet door kan gaan. Twaalf weken geleden reed ik op de Nedereindse Berg mijn laatste wedstrijd en dan is het altijd maar de vraag of de korte avondtrainingen in de heuvels tussen Nijmegen en Groesbeek voldoende zijn geweest om het niveau enigszins te handhaven.
Aangekomen in Nieuwegein blijkt het te miezeren, daar is niets aan veranderd in de tussentijd. De wind staat hard tegen op de derde parcourszijde. In de A en B categorie gaan ongeveer vijfentwintig renners van start voor een koers van een uur en we ‘blijven beneden’. De beslissende tempoversnelling vindt al in de tweede ronde plaats. Gelukkig kan ik aanhaken, waardoor ik met vijf anderen vooruit kom te rijden. Dit is maar goed ook, want alleen oversteken is door de harde wind geen optie en achtervolgen kost even veel moeite.
Nog niet geheel in conditie beperk ik mij tot volgen en af een toe een kopbeurt, opdat ik niet gelijk in de eerste koersminuten van 2014 zwaar ‘in het rood’ kom te rijden. Twee andere renners, die wel hun gelijke aandeel leveren in de ontsnapping, moeten de rol lossen als na een door mij aangevraagde tempopauze, de snelheid weer opgevoerd wordt. Met vier man verder dan maar en vaker op kop. De wind is intussen gedraaid en staat nu hard tegen op de bochtige tweede parcourszijde. Na drie kwartier dubbelen we gevieren het peloton.
Vanaf de kop van het peloton plaatst de latere winnaar in het zadel een versnelling die ik alleen staand op de pedalen op 55×11 kan pareren. De latere nummer twee kan ook aanhaken. Omdat we los zijn besluit ik, de latere nummer drie, weer mee te draaien, want sprinten na twaalf weken trainen met een gemiddelde van twintig kilometer per uur zal nog wel niet zo rap gaan. In de laatste ronde neem ik de tegenwind voor mijn rekening, waarna de sprint vroeg wordt aangegaan. Bij de laatste bocht kom ik nog tot aan het wiel, maar dat is dan ook direct mijn hele sprint. Wel derde.
20 oktober 2013 – Nieuwegein
Maandag en dinsdag betekenen kou, regen, bladeren en wind. Toch benut ik beide dagen met op maandag een Kommendaal training, terwijl dinsdag de eerste vier hellingen door de binnenstad als circuit dienen. Vanaf woensdag is het weerbeeld sterk verbeterd, zodat ik Tramweg zowaar droog kan afleggen. Donderdag doe ik nogmaals Kommendaal en vrijdag de kortere route Terugweg. Deze vijf trainingen zijn goed voor 18 BEL, het weektotaal waarvan ik steeds meer aanwijzingen krijg dat het zorgt voor de relatief grootste toename van wedstrijdresultaat, een optimum? Het verklaart in ieder geval meer dan dertig procent van de variantie.
Aan de voet van de Nedereindse Berg in Nieuwegein staat een winterpeloton van pakweg twintig coureurs bij het paviljoen opgesteld voor een koers van zeventig minuten, welke rustig aanvangt. Op het rechte stuk naar de finish staat de wind stiekem stevig tegen, merk ik als ik alleen op pad ga. Een latere uitloop krijgt twee aansluiters en groeit aan tot negen renners. Na veel hollen en stilstaan en met zijn achten tweemaal rondenlang achter een enkele renner aan te razen, vangen we met vier man de laatste ronde aan. Vanuit derde positie verras ik mijn kopgroepgenoten door al voor de bocht wijd buitenom aan te gaan op 55×11. Voor de tweede maal eerste dit jaar. Pedaleren is een feest en als je niet participeert, kun je
6 oktober 2013 – Nieuwegein
Oppermist in de ochtend, maar goede vooruitzichten en windstil. Mijn keuze voor een ondershirt met lange mouwen en beenstukken blijkt achteraf prematuur. Twintig man A, B en C staan klaar voor de tweede wedstrijd van de doorlopende wintercompetitie over de Nedereindse Berg, op zaterdag georganiseerd door WV Het Stadion, terwijl UW&TC Volharding de zondag voor haar rekening neemt. In verband met het aanstaande cyclocrossen (kun je daar dus ook nog wekelijks doen), rijden we de nog een keer ‘bovenlangs’. Geen Nederlands kampioen bij de Masters, wel twee leden van de juniorenploeg in onlangs vergaard rood-wit-blauw op de ploegentijdrit. Geen wonder dat ik bij een alleenstaande demarrage al na een ronde op de hielen gezeten word. Bij een tweede uitlooppoging bergop zelfs nog sneller. Een peloton op slot en ik heb in ieder geval niet de sleutel.
De afgelopen week heb ik met drie keer ‘BEL-T Kommendaal’, twee keer ‘BEL-T Terugweg’ en eenmaal ‘BEL-T Tramweg’ in totaal 18 BEL aan trainingsbelasting verzameld. Als de sleutelbewaarders na de finishstraat hard doortrekken blijkt dit voldoende om het ontstane gat op hangen (55×11) en wurgen binnen de kilometer te slechten. Zo kom ik met vijf renners van de thuisclub in een soort ploegentijdrit terecht, waarin ik na verloop van tijd enkel nog kort kan overnemen en een keer zelfs in tweede positie uit het wiel gereden word. Verschil moet er wezen. We lopen snel uit op het peloton. Een van de sterkste renners moet door een ongelukkige schuiver helaas de wedstrijd voortijdig staken en een ander wacht. Uiteindelijk rijden we met drie renners de laatste ronde in, waarin de winnaar bergop zijn aanval plaatst. Het sprintduel om de tweede plek, dat ik van kop af aanga, weet ik nipt in mijn voordeel te beslissen.
29 september 2013 – Nieuwegein
Na het afbreken van mijn bidonhouder in de Ronde van Heusdenhout, heb ik mij toch eens afgevraagd of die apparaten wel opleveren wat ze kosten. Twee lichtgewicht stuks plus vier bidons zijn in twee jaar goed voor vijftig euro. Je gaat er echter geen millimeter harder van, dus ze horen wat mij betreft helemaal niet thuis op een wedstrijdfiets. Weg met die rijdende minibar. Scheelt gewicht en luchtweerstand. Eten en drinken tijdens het sporten vind ik sowieso een bijzondere combinatie. Wegspoelen van taurinerepen is bij mij niet aan de orde. Hoe zit het eigenlijk met computeren vanachter het stuur? Voer voor de schroevendraaier. Als je tijd hebt om erop te kijken ga je niet hard genoeg. Jammer voor de accessoiremarge. Downshift.
De trainingsbelasting deze week bedraagt 21 BEL, bestaande uit viermaal Kommendaal en eenmaal Tramweg. De samenhang met wedstrijdresultaten is overigens nog tamelijk duister, maar feit is dat ik met tien procent minder trainingstijd vijftien procent hogere wedstrijdcijfers genereer. Tijd om op zoek te gaan naar de tussenliggende variabele. Een andere mogelijkheid is te kijken naar een betere operationalisering. Mag de sponsor lekker zelf uitzoeken. Met een oostenwind onderlangs staan twintig renners aan de start op het parcours van de Nedereindse Berg. We blijven beneden vandaag, dus geen beklimmingen van de Col du Hans Spekman in het verschiet, over nivelleren gesproken.
Met een iets naar beneden gekantelde stuurbocht en nieuwe polyamide / latex ‘dual compound’ handschoenen voor het hanteren van steigerpijpen ga ik al vroeg aan de haal. Omdat het vrij lang duurt voordat een renner oversteekt, rijd ik rondenlang alleen in de aanval. Later komt nog een derde man aansluiten. Van het sterkste blok is er echter geen present, dus de kans dat we definitief wegkomen blijft klein. Op het rechte stuk langs de Nedereindse Plas staat de wind fors tegen. Toch duurt het relatief lang voor we zijn achterhaald, waarna het stilvalt en ik wederom alleen ontsnap. Slim is anders, want later bij de beslissende uitval mis ik de complete boot en zijn vijf man op pad.
Ik besluit druk te houden op de koplopers, wetende dat de Nederlands kampioen bij de Masters de gewoonte heeft niet alleen het peloton, maar ook zijn eigen kopgroep aan barrels te rijden. Op driekwart van de koers zijn er reeds twee afgevlogen. Rijden voor de vierde plaats dus in plaats van de zesde. Ook in de achtervolging ga ik alleen op pad. Mijn sprintgeschiedenis dit jaar is niet om naar huis te schrijven en ik moet wat. Als ik wederom gegrepen ben, komt het toch op een spurt aan, tegen de wind in nog wel, waarin ik mijn achtervolgers van mij af weet te houden. Dat
