Gelderlent, middeleeuwse munten Nijmegen

Numismagus: citizen-science

De in de nazomer van 2025 gepresenteerde muntvondsten uit het Merovingische grafveld bij de Dukenburgsebrug in Nijmegen zijn bijzonder, en niet alleen omdat ze het aantal in de gemeente gevonden vroeg- en vol-middeleeuwse munten hiermee minimaal verhogen van 90 naar 96, maar vooral door de verdubbeling in het aantal gouden munten, dit gaat van 3 naar 6. Daarnaast zal het aantal vroeg-middeleeuwse munten worden uitgebreid van 21 naar 27 exemplaren. Deze vondst onder de oude voetbalvelden van SV Hatert vormt de aftrap om een muntbeeld van Nijmegen (450-1200) te schetsen via de opgestelde database.

Lees verder (1)

Merovingisch grafveldgoud

De centrale zilveren munt op de persfoto vertoont kenmerken van een Merovingische denier, wat het Frankische element in de Nijmeegse vondsten versterkt, naast de recente Karolingische schatvondst bij De Oversteek. De twee andere zilveren munten laten zich interpreteren als deniers dan wel Anglofriese sceatta’s, consistent met vondsten uit de historische ‘muntheuvels’ in het stadscentrum. Hoewel de drie (en recent een vierde) gouden munten visueel het meest opvallen, levert Nijmegen-Noord kwantitatief de grootste bijdrage aan het overzicht van vroeg- en vol-middeleeuwse munten binnen de gemeente.

Dukatenbruggen

  • Oversteek - 1 Nijmegen-Noord
  • Snelbinder - 1 Nijmegen-Noord
  • Waalbrug - 1 Nijmegen-Noord
  • Lentloper - 1 Nijmegen-Noord
  • Oversteek - 2 Nijmegen-West
  • Dukenburgsebrug - 5 Nijmegen-Zuid

Vondstpatronen per riviergebied

Wanneer losse muntvondsten uit NUMIS voor de gemeenten Nijmegen-Maastricht, Bunnik-Alphen en Tiel-Rotterdam per tijdvak worden vergeleken, dan blijken deze significant anders verdeeld per riviergebied (χ²(8, N = 251) = 35.16, p < .001, V = 0.26). Uit aangepaste gestandaardiseerde residuen blijkt dat tijdvak 450-600 significant meer voorkomt in Nijmegen-Maastricht (+3.04), tijdvak 600-750 meer in Bunnik-Alphen (+4.12) en minder in Tiel-Rotterdam (-3.53), maar voor tijdvak 900-1050 is dit omgedraaid, met voor Bunnik-Alphen (-2.64) en Tiel-Rotterdam (+3.40). De verschillen per riviergebied voor tijdvakken 450-600 (p = .0357), 600-750 (p = .0001) en 900-1050 (p = .0061) blijven ook na post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie significant. De andere tijdvakken wijken niet af.

Lees verder (1)

Vondstpatronen per deltagebied

Een generieke beperking betreft de keuze van gebiedseenheden, maar wanneer losse muntvondsten uit NUMIS voor de gemeenten Nijmegen-Land v Cuijk-Tiel, Bunnik-Buren-Alphen en West Betuwe-Zaltbommel-Rotterdam worden vergeleken per tijdvak, dan blijken deze ook per deltagebied significant anders verdeeld (χ²(8, N = 588) = 119.16, p < .001, V = 0.32). Uit aangepaste gestandaardiseerde residuen blijkt dat het ‘Anglofriese’ tijdvak 600-750 significant meer voorkomt in Bunnik-Buren-Alphen (+9.06) en minder in West Betuwe, Zaltbommel-Rotterdam (-8.11), maar voor de ‘Rooms-Duitse’ tijdvakken 900-1050 en 1050-1200 is dit met (-5.75 en -4.36) en (+5.22 en +4.81) andersom. Ook komt het ‘Byzantijnse’ tijdvak 450-600 significant meer naar voren in Nijmegen-Land v Cuijk-Tiel (+2.42).

Muntheuvels

  • Jansberg - Sceatta (600-750)
  • Klokkenberg - Sceatta (600-750)
  • Gruitberg - Sceatta 2x (600-750)
  • Hofberg - Denarius 3x (750-900)
  • Grote Kop - Denarius 2x (750-900)
  • Hoedberg - Penning (900-1050)
  • Hundisberg - Penning (1050-1200)

Het dominante handelscentrum

Tiel en Nijmegen worden historisch gezien vaak in een opvolgende lijn geplaatst, vooral in de de vroege en volle middeleeuwen. Ze vertegenwoordigen een verschuiving in economische en bestuurlijke centra in het Midden-Nederlandse rivierengebied. Het vermeende Dorestad vormde het dominante handelscentrum van ± 700-900, Tiel nam die rol grotendeels over van ± 900-1100, terwijl de stad Nijmegen een constantere, meer bestuurlijke rol zou hebben die deels overlapte. Dit zou redelijkerwijs tot uiting moeten komen in het muntbeeld, in de vorm van een andere frequentieverdeling van muntvondsten over de tijdvakken.

Lees verder (1)

Het verschil dat verdwijnt

Ook na toevoeging van de Lentse data aan Numismagus voor Nijmegen blijft het muntbeeld van de gemeenten Nijmegen en Tiel significant anders (χ²(4, N = 186) = 11.48, p = .022, V = 0.25). Blijkens de aangepaste gestandaardiseerde residuen en post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie wijkt echter alleen het tijdvak 450-600 (+/-2.71) hier significant af (p = .0397). De minimaal zeven gevonden munten nabij de Dukenburgsebrug kantelen dit beeld voor nu (χ²(4, N = 193) = 8.58, p = .072, V = 0.21), waardoor de muntvondsten (450-1200) in de gemeenten Nijmegen en Tiel geen andere verdeling over de tijdvakken meer lijken te hebben, want ook tijdvak 450-600 (+/-2.58) wijkt niet meer significant af (p = .0920).

Kaart klimunits

  • Kaart klimunits


Byzantijns of Rooms-Duits?

Wanneer muntvondsten in de gemeenten Nijmegen en Tiel echter worden vergeleken per uitgever in plaats van per tijdvak, dan blijkt uit de aangepaste gestandaardiseerde residuen dat de Byzantijnse uitgevers significant meer voorkomen in Nijmegen (+2.61) en de Rooms-Duitse uitgevers significant meer in Tiel (+3.00), terwijl de verdeling van de Monetarische, Karolingische en Stichtelijke uitgevers niet significant afwijkt (χ²(4, N = 172) = 18.12, p = .001, V = 0.32). Hierin zijn de zeven nieuwe munten van Nijmegen verwerkt. De gevonden verschillen in de verdeling van de Byzantijnse (p = .0108) en de Rooms-Duitse (p = .0045) uitgevers blijven ook na post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie significant.

Lees verder (1)

Continuïteit Nijmeegse munten

Deze bevindingen stemmen goed overeen met de gangbare hypothesen voor post-Romeins Nijmegen en Ottoons Tiel. Voor de vermeende glansrol van Karolingisch, Ottoons en Salisch Nijmegen bieden ze echter geen aanwijzing. Wat bij Nijmegen wél opvalt, is de consistentie over de uitgevers, hetgeen de langdurige betekenis van de plaats onderstreept. De opzet van een gevalideerde muntencatalogus voor Nijmegen is aan te bevelen, evenals een visie op de functie en rol van Lent in de stadsontwikkeling van (wellicht wandelend) Nijmegen op basis van de data van Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit gemeente Nijmegen.

Methode onderzoek (4)

Selectie en samenstelling van de dataset

Dit onderzoek is gebaseerd op een vergelijkende analyse van losse muntvondsten, zowel ‘excavation coins’ als ‘stray finds’, uit de vroege en volle middeleeuwen, de periode van 450 tot 1200 n. Chr., in de gemeente Nijmegen en andere riviergemeenten. De primaire dataset bestaat uit een speciaal voor dit onderzoek opgestelde Numismagus-database, een citizen-science-overzicht van vroeg- en vol-middeleeuwse munten gevonden in de gemeente Nijmegen. Deze database bevat 90 geregistreerde vondsten, aangevuld met zeven munten uit de opgraving van een Merovingisch grafveld nabij de Winkelsteeg in 2025.

Herkomst en selectiecriteria van de munten

De Numismagus-database bevat munten met betrouwbare vindplaats binnen de huidige gemeentegrenzen van Nijmegen, afkomstig uit archeologische rapporten, vondstmeldingen en NUMIS. Alleen munten met datering tussen 450-1200 zijn opgenomen en vondsten zonder duidelijke datering of buiten dit bereik zijn uitgesloten. Voor de vergelijking tussen de drie riviergebieden Nijmegen-Maastricht, Bunnik-Alphen en Tiel-Rotterdam zijn losse muntvondsten uit NUMIS gebruikt. Bij de vergelijking Nijmegen-Tiel zijn voor Nijmegen losse vondsten uit Numismagus gebruikt en voor Tiel losse vondsten uit NUMIS.

Chronologische en typologische classificatie

De munten zijn ingedeeld in vijf opeenvolgende tijdvakken van 150 jaar: 450-600, 600-750, 750-900, 900-1050 en 1050-1200. Daarnaast zijn de munten ingedeeld naar uitgever: Byzantijns, Merovingisch, Anglofries (Angelsaksisch en Fries), Karolingisch, Rooms-Duits (Ottoons en Heilig Rooms) en overig. Bij de vergelijking tussen Nijmegen en Tiel zijn de -imitaties van- bij de uitgever Byzantijns gevoegd, de uitgevers Merovingisch en Anglofries samengevoegd tot Monetarisch en is Stichtelijk afgesplitst van Rooms-Duits. Determinaties zijn gebaseerd op standaardwerken, aangevuld met recente archeologische publicaties.

Analyse van temporele en ruimtelijke patronen

Om tijds- en ruimtegebonden patronen te analyseren, zijn chi-kwadraattoetsen (α = 0,05) uitgevoerd op kruistabellen per tijdvak en/of uitgever. Significante resultaten zijn gevolgd door post-hoc Fisher’s-exact-tests met Holm-correctie en inspectie van gestandaardiseerde residuen, effectgroottes via Cramér’s V. Met NUMIS-data is de temporele spreiding van losse vondsten vergeleken tussen drie riviergebieden. Parallel is met Numismagus-data een vergelijkende analyse gedaan naar temporele en uitgeverspatronen in losse muntvondsten uit Nijmegen en Tiel, waarbij is getoetst of de aanvullende vondsten uit Nijmegen en Lent het bestaande beeld bevestigen, nuanceren of significant wijzigen.

Vondstpatronen per riviergebied

Wanneer losse muntvondsten uit NUMIS voor de gemeenten Nijmegen-Maastricht, Bunnik-Alphen en Tiel-Rotterdam per tijdvak worden vergeleken, dan blijken deze significant anders verdeeld per riviergebied (χ²(8, N = 251) = 35.16, p < .001, V = 0.26). Uit aangepaste gestandaardiseerde residuen blijkt dat tijdvak 450-600 significant meer voorkomt in Nijmegen-Maastricht (+3.04), tijdvak 600-750 meer in Bunnik-Alphen (+4.12) en minder in Tiel-Rotterdam (-3.53), maar voor tijdvak 900-1050 is dit omgedraaid, met voor Bunnik-Alphen (-2.64) en Tiel-Rotterdam (+3.40). De verschillen per riviergebied voor tijdvakken 450-600 (p = .0357), 600-750 (p = .0001) en 900-1050 (p = .0061) blijven ook na post-hoc Fisher’s exact tests met Holm-correctie significant. De andere tijdvakken wijken niet af.

Beperkingen onderzoek (4)

Beperkingen in steekproefselectie

Het streven om op basis van losse muntvondsten bij te dragen aan de reconstructie van de urbanisatieprocessen van de plaats Nijmegen is inherent riskant, gezien de fundamenteel fragmentarische en opportunistische aard van het bronnenmateriaal. De collectie van 97 munten met een redelijk betrouwbare herkomst vormt uiteindelijk slechts een gereduceerde steekproef uit een in hoge mate ontoegankelijk archeologisch archief. Methodologische keuzes betreffende het ontwerp van de samplematrix, de selectiecriteria en de categorisatie introduceren bijgevolg vertekeningen die de interpretatie significant beïnvloeden.

Beperkingen in statistische power

Een a priori poweranalyse met G*Power 3.1 toont dat voor chi-kwadraattoetsen op 2×5-tabellen (df = 4), α = 0.05 en power = 0.80 circa 150-160 munten nodig zijn om medium effecten (w = 0.30) te detecteren, en 180-220 munten voor medium-kleine effecten (w = 0.21-0.25, passend bij de waargenomen Cramér’s V van 0.21-0.32). De huidige dataset (N = 172-251) detecteert medium tot grote patronen robuust (post-hoc power vaak > 0.8-0.95), maar subtiele verschillen blijven kwetsbaar. Verdere uitbreiding naar N > 250-300 en met een gevalideerde muntencatalogus is essentieel voor betrouwbaardere conclusies.1

Beperkingen in geografische spreiding

Een andere belangrijke beperking van het onderzoek betreft de geografische vertekening in de dataset. Ongeveer 80 % van de munten met een gedocumenteerde vindplaats is afkomstig uit Nijmegen-Noord, een patroon dat vooral het gevolg is van de intensieve archeologische onderzoeken in recente jaren aan de noordoever van de Waal. Het historische stadscentrum en andere gebieden blijven daardoor relatief onderbelicht, met als consequentie dat het waargenomen muntpatroon primair de intensiteit van archeologisch onderzoek toont en niet noodzakelijkerwijs de feitelijk historische monetaire circulatie.

Beperkingen in robuuste interpretatie

Een vierde beperking ligt in de kwetsbaarheid van de statistische conclusies, ontbrekende robuustheid, voor de toevoeging van nieuwe data. De zeven nieuwe munten uit de Winkelsteeg van 2025 verminderen bijvoorbeeld de statistische significantie van het waargenomen temporele verschil met Tiel aanzienlijk. Dit onderstreept de noodzaak van een voorzichtige en conservatieve interpretatie van de huidige bevindingen. Tegelijkertijd roept dit de wellicht ethische vraag op wanneer het moment rijp is om over te gaan tot een meer synthetiserende en wederkerige duiding van het wél beschikbare materiaal.

Tabellen Numismagus (3)

Numismagus: Lent en Nijmegen

TijdvakLentNijmegen
450-9001711
900-1200414
Totaal5815

Numismagus: Muntsoort

AantalMuntsoortUitgever
43Penning (Z)Rooms-Duits
20Denarius / ½ (Z)Karolingisch
11Sceatta (Z/K)Anglofries
1Denarius (Z)Anglofries
4Follis / ½ (K/B)Byzantijns
3Onbekend (K/B)Byzantijns
2Solidus (G)Byzantijns
2Dirham (Z)Arabisch
2Denier (Z)Frans
1Tremissis (G)Merovingisch
1Siliqua ¼ (Z)Gotisch

Numismagus: Muntheuvels

UitgeverAantalTijdvak
Anglofries4600-750
Karolingisch5750-900
Rooms-Duits5900-1200
Onbekend2750-1200
Tabellen NUMIS (3)

NUMIS: Nijmegen en Maastricht

TijdvakNijmegenMaastricht
450-6003 (BZ)2 (BZ)
600-7507 (AF)11 (AF)
750-9007 (KR)8 (KR)
900-10503 (RD)4 (RD)
1050-12006 (RD)8 (RD)

NUMIS: Bunnik en Alphen

TijdvakBunnikAlphen
450-6001 (BZ)0
600-75028 (AF)4 (MR)
750-9003 (KR)7 (KR)
900-10501 (RD)3 (RD)
1050-12004 (RD)11 (RD)

NUMIS: Tiel en Rotterdam

TijdvakTielRotterdam
450-6001 (BZ)0
600-75023 (AF)4 (AF)
750-90016 (KR)10 (KR)
900-105020 (RD)13 (RD)
1050-120036 (RD)7 (RD)

Database

PDF-versies