Goed op de hoogte
Fitness-tracker
Dankzij gedeelde tijden op gemarkeerde stukken weg (segmenten) in fitness-tracker Strava kan de zwaarte van beklimmingen en klimroutes in de praktijk worden getoetst. De vraag hierbij is in hoeverre verschillen in gemiddelde snelheid (km/u) per segment verklaard kunnen worden door de klimlading Zwitsalp (ZWI) en de klimarbeid Stravolta (STR).
Lees verder (3)
Klimlading
Het verschil tussen mens en machine is dat de eerste de trucendoos reeds open trekt voordat de natuurkundig voorspelde effecten als zodanig meetbaar zijn en voor achteraf is er de smoezentrommel. Op een tekentafel kun je niet fietsen en vice versa, maar toch zal als eerste de gemeten klimlading (ZWI) onder de loep worden genomen bij afwijkingen.
Klimarbeid
Wanneer snelheid omgerekend wordt naar klimarbeid (STR) volgen de beste prestaties per segment de normaalverdeling. Dit is in lijn met eerder onderzoek waarbij klimarbeid (VAM) werd toegepast als indicator voor prestatie. Gewonnen hoogteverschil geeft de arbeid keurig weer, maar niet de daarin gestoken energie en daar draait het om
Klimformules
★ ZWI = 220 * H² / L en 380 * H² / L
★ UFL = √ (25 * H² / L) – 1
★ STR = 1,11 * km/u + 0,0045 * (km/u)³ + 7,25 * km/u * H² / L
★ KLF = (0,33 * km/u * ZWI / STR)²
★ ALP = 1000 * ZWI / L
Hollewegen
Mooi Nederland
In de aanloop naar de start van de Giro d’Italia in Gelderland wordt logischerwijs gepleit om de Hanenberg via de Oude Holleweg op te nemen in het parcours. De vraag is of de Hanenberg door de grote klimlading automatisch selectiever is dan de Kleine Kop over de Ubbergse Holleweg, de Grote Kop over de Beekmansdalseweg, of de Sterrenberg over de van Randwijckweg. Als maat voor selectiviteit is gekozen voor klipfactor, notatie KLF.
Lees verder (3)
Beklimmingen
| Naam | UFL | km/u | STR | KLF |
|---|---|---|---|---|
| Hanenberg | 11 | 10,7 | 491 | 93 |
| Sterrenberg | 10 | 12,9 | 478 | 90 |
| Grote Kop | 9 | 15,6 | 489 | 86 |
| Kleine Kop | 9 | 16,1 | 467 | 85 |
Straatresultaten
De 184 rensters die in 2016 van januari tot en met april de Hanenberg hebben gereden, behaalden een gemiddelde snelheid van 10,7 km/u, de 242 rensters op de Sterrenberg 12,9 km/u. In 2013 reden 82 renners en rensters tegen de Grote Kop en Kleine Kop met gemiddelde snelheden van 15,6 en 16,1 km/u. De gemiddelde klimarbeid blijkt normaal verdeeld, halverwege de schaal, dus rondom de 500 STR (≈ 600 VAM) te liggen.
Cliffhanger
Een klipfactor van ±85 % op de Grote en Kleine Kop bij recreatieve wielrenners, leidt niet tot een zeer hoge selectiviteit bij profs. Uitgaande van 1000 STR gelden de Sterrenberg en de Hanenberg zeker als zeer hoog selectieve beklimmingen. Als aankomstklim ligt het verhaal anders, maar de 10 UFL Cauberg (62 hm – 800 m) had in 2014, zelfs met Philippe Gilbert à 35 km/u (1450 STR ≈ 1740 VAM), nog een sterke klipfactor van 71 %.
Giro Berg en Dal
Oneven heuvels
Meermaals poogt Nijmegen zich te profileren als een tweede Zuid-Limburg, maar de wielerkoersen eindigen in een massasprint. Wat kan er beter? Een storende factor lijkt de beroemde Zevenheuvelenweg, die bij elke wedstrijd van stal wordt gehaald, maar het beoogde rendement blijft uit. Na de passage van Berg en Dal in de tweede etappe van de Giro d’Italia 2016 komen er betrouwbare vermogensmetingen beschikbaar.
Lees verder (2)
Beklimmingen
| Naam | UFL | km/u | STR | KLF | W |
|---|---|---|---|---|---|
| Sterrenberg* | 10 | 25,2 | 986 | 85 | 423 |
| Hogeklef* | 6 | 30,9 | 656 | 55 | 422 |
| Vlierenberg | 4 | 37,0 | 563 | 27 | 234 |
| Engelenberg* | 4 | 36,4 | 519 | 25 | 338 |
| Molenberg* | 4 | 34,4 | 425 | 22 | 289 |
| Boksheuvel | 3 | 40,4 | 529 | 10 | 211 |
| Mulderskop* | 3 | 29,1 | 251 | 19 | 237 |
| Hoenderberg (Lg)* | 3 | 34,8 | 355 | 13 | 212 |
| Oversteek | 2 | 42,1 | 514 | 6 | 427 |
| Duivelsberg | 2 | 43,0 | 534 | 6 | 268 |
| Waalbrug | 2 | 50,4 | 742 | 2 | 382 |
Bekermuur
De enige selectieve beklimming van de dag is zoals verwacht de Sterrenberg (10 UFL) met een klipfactor van 85 %. Een aankomst daar krijg je niet voor een paar euro, dus het blijft bij een doorkomst. De Hogeklef (6 UFL) is met een klipfactor van 55 % matig selectief en verder hebben alleen de Vlierenberg, Engelenberg en Molenberg (4 UFL) met klipfactoren van 27, 25 en 22 % zwakke invloed in een peloton. Op beklimmingen zonder aanloop (*) hangen klimarbeid (STR) en gemiddeld vermogen (W) samen (rs (159)=.8129, p=.0000).
Zeven heuvelen
Profvermogen
Tijdens de Giro d’Italia 2016 in Gelderland zijn er (berg)puntensprints op de Posbank bij Arnhem en de Hogeklef (a) bij Nijmegen. De verwachting is dat de gemiddelde snelheid te voorspellen is uit de klimlading en het gemiddelde vermogen per profrenner. Bij het NSK 2016 wordt de Duivelsberg over de Oude Kleefsebaan beklommen en in 2017 de vergelijkbare Hogeklef (b) over de Derdebaan, bij de Omloop der Zevenheuvelen.
Lees verder (3)
Beklimmingen
| Naam | UFL | km/u | STR | KLF | W |
|---|---|---|---|---|---|
| Posbank | 6 | 30,8 | 653 | 56 | 419 |
| Hogeklef (a) | 6 | 30,6 | 670 | 57 | 408 |
| Duivelsberg | 6 | 35,5 | 763 | 47 | – |
| Hogeklef (b) | 6 | 33,8 | 706 | 49 | – |
Heuvelpariteit
De Strava-data van 21 profrenners meten gemiddeld 30,6 km/u op de Posbank en 30,8 km/u op de Hogeklef (a). Het gemiddeld gegenereerde vermogen op de Posbank (419 W) verschilt niet significant van de Hogeklef (a) (408 W). Ook zonder hun voorzettafels zijn de beklimmingen even zwaar. De gemiddelde snelheid van 19 amateurs ligt aanmerkelijk hoger met 35,5 km/u op de Duivelsberg en 33,8 km/u op de Hogeklef (b).
Door de bocht
Ook bij de amateurs zijn Gelderse beklimmingen als de Posbank, met klipfactor 47 tot 57 KLF, matig selectief. De grotere klimarbeid op de Duivelsberg komt wellicht door de eindsprint. Een andere mogelijkheid is dat de Duivelsberg begint na een korte afdaling van de Beerheuvel en de Hogeklef (b) na de Vosheuvel en een haakse bocht. Dit effect op de klimlading is mogelijk sterker bij korte dan bij lange beklimmingen.
Ladies Tour
Opvoertoer
In de tweede etappe van de Ladies Tour 2018 wordt in Berg en Dal zevenmaal een omloop gereden met een start (Grote Markt) en aankomst (Voerweg) in Nijmegen. De Zevenheuvelenweg is wel opgenomen in het parcours, maar niet als scherprechter. Die functie is toebedeeld aan een combinatie van de Sterrenberg (van Randwijckweg) en Hanenberg (Oude Holleweg), bijgestaan door de Liesenberg (Vogelsang).
Lees verder (3)
Beklimmingen
| Naam | UFL | km/u | STR | KLF |
|---|---|---|---|---|
| Hanenberg | 11 | 17,8 | 800 | 89 |
| Sterrenberg | 8 | 26,2 | 671 | 78 |
| Liesenberg | 5 | 26,0 | 413 | 55 |
Fullclip
De 29 rensters die hun data op Strava hebben gedeeld, reden gemiddeld 17,8 km/u op de Hanenberg, 26,2 km/u op de Sterrenberg en 26,0 km/u op de Liesenberg. Uit de detaildata blijkt waarom Annemiek van Vleuten met 1000 STR aanvalt op de eerste. De klipfactor blijft 86 %. Als ze die inspanning op de Sterrenberg zou doen, zou ze 35,8 km/u rijden en de klipfactor dalen naar 64 %, waardoor anderen profiteren in het wiel.
Goede afslag
Door een zwaar parcours daalt de snelheid en stijgt de klipfactor van de beklimmingen. Het gevolg is dat ook de selectiviteit van de lichtere (Liesenberg) toeneemt. Het restant van de 220 hoogtemeters zorgt als een grimmig groubaix voor continue slijtage, waardoor het peloton fors verbrokkeld aan de finish op de Voerweg in Nijmegen verschijnt. Ook buiten Zuid-Limburg kent Nederland selectieve hellingen, bij Nijmegen.
Wielderse bergen
Tegenstelling
Wat gebeurt er met de klimlading als je meerdere beklimmingen aan elkaar schakelt? Om dit te onderzoeken zijn twee tegengestelde zeer korte klimroutes, Vogelsang en Zangvogel, gekozen, die bestaan uit meerdere beklimmingen. Aangezien de klimlading van beide klimroutes gelijk is, zou de gemiddelde snelheid dat ook moeten zijn. Als de snelheden afwijken voorspellen de losse beklimmingen wellicht toch beter.
Lees verder (3)
Beklimmingen
| Naam | ZWI | km/u | STR | KLF |
|---|---|---|---|---|
| Vogelsang | 570 | 20,3 | 480 | 63 |
| Zangvogel | 570 | 20,4 | 484 | 63 |
| Bergendalseweg | 380 | 25,5 | 452 | 49 |
| Nijmeegsebaan | 380 | 25,4 | 456 | 50 |
Hetzelfde liedje
Een steekproef van 61 rensters die beide routes hebben gereden, komt gemiddeld uit op 20,3 km/u voor de Vogelsang en op 20,4 km/u voor de Zangvogel. Deze snelheid is gelijk. Met het optellen van de aparte klimladingen, Vogelsang (670 ZWI) en Zangvogel (840 ZWI), kan de gelijke gemiddelde snelheid niet worden verklaard. Dit kan wel bij de golvend oplopende Bergendalseweg (360 ZWI) en Nijmeegsebaan (350 ZWI).
Halfgeleider
De waarde voor klimlading en de afgeleide klimarbeid en klipfactor is berekend met de ZWI-formule (380) die geldt voor klimroutes. Een klimroute kan worden benaderd als een lange beklimming met zo weinig mogelijk, maar onvermijdelijke onderbrekingen. Dit is essentieel, omdat losse beklimmingen hier te kort zijn om alleen als serieuze hindernis te fungeren, echter zelfs hooggebergte kan de ‘klimstroom per uur’ hinderen.
Wielerparcoursen
Stijgende lijn
Na de vroege doorkomst van de Vuelta a España door de heuvels van Wyler, Berg en Dal, Groesbeek en Mook in 2009, komt de Giro d’Italia in 2016 als tweede grote ronde met een finish en start op bezoek in Nijmegen. Alleen de Tour de France, het EK en WK zijn nog absent, want in 2001 en 2002 is Nijmegen gastheer van het NK wielrennen. De klimsterkte (ALP) van de parcoursen kent een stijgende lijn is nu zeker driemaal groter.
Lees verder (2)
Wieleromlopen
| Naam | Jaar | H | LKM | ALP |
|---|---|---|---|---|
| NK | 2001 | 130 | 13,8 | 35 |
| NK | 2002 | 170 | 15,3 | 45 |
| NSK | 05,16 | 120 | 9,2 | 65 |
| WUUC | 2008 | 150 | 10,7 | 75 |
| Od7H | 2017 | 120 | 9,2 | 65 |
| Od7H | 2018 | 130 | 10,3 | 60 |
| LT / Od7H | 18,19,22,23 | 220 | 15,2 | 80 |
| OdH7 | 24,25 | 290 | 16,5 | 115 |
| Ho ho 7 | n.v.t. | 250 | 13,8 | 125 |
Ho ho zeven
Alpering Ho ho zeven overbrugt een hoogteverschil van 250 meter in 13,8 kilometer en laat de klimsterkte stijgen tot 125 ALP. De effectiviteit van de opgenomen korte beklimmingen wordt vergroot, omdat ze niet te kort na een afdaling of niet te lang na een bocht te liggen. Denk aan de U-bocht voor de Cauberg in Valkenburg in de oude finale van de AGR. Ook de omloop OD7H zou een toekomstig NK, EK of WK qua selectiviteit zeker faciliteren.

Conclusie
Hoogtepunten
Ook buiten Zuid-Limburg kent Nederland selectieve hellingen, maar niet veel. De Oude Holleweg is een voorbeeld, als zwaarste beklimming bij Nijmegen. Beklimmingen zoals de Posbank en de Zevenheuvelenweg zijn slechts matig selectief, ook bij de amateurs.
Een klimroute kan worden opgevat als een lange beklimming met zo weinig mogelijk, maar onvermijdelijke onderbrekingen. De gemiddelde klimarbeid blijkt in het vrije veld normaal verdeeld, halverwege de schaal te liggen, als benchmark voor klimlading.
Door een zwaar parcours daalt de snelheid en stijgt de klipfactor van de beklimmingen, ook van de minder zware. Korte beklimmingen kunnen aanloopvoordelen elimineren met een bocht. De huidige Omloop der 7H is zeker geschikt als NK-parcours.
Lees verder (2)
Profselectiviteit
| Naam | KLF | UFL | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Zeer hoog | 80-100 | 10-11-12 | Hanenberg |
| Hoog | 60-80 | 8-9 | Grote Kop |
| Matig | 40-60 | 6-7 | Hogeklef |
| Laag | 20-40 | 4-5 | Vlierenberg |
| Zeer laag | 0-20 | 3 | Boksheuvel |
Overwegingen
Het nut van losse hoogteprofielen in Nederland is beperkt, want optellen mag niet. De verzamelde metingen van zo veel mogelijk gesplitste beklimmingen cross-checken met data over klimarbeid geeft wel een beter beeld van de groezelige werkelijkheid.
De grens voor een selectieve beklimming ligt ook bij de profs binnen Nederland. Het verklaart de populariteit van Zuid-Limburg, omdat daar vooral voor de gemiddelde wielrenner zeer sterk selectieve beklimmingen liggen, voor de profs geldt dit minder.
Het verschil tussen hoogteverschil per uur in Nederland en in het hooggebergte is dat de beklimmingen anders zijn verdeeld en het leeuwendeel van de energie daar gaat naar het maken van hoogte. Bij constant op-en-af geldt dit voor de tempowisselingen.





































