Auteur: Rob Duchateau

  • Nedereindse Berg

    10 november 2012 – Nieuwegein

    Het kan dan november zijn, koud is het niet, wel somber en miezerig. De afgelopen twee zaterdagen heb ik niet gereden, maar ondanks de stil gelegde stoomreactor, heb ik doordeweeks op de verlichte hellingen van de Nijmeegse straatlichtring bladvrij kunnen trainen. De plaatselijke reguliere club is opgeheven en op het wielerparcours wordt voornamelijk met verfpistolen geschoten. Wat nog altijd meevalt gezien de lokale drama’s met geestelijke en wereldlijke gezagsdragers.

    Hoe dan ook ben ik blij om te gast te mogen zijn op de Nedereindseberg. De koffie is warm, de cola is koud en de douches zijn weer actief. Wel is het zaak om in Nijmegen bij te dragen aan wedstrijdmogelijkheden. Maar dit terzijde. Terwijl de linten van de veldrijwedstrijd nog werden weggehaald, stond de jongste deelnemer al met helm en overschoenen klaar om zijn hardrijkunsten te vertonen. Dit heeft iedereen die meereed geweten.

    Het leuke aan trainingswedstrijden vind ik dat je met allerlei soorten renners door elkaar rijdt. In de A categorie zijn dit junioren, beloften, elite en (master) amateurs. Zo sprak ik in de kleedkamer een coureur die nu al in opbouw is met twee volle werkdagen per week aan training. Je moet het maar aankunnen. Het zaterdagmiddagpeloton ging rap van start. Ik merkte al vrij snel dat het mij vandaag niet ging lukken om weg te komen.

    Na een half uur koers ontstond er wel een kansrijke kopgroep, waar ik bij had moeten zitten. Op kop dus in de achtervolging. Op het stuk wind tegen vroeg ik om steun, die ik later kreeg van een renner die op zijn crosser meedeed. Gelukkig konden we na zijn kopwerk met het peloton aansluiten bij de koplopers. Het tempo viel even weg en de latere uitlooppogingen werden tot de laatste ronden stuk voor stuk in de kiem gesmoord.

    In de finale kwam ik, na zittend versnellen op de koffiemolen, met twee renners voorop te rijden. De latere winnaar maakte van de aanzet gebruik om een gat met het peloton te slaan. Ik zei dat ik mee zou draaien. Vanaf de kant werd geroepen om door te gaan, wat we deden. Een renner maakte nog knap in zijn eentje de oversteek, waardoor we met vier man de laatste ronde ingingen, op de hielen gezeten door de achtervolgers.

    De duurrenner in opbouw plaatste halverwege een slotaanval, ik kon mee in zijn wiel. Toen hij op driekwart onverwacht stilviel, had ik of over moeten nemen, of zelf aan moeten gaan, maar in ieder geval om moeten kijken. Alles kwam namelijk terug. Bij het counteren van een andere slotaanval werd ik aldus terecht overlopen in de sprint door de man die het gat in eerste instantie al sloeg. Gemiddeld: 40 km/u en max: 65,8 km/u.

    20 oktober 2012 – Nieuwegein

    Alhoewel de aarde niet meer warmer is geworden sinds 1997, leek het daar vandaag wel op. Na het koude natte weer van de afgelopen weken bleek het met 17 graden tijd voor een achtergestelde droge zachte nazomerdag. De eerste cyclocrossen zijn alweer verreden en aan het wielerseizoen komt binnen tien dagen een einde. Naast blubber en noppenbanden is een minder bekend kenmerk van veldrijden dat er normaal geen verzorging is toegestaan tijdens de koers. Met andere woorden: de renners worden geacht de cross uit te rijden met de voeding en drank die ze voor de start hebben genuttigd. No finish bottles.

    Sinds de Romeinse tijd is het magnetische veld van de aarde met 35 procent in kracht afgenomen en laatst werd geopperd dat een zogenaamde ‘polar shift’ sneller verloopt en meer recentelijk is voorgekomen dan eerder gedacht. Wat mij zelf is opgevallen is dat de seizoenen iets verschoven lijken te zijn, waardoor de herfst warmer is en voor mij prima geschikt om te wielrennen. Bij het veel intensievere veldrijden zou ik nu ontploffen van de warmte. De cyclocrossprofs mogen daarom in warme omstandigheden, 20 graden, in ieder geval drank aannemen. Voeding kun je plannen, vochtverlies veel moeilijker.

    Normaal rijd ik altijd met oranje powerranja. Laat ik net zoals vorige week eens alleen op water fietsen. De najaarskoersen op de Nedereindseberg duren nooit langer dan 75 minuten. Ben benieuwd. Het nadeel van sportsuikerwater is namelijk dat als je eraan begint, je continu moet blijven gebruiken, omdat je anders een dip krijgt. Mhm, niet slecht bedacht van de fabrikant en nog legaal ook. Ergens zal echter de streep getrokken moeten worden. Dat ongebreideld bijlenen in plaats van aflossen tot stilstand leidt, merken we nu allemaal. Het gevaar van roofbouw. Tijd voor Auping om in te stappen, de Tour win je in je bed.

    Alles valt uiteindelijk ten prooi aan de zwaartekracht. Aan deze voorspelbaarheid kleven ook voordelen. Naast dat deze prima uit te rekenen is, is deze ook nog eens universeel en constant. De laatste weken heb ik de focus van wekelijkse trainingsuren verder verlegd naar wekelijks overwonnen eenheden zwaartekracht: KBN punten. Ingebed in mijn dagelijkse bezigheden beklim ik zo in Nijmegen elke week in kleine stukjes daglichtonafhankelijk het equivalent van een halve tot een hele Alpe d’Huez. Trainingsmaat Bram doet elke zeven dagen een derde tot een halve, met een tweede Stravaplaats op de Boterberg als resultaat.

    Op de Nedereindseberg staan vandaag een stuk meer coureurs aan de start dan vorige week. Best een mooi peloton voor eind oktober. Sommigen hebben er zelfs al een cyclocrosstrainingswedstrijd opzitten. Er wordt onderlangs gekoerst, een uur en daarna afsprinten per categorie. Vanaf de Nedereindseplas staat nog dezelfde wind, die later draait naar de achterkant. Na het dichten van enkele gaten kom ik al relatief snel terecht in een kopgroep van vijf man. Het oversteken van de sterkste renner blijkt beslissend. Toch moet er hard gewerkt worden om echt weg te komen. Trappen dus.

    Ik kies de stukken met tegenwind om mijn bijdrage te leveren aan het uitdiepen van het gat met de achtervolgers. De latere winnaar spoort zijn medevluchters aan. De voorsprong wordt groter, maar we zijn nog niet helemaal weg. Bij een aantal tempoversnellingen om definitief weg te komen valt de kopgroep uiteen en blijf ik met een renner uit de A en een renner uit de B categorie over. Als we weg blijven is laatstgenoemde zeker van winst. We blijven weg. Aan mijn limiet was ik niet meer bij machte om mijn sterkere cat. A vluchtgenoot nog partij te bieden in de sprint. Kopgroep, tweede plaats, zeer tevreden bij gemiddeld 42 km/u.

    13 oktober 2012 – Nieuwegein

    Ja, het is herfst, net zoals elk jaar. Dit betekent vroeg donker, maar ook koeler, waardoor je veel minder snel oververhit raakt. Ideaal is een temperatuur tussen de 11 en 18 graden. Dat is nu! Jawel, die halfjaarlijkse duisternis is op te lossen met straat- en fietsverlichting. Het afgegeven licht van de koplampen van passerende voertuigen kun je recyclen met reflectie. Wel zo duurzaam. Als je een veiligheidsvest tevens laat bedrukken met glitterletters verzorgt de ontvanger feitelijk zijn of haar eigen lichtreclame. De motivatie op peil houden kun je regelen door met zijn tweeën te trainen.

    Vorige week stond nattigheid op het menu, waardoor ik die koers heb overgeslagen, terwijl deze achteraf droog was. Vandaag zou het volgens de voorspelling pas later op de middag gaan regenen. Toch kwam om half een het water al met bakken uit de hemel zeilen. De vrijwilligers van de Nedereindseberg waren trouw op hun post, maar waar waren de renners? Het zal toch niet? Gelukkig had de stortbui er na een half uur genoeg van, zodat een minipeloton van start kon voor een uur koers onderlangs (1400 m). Met arm- en beenstukken, ondershirt en herfsthandschoenen moest dit met 10 graden te doen zijn.

    Na een rustige beginronde steeg het tempo langzaam. Met een paar renners is het altijd goed trainen, omdat je automatisch meer op kop komt. Eigenlijk was de situatie te vergelijken met het rijden in een kopgroep, alleen zonder druk van achteruit. Door de stevige wind voor en in de laatste bocht langs de Nedereindseplas, lag het zwaartepunt van de ronde daar. Geen klim vandaag. Toen ik in deze bocht zittend doortrok viel een gat met de overige renners. Aangekomen op het licht oplopende stuk na de finish bleek het gat groter geworden. Normaal val ik altijd terug in zo’n situatie.

    Door de hogere snelheid in een groter peloton rijd ik meestal zwaarder 55×14 en 55×15, maar nu werd het 55×17 of 55×16. Het was zaak de boel niet onnodig op te blazen en tegelijkertijd te kijken waar het schip zou stranden. In het begin zette ik wel fors aan om het gat uit te diepen. De eerste ronden kon ik mijn achtervolgers nog zien, maar later reed ik zonder referentie. In je eentje heb je veel meer last van de wind dan in een groep, dus maakte ik werk van de aerodynamica. Ik rijd standaard met hoge velgen met platte spaken en een aerovork. Daarnaast draag ik een snelpak en windoverschoenen.

    Deze setup kwam nu goed van pas. Na 20 minuten alleen rijden kreeg ik het lastig. Door veel te trainen op de onregelmatige hellingen van de Nijmeegse stuwwal, had ik wel voldoende handvatten om lastige stukken te dempen en eenvoudiger stukken uit te buiten. Zo ging ik steeds regelmatiger rijden waardoor de voorsprong toenam. Met 35 eenzame minuten op de klok zag ik de achtervolgers nu voor me. Dit ging ik niet meer afgeven en liep verder in. Na 50 minuten koers konden zij afsprinten en ik aan mijn laatste ronde beginnen. Gewonnen, met een gemiddelde van 38,2 km/u en een maximum van 47,0 km/u. Tweede “winst” dit jaar, maar mijn eerste ooit zonder frommelsprint.

    22 september 2012 – Nieuwegein

    De laatste reguliere zaterdagmiddagwedstrijd op de Nedereindseberg is een feit. Gelukkig wordt daar deze herfst gewoon doorgefietst, zodat ik ook in oktober en november wekelijks kan racen op de weg. Veldrijden heb ik geprobeerd, erg leuk, maar te technisch en veel benodigd materiaal. Een groot peloton aan de start waaronder een klein segment uit de A categorie.

    Omdat een overtrekkende regenbui het parcours nat had achtergelaten werd afgesproken om de eerste ronden voorzichtig te rijden. Iedereen hield zich hieraan. Veel coureurs hadden arm- en beenstukken aan, goed idee. De stevige wind kende af en toe uitschieters, waardoor het achter op het parcours oppassen was in de bochten. Eenmaal werd mijn platte spaken wiel bijna gegrepen tijdens een bocht, *eek*!

    Bijna de hele wedstrijd heb ik me bezig gehouden met het zonder aanzien des persoons achterhalen van uitlopers. Dit gebeurde meestal met een zogenaamde ‘jump’ of ‘sprong’. Het opgevoerde aantal (kbn) heuvelpunten per week heeft klaarblijkelijk geresulteerd in een toegenomen explosiviteit. Hiermee kan ik gedurende korte tijd extra vermogen genereren en staand versnellen op 55×12 of 55×11. Goed om te weten.

    Als selectievoetballer was ik mandekker en blijkbaar is de ombouw niet helemaal geslaagd. Na het succesvol achterhalen van een aanvaller, bleef ik meestal in het wiel plakken. Zo heb ik bij veel aanvallers aangehaakt. Toch kan deze taktiek helpen als je later oversteekt naar een reeds ontstane kopgroep. Naarmate de koers vorderde werd de baan droger en ging het tempo omhoog, waardoor het peloton in twee stukken brak.

    Na het afsprinten van het grootste deel van het overgebleven B peloton werd het met zeven overgebleven A renners tijd voor de finale. Tweemaal kon ik een forse uitlooppoging neutraliseren en bij de tweede bijhaalpoging vielen drie coureurs af. Met vier man de laatste ronde in. Na nog een laatste neutralisatie bereidde ik de sprint voor. Rustig de laatste bocht door en met een max van 69,3 km/u als vierde gefinished. Gemiddelde 40,3 km/u. Tevreden.

    1 september 2012 – Nieuwegein

    Op deze prachtige eerste najaarsdag is het parcours van de kunstmatige 18 meter hoge Nedereindseberg het decor voor het Open Kampioenschap van Utrecht, georganiseerd door UW&TC De Volharding. Er wordt gestart in drie klassen. Met mijn WFN Amateur A licentie mag ik aanschuiven in de A klasse bij de Elite, Beloften, Junioren en Amateurs voor een koers van 70 kilometer.

    De roodblauwe pakken van de thuisvereniging zijn ruim aanwezig. De eerste ronde verloopt traditioneel rustig. Gezien het startveld verwacht ik een open koers met veel opeenvolgende aanvallen. Laat ik zelf dan maar beginnen. Zo rijd ik twee ronden alleen, voordat ik ingelopen wordt door het peloton. Na een bocht demarreer ik nog een keer alleen, ‘gewoon omdat het kan’, wat zoiets betekent als bij voorbaat kansloos.

    Later spring ik een aantal keer mee met frequente uitlooppogingen, maar geen enkele houdt lang stand. Wanneer twee renners eindelijk ontsnappen en een behoorlijk eind uitlopen volgt een lange achtervolging op hoge snelheid. Gelukkig kan ik relatief eenvoudig volgen en de koplopers worden ingerekend. Oppassen nu, de beslissende ontsnapping staat nu waarschijnlijk op stapel. Een breuk wil ik bijzitten een kopgroep niet.

    Als de voorste vijf coureurs tegen de heuveltop ongenadig versnellen blijf ik te lang in het wiel van de zesde renner die vertraagt. Had beter moeten opletten. De kopgroep van vijf en later vier met de latere winnaar trok vol door. De vraag is wel of ik er aan had weten te blijven bungelen, overnemen nauwelijks, maar dat had ik dus te weten kunnen komen. Een serieuze achtervolging kwam nooit op gang. Fietsen voor plaats vijf dus.

    Vanuit het peloton vonden diverse felle uitvalpogingen plaats, waarvan ik een deel staand op 55×11 kon neutraliseren. Dat ging dan wel weer goed. De Prins Interval en LoperKoning trainingen hebben een hoog rendement op dit parcours. Op de helling kwam ik nooit in de problemen. In de laatste ronde moest ik mij op deze klim vlak langs een renner wurmen, maar het ging goed. Toch niet meer doen. Trok de sprint van de achtervolgers aan. Met een topsnelheid van 69 km/u kwamen er slechts twee langs, 7e plaats van de 17 starters.

    18 augustus 2012 – Nieuwegein

    Waar de term ‘stiekem trainen’ exact vandaan komt weet ik niet. Hij wordt in ieder geval gebezigd door de illustere trainer van de NSWV Mercurius en schrijver van handige artikelen over trainen in de winter en trainen voor forensen. Stiekem trainen is leuk, maar stiekem koersen vind ik nog leuker. Ondanks de angstaanjagende krantenkoppen over nooit eerder vertoonde zomerhitte, besloot ik dat het gewoon een keer mooi weer was. Afgelopen woensdag heb ik de zomeravondcompetitie in Breda overgeslagen wegens naderend onweer. Ze kunnen me wat, ik ga fietsen.

    Op het parcours van de Nedereindseberg wordt door WV Het Stadion, UW & TC De Volharding en USWV de Domrenner gezamenlijk op dinsdag, donderdag, zaterdag en zondag een competitie georganiseerd. De weekendwedstrijden gaan zelfs na de sluiting van het wielerseizoen door. Voor vier euro en in het bezit van chip, kan ik probleemloos starten met mijn WFN licentie. Met ongeveer 33 graden en harde wind van de Nedereindseplas, gaat toch een peloton van ongeveer 20 renners van start. Mhm, ben dus niet de enige gek die op een dag als vandaag, 50 kilometer met een gemiddelde snelheid van 41,5 km/u wil afleggen.

    De eerste ronde wordt nog rustig gereden, maar dit houden wielrenners met rugnummers echt niet lang vol. Was zelf een van de eersten die het niet laten kon. Er ontstond dus een kleine kopgroep waar ik bij zat. We werden echter na een aantal ronden bijgehaald. Na wat schermutselingen en om-en-om aanvallen van de ruim aanwezige renners van een van de organiserende verenigingen, zat ik in een nieuw gevormde kopgroep. De latere winnaar ontsnapte ook nog uit deze groep, ging alleen op pad en liep uit. Gelukkig hield hij het na een forse solo zelf voor gezien, waardoor ik het gat kon dichten.

    Hernieuwde schermutselingen, waardoor ik met twee renners van dezelfde club, waaronder de eerdere solist voorop kwam. Kon wel meekomen, echter overnemen deed ik voor de helft. Maakte mijn kopgroepgenoten duidelijk dat ze me ‘maar eraf’ moesten zien te rijden. Omdat een renner in een andere categorie reed, mocht hij eerder afsprinten, waardoor ik alleen met de solist overbleef. Ging naast hem rijden en gaf aan dat ik alleen nog maar kon sprinten. Op het scherpst van de snede met deze temperatuur maximaal finale rijden, mhm waarom? Zo kon het dat twee renners doorreden, terwijl de jury al naar binnen was!

    Ben toch blij dat het zo is afgelopen, want als de finale wel op het scherpst van snede verlopen was, had hij mij net zo lang op het rooster gelegd, tot ik zou breken. Dat was hem zeker ook gelukt, de vraag was alleen hoe lang het zou duren. Tevreden met een tweede plaats in een verstandige koers. Na de wedstrijd nog even nagepraat, nice. Met een heuvel, wind en lopende bochten zijn de zaterdagmiddagwedstrijden op dit parcours een prima optie na het stoppen van de reguliere wielerkalender half september.

  • Breda-Overa

    16 september 2012 – Effen

    Als sluitingskoers van het seizoen van de BWF is, ter gelegenheid van het jubileum van wielervereniging Avanti, een zes kilometer lange omloop gepland over prachtige slingerende veldwegen op de Brabantse zandgronden. Als er veel wind staat ontaarden dit soort koersen doorgaans in een slagveld. Vandaag geen windkracht, maar klimkracht. Het peloton werd geacht per ronde twee hoge viaducten te slechten, waarvan een behoorlijk steil. Het was, zoals een renner het tegen mij verwoordde, net Groesbeek.

    Voor de start had ik het stijgend asfalt over de snelweg al zien liggen en besloot vooraan te gaan staan. Als eerste de bocht door, waarbij ik mijn hand uitstak.?., om daarna vol gas de helling aan te snijden. De meeste winst zat in het laatste minder steile deel, waar ik bijschakelde. Toen ik na de afdaling en de korte klinkerstrook met een bocht naar links, omkeek, zat er nog slechts een renner in mijn wiel. Deze nam over en we hebben gezamenlijk de hele eerste omloop vooruit gereden, waarbij ik het punt voor de leidersprijs aan hem liet.

    Omdat twee man te weinig is om vooruit te blijven op een dergelijk parcours, hoopte ik op een overstekend groepje. Toen bleek dat het peloton behoorlijk werk maakte van de achtervolging, althans zo leek het, was de ontsnapping geen lang leven meer beschoren. Het geslagen gat was op zichzelf groot genoeg om uit te bouwen. Na ingelopen te zijn bleef ik nog even voorin, maar liet me daarna uitzakken om te kijken hoe er gereden werd. Dit bleek traditiegetrouw netjes, geen gewring. Een verademing. Dit nodigde uit om later weer naar voren te rijden.

    Bij de aankondiging van een premieronde, reed ik op het eerste viaduct snel langs het peloton om voor de tweede keer te ontsnappen. De nieuwe 172,5 mm cranks (eerst 170 mm) draaiden goed en de kortere 11 cm stuurpen (eerst 12,5 cm) zorgde voor een comfortabele zit. Bij het ronden van een haakse bocht langs de snelweg verloor ik te veel snelheid. Toch maar optrekken. Ik werd ingelopen door drie man, die hun ontsnapping helaas niet doorzetten. Ze hadden er in ieder geval genoeg kwaliteiten voor. Was mooi geweest als ik daarbij aan had kunnen haken.

    Bij het tweede viaduct trok ik nogmaals door om voorin te zitten voor de premiesprint. Ik dacht ten onrechte dat vijf premies te verdienen waren. Het aantal was vier en ik werd vijfde. Voortaan beter luisteren. Gewoonlijk valt het tempo even weg na zo’n sprint, nu niet, het ging een aantal ronden de lucht in. Een succesvolle ontsnapping leverde het echter niet op, waarschijnlijk door de afwezigheid van voldoende wind. In de laatste ronde slaagden drie coureurs wel weg te rijden van het peloton. Met nog een halve ronde te gaan had ik mij naar kop gewurmd.

    Bij het proberen dicht te rijden van het gat bleek de koek op en plafonneerde ik, maar bleef wel voorin. Kreeg enkele andere uitlopers te pakken en draaide aan kop van het peloton het viaduct af het lange rechte deel naar de finish op. Meedoen aan een massasprint vind ik niks. Eens kijken hoe de aanloop als wagon bevalt. Met nog 600 meter te gaan hoorde ik “Rob naar links!”. Ik draaide weg en zag ze aan alle kanten langs schieten. Volgende keer langer meegaan. Wel nog als 25e gefinished van de 61 starters. Gemiddelde snelheid: 42,7 km/u. Ontsnapt en finale gereden, tevreden.

     

    • Breda-Overa, bron: Mertens Fotografie
    • Breda-Overa, bron: Mertens Fotografie
  • Ronde van Bemmel

    26 augustus 2012 – Bemmel

    Das wat, heen en weer fiets gejat. Mijn brave roodbruine Corano Cross Tigre cyclocross frame pleite. De hele zaterdag bezig geweest om op basis van een VT340 een nieuwe te fabriceren. Vrijdagavond alle fietsen in de binnenstad gecheckt tot aan alle plaatsen waar je maar beter niet kunt komen toe. Het nadeel van de singlespeed rage, waardoor deze frames ineens gewild zijn. Vandaag strak in het regenpak de koersfiets naar Bemmel genomen voor de Ronde van, georganiseerd door TWC ‘t Verzetje.

    Vorig jaar eindigden de 75 kilometers van dit criterium in een waterballet, terwijl ze dit jaar zo begonnen. Omdat ik de vorige editie had uitgereden, besloot ik dit jaar te starten. Ondanks mijn betere opstelmogelijkheden, koos ik ervoor achteraan plaats te nemen in het dertigkoppige peloton. Tijdens de verkenning had ik gezien dat het 1250 meter lange parcours brandschoon was, maar de laatste overhaakse klinkerasfalt bocht onvermijdelijk glad.

    Toch werd de koers hard op gang getrokken door coureurs die daar blijkbaar prima mee om kunnen gaan. Petje af, helm op. Vanuit het laatste wiel zag ik al in de openingsfase echter ook niet bang uitgevallen renners, bang uitvallen. Mhm, dit belooft wat, doorrijden? Ja, maar de glibberbochten neem ik mooi op mijn eigen tempo. De eerste ontstane gaten van uitstappende opstappers kon ik nog dichten. Pas toen er vier renners voor mij tegelijkertijd stopten met trappen was ik het haasje.

    Op een lager tempo doorrijden zagen ze niet zitten, dus kon ik mijn weg alleen vervolgen. Zo kon het dat ik nog 20 minuten alleen heb rondgereden, voordat ik gedubbeld werd door het fors uitgedunde peloton. Wringen werd voor de was bewaard, er werd keurig gekoerst. Door het knip en aanplakwerk kreeg ik aan het eind van de rit, niet alleen mijn WFN licentie terug, maar ook nog de prijs voor de 20e plaats. Op mijn teller zag ik een maximumsnelheid van 66,1 km/u staan, gemiddeld 41,1 km/u.

  • Ronde van Oosterhout

    12 augustus 2012 – Oosterhout (GLD)

    Prachtig weer en een mooie ronde van 1800 meter met een vinnige klim tegen de Waaldijk. Wel warm. Bijschrijven met WFN licentie was geen probleem. In totaal 62 starters, strobalen bij alle obstakels en maar liefst twee speakers. Vooral de klim tegen de dijk en de rivierdijk zelf, bleken te zorgen voor afvallers. Zelf kon ik vanuit de laatste positie van het peloton steeds opschuiven als een Pacman mannetje. Met nog acht ronden te gaan knalden echter twee renners uit de tweede bocht. Rechtdoor en de stoep op lukte gelukkig prima, maar stond wel goed geparkeerd. Game over, safety first.

    Omdat een renner van de Sportklasse een strobaal geraakt had, werd de wedstrijd voor de Amateurs ingekort van 33 naar 27 ronden. De eerste 6 ronden zijn daarom in toertempo afgelegd. Zo kon ik de klim tegen de dijk mooi inschatten, daar lossen zou namelijk niet best zijn in zo’n pak. Wat ik zag is dat lang niet iedereen gemakkelijk omhoog ging. Iets om rekening mee te houden, omdat je niet bovenaan stil moet komen te staan, terwijl je vol in de wind de dijk opdraait. Met een 55T blad voor was het nodig achter de 19T krans te raadplegen om snelheid te maken tegen de top. Ruimte laten op een korte steile helling heb ik geleerd met cyclocrossen.

    Het lastigste stuk van het parcours was naar mijn mening het lange rechte deel naar de dijk toe. De snelheid lag hier standaard boven de 50 km/u, maar langs de maisvelden was het tevens het mooiste stuk. Ben trouwens wel liefhebber van half dorp/half veld rondes. Ze combineren de beste elementen van een criterium (veel passages, publiek) en een omloop (snelheid, vrijheid). Als je daar een kort waaierstuk over de dijk aan toevoegt, krijg je met klim en lange afdaling, als renner helemaal niet het gevoel dat je alleen maar rondjes aan het draaien bent. Een uitstekende uitwerking van een dijkdorpronde, complimenten voor de bouwer.

    Mijn gemiddelde snelheid met een ronde minder was 43 km/u, de maximumsnelheid dijkaf tegen de 70 km/u. Uiteindelijk ben ik als 45e geklasseerd van de 62 starters en 46 finishers. Onder de veroorzaker van de valpartij, die alle ronden vergoed blijkt te hebben gekregen. Belonen de wielerreglementen coureurs die hun fiets kapot rijden i.p.v. gevaar te ontwijken? Ja, het credo blijkt: liever een los wiel, dan een wiel lossen. In de voetbalsport is dit al 15 jaar verleden tijd doordat de spelers zelf het spel stilleggen: van ziekenhuiskoers naar scheidsrechtersbal. Dit staat overigens los van deze wielerronde, die ik heb opgeslagen bij mijn favorieten.

    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
  • Wisselaar

    8 augustus 2012 – Breda

    Elk jaar organiseert Wielervereniging Breda op vier woensdagen in augustus de Zomeravondcompetitie. Om 19.30 uur wordt in een categorie gestart voor een koers van 50 kilometer, 33 ronden. Vorig jaar kon de wedstrijd van de BWF geen doorgang vinden, plensregen – te weinig starters, dus had ik nog geen kennis kunnen maken met de brandschone Bredase wielerlussen.

    Het wieler- skeelercicuit van WV Breda heeft een totale lengte van 1500 meter met twee bochten en vijf U-turns en ook nog een lopende niet al te steile helling. Opstellen gebeurde op startnummer, toen had ik al onraad moeten ruiken, 38 renners aan de streep, wat wel een mooi aantal is. De drie beste uitslagen tellen mee voor een klassement met tien eindprijzen. Zelfs een speaker was aanwezig in de permanente jurywagen.

    Direct na de start werd de koers op gang getrokken om niet meer stil te vallen. Omdat ik de ronde niet kende, was ik achteraan begonnen. Het nadeel van een categorie is dat er, terwijl ik de terugdraaiende bochten probeerde te ontrafelen, achterin gaten vielen. De meeste renners hadden hier vaker gefietst en vlogen als vogels door de krommingen. Voelde nu wat coureurs, die voor het eerst op Lindenholt rijden, meemaken.

    Een gat, gelost, achter het voortrazende peloton aan dan maar. Samen met de WFN kampioen 40+ slaagde ik er wonderwel in weer aan te sluiten. Niet lang daarna werden de bochten mij te gortig en moest ik het peloton toch weer laten gaan. Uiteindelijk gold dit voor ruim eenderde van de starters. Wel was ik een van de weinigen die daarna weer aan wist te pikken. Goede oefening, wijze les. Hadden van mij ook zeven heuvels met een bocht mogen zijn.

    • Wisselaar, bron: Mertens Fotografie
    • Wisselaar, bron: Mertens Fotografie
  • Ronde van Oosterhout-Weststad

    29 juli 2012 – Oosterhout (NB)

    Op het industrieterrein van Oosterhout, Weststad genaamd, ligt het parcours waar de Pedaalridders uit Made in het voorjaar trainingswedstrijden organiseren. Vandaag was het, naast het kampioenschap van Amerstreek, tevens het decor voor de BWF 50+ en 50- koersen. Vorig jaar reed ik in de eerste ronde weg, om uiteindelijk als achtste te finishen. Na de verkenning besloot ik dat er te veel wind stond voor een herhaling dit jaar. De nabije windmolens zijn niet voor niets hier neergezet.

    Een ander verschil met vorig jaar is dat ik nu welliswaar een lager vetpercentage heb,  maar ook wat minder spiermassa. En massa is kassa op 38 rondes als deze. Bij de BWF rijden de Amateurs en de 50- voortaan bij elkaar. Met 50 starters en wind pal tegen en pal mee op de lange stukken, verwacht ik een zowiezo een massasprint. Deze ga ik niet meedoen. Wel ga ik proberen om alsnog enkele aanvallen te plaatsen. Hiervoor moet ik, achteraan gestart, naar voren. Dat gaat redelijk gemakkelijk.

    Tweemaal trek ik door na het winnen van een sprintje voor de leidersprijs, waarvoor ik vijf punten verzamel, maar het lange stuk wind tegen is te zwaar om met een klein groepje weg te blijven. Ik voeg vooraan in het peloton in. Nu merk ik pas dat daar behoorlijk en krampachtig gewrongen wordt om aansluiting te houden. Voor mij is dit geen teken van kwaliteit. Een keer wordt ik letterlijk uit de rij gereden door een renner die blind naar rechts stuurt, omdat hij heel even in de wind komt.

    Ondanks dit gefriemel kan handhaving  in het peloton beter. Het meezitten op belangrijke momenten ging wel goed, net als het meewerken in de achtervolging, maar voor hetzelfde geld rijdt een groep weg. De snelheid ligt de hele wedstrijd, ondanks de tegenwind, met gem. 43,5 km/u hoog en stijgt verder met het ingaan van de laatste ronden. Om uberhaupt een slotaanval te kunnen plaatsen, zal ik op deze momenten voorin moeten zitten. Driemaal remmend, kom ik met max. 62,4 km/u tot de helft van het peloton in de massasprint.

    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
  • De Berckt

    7 juli 2012 – Baarlo

    Naast reguliere trainingswedstrijden op dinsdag (TWC De Maastrappers) en donderdag (TWC Olympia), organiseert laatstgenoemde wielervereniging uit Baarlo elke woensdagavond een lange, twee uur durende training op de brede ovale ‘vliegtuigbaan’ op recreatiepark de Berckt aan de Napoleonsbaan. Met een maximumsnelheid van 38 km/u in het eerste anderhalf uur, lijkt mij deze training ook geschikt voor trainingsmaat Bram. Hup, in de trein naar Blerick met bijna 30 graden, naar het oude autoracecircuit.

    Langzaam druppelen de toerders, trimmers en wedstrijdrenners binnen en beginnen rondjes te rijden op het metersbrede perfecte asfalt. Na twee euro in de pot gemikt te hebben en onze namen en e-mailadressen op de lijst te hebben geschreven, zijn we ook maar begonnen met rondjes draaien. De bedoeling is dat Bram ongeveer drie kwartier tot een uur meerijdt, aangezien dit de normale trainingstijd is. Bij zijn eerste wedstrijdervaring had ik hem uitgenodigd voor een waar klimcriterium. Op zijn checklist stond dan ook de vraag: “Zit er een heuvel in?”. Ik dacht van niet.

    Na het vloeiend formeren van een peloton, reden er 60 renners keurig twee aan twee. Blijkbaar is het een ongeschreven regel dat eenieder twee ronden kopwerk op zich neemt. De maximumsnelheid van 38 km/u wordt redelijk gehandhaafd, maar de laatste drie kwartier wordt dit het gemiddelde. Toch draait Bram zijn rondjes moeiteloos mee op de grote plaat. Als ik van kop af kom, ga ik hem zoeken in het peloton. Wat blijkt? Hij rijdt gewoon zelf op kop! Zeer netjes. Na anderhalf uur gaat de snelheid definitief omhoog voor een finale van 30 minuten. Zelfs nu slaagt hij erin nog een aantal ronden aan te haken.

    Bij een uitval van een lokale renner vlak na het begin van het wedstrijdhalfuur, oftewel de woensdagavondsprint, spring ik mee. Ik kom met drie renners voorop. Gezien de brede snelle baan, vraag ik mij af of het uberhaupt mogelijk is om weg te rijden. Toch blijven we een tiental ronden met twee vooruit. Nadat we zijn ingelopen ga ik nog eens aan en krijg renners mee. De achterdeur in het peloton staat intussen open. Na wat uitvallen geneutraliseerd te hebben, rijden we met zes de laatste ronde in. Bij de laatste uitval plafonneer ik en begin aan de sprint voor plek twee tot en met vier. Deze kan ik wel winnen. Finale gereden, zeer tevreden.

    • De Berckt
    • De Berckt
  • Papendal

    17 juli 2012 – Arnhem

    Geen Nijmeegse, wel stuwwal. Daarop ligt het Nationaal Sportcentrum Papendal tussen Oosterbeek en Wolfheze op de Veluwe. Elke dinsdagavond van april tot en met augustus organiseert WV Reto Arnhem er een trainingswedstrijd op een snel en breed asfaltparcours met vier bochten en een helling. Omdat het sportcomplex hoog op de Arnhemse stuwwal ligt, op een open stuk heide, staat er meestal wind.

    De combinatie van zijwind, de ‘stiekem platte’ helling en het hoge niveau van de top van het peloton, maakt dat het laatste stuk naar de finish voor de uitvallers zorgt. Na inschrijven posteer ik mij achteraan. Ik heb immers een maand geen wedstrijden gereden en zal toch even moeten wennen. Hopelijk gebeurt dit voordat ik eraf waai. Direct na het startsein vliegt de snelheid omhoog en kom ik achteraan het lange lint te rijden. Wel mooi om te zien.

    Gelukkig is het met 17 graden niet te warm en regent het niet. Wel staat er zijwind op de parcoursheuvel. Na het wennen aan de geveegde! bochten besluit ik om toch wat ruimte te houden, terwijl ik op de laatste positie rijd. Na een kwartier schuif ik door de wind naar voren, maar als het later stilvalt, zorgen aansluitende coureurs voor geprop en gewring. Dan hang ik liever aan het elastiek.

    Op het moment dat het peloton breekt maak ik in mijn eentje de oversteek naar het voorste deel. Later sluit het tweede deel weer aan, dus deze krachtsinspanning was niet nodig geweest. Moet je net even weten. Weer aangekomen op de laatste positie, zie ik dat de achterdeur inmiddels open staat. Sommigen blijven al lossend in de lijn van de bocht rijden, zodat je tegen de 60 km/u het ontstane gat kunt gaan dichten. Handig is anders.

    Wat ik gaandeweg merk is dat de combo van Prins Interval en LoperKoning uitstekend werkt voor dit soort wedstrijden. De eerste zorgt voor het goed kunnen optrekken na bochten, het versnellen langs lossers en het niet verzuren op de steile stukken van de parcoursheuvel. De tweede zorgt voor het kunnen volhouden van een hoge snelheid, ook op het ‘stiekem platte’ deel van de parcoursheuvel. Ook al gaat het hard, ik hang er nog steeds aan.

    Bij een volgende breuk in het peloton is het tijd geworden voor een aantal kopbeurten. Als ik al weer lang naar achteren ben komt het peloton weer samen. Wanneer het daarna in drie stukken breekt, komt de renner voor mij met zijn pedaal tegen de grond en maakt een schuiver. Omdat ik afstand heb gehouden, kan ik remmen. Wel moet ik met alle macht geforceerd optrekken, waardoor de kramp in mijn kuiten schiet. Kom van de voorste in de laatste groep terecht, maar alles komt later samen.

    In de finale bedenk ik mij dat ik eigenlijk al een maand niet met klikpedalen gefietst heb. Ook mijn wedstrijdfiets is die tijd niet van stal geweest. Toch besluit ik de laatste kilometers naar voren te schuiven, dit lukt. Vooraan gekomen steek ik over naar de kopgroep. Ik red het wel, maar moet laten lopen, als mijn benen verdere dienst weigeren door kramp. Tijd om Constant Weerstand toe te voegen aan het trainingspalet voor wedstrijdloze periodes. Zeer tevreden.

  • BWF Kampioenschap Hoeven

    17 juni 2012 – Hoeven

    Waar vorig jaar het BWF kampioenschap betwist werd op de kilometer van de Blauwe Kei, is het strijdperk nu de 4100 meter lange driehoekige ronde van Hoeven. Van stadscriterium naar polderomloop, jawel, polderbeulen is noodzakelijk vandaag. Hoewel het Rijk van Nijmegen gezegend is met de prachtige Ooijpolder, fiets ik daar eigenlijk nauwelijks. De reden laat zich raden. Om toch enigszins beslagen ten ijs de komen, heb ik daarom deze week viermaal een LoperKoning training ingelast. Zoals Prins Interval bijdraagt aan het ‘draaien en keren’ bij criteriums, zo kan de LoperKoning route met haar lange hellingen helpen bij het overleven van lange stukken ‘op de kant’. Althans dat is de theorie.

    Na het inschrijven bij een cafe op een tweesprong langs het parcours, ging ik inrijden op een ander stuk weg. Terwijl ik dacht dat ik nog twintig minuten voor de start had, stond er een renner/toeschouwer hevig met zijn armen te zwaaien. “Kom op, opstellen, de starttijd is vervroegd!”. Ok, bedankt! Tijdens het opfietsen naar die start merkte ik dat mijn ketting niet op het grote blad wilde. Geen tijd gehad om te testen en bij te stellen. Tja, daar sta je dan. Heb je de hele week in de heuvels getraind op het rond krijgen van een polderverzet, om uiteindelijk in de polder te malen op een heuvelverzet. Dat is de praktijk.

    Toch maar gestart en benieuwd hoe lang ik een hoog beentempo kon houden. Ik miste meer dan 20 % van mijn maximale verzet, dus op kop was geen optie. Gelukkig viel af en toe de snelheid weg, terwijl renners moesten lossen op het stuk wind tegen, waar de kleine plaat geen beperkende factor was. Zo kon ik de gaten stoppen en aansluiting houden bij het flink uitdunnende peloton. Dat 55 km/u met wind mee op een ’42’ mogelijk was, wist ik niet, nu wel. Mijn nieuwe compact stuur lag goed in de hand, mijn nieuwe bril keek goed en de zon scheen lekker. Ronde na ronde verdween van het bord. Voelde me wel als een antieke Mini Cooper op de snelweg.

    In de finale kon ik, terwijl ik mijn shifter indrukte, op 55×11 naar voren rijden, maar om te remmen moest ik deze loslaten en de ketting weer naar het kleine blad (42) laten gaan. Op het stuk wind tegen kreeg ik het gat met twee achtervolgers grotendeels dicht, maar bij het bijhalen op het stuk tegen verviel de vaart, waardoor het peloton aan kon sluiten. In de laatste ronde was er helaas een valpartij van de winnaar van het regelmatigheids klassement van de BWF Amateurs in 2011. Gelukkig kon hij op eigen kracht opstaan, maar zijn helm kan de prullenbak in. Tijd voor mijn zomerreces. Gemiddelde snelheid 41,8 km/u en maximum snelheid 62,5 km/u. Van de meer dan 60 renners kon ik een 25e plaats bemachtigen. LoperKoning werkt.

  • Ronde van de Blauwe Kei

    10 jui 2012 – Breda

    Op de Ronde van de Kei in Breda organiseerde de Brabantse Wielerfederatie in 2011 haar jaarlijkse kampioenschappen. Daar behaalde ik op het 1000 meter lange, rechthoekige parcours met vier bochten en breed snel asfalt, een podiumplaats bij de Amateurs, zevende in de uitslag. In het BWF Amateur klassement stond ik in 2011 na de laatste wedstrijd wederom op de tweede trede, zo ook bij de Lindenholt competitie dit jaar in Nijmegen. Vandaag ben ik met een nieuw gemonteerde compacte stuurbocht klaar voor de Bredaase buurtexcercitie van remmen, draaien, optrekken en uitrollen. Het BWF kampioenschap 2012 zal volgende week plaats vinden op de mooie omloop in de polder bij Hoeven.

    Aan de start sta ik op de eerste rij, na bij de inschrijving verwelkomd te zijn door de BFW inschrijfdames, een aantal renners en volgers. Leuk. Om de bochtenloop van mijn nieuwe stuur te testen rijd ik na het startschot als eerste weg. Oh oh…dit stuurt wel even anders. Daarnaast slaat mijn nieuw gelegde ketting over op de ’14’. Kan gebeuren maar handig is anders, deze heb ik nu net nodig en de rest niet. Tegelijkertijd raast het peloton op snelheid door de bochten. Ik besluit geen risico te nemen en een ronde over te slaan, om weer aan te pikken als het tempo wat gedaald is. Zo kan ik op een kalme manier wennen aan mijn nieuw soort stuur en weer wennen aan de rijstijl bij de BWF: hard, veilig en netjes.

    Of het een expliciete conventie is weet ik niet, maar wringen is in deze pelotons uit den boze. Dit betekent dat men snellere renners voorlaat en niet inhaalt in de laatste meters voor een bocht (proppen). Zo kan iedere coureur van zijn rem afblijven en zich focussen op de bocht, waardoor de veiligheid fors toeneemt. Een regelrechte verademing. Hierdoor kon ik aanpikken en meerijden bij de eerst langskomende groep, waarvan ik dacht dat het de enige overgebleven structuur was. Later kregen we de tweede groep in zicht. Mhm, blijkaar was ik aangesloten bij de kopgroep…en dat mag niet, foei! Door de hoeveelheid wind in de finishstraat heb ik de juryaanwijzingen niet ontvangen. Of was het de hitte?

    Bij het dubbelen van het peloton ontstond na aansluiting een nieuwe breuk. Deze breuk heb ik in een aantal ronden gelijmd en zo “invloed” gehad op het wedstrijdverloop, mocht er nog een originele kopgroeprenner in de groep gezeten hebben. Mijn doel was om te wennen aan mijn nieuwe stuur in bochten op hoge snelheid. Dit is in ieder geval gelukt. Een klassement heb ik al gereden op Lindenholt, dus eventuele punten die ik behaald heb, kunnen wat mij betreft uit de uitslag. Gelukkig is de BWF jury eenvoudig benaderbaar voor dit soort zaken. In ieder geval heb ik mijn excuses kunnen aanbieden voor het niet opvolgen van de aanwijzingen. Bij een ‘liberale bond’ is je eigen verantwoordelijkheid nu eenmaal groter, dan bij NOC/NSF structuren.

    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF