Auteur: Rob Duchateau

  • Breda-Overa

    16 september 2012 – Effen

    Als sluitingskoers van het seizoen van de BWF is, ter gelegenheid van het jubileum van wielervereniging Avanti, een zes kilometer lange omloop gepland over prachtige slingerende veldwegen op de Brabantse zandgronden. Als er veel wind staat ontaarden dit soort koersen doorgaans in een slagveld. Vandaag geen windkracht, maar klimkracht. Het peloton werd geacht per ronde twee hoge viaducten te slechten, waarvan een behoorlijk steil. Het was, zoals een renner het tegen mij verwoordde, net Groesbeek.

    Voor de start had ik het stijgend asfalt over de snelweg al zien liggen en besloot vooraan te gaan staan. Als eerste de bocht door, waarbij ik mijn hand uitstak.?., om daarna vol gas de helling aan te snijden. De meeste winst zat in het laatste minder steile deel, waar ik bijschakelde. Toen ik na de afdaling en de korte klinkerstrook met een bocht naar links, omkeek, zat er nog slechts een renner in mijn wiel. Deze nam over en we hebben gezamenlijk de hele eerste omloop vooruit gereden, waarbij ik het punt voor de leidersprijs aan hem liet.

    Omdat twee man te weinig is om vooruit te blijven op een dergelijk parcours, hoopte ik op een overstekend groepje. Toen bleek dat het peloton behoorlijk werk maakte van de achtervolging, althans zo leek het, was de ontsnapping geen lang leven meer beschoren. Het geslagen gat was op zichzelf groot genoeg om uit te bouwen. Na ingelopen te zijn bleef ik nog even voorin, maar liet me daarna uitzakken om te kijken hoe er gereden werd. Dit bleek traditiegetrouw netjes, geen gewring. Een verademing. Dit nodigde uit om later weer naar voren te rijden.

    Bij de aankondiging van een premieronde, reed ik op het eerste viaduct snel langs het peloton om voor de tweede keer te ontsnappen. De nieuwe 172,5 mm cranks (eerst 170 mm) draaiden goed en de kortere 11 cm stuurpen (eerst 12,5 cm) zorgde voor een comfortabele zit. Bij het ronden van een haakse bocht langs de snelweg verloor ik te veel snelheid. Toch maar optrekken. Ik werd ingelopen door drie man, die hun ontsnapping helaas niet doorzetten. Ze hadden er in ieder geval genoeg kwaliteiten voor. Was mooi geweest als ik daarbij aan had kunnen haken.

    Bij het tweede viaduct trok ik nogmaals door om voorin te zitten voor de premiesprint. Ik dacht ten onrechte dat vijf premies te verdienen waren. Het aantal was vier en ik werd vijfde. Voortaan beter luisteren. Gewoonlijk valt het tempo even weg na zo’n sprint, nu niet, het ging een aantal ronden de lucht in. Een succesvolle ontsnapping leverde het echter niet op, waarschijnlijk door de afwezigheid van voldoende wind. In de laatste ronde slaagden drie coureurs wel weg te rijden van het peloton. Met nog een halve ronde te gaan had ik mij naar kop gewurmd.

    Bij het proberen dicht te rijden van het gat bleek de koek op en plafonneerde ik, maar bleef wel voorin. Kreeg enkele andere uitlopers te pakken en draaide aan kop van het peloton het viaduct af het lange rechte deel naar de finish op. Meedoen aan een massasprint vind ik niks. Eens kijken hoe de aanloop als wagon bevalt. Met nog 600 meter te gaan hoorde ik “Rob naar links!”. Ik draaide weg en zag ze aan alle kanten langs schieten. Volgende keer langer meegaan. Wel nog als 25e gefinished van de 61 starters. Gemiddelde snelheid: 42,7 km/u. Ontsnapt en finale gereden, tevreden.

     

    • Breda-Overa, bron: Mertens Fotografie
    • Breda-Overa, bron: Mertens Fotografie
  • Ronde van Bemmel

    26 augustus 2012 – Bemmel

    Das wat, heen en weer fiets gejat. Mijn brave roodbruine Corano Cross Tigre cyclocross frame pleite. De hele zaterdag bezig geweest om op basis van een VT340 een nieuwe te fabriceren. Vrijdagavond alle fietsen in de binnenstad gecheckt tot aan alle plaatsen waar je maar beter niet kunt komen toe. Het nadeel van de singlespeed rage, waardoor deze frames ineens gewild zijn. Vandaag strak in het regenpak de koersfiets naar Bemmel genomen voor de Ronde van, georganiseerd door TWC ‘t Verzetje.

    Vorig jaar eindigden de 75 kilometers van dit criterium in een waterballet, terwijl ze dit jaar zo begonnen. Omdat ik de vorige editie had uitgereden, besloot ik dit jaar te starten. Ondanks mijn betere opstelmogelijkheden, koos ik ervoor achteraan plaats te nemen in het dertigkoppige peloton. Tijdens de verkenning had ik gezien dat het 1250 meter lange parcours brandschoon was, maar de laatste overhaakse klinkerasfalt bocht onvermijdelijk glad.

    Toch werd de koers hard op gang getrokken door coureurs die daar blijkbaar prima mee om kunnen gaan. Petje af, helm op. Vanuit het laatste wiel zag ik al in de openingsfase echter ook niet bang uitgevallen renners, bang uitvallen. Mhm, dit belooft wat, doorrijden? Ja, maar de glibberbochten neem ik mooi op mijn eigen tempo. De eerste ontstane gaten van uitstappende opstappers kon ik nog dichten. Pas toen er vier renners voor mij tegelijkertijd stopten met trappen was ik het haasje.

    Op een lager tempo doorrijden zagen ze niet zitten, dus kon ik mijn weg alleen vervolgen. Zo kon het dat ik nog 20 minuten alleen heb rondgereden, voordat ik gedubbeld werd door het fors uitgedunde peloton. Wringen werd voor de was bewaard, er werd keurig gekoerst. Door het knip en aanplakwerk kreeg ik aan het eind van de rit, niet alleen mijn WFN licentie terug, maar ook nog de prijs voor de 20e plaats. Op mijn teller zag ik een maximumsnelheid van 66,1 km/u staan, gemiddeld 41,1 km/u.

  • Ronde van Oosterhout

    12 augustus 2012 – Oosterhout (GLD)

    Prachtig weer en een mooie ronde van 1800 meter met een vinnige klim tegen de Waaldijk. Wel warm. Bijschrijven met WFN licentie was geen probleem. In totaal 62 starters, strobalen bij alle obstakels en maar liefst twee speakers. Vooral de klim tegen de dijk en de rivierdijk zelf, bleken te zorgen voor afvallers. Zelf kon ik vanuit de laatste positie van het peloton steeds opschuiven als een Pacman mannetje. Met nog acht ronden te gaan knalden echter twee renners uit de tweede bocht. Rechtdoor en de stoep op lukte gelukkig prima, maar stond wel goed geparkeerd. Game over, safety first.

    Omdat een renner van de Sportklasse een strobaal geraakt had, werd de wedstrijd voor de Amateurs ingekort van 33 naar 27 ronden. De eerste 6 ronden zijn daarom in toertempo afgelegd. Zo kon ik de klim tegen de dijk mooi inschatten, daar lossen zou namelijk niet best zijn in zo’n pak. Wat ik zag is dat lang niet iedereen gemakkelijk omhoog ging. Iets om rekening mee te houden, omdat je niet bovenaan stil moet komen te staan, terwijl je vol in de wind de dijk opdraait. Met een 55T blad voor was het nodig achter de 19T krans te raadplegen om snelheid te maken tegen de top. Ruimte laten op een korte steile helling heb ik geleerd met cyclocrossen.

    Het lastigste stuk van het parcours was naar mijn mening het lange rechte deel naar de dijk toe. De snelheid lag hier standaard boven de 50 km/u, maar langs de maisvelden was het tevens het mooiste stuk. Ben trouwens wel liefhebber van half dorp/half veld rondes. Ze combineren de beste elementen van een criterium (veel passages, publiek) en een omloop (snelheid, vrijheid). Als je daar een kort waaierstuk over de dijk aan toevoegt, krijg je met klim en lange afdaling, als renner helemaal niet het gevoel dat je alleen maar rondjes aan het draaien bent. Een uitstekende uitwerking van een dijkdorpronde, complimenten voor de bouwer.

    Mijn gemiddelde snelheid met een ronde minder was 43 km/u, de maximumsnelheid dijkaf tegen de 70 km/u. Uiteindelijk ben ik als 45e geklasseerd van de 62 starters en 46 finishers. Onder de veroorzaker van de valpartij, die alle ronden vergoed blijkt te hebben gekregen. Belonen de wielerreglementen coureurs die hun fiets kapot rijden i.p.v. gevaar te ontwijken? Ja, het credo blijkt: liever een los wiel, dan een wiel lossen. In de voetbalsport is dit al 15 jaar verleden tijd doordat de spelers zelf het spel stilleggen: van ziekenhuiskoers naar scheidsrechtersbal. Dit staat overigens los van deze wielerronde, die ik heb opgeslagen bij mijn favorieten.

    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
  • Wisselaar

    8 augustus 2012 – Breda

    Elk jaar organiseert Wielervereniging Breda op vier woensdagen in augustus de Zomeravondcompetitie. Om 19.30 uur wordt in een categorie gestart voor een koers van 50 kilometer, 33 ronden. Vorig jaar kon de wedstrijd van de BWF geen doorgang vinden, plensregen – te weinig starters, dus had ik nog geen kennis kunnen maken met de brandschone Bredase wielerlussen.

    Het wieler- skeelercicuit van WV Breda heeft een totale lengte van 1500 meter met twee bochten en vijf U-turns en ook nog een lopende niet al te steile helling. Opstellen gebeurde op startnummer, toen had ik al onraad moeten ruiken, 38 renners aan de streep, wat wel een mooi aantal is. De drie beste uitslagen tellen mee voor een klassement met tien eindprijzen. Zelfs een speaker was aanwezig in de permanente jurywagen.

    Direct na de start werd de koers op gang getrokken om niet meer stil te vallen. Omdat ik de ronde niet kende, was ik achteraan begonnen. Het nadeel van een categorie is dat er, terwijl ik de terugdraaiende bochten probeerde te ontrafelen, achterin gaten vielen. De meeste renners hadden hier vaker gefietst en vlogen als vogels door de krommingen. Voelde nu wat coureurs, die voor het eerst op Lindenholt rijden, meemaken.

    Een gat, gelost, achter het voortrazende peloton aan dan maar. Samen met de WFN kampioen 40+ slaagde ik er wonderwel in weer aan te sluiten. Niet lang daarna werden de bochten mij te gortig en moest ik het peloton toch weer laten gaan. Uiteindelijk gold dit voor ruim eenderde van de starters. Wel was ik een van de weinigen die daarna weer aan wist te pikken. Goede oefening, wijze les. Hadden van mij ook zeven heuvels met een bocht mogen zijn.

    • Wisselaar, bron: Mertens Fotografie
    • Wisselaar, bron: Mertens Fotografie
  • Ronde van Oosterhout-Weststad

    29 juli 2012 – Oosterhout (NB)

    Op het industrieterrein van Oosterhout, Weststad genaamd, ligt het parcours waar de Pedaalridders uit Made in het voorjaar trainingswedstrijden organiseren. Vandaag was het, naast het kampioenschap van Amerstreek, tevens het decor voor de BWF 50+ en 50- koersen. Vorig jaar reed ik in de eerste ronde weg, om uiteindelijk als achtste te finishen. Na de verkenning besloot ik dat er te veel wind stond voor een herhaling dit jaar. De nabije windmolens zijn niet voor niets hier neergezet.

    Een ander verschil met vorig jaar is dat ik nu welliswaar een lager vetpercentage heb,  maar ook wat minder spiermassa. En massa is kassa op 38 rondes als deze. Bij de BWF rijden de Amateurs en de 50- voortaan bij elkaar. Met 50 starters en wind pal tegen en pal mee op de lange stukken, verwacht ik een zowiezo een massasprint. Deze ga ik niet meedoen. Wel ga ik proberen om alsnog enkele aanvallen te plaatsen. Hiervoor moet ik, achteraan gestart, naar voren. Dat gaat redelijk gemakkelijk.

    Tweemaal trek ik door na het winnen van een sprintje voor de leidersprijs, waarvoor ik vijf punten verzamel, maar het lange stuk wind tegen is te zwaar om met een klein groepje weg te blijven. Ik voeg vooraan in het peloton in. Nu merk ik pas dat daar behoorlijk en krampachtig gewrongen wordt om aansluiting te houden. Voor mij is dit geen teken van kwaliteit. Een keer wordt ik letterlijk uit de rij gereden door een renner die blind naar rechts stuurt, omdat hij heel even in de wind komt.

    Ondanks dit gefriemel kan handhaving  in het peloton beter. Het meezitten op belangrijke momenten ging wel goed, net als het meewerken in de achtervolging, maar voor hetzelfde geld rijdt een groep weg. De snelheid ligt de hele wedstrijd, ondanks de tegenwind, met gem. 43,5 km/u hoog en stijgt verder met het ingaan van de laatste ronden. Om uberhaupt een slotaanval te kunnen plaatsen, zal ik op deze momenten voorin moeten zitten. Driemaal remmend, kom ik met max. 62,4 km/u tot de helft van het peloton in de massasprint.

    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
  • De Berckt

    7 juli 2012 – Baarlo

    Naast reguliere trainingswedstrijden op dinsdag (TWC De Maastrappers) en donderdag (TWC Olympia), organiseert laatstgenoemde wielervereniging uit Baarlo elke woensdagavond een lange, twee uur durende training op de brede ovale ‘vliegtuigbaan’ op recreatiepark de Berckt aan de Napoleonsbaan. Met een maximumsnelheid van 38 km/u in het eerste anderhalf uur, lijkt mij deze training ook geschikt voor trainingsmaat Bram. Hup, in de trein naar Blerick met bijna 30 graden, naar het oude autoracecircuit.

    Langzaam druppelen de toerders, trimmers en wedstrijdrenners binnen en beginnen rondjes te rijden op het metersbrede perfecte asfalt. Na twee euro in de pot gemikt te hebben en onze namen en e-mailadressen op de lijst te hebben geschreven, zijn we ook maar begonnen met rondjes draaien. De bedoeling is dat Bram ongeveer drie kwartier tot een uur meerijdt, aangezien dit de normale trainingstijd is. Bij zijn eerste wedstrijdervaring had ik hem uitgenodigd voor een waar klimcriterium. Op zijn checklist stond dan ook de vraag: “Zit er een heuvel in?”. Ik dacht van niet.

    Na het vloeiend formeren van een peloton, reden er 60 renners keurig twee aan twee. Blijkbaar is het een ongeschreven regel dat eenieder twee ronden kopwerk op zich neemt. De maximumsnelheid van 38 km/u wordt redelijk gehandhaafd, maar de laatste drie kwartier wordt dit het gemiddelde. Toch draait Bram zijn rondjes moeiteloos mee op de grote plaat. Als ik van kop af kom, ga ik hem zoeken in het peloton. Wat blijkt? Hij rijdt gewoon zelf op kop! Zeer netjes. Na anderhalf uur gaat de snelheid definitief omhoog voor een finale van 30 minuten. Zelfs nu slaagt hij erin nog een aantal ronden aan te haken.

    Bij een uitval van een lokale renner vlak na het begin van het wedstrijdhalfuur, oftewel de woensdagavondsprint, spring ik mee. Ik kom met drie renners voorop. Gezien de brede snelle baan, vraag ik mij af of het uberhaupt mogelijk is om weg te rijden. Toch blijven we een tiental ronden met twee vooruit. Nadat we zijn ingelopen ga ik nog eens aan en krijg renners mee. De achterdeur in het peloton staat intussen open. Na wat uitvallen geneutraliseerd te hebben, rijden we met zes de laatste ronde in. Bij de laatste uitval plafonneer ik en begin aan de sprint voor plek twee tot en met vier. Deze kan ik wel winnen. Finale gereden, zeer tevreden.

    • De Berckt
    • De Berckt
  • Papendal

    17 juli 2012 – Arnhem

    Geen Nijmeegse, wel stuwwal. Daarop ligt het Nationaal Sportcentrum Papendal tussen Oosterbeek en Wolfheze op de Veluwe. Elke dinsdagavond van april tot en met augustus organiseert WV Reto Arnhem er een trainingswedstrijd op een snel en breed asfaltparcours met vier bochten en een helling. Omdat het sportcomplex hoog op de Arnhemse stuwwal ligt, op een open stuk heide, staat er meestal wind.

    De combinatie van zijwind, de ‘stiekem platte’ helling en het hoge niveau van de top van het peloton, maakt dat het laatste stuk naar de finish voor de uitvallers zorgt. Na inschrijven posteer ik mij achteraan. Ik heb immers een maand geen wedstrijden gereden en zal toch even moeten wennen. Hopelijk gebeurt dit voordat ik eraf waai. Direct na het startsein vliegt de snelheid omhoog en kom ik achteraan het lange lint te rijden. Wel mooi om te zien.

    Gelukkig is het met 17 graden niet te warm en regent het niet. Wel staat er zijwind op de parcoursheuvel. Na het wennen aan de geveegde! bochten besluit ik om toch wat ruimte te houden, terwijl ik op de laatste positie rijd. Na een kwartier schuif ik door de wind naar voren, maar als het later stilvalt, zorgen aansluitende coureurs voor geprop en gewring. Dan hang ik liever aan het elastiek.

    Op het moment dat het peloton breekt maak ik in mijn eentje de oversteek naar het voorste deel. Later sluit het tweede deel weer aan, dus deze krachtsinspanning was niet nodig geweest. Moet je net even weten. Weer aangekomen op de laatste positie, zie ik dat de achterdeur inmiddels open staat. Sommigen blijven al lossend in de lijn van de bocht rijden, zodat je tegen de 60 km/u het ontstane gat kunt gaan dichten. Handig is anders.

    Wat ik gaandeweg merk is dat de combo van Prins Interval en LoperKoning uitstekend werkt voor dit soort wedstrijden. De eerste zorgt voor het goed kunnen optrekken na bochten, het versnellen langs lossers en het niet verzuren op de steile stukken van de parcoursheuvel. De tweede zorgt voor het kunnen volhouden van een hoge snelheid, ook op het ‘stiekem platte’ deel van de parcoursheuvel. Ook al gaat het hard, ik hang er nog steeds aan.

    Bij een volgende breuk in het peloton is het tijd geworden voor een aantal kopbeurten. Als ik al weer lang naar achteren ben komt het peloton weer samen. Wanneer het daarna in drie stukken breekt, komt de renner voor mij met zijn pedaal tegen de grond en maakt een schuiver. Omdat ik afstand heb gehouden, kan ik remmen. Wel moet ik met alle macht geforceerd optrekken, waardoor de kramp in mijn kuiten schiet. Kom van de voorste in de laatste groep terecht, maar alles komt later samen.

    In de finale bedenk ik mij dat ik eigenlijk al een maand niet met klikpedalen gefietst heb. Ook mijn wedstrijdfiets is die tijd niet van stal geweest. Toch besluit ik de laatste kilometers naar voren te schuiven, dit lukt. Vooraan gekomen steek ik over naar de kopgroep. Ik red het wel, maar moet laten lopen, als mijn benen verdere dienst weigeren door kramp. Tijd om Constant Weerstand toe te voegen aan het trainingspalet voor wedstrijdloze periodes. Zeer tevreden.

  • BWF Kampioenschap Hoeven

    17 juni 2012 – Hoeven

    Waar vorig jaar het BWF kampioenschap betwist werd op de kilometer van de Blauwe Kei, is het strijdperk nu de 4100 meter lange driehoekige ronde van Hoeven. Van stadscriterium naar polderomloop, jawel, polderbeulen is noodzakelijk vandaag. Hoewel het Rijk van Nijmegen gezegend is met de prachtige Ooijpolder, fiets ik daar eigenlijk nauwelijks. De reden laat zich raden. Om toch enigszins beslagen ten ijs de komen, heb ik daarom deze week viermaal een LoperKoning training ingelast. Zoals Prins Interval bijdraagt aan het ‘draaien en keren’ bij criteriums, zo kan de LoperKoning route met haar lange hellingen helpen bij het overleven van lange stukken ‘op de kant’. Althans dat is de theorie.

    Na het inschrijven bij een cafe op een tweesprong langs het parcours, ging ik inrijden op een ander stuk weg. Terwijl ik dacht dat ik nog twintig minuten voor de start had, stond er een renner/toeschouwer hevig met zijn armen te zwaaien. “Kom op, opstellen, de starttijd is vervroegd!”. Ok, bedankt! Tijdens het opfietsen naar die start merkte ik dat mijn ketting niet op het grote blad wilde. Geen tijd gehad om te testen en bij te stellen. Tja, daar sta je dan. Heb je de hele week in de heuvels getraind op het rond krijgen van een polderverzet, om uiteindelijk in de polder te malen op een heuvelverzet. Dat is de praktijk.

    Toch maar gestart en benieuwd hoe lang ik een hoog beentempo kon houden. Ik miste meer dan 20 % van mijn maximale verzet, dus op kop was geen optie. Gelukkig viel af en toe de snelheid weg, terwijl renners moesten lossen op het stuk wind tegen, waar de kleine plaat geen beperkende factor was. Zo kon ik de gaten stoppen en aansluiting houden bij het flink uitdunnende peloton. Dat 55 km/u met wind mee op een ’42’ mogelijk was, wist ik niet, nu wel. Mijn nieuwe compact stuur lag goed in de hand, mijn nieuwe bril keek goed en de zon scheen lekker. Ronde na ronde verdween van het bord. Voelde me wel als een antieke Mini Cooper op de snelweg.

    In de finale kon ik, terwijl ik mijn shifter indrukte, op 55×11 naar voren rijden, maar om te remmen moest ik deze loslaten en de ketting weer naar het kleine blad (42) laten gaan. Op het stuk wind tegen kreeg ik het gat met twee achtervolgers grotendeels dicht, maar bij het bijhalen op het stuk tegen verviel de vaart, waardoor het peloton aan kon sluiten. In de laatste ronde was er helaas een valpartij van de winnaar van het regelmatigheids klassement van de BWF Amateurs in 2011. Gelukkig kon hij op eigen kracht opstaan, maar zijn helm kan de prullenbak in. Tijd voor mijn zomerreces. Gemiddelde snelheid 41,8 km/u en maximum snelheid 62,5 km/u. Van de meer dan 60 renners kon ik een 25e plaats bemachtigen. LoperKoning werkt.

  • Ronde van de Blauwe Kei

    10 jui 2012 – Breda

    Op de Ronde van de Kei in Breda organiseerde de Brabantse Wielerfederatie in 2011 haar jaarlijkse kampioenschappen. Daar behaalde ik op het 1000 meter lange, rechthoekige parcours met vier bochten en breed snel asfalt, een podiumplaats bij de Amateurs, zevende in de uitslag. In het BWF Amateur klassement stond ik in 2011 na de laatste wedstrijd wederom op de tweede trede, zo ook bij de Lindenholt competitie dit jaar in Nijmegen. Vandaag ben ik met een nieuw gemonteerde compacte stuurbocht klaar voor de Bredaase buurtexcercitie van remmen, draaien, optrekken en uitrollen. Het BWF kampioenschap 2012 zal volgende week plaats vinden op de mooie omloop in de polder bij Hoeven.

    Aan de start sta ik op de eerste rij, na bij de inschrijving verwelkomd te zijn door de BFW inschrijfdames, een aantal renners en volgers. Leuk. Om de bochtenloop van mijn nieuwe stuur te testen rijd ik na het startschot als eerste weg. Oh oh…dit stuurt wel even anders. Daarnaast slaat mijn nieuw gelegde ketting over op de ’14’. Kan gebeuren maar handig is anders, deze heb ik nu net nodig en de rest niet. Tegelijkertijd raast het peloton op snelheid door de bochten. Ik besluit geen risico te nemen en een ronde over te slaan, om weer aan te pikken als het tempo wat gedaald is. Zo kan ik op een kalme manier wennen aan mijn nieuw soort stuur en weer wennen aan de rijstijl bij de BWF: hard, veilig en netjes.

    Of het een expliciete conventie is weet ik niet, maar wringen is in deze pelotons uit den boze. Dit betekent dat men snellere renners voorlaat en niet inhaalt in de laatste meters voor een bocht (proppen). Zo kan iedere coureur van zijn rem afblijven en zich focussen op de bocht, waardoor de veiligheid fors toeneemt. Een regelrechte verademing. Hierdoor kon ik aanpikken en meerijden bij de eerst langskomende groep, waarvan ik dacht dat het de enige overgebleven structuur was. Later kregen we de tweede groep in zicht. Mhm, blijkaar was ik aangesloten bij de kopgroep…en dat mag niet, foei! Door de hoeveelheid wind in de finishstraat heb ik de juryaanwijzingen niet ontvangen. Of was het de hitte?

    Bij het dubbelen van het peloton ontstond na aansluiting een nieuwe breuk. Deze breuk heb ik in een aantal ronden gelijmd en zo “invloed” gehad op het wedstrijdverloop, mocht er nog een originele kopgroeprenner in de groep gezeten hebben. Mijn doel was om te wennen aan mijn nieuwe stuur in bochten op hoge snelheid. Dit is in ieder geval gelukt. Een klassement heb ik al gereden op Lindenholt, dus eventuele punten die ik behaald heb, kunnen wat mij betreft uit de uitslag. Gelukkig is de BWF jury eenvoudig benaderbaar voor dit soort zaken. In ieder geval heb ik mijn excuses kunnen aanbieden voor het niet opvolgen van de aanwijzingen. Bij een ‘liberale bond’ is je eigen verantwoordelijkheid nu eenmaal groter, dan bij NOC/NSF structuren.

    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF
    • Ronde van de Blauwe Kei, bron: BWF

  • Lindenholt

    6 juni 2012 – Nijmegen

    Intussen is het zomer geworden en het is tijd voor de laatste Lindenholt Trainingswedstrijd, althans in het voorjaar. Er zijn namelijk plannen van NSWV Mercurius om vanaf eind augustus weer een serie te organiseren, een najaarscompetitie. Deze serie sluit mooi aan op de dinsdagavond competitie op Papendal, welke eind augustus afloopt. Helemaal mooi zou een ONK, begin oktober, zijn, een Open Nijmeegs Kampioenschap. De Nijmeegse openbare weg kent talrijke straatrenners, maar het officiële wielerparcours weinig wielrenners.

    In de laatste koers maken vier kandidaten nog kans op een podiumplaats in het regelmatigheidsklassement van de tiendelige Lindenholt competitie. Zelf sta ik derde met acht punten voorsprong op de nummer vier, maar ook op negen en vier punten achterstand op de nummers een en twee. Omdat mijn achtervolger waarschijnlijk de overwinning mee naar huis gaat nemen, heb ik in ieder geval drie punten nodig om mijn klassering zeker te stellen.

    Dit betekent dat ik zowiezo niet lek mag rijden, wat ik al twee keer gedaan heb. Voor de start hoor ik dat nummer twee afgelopen maandag zijn shifter gemold heeft en dat nummer een vrijdag een schuiver heeft gemaakt. Zeker van een podiumplaats, is de eerstgenoemde als toeschouwer aanwezig in zijn doordeweekse outfit met dito bril. Hoewel ik er drie Prins Interval trainingen op heb zitten, zijn mijn eigen bovenbenen nog in de war van de Zwitserloot Dakrun van afgelopen zondag.

    De koers komt rustig op gang met wat losse ontsnappingen. Zelf houd ik het vandaag bij meerijden. Als ik echter tegen de zestig kilometer per uur een geslagen gat dichtrijd, blijkt dat ook een dikke 8-speed ketting open gereden kan worden. Gelukkig voel ik de naar buiten gebogen schakel tikken in mijn derailleur. Ik zie nog niets en blijf in het zadel kijken tot ik de boosdoener ontwaar. Snel naar de kant om met een kettingpons de schakel te verwijderen.

    Tijdens het aanpikken, merk ik dat mijn stuur heel anatomisch naar boven en beneden beweegt. Blijkbaar heb ik ook nog te hard aan mijn stuur getrokken toen ik het gat dichtreed en zit het nu los in de klemming. Het peloton breekt tegelijkertijd in twee stukken. Op gedwongen souplesse krijg ik aansluiting bij het voorste deel. Naast op je fiets blijven zitten, is je fiets heel laten een belangrijke feature om een goed klassement te rijden. Uit de voorste groep ontsnappen twee renners.

    In het laatste wiel van de tweede groep neem ik voorzichtig de bochten. Waarschijnlijk is mijn stuur iets ingedeukt door het stuiteren over een richel in het parkoers. Tijd voor een nieuwe. In de slotronde sprint ik als derde van de groep al zittend naar een vijfde plaats. Dit blijkt voldoende voor een tweede plek in het eindklassement. Met een overwinning, een zestal regenkoersen en driemaal materiaalpech kan ik niet anders dan tevreden zijn. Organisatie, jury en renners bedankt.

    30 mei 2012 – Nijmegen

    Na vorige week, toen de straten van Groesbeek blank stonden en het diepe Hoenderdal in het centrum bedeeld was met een waterlaag van 20 centimeter, was het vandaag een prachtige zomercompetitie avond met 20 graden. Zelfs vorige week waren er vier, allen masters, present, welke ik bij deze voordraag voor de blauwe poncho. De Lindenholt klassementsleider en kersverse districtskampioen liep tot aan zijn trapas vast in de watermassa. Zo niet vandaag.

    Met de Kasteelronde van Wijchen op zondag en het DK Zuid-Oost in Tilburg-Reeshof op maandag in de benen sta ik aan de start van de 9e Lindenholt Trainingswedstrijd. De bedoeling is om anderhalf uur en drie ronden te rijden. Dit betekent in de praktijk een koers van 65 kilometer. Na in het begin een aantal uitvallen geneutraliseerd te hebben kom ik terecht in een kopgroep van vijf. Als iedereen meedraait is de kans om weg te blijven groot.

    Zelf slaag ik er niet in om een bijdrage te leveren en blijf er een beetje aan plakken. Omdat ik mijn schoenen te strak heb aangetrokken, krijg ik al na een half uur koers kramp in mijn linkervoet, lekker dan. Klitteband losser en afwachten maar. Gelukkig trekt de kramp weer weg, maar ik weet genoeg. Drie wedstrijden in een week is voor een opgevoerde trimmer met eindschot als ik te hoog gegrepen. Zeker bij Spaanse temperaturen, waar ik zowiezo niet van houd als omgebouwde voetballer.

    De kopgroep werd mede door mijn knip en plak werkzaamheden terug gepakt. Na deelgenomen te hebben aan een nieuwe ontsnapping, welke geneutraliseerd werd, kreeg de beslissende vorm met drie renners. Met 55×13 plafonneerde ik terwijl ik erheen reed. Vanuit mijn wiel kon een achtervolgende renner gelukkig nog wel profiteren en sloot aan. Das pech, kopgroep weg. En nu? Een aantal ronden recupereren in het laatste wiel van het achtervolgende peloton met af en toe een lange kopbeurt.

    Tijd voor de finale waarin ik mij had voorgenomen de klassements meubelen te redden met een goede eindsprint voor de vijfde plaats. Met een halve ronde te gaan kwam ik al op kop. Mhm… de enige mogelijkheid was om de snelheid hoog genoeg te houden tot de laatste bocht, geen ruimte te laten om in te halen en direct een jump te plaatsen. Waar ik dit eerder meestal fout deed, lukte dit nu wel (5e), mede omdat er op Lindenholt netjes gereden en niet gesneden wordt. Gemiddelde snelheid 40 km/u, maximum snelheid 62 km/u.

    16 mei 2012 – Nijmegen

    Na twee keer een lekke band,  vandaag niet lek. Na vijf keer een nat parcours, vandaag droog. Na zes weken met winterzon, vandaag mei zon. Met 13 graden is de temperatuur niet hoog en er staat een stevige wind, maar de lucht is helder, schoon en aangenaam. Toen ik nog voetbal speelde vond ik dit weer het beste. Als het warmer wordt dan 18 graden kost het afvoeren van lichaamswarmte extra energie en als het kouder is dan 8 graden andersom. Bijna elke aanfietsende renner verbaasde zich over het weer. Optimisme alom.

    De twee hoogst geklasseerde renners in het Lindenholt klassement zijn weer aanwezig. Net als de sprintende winnaar van de twee vorige edities. De nummer drie van het klassement heeft helaas zijn sleutelbeen gebroken in een eenzijdig verkeersincident. Hij is geopereerd. De wedstrijd gaat van start in gesloten formatie. In de finishstraat staat de wind in de rug en op het lange rechte stuk na de parcoursheuvel op kop. Geen enkele renner, of groepje renners slaagt er in goed weg te komen. Zelfs de alleen aankomende winnaar van de Kasteelronde van Mill en klassementsleider op Lindenholt niet.

    Na mijn klapbanden in de bochten de afgelopen twee weken zit ik met samengeknepen billen op de fiets. Bij de minste of geringste trilling denk ik dat het weer zover is. Dit resulteert in bochtenwerk, waar zelfs een kapitein van een olietanker voor bedankt. Optrekken op de rechte stukken gaat echter als een speer. Met een aantal aanvallen probeer ik het peloton uit te dunnen, en/of een breuk te forceren. Loskomen lukt prima en een keer rijd ik twee ronden vooruit voor ik mij in laat lopen.

    In de finale slagen de nummer een en twee van het klassement er wel in een breuk te forceren. Ik zit mee met nog drie a vier anderen. In de laatste ronde neem ik vlak na de parcoursheuvel nog eenmaal over en geef af. Na een slotaanval van de nummer een en twee kom ik toch weer op kop en beloof de sprint aan te trekken. Bij het uitkomen van de laatste bocht zet ik op 55×12 aan. Ik zie geen schaduwen op het asfalt. Niemand in mijn wiel dus. Ik trek door. Aan mijn linkerkant zie ik de schaduw van de sprintwinnaar van de twee vorige edities opdoemen, maar ook de eindstreep en die komt sneller dan hij. Gewonnen! Zeer tevreden.

    9 mei 2012 – Nijmegen

    Wielrennen is vooruit kijken. Twee weken geleden stond ik al na een aantal ronden aan de kant met een gebarsten achtervelg, althans dat dacht ik. Na vandaag is de werkelijke oorzaak glashelder. Vorige week werd er niet gereden op Lindenholt vanwege de meivakantie. Vandaag is dus de eerste wedstrijd in 3 weken tijd, waarin ik naast een nieuwe wielset, ook de beschikking heb gekregen over een nieuwe set trainingsroutes. Buienradar geeft een hoosbui aan om 18.00 uur, die de straten blank zet. Regenpak en overschoenen en op weg. Daarna wordt het droog.

    Aan de start staan veel renners van de organiserende vereniging, maar de mannen die het hoogst staan in het klassement zijn afwezig. Het parcours is nog nat van de hoosbui, maar redelijk berijdbaar. Op voor 1:15 uur en drie ronden wedstrijd. Niemand slaagt echt om weg te komen aan de voorkant. De uitdaging van vandaag is om geen lekke band te krijgen. Bijna de helft van het peloton slaagt hier niet in. De wielerbaan op Lindenholt wordt ook voor andere doeleinden gebruikt en hierbij sneuvelt vrees ik nog wel eens een wijn- bier- of shotjesglas tijdens een gelag.

    Ik zelf nam vier ronden voor het einde de laatste lekke band voor mijn rekening. Tijdens het aansnijden van een bocht schoot mijn voorwiel weg. Das wat, band plat. “Lek!”. In het naar buiten sturen richting berm nam ik bijna een renner mee, die buitenom kwam i.p.v. binnendoor. Hiervoor mijn excuses. Omdat hij stuurvaster is dan ik, liep niet alleen mijn band goed af. De wekelijks aanwezige juryleden schoten mij te hulp met een geleend voorwiel, zodat ik de wedstrijd alsnog glashard uit kon rijden met een ronde achterstand. Bedankt!

    Na het retourneren van het geleende wiel, was ik wel benieuwd wat de platte band had veroorzaakt. Een forse glassscherf afkomstig van een gebroken drankglas of drankfles had de sterke zijwang (liever hij dan ik) van mijn vouwband doorboord en finaal gescheurd. Festivalglazen zijn niet voor niets uitgevonden en evenementenbier ook niet. Drank en schietoefeningen zijn zowiezo een slechte combinatie en hoeven in mijn ogen niet van overheidswege gestimuleerd of gedoogd te worden. Sport wel.

    Na de finish stak ik snel een nieuwe binnenband, terwijl de jury en een paar renners op mij wachtten. Het jurylid wat mij een wiel had geleend bood zelfs een lift aan! Dit was niet nodig, maar heel erg bedankt. De gemiddelde snelheid bedroeg 40,1 km/u en de maximumsnelheid was 55,6 km/u. Nog nooit heb ik trouwens een renner bergop over een eend zien rijden, waarna de eend wegliep en hij ongehinderd doorreed. Ondanks de lekke banden is er niemand gevallen. Volgende week weer, beter, en beter weer. Vaste prik, want niet geschoten is altijd mis!

    25 april 2012 – Nijmegen

    Dat april kouder is dan maart komt niet vaak voor. Dat de regio Nijmegen, met bijna 80 mm regen in 3 weken, de natste plaats is van Nederland ook niet. Met pech uit de wedstrijd moeten stappen, is mij nog nooit overkomen, nu dus wel. In de tweede ronde voelde ik mijn achterwiel wegglijden in de achterste bocht van het Lindenholt parcours. Met een lekke band, veroorzaakt door een doorgeremde achtervelg, was ik gedwongen de strijd te staken. Das pech, klassement weg, maar wat een geluk, alleen een velg stuk!

    Wat ik wel heb kunnen doen, is het opmeten van de parcoursheuvel. Over 40 meter is het hoogteverschil 3,5 meter, het stijgingspercentage is dus 8,75 %. Invullen in de KBN formule levert 61 KBN op. Bij een wedstrijd op Lindenholt krijg je in 30 ronden (45 kilometer) 1830 KBN voor de wielen. Als je alle 10 Lindenholt trainingswedstrijden meedoet krijg je, wat klimweerstand betreft, het equivalent van de Alpe d’Huez (18667 KBN) te verwerken. Ik ben in ieder geval klaar voor de volgende serie, die 9 mei begint. Opstappen is altijd een optie!

    Na telefonisch contact dezelfde avond doet Bakker Racing Products morgen direct een bestelde wielset van hetzelfde type, maar dan 10 jaar moderner, op de post. Mijn fiets heb ik kunnen schoonmaken en stallen bij trainingsmaat Bram. In het klassement ben ik toch nog vierde geworden in een serie van 5 wedstrijden, waarbij de kwaliteit het omgekeerd evenredige was van het aantal deelnemers.  De derde plaats was zonder wedstrijdpech dus het hoogst haalbare. Dit is mij en de nummer drie in gelijke mate overkomen. Alsnog tevreden.

    • Lindenholt, bron: NSWV Mercurius
    • Lindenholt, bron: NSWV Mercurius

    18 april 2012 – Nijmegen

    Direct uit de trein kunnen omkleden bij trainingsmaat Bram. Mijn tas had ik gisterenavond al ingepakt en mijn wedstrijdfiets meegenomen naar de bewaakte stationsstalling. Vanochtend was het droog, maar vanavond zou het zeker gaan regenen. Gelukkig kwam ik, redelijk droog en tamelijk op tijd, aan op het nog droge wielerparcours van Lindenholt voor de vierde wedstrijd in de voorjaarsserie.

    Aan de start stond een peloton met een omvang waar een continentaal wielerteam mee in zijn nopjes zou zijn. Ook de representant, winnaar van vorige week was present, samen met de nummer twee, de kersverse winnaar van een zware Brabantse tweedaagse amateurklassieker. De nummer drie van vandaag gaat door het leven als de nationaal kampioen der studenten. Genoeg strijd te verwachten dus.

    Direct vanaf de start regende het uitvallen uit alle hoeken en gaten. Volgens mij had driekwart van het peloton wel een of meerdere aanvalspogingen ondernomen, voordat de twee koplopers van vorige week zich uiteindelijk wederom konden losweken. Regelmatig was ik gedwongen tot wel 58 km/u de ontstane gaten te dichten. Door de invallende regen had ik mij later wat naar achteren laten zakken, waardoor ik de aansluiting miste bij een achtervolgend trio.

    Tja, in een eenzame achtervolging dan maar. Net op het moment dat ik na een aantal kilometer doortrappen eindelijk de aansluiting wist te maken, reed de derde man lek en liet tegen de parcoursheuvel een gat vallen. Das pech, investering weg. Ik heb me noodgedwongen weer laten inlopen door het peloton en me mee laten drijven. De bochten gingen goed, dus afstappen was geen optie.

    Op de bel van de laatste ronde plaatste ik een slotaanval. De reactie was heftig en op de parcoursheuvel heb ik ingehouden. Dan maar aan het laatste redmiddel: sprinten. De vijfde plek was nog te vergeven en in zesde positie rondde ik de laatste bocht. Links van mij zette een renner aan… ook aanzetten en kijken… verder aanzetten… zitten… opschakelen en laatste versnelling, binnen. Gemiddelde: 41,0 km/u en maximum: 57,8 km/u.

    11 april 2012 – Nijmegen

    Na het vorige week behoorlijk koud gehad te hebben, besloot ik vandaag mijn winteroutfit uit de kast te trekken. Dus dikke overschoenen, beenstukken en een thermoshirt onder mijn snelpak. Voor de 15 kilometer lange rit naar de wielerbaan in Lindenholt trok in daar overheen nog een compleet regenpak aan. Helm op, telefoon, lampjes, euromunten en licentie in het zakje met rits en door het 6 graden warme aprilweer op pad.

    Het peloton had vandaag niet alleen de grootte van een continentaal wielerteam, maar tevens een representant. Met daarnaast een jury van drie koppen sterk, opgehouden regen en lengend daglicht, was de start van de derde Lindenholt trainingswedstrijd een feit. De eerste ronden werd er rustig gereden, zodat ik de berijdbaarheid van het parcours kon inschatten. Ik koos er wederom voor om de bochten rustig te nemen en daarna achter aan te haken.

    Na een korte schermutseling kozen twee renners het hazenpad. Nu moest ik wel een stuk naar voren om te zorgen dat ik niet gelost zou worden. Dit lukte. We reden met negen man achter de koplopers aan. Na een periode van volgen probeerde ik, net als anderen, met een paar lange kopbeurten het gat te dichten, of in ieder geval te verkleinen. Dit lukte niet. Door een aantal lekke banden en een lullig enkeltje berm reden we na 45 minuten koers nog slechts met een kwartet achter het ongrijpbare kopduo.

    In de finale zag ik dat een renner mijn wiel koos. Ik zei hem dat dat mij niet zo slim leek, omdat ik in het geval van een vroegtijdige demarrage geen risico zou nemen in de bochten. Om niet als laatste van het kwartet te eindigen plaatste ik er zelf een, halverwege de slotronde. Zo kon ik als eerste, weer afgeremd, de achterste bocht door. Op de finishstrook schoot een tweetal renners uit mijn wiel. Vijfde plaats en de derde stek in het klassement. Gem: 40,7 km/u en max: 54,8 km/u. Tevreden.

    4 april 2012 – Nijmegen

    April doet wie ie wil. Was het vorige week nog zonnig, droog en warm, vandaag is het bewolkt, nat en koud. Het meteorologische pluspunt van deze koers is de afwezigheid van wind, zodat kort aan het wiel rijden minder belangrijk blijkt. De wielerbaan in Lindenholt had een twijfelachtige reputatie als het ging om gripvolle bochten bij regen. De huidige staat betekent echter mosvrij asfalt, geveegde bochten en een obstakelvrije berm tot op 3 meter.

    Aan de start staat een peloton ter grootte van de doorsnee selectie van een Continental wielerteam. Meer dan genoeg om te koersen dus. Afgesproken werd om de eerste 5 ronden rustig aan te beginnen. Om de bochten te verkennen nam ik achteraan plaats. De berijdbaarheid van het parcours blijkt goed, dus de eerste ontsnapping van 3 renners trapt af. Samen met 2 anderen ga ik in de achtervolging. Na een aantal ronden hebben we ze te pakken.

    Om de betere stuurmannen niet voor de wielen te rijden, posteer ik mij aan de achtersteven van de nieuw gevormde samenwerking. In de bochten zak ik uit, op de rechte stukken sluit ik aan. Iedereen rijdt uiterst verantwoordelijk. Regen in een trainingswedstrijd zie ik als training voor een regenwedstrijd. Als 3 renners wederom het hazenpad kiezen, moet ik alsnog aan de bak. Het lukt me om een redelijke bijdrage te leveren, maar de tijdrijder van de groep doet veruit het meeste werk.

    Door mijn te kleine bijdrage loopt het drietal voorop verder uit. Bij ons lost de derde renner, maar gelukkig ook een uit de kopgroep, zodat we weer met 3 man op 400 meter afstand van de 2 koplopers rijden. Na een kopbeurt op het rechte stuk, vang ik de achterste bocht met te hoge snelheid aan…glibber…rechtdoor de obstakelvrije berm in. De 2 anderen wachtten. Thanks! Het begint intussen donker te worden en wederom raken we een derde man kwijt.

    Met nog 4 ronden te gaan mogen de 2 duo’s onderling uit gaan maken wie als voorste eindigt. Bij het kopduo is dat dezelfde als vorige week. Op het rechte stuk naar de laatste ronde pak ik nog een keer over. Ik verwacht dat mijn gezelschap zijn tijdrijderskwaliteiten inzet. Hij trekt door in de achterste bocht en snijdt de laatste met voorsprong aan. In de sprint sneak ik er in de laatste meters langs. Derde plaats met 40,0 km/u gemiddeld en maximaal 54,6 km/u.

    28 maart 2012 – Nijmegen

    Lindenholt leeft! NSWV Mercurius heeft besloten dit jaar de Lindenholt Trainingswedstrijden te organiseren. De komende 10 weken wordt elke woensdagavond op de wielerbaan in Lindenholt, ook na het verdwijnen van RTC Groenewoud, een koers verreden. Prachtig weer en tientallen coureurs aan de start. Het asfalt ligt er prima bij en de bochten zijn geveegd. In vergelijking met 3 jaar geleden is de begroeiing een stuk gekortwiekter. Tijd om het Klimbijnijmegen.com pak aan te trekken en uit te proberen.

    Direct na het fluitje volgt een serieuze uitval en het peloton kan gelijk aan de rekstok. De ontsnapping wordt geneutraliseerd, maar het vijftigkoppige peloton valt niet stil, zoals gebruikelijker bij trainingswedstrijden. Ik heb het geluk dat ik me bij de tweede serieuze ontsnapping kan voegen. Ik kom met 5 andere renners voorop. In deze kopgroep zijn maar liefst 4 rijders van de organiserende vereniging present. Iedereen doet zijn deel en we lopen langzaam uit op het peloton, wat zich niet zomaar gewonnen geeft.

    Halverwege de koers besluiten 2 thuisrenners een demarrage te plaatsen. Gelukkig kan ik het gat dichten en het resultaat is dat ze enkel een eigen clubgenoot eraf hebben gegooid. Even niet meer op kop dus. Dit mogen ze zelf oplossen. Na een tijdje is de verstandhouding weer hersteld en draai ik weer mee. Na 3 kwartier plaatst de andere alleenstaande renner een demarrage. Snel ga ik er achteraan, want die zie je anders nooit meer terug. De staart van het peloton komt in zicht. Zorgen dat ik met de rest van de kopgroep vooraan plaats neem. Dit lukt.

    Nog 3 ronden voor het peloton, wat gaat afsprinten. Vanaf de tweede rij laat ik mee meedrijven. De kopgroep heeft nog 3 extra ronden voor de boeg. Het blok van 3 slijpt natuurlijk de messen om mij en de andere renner, een wegspringer, uit te putten. Met de bel van de laatste ronde demarreren 2 stuks, even wacht ik (te lang), toch zal ik moeten. Na een halve ronde heb ik ze te pakken, maar rijd nu 3 tegen 1. De winnaar plaatst zijn finale uitval. In de sprint weet ik de 3e plaats te bemachtigen. Zeer tevreden. Maximum: 56,8 km/u en 42,8 km/u gemiddeld.

    • Lindenholt, bron: Bram van Rens
    • Lindenholt, bron: Bram van Rens
    • Lindenholt, bron: Bram van Rens
    • Lindenholt, bron: Bram van Rens
    • Lindenholt, bron: Bram van Rens
    • Lindenholt, bron: Bram van Rens