Auteur: Rob Duchateau

  • Tilburg-Pijnenburg

    25 september 2011 – Tilburg

    Op de kalender stond origineel een Amateurkoers in Wernhout met de start om 12:00 uur. Met uitvallend treinverkeer tussen Nijmegen en Oss, uiteindelijk uitgeweken naar de BWF wedstrijd op het 2200 meter lange parcours van TWC Pijnenburg, 3e keer dit jaar. Reistijd Nijmegen – Tilburg Reeshof en terug…..2 x 2:15 uur. Ondertussen kun je driekwart WK rijden. Het doel van vandaag is daarom simpelweg een wedstrijd rijden (nummer 28). Op zaterdagavond wederom een nieuwe route (TR24/7 Constant Weerstand) naar tevredenheid getest, niet de ideale training op een avond voor de wedstrijd, maar goed.

    Een bescheiden deelnemersveld van 24 50-minners aan de start. Omdat er langs deze ronde altijd wind staat is wegrijden niet evident. Hoewel mijn benen tamelijk traag aanvoelen, poog ik toch een paar keer weg te rijden. Het nadeel is dat ik weinig renners ken en zij mij ook niet. Lastig. De kans dat het peloton breekt in deze wedstrijd is zowiezo klein. Meerijden is gemakkelijk, op kop is het zwaarder dan je denkt. Het weer blijft met +25 graden werkelijk prachtig, maar ook warm. Met dit koersbeeld is het zaak uit te kijken naar de goede ontsnapping. Zelf kom ik bij het opvoeren van de snelheid regelmatig alleen los, tja, niet handig.

    Na een half uur schermutselen splitsen zich uiteindelijk 5 renners af van het peloton. De voorsprong loopt snel op en de samenwerking in de achtervolging is ver te zoeken. Als het eenmaal draait, gaat de voorsprong van het vijftal gestaag naar beneden. Met een laatste lange kopbeurt komt de kopgroep op grijpafstand. Als ik het nu dichtrijd, zullen anderen zeker springen. Het gevolg was dat de kopgroep tot aan de finish eenvoudig uit de greep van het peloton wist te blijven. In de sprint voor de 6e plaats, gaf ik mezelf door de zeer krappe laatste bocht, weinig kans. Het viel mee: 9e. Maximum 58,7 km/u, gemiddeld 41,0 km/u. Treinhangen blijft een killer.

    • Tilburg-Pijnenburg, bron: BWF
    • Tilburg-Pijnenburg, bron: BWF
    • Tilburg-Pijnenburg, bron: BWF
    • Tilburg-Pijnenburg, bron: BWF
  • Wielerronde van Rucphen

    18 september 2011 – Rucphen

    Vandaag in Rucphen de laatste wedstrijd voor het BWF Amateur klassement. Een serie van 15 (18 gepland) open wedstrijden voor Amateurs en Masters, georganiseerd door verschillende wielercomite’s, onder de vlag van de Brabantse Wielerfederatie. Met 15 punten achterstand op de nummer 1 en meer dan 40 punten voorsprong op nummer 3, was mijn 2e plaats zeker. Alleen een hele slechte dag van de nummer 1 (lek, valpartij, lossen, te laat) kon dit veranderen. Toch ging ik, net zoals in Oosterhout en Moerdijk, aanvallen als dit mogelijk was.

    Tijdens de start regende het pijpestelen en stond mijn thermometer op 11,6 graden. Gelukkig had ik arm- en beenstukken aangetrokken. Mijn helm, die ik in Moerdijk had laten liggen, lag gelukkig in de jurybus, bedankt! 26 deelnemers aan de start, voor een 3 km lange mooie omloop met een 750 meter lange grindklinkerstrook. De eerste ronde heb ik alleen vooruit gereden, om voor mezelf te bepalen of ik het veilig achtte. Dit was het geval. Na bijgehaald te zijn, heb ik vooraan meegedraaid, af en toe voorsprong gepakt en gaten gedicht. Bij de 2e premiesprint zat ik goed geplaatst, waardoor een passeerbeweging voldeed om 5 renners in te halen (1e). In de nasleep reed een tweemans kopgroep weg.

    De georganiseerde achtervolging vanuit het peloton liet even op zich wachten. Voor de 3e premiesprint draaide ik licht vooruit de finishstraat op en kon deze voorsprong vasthouden tot de streep (3e). Toen de ontsnappers gegrepen werden, viel de wedstrijd na een lange schermutseling eindelijk in de plooi. De BWF kampioen vooruit, samen met een renner die de stenen nog harder uit de straat rijdt, dan erin legt. Er achteraan met de nummer 1 van het klassement, oeps.. bijna een bocht gemist. Hij riep “optrekken!” wat ik deed tot +50 km/u. Daarna kon hij uit mijn wiel, met een machtige jump de tweekoppige kopgroep achterhalen. Ik zelf moest passen, dit gaat nog boven mijn pet. Petje af.

    Door samenwerking in het peloton kon de kopgroep niet ver weg geraken. Tegelijkertijd deden ploegmaats hun storingswerk prima. Bij de laatste premiesprint zat ik wederom goed geplaatst, nog 2 premies te vergeven: 4e, toch 3 keer 1e van het peloton (tevreden). Bel voor de laatste ronde. Bij het opdraaien van de lange finishstraat zette ik van achter uit aan. Helaas werd ik bijna tegen de stoeprand geparkeerd (niet expres). Tja, vol in de remmen. Dit geknoei is ook precies de reden dat ik liever premiesprints doe en in het begin van de wedstrijd aanval. 15e plaats, geen gegevens over gemiddelde en maximumsnelheid. Wel 2e plaats behaald in het BWF Amateur klassement!

    • Wielerronde van Rucphen, bron: BWF
    • Wielerronde van Rucphen, bron: BWF
  • Omloop van Moerdijk

    4 september 2011 – Moerdijk

    Aan de start stonden 23 coureurs klaar voor 38 ronden tegen de (Moer?) dijk en er weer af door het gezellige dorp. Voor mij was het een maand geleden dat ik een wedstrijd bij de BWF gereden had. De speaker vertelde dat er direct gestart werd met een 3-rondenklassement. De eerste 3 ronden zijn er 3-2-1 punten te verdienen voor de 1e-2e-3e doorkomende renners. Ik had het parcours vooraf verkend en bepaald dat het klimmetje mij wel zou liggen. De wegversmallingen en de klinkers echter niet.

    Direct een demarrage van een tweetal renners. Kon er gelukkig bijkomen, was voorin gestart, op dit parcours zou het peloton waarschijnlijk niet intact blijven. De demarranten hielden in, waardoor ik door een hogere achtervolgingssnelheid voorbijschoot. Doordraaien. Na een halve ronde gaf ik het aflossingsteken met mijn elleboog. Niemand in mijn wiel. Ok, dan ging ik voor het 3-rondenklassement. Bij de eerste en tweede doorkomst had ik een voorsprong op het peloton (2 x 3 punten). Vlak voor de derde doorkomst werd ik (uiteraard) bijgehaald, maar slechts ingehaald door een renner (2 punten). Miniklassement gewonnen.

    Uitrusten was wel nodig, niet raadzaam. Een BWF koers op een parcours als dit, is als een bak met pingpongballen. Het lukte me nochtans om me voorin te handhaven en te reageren op wegschietende coureurs. In deze koers bleek ook een superpremiesprint te bestaan. Door de binnenbocht de dijk op gehengst en al omkijkend de sprint gewonnen. Later was er nog een, toen ik van kop af kwam, en twee renners wel heel enthousiast zag overnemen. Een derde dacht al goed te zitten, maar ik kon alsnog aanzetten.

    Door de sprints was het peloton in twee stukken gebroken. Gelukkig zat ik in de eerste groep van eerst een stuk of 10, later 13 renners. Al rammelend over de klinkers splitste zich weer een kopgroep van 6 man af. Kwam met 7 renners in een achtervolgende groep terecht. Vrij lang werd geprobeerd om de koplopers te achterhalen, vooral door te springen. Toen de koplopers bijna uit zicht waren, werd het wat kalmer en begon men rond te draaien. Voor mij tijd om te herstellen. Hing er nog wel aan.

    Het wiel houden en doorschuiven ging niet zo best. Door alle slingeringen, klinkers en verkeersvertragers had ik moeite langs de rij van kop afkomende renners te rijden. Hierdoor liet ik wel eens een gaatje vallen. Wat ik daarna wel weer dichtreed, maar dit kan duidelijk beter. Gewoon een kwestie van vaker doen. Het gerammel op de klinkers deed mij ook geen goed, maar dat zal voor iedereen gelden. Verdere premies en punten voor de leidersprijs gingen naar de kopgroep.

    Na heel wat ronden zat ik in tweede positie, maar aan de verkeerde kant van het wiel om over te nemen. Ik durfde echter niet te wisselen van kant: tirade. Iedereen heeft een eigen fiets en die van mij ging er vandoor met 50 km/u. Na 1,5 km was ik weer afgekoeld en heb het later netjes afgetikt. Het gevolg was wel dat de groep van zeven, ineens nog maar vijf man telde. In een tactisch plus conditioneel moeilijke koers, merk ik dat ik ervaring op dit niveau mis t.o.v. de andere coureurs. Wielrennen is duidelijk meer dan alleen hard fietsen. BWF deelnemers doen vrijwel nooit lang moeilijk.

    Tijd voor de finale. Met nog twee ronden op het bord trok ik door tegen de dijk op. Later ook losgekomen met een andere renner. Alles werd geneutraliseerd. Van de vijf behoorden twee tot hetzelfde team. In de laatste ronde werd ik op 400 meter van de streep verrast door de snelheid waarmee de vooroprijdende renner de sprint aanging, zat in het laatste wiel. Een coureur ingehaald, de klassementsleider, waar ik dus een punt op inloop. Het verschil in het klassement met nog een wedstrijd te gaan is 15 punten (veel). Gemiddelde snelheid 42,2 km/u, maximumsnelheid 65,2 km/u, 10e in de uitslag.

    Wel mijn zwarte Giro Stylus helm en zwarte handschoentjes bij de inschrijftafel laten liggen <– dom. Terug geweest, maar reeds opgeruimd. Heb intussen gemaild.

    • Omloop Moerdijk, bron: Jeroen Rovers
    • Omloop Moerdijk, bron: Jeroen Rovers
    • Omloop Moerdijk, bron: BWF
  • Ronde van Bemmel

    28 augustus 2011 – Bemmel

    Sinds zomer 2011 laten alle KNWU districten (behalve Zuid Holland) weer renners van vrije bonden toe, buiten het district waar de bond gevestigd is. Dit betekent dat ik nu overal in Nederland wedstrijden kan rijden met een BWF Amateur A licentie. Bij de inschrijving hoefde ik bij de KNWU juryvrachtwagen alleen een chip te huren voor 10 euro, kan em natuurlijk ook gewoon aanschaffen voor 90 euro. Anyway, op de rol in het laatste zomerweekend staan 63 rondjes (75 km) van 1,2 km om kasteel Kinkelenburg i.p.v. om de meer gebruikelijke kerk.

    Vooraan opstellen had geen zin, de renners werden opgeroepen aan de hand van het laatste cijfer van hun rugnummer. Met nummer 14 betekende dit achteraan starten. Wel eerlijk, maar een hoop inhaalwerk voor de boeg. B. stond met zijn camera in de aanslag. Zorgen dat ik niet buiten de speedburst zou blijven vallen. In het parcours zat maar 1 scherpe bocht, 2 flauwe en 2 lopende maar krappe afslagen. Volgens watvoorrondje.nl bestond 30% uit klinkers en 70% uit asfalt.

    Het naar voren dringen ging in het begin lastig, later beter. Had de kop van het peloton in zicht. Wat ik ook zag dat 3 man (het latere podium) zich hadden losgemaakt. Er achteraan met 50+ km/u dus. Kwam helaas tussen het peloton en de beslissende ontsnapping te zitten (met veel tegenwind). Het vooruitzicht om mezelf als 4e wiel aan de kopgroep toe te voegen, zonder bijdrage, sprak me niet aan. Ik fietste ook met 1 tegen 3 man, tja, gevalletje geklopt op waarde. Tactisch had ik i.g.g. het gevaar gezien en gereageerd. Wel later nog netjes mijn aandeel in de achtervolging toegevoegd. Kopgroep bleef 40 seconden voorsprong houden.

    Het deelnemersveld bestond uit pakweg 65 coureurs uit het nationale amateurpeloton. Premiesprints werden verreden voor de eerste 4 doorkomers. De tweede premiesprint kon ik het gat dichten op 3 vooruitgeschoven renners. In 2e positie wachten, wachten, nog meer wachten, bolletje erbij, op 50 meter op 55×11 uit het wiel gekomen en de laatste premie opgepeuzeld. Voorin meedraaien heeft zijn voordelen, zeker ook omdat je na de bochten minder extreem hoeft te versnellen. Kon redelijk mee in dit sterke deelnemersveld. Werd niet gesneden. Wat er aan zat te komen, kwam.

    Hoosbuien en niet zo’n beetje. Ik zag ervaren renners direct uitzakken en heb hun voorbeeld gevolgd. Ik gok dat uiteindelijk eenderde van het deelnemersveld niet gefinished is. Een van mijn doelen voor 2011 is “het uitrijden van ook de zwaardere wedstrijden”. Uitzakken? ja, afstappen? nee. Naar de staart van het peloton verhuisd en 3 meter ruimte met mijn voorganger aangehouden. En niet dubbel de bocht door. Een keer over een put gereden, glibber. Dan maar “Rekstok Robbie”. Mijn bril op het mooiste gazon van Bemmel gegooid, deze lag na de koers samen met mijn bidon keurig klaar op een stapsteen. Thanks.

    Op een gegeven moment zat er modder in een oog en ik had het koud: bibberen en glibberen. Zorgen dat ik niet op de wegmarkeringen uit het zadel kwam, deze zijn glad, B. moedigde mij aan vanaf de kant. Op 10 ronden voor het eind een bidon met powerranja leeggedronken. Bel voor de laatste ronde…valpartij…6 man in de hekken…er langs en aanzetten…kon nog aansluiten. Op het aflopende stuk naar de finish nog diverse renners gepasseerd en als 25e van de 65 renners uitgekomen (30 man afgestapt!). Mijn hoogste sprintsnelheid ooit: 64,7 km/u, gemiddeld: 41,4 km/u. Tevreden, naar mijn huidige mogelijkheden gereden.

    • Ronde van Bemmel, bron: Bram van Rens
    • Ronde van Bemmel, bron: Bram van Rens
    • Ronde van Bemmel, bron: Bram van Rens
    • Ronde van Bemmel, bron: Bram van Rens
    • Ronde van Bemmel, bron: Bram van Rens
    • Ronde van Bemmel, bron: Bram van Rens
  • Rund ums Tönnissen Center

    21 augustus 2011 – Kleve

    In 2008 was de wedstrijd Rund ums Tönnissen Center mijn eerste wielrenwedstrijd ooit. In Duitsland valt de categorie onder het zogenaamde Jedermannrennen en staat open voor renners zonder licentie van de nationale wielerbond. Destijds werd ik ongeveer 15e, in 2009 7e en vorig jaar 4e. Dit was allemaal in massasprints om de 2e plek. De winnaar reed steeds in de laatste ronde weg. Premiesprints had ik nog niet gewonnen. Afgelopen jaar wel pogingen gedaan, maar helaas. Kijken hoe de vlag er dit jaar bij hangt.

    In de Hobby Klasse staat bij het Klever Radrennen elk jaar een groot peloton aan de start van tegen de 70 renners van allerlei allooi. Van absolute beginnende wielrenners (ik toen) tot vrije renners (ik nu) en ervaren cyclorijders (ooit?). Iedere aflevering doen er wel een paar snelle mannen mee en de gemiddelde snelheid ligt rond de 41 km/u. Zeer behoorlijk. Wat de wedstrijd toegankelijk maakt is de korte afstand (30 km) en het parcours waarop het eenvoudig volgen is. Zo lang je niet op kop komt is er niks aan de hand.

    Met het opstaan zag ik de bui al weer hangen, net als vaker deze zomer. Gietende regen. De voorspellingen gaven echter aan dat het droog zou worden en de temperatuur zou oplopen richting de 30 graden. Bram, Jimmy en Leonie zouden eerst met de fiets komen, maar pakten de auto naar Kleve. Gelukkig kwam ik zelf droog aan en stond in dezelfde zijstraat waar zij parkeerden, mijn rugnummer op te prutsen. Bram bood aan mijn tas mee te nemen en hielp me mijn rugnummer op te spelden, thanks.

    Na het startschot direct gedemarreerd met het 30 koppige peloton in mijn wiel. Na een halve ronde het stokje overgegeven. De rijen waren nog gesloten en wegrijden met een kopgroep was moeilijk. Er zaten dus voldoende kanshebbers in de wedstrijd. In de 3e ronde (van de 15) al de eerste tussenprint. Premie voor de eerste 3. Van afgelopen jaren wist ik dat het stuk naar de finish flinkt oploopt en je pas laat moet versnellen, omdat je anders stilvalt. Volgen, opschakelen, als eerste over de streep.

    Wat ik niet wist is dat er nog 5 tussensprints zouden volgen. Meestal komen de voorsten na een sprint een stukje los van het peloton. Samen met een andere renner doorrijden dus. De meer dan behoorlijke wind maakte het echter te inspanningsvol om met maar 2 man voorop te blijven. Na een ronde de poging opgegeven. Wel kon ik ook de 2e tussensprint op mijn naam schrijven. Bij de 3e reed ik de halve ronde op kop, maar werd toch nog 2e. De organisatie had samen met vereniging SV06 Donsbruggen traditiegetrouw honderden toeschouwers weten de verwelkomen en tussensprints zorgden voor spektakel.

    Nog geen ronde later kondigde de speaker aan dat er de 3 volgende ronden ELKE ronde een tussensprint was. Omdat wegkomen met een groepje niet zou lukken, besloot ik hier voor te gaan. Had het intussen wel flink warm gekregen. Een keer 1e, 2e en 3e. Ineens de bel voor de laatste ronde. De winnaar van de afgelopen 2 jaren had zich (heel verstandig) tamelijk gedeisd gehouden in de eerste premiesprints en was er onhoudbaar vandoor gegaan na de laatste.

    In de achtervolgende groep was aarzeling. Ik was i.i.g. niet van plan om het gat te dichten. Had me laten verleiden door de sprints en moest even bijkomen. Gelukkig kon ik alsnog wegrijden uit de achtervolgende groep: 2e plaats! en de leidersprijs in mijn laatste deelname in deze categorie. Zeer tevreden. Had samen met Bram ook veel sprintjes getraind afgelopen week. De gemiddelde snelheid was 40,4 km/u en de maximum snelheid 58,8 km/u. Wel enige moeite met de bochten rechts om.

    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
  • NK WFN Achtmaal

    14 augustus 2011 – Achtmaal

    Van de ‘wilde bonden’ (BWF, WVAN, NWB, TMZ en WV Snits) had de Brabantse Wielerfederatie ditmaal de eer om het NK WFN te organiseren. Het comite in Achtmaal koos i.v.m. vergunningen uiteindelijk voor de beproefde 8,2 kilometer lange kronkelige omloop door het buitengebied van Achtmaal, welke 10 maal afgelegd zou worden, een totaal van 82 km. Dit jaar rijd ik normaal 65 km en vorig jaar nog 50 km. Een toelage van 25% dus.

    Met de starttijd van 11:15 uur in Achtmaal, stond de eerste trein naar Roosendaal in de planning. Vanaf daar was het nog 15 km per fiets. Wakker…nauwelijks licht…wederom gietende regen…tijd voor muts, winteroverschoenen en regenpak volgens code november. Om mijn fiets nog enigszins gebruiksklaar in Achtmaal te laten arriveren ben ik rustig naar station Mook-Molenhoek gefietst. Gelukkig wel droog in Achtmaal aangekomen.

    Voor de inschrijftafel stond een rij van zeker 30 man. Ging druk worden. Zeker, omdat de KNWU geen NK organiseert voor de categorie Amateurs. Bijna 80 coureurs aan de start. Dit leek wel een halve semi-klassieker. Het opspelden van de dubbele rugnummers was ook bijzonder. Bij de start moeite met mijn pedaal, maar kon gelukkig direct met +50 km/u naar voren rijden voor een uitval. Toch leuk voor een kilometer virtueel de eerste amateur van Nederland zijn.

    Gezien de afstand, deelnemersveld, ploegentactiek en belang van de wedstrijd was mijn doel het meekomen en uitrijden van deze zware omloop. Het koersverloop was rechttoe rechtaan: af en toe een uitval, met name op de klinkerstrook. Zelf nog een aantal keer meegesprongen en ontsnappers achterhaald indien nodig. Wegens de afwezigheid van harde wind (en geen regen!) en de kronkelvorm van het parcours, kon het nergens op de kant gaan. Dit betekent voordurend naar voren rijden om je te handhaven in het peloton. Meestal reed ik tussen de 10e en 25e positie.

    Door onoplettendheid van een renner voor mij raakte ik in de finale van de weg. Gelukkig bleef ik rustig, heb ik toch nog wat aan het veldrijden gehad: Ook door modder kan men fietsen, sommigen zelfs door rul zand. Dwars door de modder in de berm heb in mezelf uit laten rollen en weer de weg opgesprongen. Wel reed ik nu ineens rond de 60e positie. Tjonge, heb de rest van de finale besteed aan het terugwinnen van plekken en ben rond de 20e positie gefinished in de pelotonssprint (kopgroep van 7 sprong laatste 5 km weg). Gezien mijn geringe ervaring met dit soort koersen tevreden. Een leuke kennismaking. De gemiddelde snelheid bedroeg 42,2 km/u en de maximumsnelheid 60,6 km/u.

     

    • NK WFN Achtmaal, bron: Paul Suijkerbuijk
    • NK WFN Achtmaal, bron: N.N.
  • Zielhorst

    6 augustus 2011 – Amersfoort

    Met de 8 bochten en 6 verkeersdrempels van de Ronde van Haagpoort nog op het netvlies geen Ronde van Zevenbergen voor mij. Op het clubparcours van WV Eemland worden het hele seizoen zaterdagmiddagwedstrijden georganiseerd. Een driehoekige, zeer goed onderhouden ronde en deelnemers uit verschillende categorien, die apart afsprinten. Bij de A’s rijden elite, beloften, junioren en amateurs. Net zoals vorige week de afterworkregen genegeerd en elke dag de Loperkoning (9 km helling) gereden. Met het oog op de donkere tijden, tevens de Straatlicht versie naar tevredenheid getest.

    Het weer is drukkend, maar met 24 graden goed te doen, geen regen. De trein naar Amersfoort op Utrecht Centraal bleek stuk, dus een half uur later aangekomen. Bij een MNC cross twee jaar geleden kon ik de weg pas te laat vinden, dus ik was blij toen ik een renner tegen kwam in een zwart met rode (nice) SRAM – WV Eemland outfit. Ik mocht met hem meefietsen en intussen vertelde hij mij het een en ander over de zaterdagmiddagwedstrijden en het parcours, bedankt! Thuis had ik de bochten bekeken, ze leken scherp, maar bleken lopend. Ideaal voor hoge snelheid, net als vorige week.

    Inschrijven was geen probleem met een BWF Amateur licentie, kosten 2 euro. Na het parcours verkend te hebben volgde een bijzonder langzame start. Uiteindelijk wel weggereden met diverse groepjes en soms alleen. In het peloton veel renners van de club (logisch), dus als ze het gat wilden dichten moest dat geen probleem zijn. Wel viel telkens de snelheid abnormaal weg na het dichten van het gat, richting de 32/33 km/u. Het gemiddelde kwam daardoor ook maar net boven de 40 km/u uit. Misschien door de wind.

    Bij de premiesprint, die ik van kop af aanging, werd ik overlopen door 4 renners. Mhm, dat beloofde niet veel goeds. Tijdens een ontsnapping, zei een renner ook, dat ik energie moest sparen. Was nu wel benieuwd wat er dan ging gebeuren. Na het afsprinten van de C en de B categorie, bleek een coureur alleen vooruit te rijden. De demarrages van de A categorie begonnen. Ik had besloten met alles mee te springen, ook al had ik al veel energie verbruikt in diverse ontsnappingen. Ook de steile brug in het parcours begon zijn tol te eisen.

    Na een aantal gaten gedicht te hebben, zag ik twee teamgenoten gezamenlijk wegrijden. Nog een keer vol aanzetten en in het wiel. De voorste renner gaf alles en gaf daarna af. Achter mij was iemand op een tijdrijfiets aangesloten. Tja, dat was natuurlijk in deze fase wel een voordeel, zo’n fiets. Mocht hij ook mooi kopwerk doen. Ik slaagde er maar net in om aan te blijven pikken en reed zeker twee ronden aan het elastiek en in de wind. Na aanmoediging van de speaker kon ik op mijn tandvlees het gaatje dichten. Heb nog wel een tweetal aflossingen gedaan. Het peloton was uit zicht, dus even op adem komen kon geen kwaad. Mijn twee kopgroepgenoten probeerden mij eraf te rijden.

    Het bordje voor de laatste ronde ging omhoog. Als ze nogmaals aan zouden zetten zou ik passen. De tijdritman had met de andere afgesproken dat hij mocht winnen. Hij bleef dus op kop rijden en ik hing aan het elastiek, kon het nauwelijks bijhouden. In de laatste bocht nog een keer op 55×11 het gat gedicht en als laatste de brug opgereden. Van een versnelling bij de anderen was echter geen sprake. Tja, dan rijd ik maar mee en kom er overheen met een jump. Een tijdritfiets is machtig mooi, maar het sprint als een strijkijzer (dat hij teleurgesteld was, snap ik wel). De andere kopgroepgenoot moest, als jonge rouleur, zowiezo passen in de sprint. Eerste plaats, gewonnen! Zeer tevreden, trainingswedstrijd of niet. Goede organisatie en prachtig parcours.

  • Ronde van Oosterhout-Weststad

    31 juli 2011 – Oosterhout (NB)

    Eerste wedstrijd sinds een maand, gelukkig op een breed industrieparcours met goed lopende bochten. Aangename temperatuur, geen regen en weinig wind. Aan het vertrek stonden 46 coureurs, uit allerlei competities. Hard zou het gaan, dat was zeker. Erg benieuwd welk effect mijn dagelijkse Loperkoning (9 km klimmen op 18 km route) regentrainingen van afgelopen week zouden hebben.

    Vorig jaar heb ik in deze ronde door spoorellende noodgedwongen mijn eerste keer met de BWF Amateurs meegereden, in stromende regen. Destijds werd ik gedubbeld, omdat ik vanaf Tilburg in alle haast al de nodige energie verspeeld had. Op de heenweg naar het parcours op het industrieterrein van Oosterhout werd ik deze keer onbedoeld begeleid door een collegarenner, maar de weg weet ik nu.

    Nog voor de wedstrijd hoorde ik mijn naam roepen en zag een renner en vader, die ik beide van het parcours op Lindenholt kende, staan. Even bijgekletst en naar de start gereden. Bij het opstellen op de eerste rij terecht gekomen. Start…snel inklikken…hoorde wat gerommel achter mij van misklikkende pedalen…gas geven dus.  Toen ik een halve ronde later achterom keek was slechts 1 renner mij gevolgd en het peloton zag ik niet meer.

    Tja, er stond weinig wind, dus samen draaien dan maar. De samenwerking ging bijzonder soepel. Punten voor de leidersprijs lagen op zijn stuk, dus dat liet ik zo. Wanneer je deelt en wordt bijgehaald, heb je allebei te weinig. Met boven de 43 gemiddeld zijn we 10 ronden, tot de eerste premiesprint, voorop gebleven. Daarna kwamen er 6 hardrijders aansluiten en ging het gemiddelde naar +44 km/u. Wel mijn aflossingen kunnen doen, maar dit ging wel erg hard.

    Halfkoers hadden we het peloton weer te pakken, nu ging het lastig worden, want steeds als er coureurs wegsprongen liep je het risico dat er een van de kopgroep bijzat. Daarnaast moest ik er voor zorgen niet naar achteren gedrongen te worden. Bij de volgende premiesprint mocht het peloton ook meesprinten. Als eerste de bocht door, aanzetten, gat, zitten, aanzetten, naar links: binnen.

    Drupsgewijs ontsnapten nu renners van het peloton en 2 man van de kopgroep staken onhoudbaar over. Rijden voor de 3e plek. Nadat het peloton afgesprint was, moesten de 2 kopgroepen nog 5 ronden. Intussen had ik kramp gekregen, dit zou een zware finale worden. Bij reageren op een uitlooppoging gaf ik een latende renner in de binnenbocht te weinig ruimte toen buitenom kwam. Ga ik niet meer doen. Deze renner werd uiteindelijk 3e.

    Een volgende demarrage voor plek 4 konden de overige 4 niet counteren. Het werd dus een groepssprint voor plek 5 t/m plek 8. Intussen had ik door de vroege ontsnapping met 2 man, de aansluitende met 8 man en de 3 premiesprints geen versnelling meer over. Door kramp kreeg ik alleen 55×11 rond (langzaam). Bij het ingaan van de laatste bocht de sprint van kop af aangegaan in de hoop dat de andere 3 ook moe waren, maar nee, ze kwamen er makkelijk overheen. Gemiddelde: 44,5 km/u, maximum: 56,7 km/u, 8e van de 46 renners. Zeer tevreden.

    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: Jeroen Rovers
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: Jeroen Rovers
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: Jeroen Rovers

  • Omloop Liesbos

    3 juli 2011 – Breda

    Gemiddelde snelheid: 41,5 km/u. Maximumsnelheid: 61,2 km/u. 32 renners aan de start van een 4,5 km lange prachtige omloop. Wel veel wind op de kant. Het hele peloton bleef uiteindelijk bij elkaar (behalve de winnaar), dus dat werd een massasprint. In eerste instantie zat ik goed geplaatst, maar in de bochtige laatste kilometer heb ik geen risico genomen: 14e plaats. 2e positie in klassement gehandhaafd.

    Na een aantal wedstrijden achter elkaar afgelopen week niet veel getraind. Zeker de westrijden in Hoeven en Rijen hebben hun tol geeist. Voor vandaag had ik maar 1 doel: uitrijden bij de eerste 15 en een premiesprint meepakken. Daarvoor was het nodig op het slingerende open stuk achter op het parcours steeds goed geplaatst te zitten. Hier werd namelijk bijna elke ronde een aanval geplaatst.

    Nieuwe pedalen en ketting, fiets afgesteld en overschoenen aan. Trainingsmaat B. stond bij de finish klaar met mijn reservefiets, zodat ik in het geval van een lekke band, of andersoortige pech snel kon wisselen (thanx!). Behalve de premiesprint heb ik me deze zondag beperkt tot gaatjes dichtrijden en volgen. De teller ging regelmatig boven de 50 km/u in dit sterke deelnemersveld met een aantal ploegen van 3 of 4 man. Doel gehaald, in zo’n omloop moet je niet gaan experimenteren, want je ligt er zo af: tevreden.

    • Omloop Liesbos, bron: BWF
    • Omloop Liesbos, bron: Bram van Rens
    • Omloop Liesbos, bron: Bram van Rens
  • Ronde van Rijen

    26 juni 2011 – Rijen

    Klinkers, 1200 meter parcours en 6 krappe bochten. Met 55 ronden komt dit op een bochtentotaal van 330! Een bochtenwonder als ik verliest minimaal 5 meter in de 2 lastigste bochten. Aan de start stond ik al op een halve ronde achterstand ;-). De wind was nagenoeg afwezig, dus intervallen was het devies; en niet in de weg rijden. Mooi weer, dat zou het worden vandaag, maar wel bedompt. 20 coureurs aan de start.

    Bij het inrijden had ik al gemerkt, dat met al dat gedraai, het zaak was om energie te sparen voor het laatste deel van de koers. Op dit rondje zou de boel gegarandeerd uiteen klappen. De eerste helft van de wedstrijd heb ik achter aangepikt, na een keer een versnelling op kop geplaatst te hebben, waarna ik direct klem kwam te zitten in een rechtse bocht met gevloek tot gevolg.

    Achteraan rijden is link, er zat echter niets anders op. En jawel: gelost met een handvol renners. Op een of andere manier, en niet door mijn inspanning, kwamen we toch weer aansluiten bij het peloton. Toch maar naar voren. Premiesprint voor drie in aantocht, zou ik in ieder geval nog iets hebben. Twee man weg en vier man voor mij, snel op de elf, rotbocht door en aanzetten over de klinkers, o-ja, put, springen. Gehaald.

    Het spel van ontsnappingen en aan de rekker leggen ging door met als resultaat dat het peloton in drie stukken brak. Ik zat in het laatste deel. Op een gegeven moment sneed ik op kop de rotbocht aan en hoorde ik achter mij: “de bocht inkijken”. Dat was het, ging gelijk een stuk beter. Doordat ik beter door de bochten ging had ik energie genoeg om samen met een andere renner het 300 meter grote gat naar de tweede groep te dichten. Mhm.

    De nationale WFN kampioen zat ook in deze groep en het was wachten op het moment dat hij met hoge snelheid de oversteek naar de kopgroep ging maken. Tjak! mee met die handel. De snelheid liep snel op richting 55 km/u, aanhaken en niet overnemen, dit ging rap zo. Na een ronde kwam de kopgroep al in zicht, beter. Laatste stukje wel dichtgereden. Finale. Geen goed idee om mezelf (en anderen) klem te zetten in de laatste bocht. Ben als zevende gefinisht van de kopgroep van tien. Maximum snelheid: 60,7 km/u, gemiddelde snelheid: 41,8 km/u.

    • Ronde van Rijen, bron: BWF
    • Ronde van Rijen, bron: Jeroen Rovers
    • Ronde van Rijen, bron: Jeroen Rovers