Elk jaar probeer ik minstens een dinsdagavond op Papendal te rijden. Daar staat meestal een groot gemixt peloton aan de start op het 1700 meter lange rechthoekige hooggelegen parcours met een licht oplopende finish. Vrij naar achteren gestart, kan ik na enige ronden toch de kop bereiken. Een vlucht van 5 renners is reeds weg. Zoals altijd is de snelheid hoog, maar dat is niet in mijn nadeel. De bochten zijn veilig en eenvoudig, posities winnen helemaal, je kunt door de wind langs het lange lint oprijden. De laatste ronde kan ik vrij vooraan de sprint om de 6e plaats aanvangen en eindig na anderhalf uur als 11e in de A categorie.
Stromende regen en een smal, slingerend en glibberig rondje door het centrum van Varsseveld. Hoewel dit een nationale koers betreft, staat er nog geen twee dozijn renners aan de startlijn. De connectie tussen MyLaps en de KNWU blijkt niet bijzonder solide. Voor de tigste keer kan de jury mijn chipnummer niet vinden in de wielerpc. Dat ding heeft nota de bene de prijs van een smartphone, maar lijkt net als de OV variant, inmiddels gestolde vooruitgang. Het komt gewoon niet over. De tijd van experimenteren met ICT ligt achter ons. Hij doet het wel, of hij doet het niet. Kort samengevat heeft iedere deelnemer een eenvoudige rondeteller van 100 euro met tie-wraps op zijn fiets gesnoerd. Elke keer als die deelnemer langs de finishlijn snort, telt de ontvanger een rondje erbij. Ik rijd de koers uit in de stortregen en nadat ik met onverwachts grote moeite mijn vrije bond licentie weet terug te krijgen, besef ik dat mijn sportieve toekomst niet bij koersen als deze ligt. Het sluit simpelweg niet aan bij mijn hedendaagse sportbeleving.
Snelle koers over 80 kilometer met een startveld van Elite, Beloften en Amateurs, waarbij ik als 38e van de 51 deelnemers eindig. Het parcours kent een korte beklimming tegen het viaduct van de Brinksestraat, dat met hoge snelheid wordt bedwongen en geen noemenswaardige problemen oplevert, ook niet in deze categorie.
Vier dingen waar ik niet bijzonder veel van houd: veel bochten, gladde bochten, klinkers en hitte. Dit alles tegelijk in De Zes Bochten van Ammerzoden. Een veilig stenen regenwoud voor de criteriumtijger, of de leeuw met rode blokjes. Ik zie de bui al letterlijk hangen, maar ga zowiezo van start, dan maar iets rustiger aan, gaat prima. Nadat de kopgroep ontsnapt is daalt het tempo naar een niveau, waarop ik de ondingen van rondingen wel kan maken. Vorig jaar was ik 13e in lekker koel weer, dit jaar 14e in de hitte. Het maakt uiteindelijk dus bar weinig verschil. De koers is overigens echt een aanrader. Je moet je beperkingen kennen en geen gekke dingen doen.
Voor de 8e keer organiseert de LingeTrappers uit Gendt een vrije tijdrit op de rivierdijk tussen Gendt en Bemmel en terug. De verwachte windkracht valt erg mee, maar toch heb ik constant zijwind in de 36 spaaks wielen van mijn wegfiets. Het ‘lezen’ van de wind is een vak apart, waarin voor mij nog een hoop te leren valt. Zwaartekracht trekt enkel loodrecht op de rijrichting en aan al je moleculen tegelijk, maar varieert met de hellinggraad en is manipuleerbaar door wegstukken rechter of schuiner aan te snijden. Lucht drukt van voren, maar ook van opzij, wervelt en de weerstand neemt exponentieel toe met de snelheid. Dat wordt dus schipperen. Uit de Nijmeegse heuvels staan ook Jaap, Jim, Joren en Bram op een normale racer aan de start in de polder. Warm is het zeker. In 2009 heb ik deze rit gereden, terug over de defensiedijk 38,1 km/u. Op een dergelijk parcours hebben hoge wielen, opzetstuur en druppelhelm zeker een voordeel, maar de prijs en de ombouw wegen voor mij niet op tegen tijdrijden als oefening op een standaardfiets, die flexibel inzetbaar, betaalbaar (< 1000 euro) en duurzaam is. De stuurelectronica heb ik, net als tussentijdse koolhydraten, vorig jaar reeds overboord gegooid. Van omega hartslagmeter naar microavontuur, ook dat is sport. In het multidisciplinaire 55-koppige startveld laat de organisatie elke deelnemer het evenement op zijn of haar manier benaderen en voor iedereen is plaats, voor mij bijvoorbeeld een 21e met gemiddeld 39,3 km/u over 20,5 kilometer dijk.
Tijdrit Lingetrappers, bron: Rob Boshove en Lingetrappers
Tijdrit Lingetrappers, bron: Rob Boshove en Lingetrappers
Tijdrit Lingetrappers, bron: Rob Boshove en Lingetrappers
Tijdrit Lingetrappers, bron: Rob Boshove en Lingetrappers
Tijdrit Lingetrappers, bron: Rob Boshove en Lingetrappers
Op een meer dan 5 kilometer lange omloop over rechte ontginningswegen rond Rijsbergen wordt dit jaar het kampioenschap van de Brabantse Wielerfederatie betwist. Zelf ben ik sinds 2014 met het oog op koersen in Duitsland aangesloten bij de NWB, maar de wedstrijden om de geblokte trui zijn altijd speciaal om mee te rijden. Tegen de 40 coureurs staan aan de startlijn voor 12 omlopen. De wind is afwezig, de zon schijnt volop. Vaak wordt er bij deze omstandigheden gesproken van een “te makkelijk parcours”. Of dat zo is weet ik nog zo net niet. Het goed positioneren is minder belangrijk, uit de wind rijden eveneens en de bochtenratio ligt ook vele malen lager. Met een groot speelveld komt het veel meer aan op eigen kwaliteiten. Bij een gesloten categorie van amateurs blijken die eigenlijk zeer dicht bijeen te liggen en de koers eindigt in een wonderbaarlijke massasprint, waarbij het voorste dozijn mannen tegelijk rijdt op een stuk weg, waar niet eens de helft op past. Blijkbaar kunnen ze in de koers stiekem prima met elkaar door een deur, alhoewel de interpretatie over hoe men deze voor een ander open houdt kan verschillen. Strikt in de leer tegenover stoom afblazen en engelengeduld versus hagepreek. Voet bij stuk houden over een voetstuk en een standbeeld voor de organisatie. Veel tam-tam over de wilde bond, maar uiteindelijk loopt het allemaal wel los op deze prachtige dag.
Prima weer in de vijfde Kasteelronde van Mill. Deze keer ook met een zogenaamde Funklasse. Een wedstrijd over 35 kilometer bedoeld voor wielrenners zonder licentie, woonachtig binnen een straal van 25 kilometer. Hier staat trainingsmaat Bram aan de startlijn. Het peloton bestaat uit bijna 60 renners, die de eerste ronden geneutraliseerd afleggen. Hierna schiet de snelheid omhoog naar soms boven de 40 km/u gemiddeld. Bram komt ertussen te rijden, maar vindt later aansluiting bij een achterop komende groep en rijdt de koers reglementair uit. Klassen zijn bij wielrennen tamelijk arbitrair, maar het onderscheid kan naar mijn mening wel degelijk gemaakt worden door de afstand. Een verdeling van 35-50-65, of 30-50-70 kilometer werkt prima. De Funklasse bestaat al langer bij het mountainbiken en is daar een groot succes.
Na de 50 kilometer van de Sportklasse, staan om 16.00 uur 45 Amateurs klaar voor 65 kilometer koers. Omdat de meeste renners in april en mei hun piek plannen, verwacht ik een wedstrijd, die toch af en toe stilvalt. Het is al een stuk minder warm dan rond het middaguur, maar de wind staat iets tegen in de finishstraat. Een ontsnapping komt desondanks vrij snel tot stand. In het relatief kleine peloton kan ik goed volgen, ook als er af en toe een flinke snok aan gegeven wordt. Later kan ik mezelf naar voren wurmen op het smalle parcours en een kleine bijdrage leveren in de achtervolging. Op drie ronden voor het einde smelt alles weer samen. Op de bel van de laatste ronde plaats ik op enige afstand van een andere renner, een slotaanval. Met een halve ronde te gaan wordt ik bijgehaald door het peloton, maar weet toch nog als 24e te finishen.
De Ronde van Rossum is een opnieuw in gang gezette, zeer goed georganiseerde koers, die in de tweede editie bijna zeventig deelnemers aan de start ziet bij de Amateurs. Zelf krijg ik nummer 13 uitgereikt, welke ik maar op de kant opspeld. Ook vandaag is de temperatuur weer ver boven de twintig graden gestegen. Zonder bidons fietsen is in ieder geval niet aan te raden. Achteraan gestart merk ik al vrij snel dat het er vandaag niet inzit. Het grote peloton harmonicaat over het 1800 meter lange, maar smalle parcours met vier scherpe bochten op de kopse kanten en een hoge snelheidsbocht halverwege de terugweg over de klinkers. In een groep van een man of tien rijd ik de koers uit en eindig op een 54e plaats. Tijd voor de pasta.