Auteur: Rob Duchateau

  • Ronde van Stokkum

    4 mei 2014 – Stokkum

    De geplande wedstrijd voor vandaag was eigenlijk de Ronde van Bosschenhoofd, georganiseerd door WV Avanti onder auspicien van de Brabantse Wielerfederatie. In theorie althans. Door plotselinge logistieke problemen kan de startplaats niet door mij worden bereikt. Dat wordt zoeken naar een alternatieve wedstrijd, waar ik nog op tijd aan de start zou kunnen verschijnen. In het Gelderse Montferland ligt Stokkum in het dal tussen Elten en ‘s-Heerenberg. Op een bochtig parcours geheel bedekt met zwaar lopende grijze grindklinkers start om 15.15 uur een wedstrijd voor amateurs over 80 kilometer. Dat is 33% meer dan waar ik rekening mee heb gehouden en het aantal bochten per kilometer is meer dan het dubbele. Tja, toch maar proberen. De zon schijnt en de omgeving is prachtig.

    Bijschrijven is geen probleem. Tijdens het opstellen trekken renners een kaart uit de hand van een rondlopend jurylid om de startvolgorde te bepalen. Normaal starten bijschrijvers achteraan. Direct vanaf de eerste ronde gaat het peloton op een lint en ik merk al snel dat door het niet afhoudende hobbelen op een stijf aluminium frame en draaien op een 55 het een zware 2 uur gaan worden, zonder bidonnen met water. Geen match. Het leukste deel van het parcours is de oplopende zijde, de bocht aan het einde daarvan het lastigst, aan de staart. Omdat beslissende ontsnapping niet tot stand komt blijft de snelheid hoog. Na 60 kilometer is ineens de tank leeg en ik moet net als de helft van het peloton eerder, laten lopen. Op hangen en wurgen weet ik wel uit te rijden op een prima en veilig parcours, waarbij positionering de doorslag geeft.

    • Ronde van Stokkum, bron: Wielerpunt
    • Ronde van Stokkum, bron: Wielerpunt
  • Ronde van Terheijden

    20 april 2014 – Terheijden

    De laatste decade van april vindt traditioneel de Ronde van Terheijden plaats op het 2300 meter lange rechthoekige parcours door het buitengebied. Met de informatie van de vernieuwde website van de Brabantse Wielerfederatie in het achterhoofd reis ik af naar de zes kilometer ten noorden van Breda gelegen woonkern. Na een aantal jaar met veel plezier onder een WFN licentie van de BWF te hebben gereden, heb ik in 2014, met het oog op koersen in Duitsland, een soortgelijke licentie aangevraagd bij de in Someren gevestigde Nederlandse Wielrenbond (NWB).

    Een rondje inrijden lijkt me raadzaam, maar terug bij de finish blijkt iedereen reeds opgesteld te staan. Het is warm, de wind staat fors tegen en de wegen zijn smal. De koers is nog geen ronde oud als vijf man direct het hazenpad kiezen, gesteund door ploeggenoten die strategisch gaten laten vallen op de krappe wegen. Het enige dat mij rest is als de wiedeweerga naar voren speren. Vooraan gekomen is de kloof al fors uitgediept. Op 55×11 probeer ik het gat te dichten, maar merk al snel dat ik hiervoor de afgelopen weken simpelweg niet voldoende trainingsarbeid heb verricht.

    Met scherpe bochten heb ik een stuk minder moeite sinds ik foto’s vergeleken heb van mezelf en de winnaar van het BWF klassement 2013 in dezelfde bocht. Heeft dus gewerkt. Na een spervuur van uitvallen steken nog drie renners over naar de kopgroep, zodat deze uit acht man bestaat. Gelopen koers. In de achtervolging schakel ik op een moment zelfs over naar het binnenblad. Een andere coureur pakt het proactiever aan door er in zijn eentje op uit te trekken en dit vol te houden tot de finish. De droge oostenwind zorgt voor een lange warme koers, waarin een bidon geen kwaad had gekund. Mijn slotaanval loopt spaak, maar ik ben niet gelost.

    • Ronde van Terheijen, bron: Rockland Fotografie en BWF
    • Ronde van Terheijen, bron: Rockland Fotografie en BWF
    • Ronde van Terheijen, bron: Rockland Fotografie en BWF
    • Ronde van Terheijen, bron: Rockland Fotografie en BWF
    • Ronde van Terheijen, bron: Rockland Fotografie en BWF
    • Ronde van Terheijen, bron: Rockland Fotografie en BWF
  • Runde von Uedem

    6 april 2014 – Uedem

    Tien kilometer ten zuidoosten van de Duitse grensplaats Goch, ligt het stadje Uedem op een van de hoekpunten van de Pfalzdorfer Hoogten, de noordwestelijke helft van het Nederrijnse Hoogland, verder begrensd door Nijmegen, Kleve en Kalkar. De meer dan honderd jaar oude wielervereniging RSV Sturm 03 organiseert hier al bijna vijfendertig jaar de Runde von Uedem. Hoog tijd om eens deel te nemen. Het 2300 meter lange parcours heeft de vorm van een platte ruit, met twee echte bochten, die de klim en afdaling van de zwak en gelijkmatig hellende smeltwatervlakte van elkaar scheiden. Bijna heel Nijmegen is gebouwd op een spoelwaaier, dus omgaan met  stiekem plat zoals op de Heyendaalseweg, Groesbeekseweg, ‘d Almarasweg, of Scheidingsweg ben ik reeds lang gewend. Dat is trainingsmaat Bram, die van start gaat in de Jedermann Klasse, natuurlijk ook. Bovendien is dit getraind in de LoperKoning. Hup, met de trein naar Vierlingsbeek, de pont over bij Bergen en op de fiets over de Maasduinen naar de start.

    Klokslag drie uur wordt het peloton van de Hobby Klasse weggeschoten voor een koers van vijfendertig kilometer. Na de eerste driehonderd meter zwabbert een coureur met te hard opgepompte banden onderaan de rotonde uit de bocht, die nog nat ligt van de voorgaande regenbuien. Zijn schuiver levert gelukkig weinig tot geen schade op. Wel breekt het deelnemersveld direct in stukken. Als gevolg hiervan komt Bram er samen met een andere renner tussenin te rijden en dat is met de harde kopwind op de lange finishstraat vol aan de bak, maar niet anders. In goede samenwerking houden zij als duo kop over kop rijdend, lang stand tegen vijf achtervolgers, waarvan er drie uiteindelijk de aansluiting weten te maken. De andere twee zijn overboord gevlogen. Vijf ronden voor het einde voelt Bram zijn achterwiel wegschuiven en constateert dat een ongelukkig stuk zwerfmetaal zijn band heeft doorboord. Hij meldt zich netjes af bij de jurywagen en wordt afgeroepen.

    Wanneer ik om vier uur ’s middags zelf van start ga in het gecombineerde startveld van elite en amateurs zijn de wegen opgedroogd en breekt de zon door. Met een fors uitgedunde kalender en slechts een echte profploeg, zijn de Duitse semi-profs genoodzaakt ook nationale criteriums als deze in teamverband te rijden. Het eerste wat me opvalt in het peloton is dat men elkaar ertussen laat. Zo ook de weigering van een door een ploeggenoot meermaals naar voren geseinde renner om zich langs mij te wringen. Omdat geen enkele ontsnapping lang stand houdt blijft de snelheid onverbiddelijk hoog, gemiddeld 46 km/u. Gelukkig vallen er geen gaten en is het op 55×11 goed toeven tussen de hoge wielen, zelfs de spoelwaaier op. Eenmaal verlaat ik als een malloot het peloton, wel aan de voorkant, alleen inlopend op de kopgroep, maar roep mezelf tot de orde als ik gespot wordt als mikpunt, in plaats van andersom. Na een finale met zeer snelle laatste ronden eindig ik met verzuurde benen halfweg in de onvermijdelijke massasprint.

    • Runde von Uedem
  • De Peppel

    23 maart 2014 – Ede

    Elk voorjaar organiseert een aantal wielerverenigingen uit het KNWU district Midden de MNC competitie, waarvan de wedstrijden plaatsvinden op een van de clubparcoursen in de regio. Vandaag de beurt aan WV Ede. Eerder heb ik daar al eens gereden, maar dat was op een industrieterrein, en niet voor het clubhuis. Op de satellietfoto ontwaar ik thuis vooraf de vorm van een dubbele musketonhaak, kenmerkend voor de banen die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn aangelegd op sportparken langs de uitvalswegen, of in dit geval de spoorbaan. De korte ronde op de voormalige wielerbaan in Lindenholt kende een vergelijkbaar verloop. Een bocht van meer dan een halve cirkel een aanzetten maar, tot die aan de andere kant. De ingebouwde heuvel is minder steil en is verder van de bocht geplaatst. Bij aankomst blijkt dat besloten is een stuk parkeerterrein op te nemen, zodat de vorm van een sleutel met baard ontstaat. Op deze manier ga je als vanzelf vierkant in de rondte scheren.

    Het startveld bestaat uit een dertigtal renners, meest amateurs, maar ook elite en junioren, die gezamenlijk starten. Niet wetende dat de omloop zo intensief zou zijn, zoek ik direct na het fluitje de aanval. Dit is wel wat anders dan de lange brede wegen in Oss. Het lijkt wel een full-fledged stratencriterium. Op geen enkel moment kun je rustig recht op de trappers gaan staan. Hopen dat ik überhaupt kan volgen. Het gecombineerde peloton zorgt ervoor dat het nooit stilvalt, zodat tussentijds herstellen nauwelijks gaat. Vier renners waaronder de nationaal kampioen bij de amateurs rijden weg. Door een langgerekte jacht van meer dan een half uur, waarbij ik constant aan de rekstok hang, krijgt de kopgroep echter nooit meer dan twintig seconden voorsprong. Uiteindelijk beslist een lekke band van een van de koplopers dit potje apenkooien in het voordeel van de achtervolgers. Mij rest enkel de eindsprint voor de niet afgewaaide amateurs waarin ik, door tijdig opschuiven, al zittend als vijfde eindig.

    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
    • De Peppel, bron: Ron Bertelink
  • Vorstengrafdonk

    9 maart 2014 – Oss

    Voor de twee uur durende slotrit van de uitstekend bezochte achtdelige voorjaarscompetitie op de Vorstengrafdonk in Oss, is het alweer bijna nodig bidonhouders te monteren. Een dubbel aantal graden op negen maart! Niet gedaan, maar mijn armstukken gaan wel na een kwartier definitief omlaag. Door mijn frequente deelname en vier top-tien klasseringen, ben ik op een lastig te verdedigen derde plaats in het klassement beland. De nummer zeven staat slechts drie punten achter mij, terwijl de nummer twee een voorsprong heeft van vijf punten. Alleen de kat uit de boom kijken lijkt me niet verstandig. Op goed geluk een kopgroep forceren evenmin. Wat dan wel? Laat ik eens attent rijden en meezitten waar mogelijk.

    Zonder elites, junioren en nieuwelingen, die al ‘echte’ wedstrijden hebben, zoals bijvoorbeeld vandaag in Schijndel, is het verschil in niveau veel kleiner. Een langgerekt peloton loopt een aanval waar ik bijzit in. In een ingeving ga ik nogmaals op de pedalen staan. Nu begrijp ik eindelijk dat een peloton de grootste kans heeft definitief te breken, als eerst een sortering heeft plaatsgevonden. Meestal zit ik namelijk in het tweede gedeelte. Nu met twintig man vooruit, die er allemaal belang bij hebben om de ontstane voorsprong uit te bouwen. Met de wind opzij is het behoorlijk aanpoten op het kantje. Voor kopwerk heb ik te veel aan mijn hoofd.

    Gaandeweg de koers zie ik steeds meer gelletjes en powerdrankjes langs vliegen. Is dit soms het nieuwe drinkontbijtje voor mannen? Opletten! Een kopgroep van vier heeft zich los gemaakt en zes renners zijn er afgewaaid. Een tegenstrever uit het klassement, wiens wiel ik monitor, gaat alleen op pad en ik kan niet volgen. Als een plaat in de Waddenzee komt hij er tussen te rijden. Met enig geluk sluit ik aan bij twee springende renners en met drie dichten we kop over kop de kloof. Door als derde van deze groep te finishen kan ik de onderste podiumtrap van het klassement veilig stellen. BKM training werkt, maar hoe precies is de vraag.

    2 maart 2014 – Oss

    Veel raakvlakken met carnaval heb ik niet, behalve dan misschien de elf. Weer een mooie zonnige voorjaarsdag in Oss met een niet tegenvallend deelnemersveld van ongeveer zestig coureurs. De zuidenwind dwars op de lange finishstraat blaast wederom een toontje mee. Met voornamelijk amateurs aan de start verwacht ik een twee uur durende koers van regelmatig hollen en stilstaan en waarom ook niet. De arme eerste aanvallers worden genadeloos terug gereden door een enkel stel benen van de rijke. Het resultaat is een lange scheurende staart. Das pech, peloton weg. Optocht gemist en het spel op de wagen.

    Hoewel ik mij al neergelegd heb bij een verblijf in de huisvaderwaaier, zie ik niet alleen dat de groep voor ons eigenlijk helemaal niet hard wegrijdt en regelmatig opbolt. Daarom probeer ik solo de oversteek te maken, wat uiteraard niet lukt, maar blijkbaar wel leidt tot een snelheidsverhoging. Na een kwartier kunnen we zowaar weer aansluiten en valt het tempo ook nog eens weg. Das mazzel. Omdat ik er niet in slaag vooraan te komen, beland ik voor de tweede keer in dezelfde situatie, wanneer de snelheid weer omhoog gaat. Gaat lekker zo. Slim is anders, want achteraan op het kantje verbruik je veel meer energie.

    Op het lange stuk wind mee verhoog ik staand de snelheid en wacht net zo lang totdat ik tussen mijn benen door een aanpikkend voorwiel ontwaar. Deze keer maken we in ieder geval een stuk sneller de aansluiting, kwestie van staan & gaan. Met nog vijf ronden koers rijden een kopgroep van vier en een achtervolgend trio vooruit. Uit een stilvallend peloton neemt een renner de benen en ik glip mee. Na een tweetal ronden sluit een vijftal aan en weet het vooruitgeschoven trio ook te verschalken. In de sprint met tien man voor de vijfde plaats eindig ik als zesde op plek tien.

    23 februari 2014 – Oss

    De laatste winterweek is aangevangen. Vanaf een maart start immers de meteorologische lente. Voor de renners en de organisatie pakt deze serie voorjaarsritten een stuk beter uit, dan die van vorig jaar, toen nauwelijks de helft doorgang kon vinden. Het weer in Nederland is nu eenmaal altijd anders. Door consequent in de laatste decade van januari de eerste rit te programmeren, nemen de organisatoren een risico, maar hebben dit jaar het gelijk aan hun zijde, zes uit zes tot nu toe.

    In twee weken begint het seizoen voor de elite categorie en voor deze renners is het stilaan tijd om hun selectie af te dwingen. Met twee complete ploegen van het hoogste nationale niveau in koers, met wind van opzij, kan het niet anders dan dat het honderdkoppige peloton compleet in stukken breekt. Ik ben in ieder geval niet van plan tegen elke prijs het wiel te houden van op hol geslagen oefenprofs. Het seizoen voor de gesloten categorie amateurs begint immers pas in april. De wedstrijden zijn kort en de verschillen tussen renners klein.

    Al snel beginnen gaten te vallen, die overigens nog wel te overbruggen zijn voor een amateur. Wat lastig is dat de snelheid continu hoog blijft. Een grote groep is er al afgewaaid voordat ik in een tweede plaats neem, die langzaam groeit met geloste renners uit de voorste groep. Nu zo lang mogelijk uit de greep blijven van de frontlinie. Aanvankelijk kom ik niet op kop, maar krijg op mijn falie van een junior, die dolgraag een groep verder naar voren had gereden. Begrijpelijk. Nadat we onvermijdelijk gedubbeld zijn, pik ik aan tot de laatste ronden van een aantrekkelijke koers van meer dan twee uur.

    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt

    16 februari 2014 – Oss

    Bijna voorjaar, ook in Oss. Dunne handschoenen, zonnestralen en droge bochten in de vijfde voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Ongeveer veertig coureurs staan aan de startlijn voor een wedstrijd over zeventig kilometer. De wind staat pal tegen in de finishstraat, die het wegrijden daar zeer lastig maakt. Op het tegenover gelegen lange stuk is de snelheid door dezelfde wind in de rug te hoog. Na het ontsnappen vanaf de start en latere korte escapades, kom ik tot de conclusie dat het tot de finale waarschijnlijk een gesloten koers zal blijven.

    Na vijf kwartier in de frontlinie beland ik tamelijk achteraan het peloton. Een wedstrijd rijden zonder eten en drinken is niet altijd een goed idee. Door extern bij te voeren krijgt je lichaam snel nieuwe energie en heb je minder last van dode momenten. Als de koers ontploft tijdens een mobilisatiemoment vanuit eigen voorraden kun je zomaar gelost worden. De snelheid valt echter niet alleen bij mij weg, dus na tien minuten kan ik mij weer vooraan melden met hernieuwde krachten.

    Een aantal renners slaagt er in om enkele ronden alleen vooruit te blijven, maar uiteindelijk vallen ze allemaal terug. In de finale krijgt een groep van ongeveer tien renners honderd meter speling. Ik ben wel mee, maar besluit mijn krachten te sparen voor de eindsprint, die met de wind op kop zal gaan gebeuren. Gelukkig blijft de snelheid hoog, zodat ik voor in het peloton de laatste ronde kan aanvangen en als eerste de laatste bocht door zeil. In een door anderen aangetrokken sprint weet ik door een goede positionering en een kleine jump de vierde plaats te bemachtigen.

    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
    • Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty

    9 februari 2014 – Oss

    De vierde voorjaarswedstrijd in Oss brengt een loeiharde wind schuin van voren, over de lange brede finishstraat. Koud is het niet, maar het miezert zo nu en dan, zodat de bochten nat liggen met gladde putdeksels in het midden. Tijdens het inschrijven zwiept de voortent van de inschrijfcaravan vervaarlijk heen en weer. Dit belooft wat, ik train namelijk nooit onder dit soort omstandigheden. Op de Nijmeegse stuwwal staan bomen en in de polder kom ik nooit, ik fiets er alleen af en toe wedstrijden.

    Het aantal inschrijvers ligt met achter in de dertig dan ook beduidend lager. Al in de eerste ronde kiest een eenzame renner het hazenpad, dwars tegen de snoeiharde wind in, een wind die je al na tweehonderd meter op kop, met de staart tussen de benen laat. Eer ik doorheb dat een plek in de waaier toch wel essentieel is en hoe je ook al weer tegen de wind in moet fietsen, zijn acht gewiekste renners vertrokken. Verkennen blijft een goed idee, maar het zou voor mij weinig verschil gemaakt hebben.

    Achter de tweede waaier waar ik inzit, blijkt zich een derde gevormd te hebben, welke wij dubbelen. Naar mate de wedstrijd vordert kom ik steeds vaker op kop en merk dat op de finishstraat zeer snel wordt overgenomen. Meedraaien kost ook nog eens minder moeite, dan op het kantje. De kopgroep van acht loopt gestaag tot maximaal een halve ronde uit. Twee plekken over in de top tien. Met nog drie ronden te gaan krijg ik drie renners mee als ik tegen de wind in versnel, waarvan ik er twee alsnog weet te verrassen door de sprint vroeg aan te gaan.

    2 februari 2014 – Oss

    De zonnestralen door de bomen zijn weer eens wat anders dan die obligate maan. Een semi voorjaarsdag op de Vorstengrafdonk in Oss. De derde trainingskoers van het jaar trekt een groot startveld van bijna negentig renners, waarbij de meeste renners de A categorie bevolken. De bochten liggen nog wel nat, maar wat wil je anders, als het niet vriest, in de inmiddels laatste wintermaand februari. Ik start voorin, voldoende om direct bij de eerste snelle uitlooppoging aan te haken. Deze houdt naar verwachting geen stand. Een tweede aanzet van dezelfde renner tien minuten later beslist de koers. Het peloton schiet alle kanten uit. Ik slaag er niet in de slalom tussen stilstaande renners te maken. Zou dit het vandaag veelvuldig gebezigde woord afstoppen zijn?

    Het peloton van nog maar twintig renners renners loopt snel uit op de club afstoppers en afstappers. Zouden we gedubbeld gaan worden? Ik besluit om in ieder geval een poging te maken om over te steken, alhoewel dit met de aanwezige wind vooral erg lastig is. Uit mijn wiel neemt de driekleur bij de amateurs het stokje over en trapt een heel eind de goede richting uit, maar zelfs hij weet het gat niet te dichten. Koers gedaan binnen een kwartier. Later probeert hij het nog eens, tevergeefs. Wanneer er toch gang komt in de achtervolging stokt de voorsprong van het peloton op een halve ronde. Tijdens de finale voor plek vijftien steek ik over naar twee uitlopers krijg een renner mee, zodat we gevieren honderd meter vooruit komen te rijden. Echt veel bijdragen lukt me niet, maar ik kan wel in de laatste ronde de afstand consolideren. Achttiende plaats.

    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
    • Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt

    26 januari 2014 – Oss

    Wel sneeuw, maar niet in Oss. Ongeveer vijftig renners aan de start van de tweede voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Stond de wind vorige week mee op de aankomstlijn, vandaag pal tegen. De temperatuur is prima en het is droog. Niet onaangenaam voor de tijd van het jaar. Het niveau van het deelnemersveld heeft ook weer normale proporties aangenomen. Dit betekent wel dat zomaar wegrijden een stuk minder eenvoudig zal zijn. Niemand lijkt al goed genoeg om de licentiegenoten echt pijn te doen. Komt nog wel.

    Wanneer de eerste ontsnapping van de dag zich aandient, besluit ik mee te schuiven, maar zuinig met mijn krachten om te springen. Zo volgen er meer. Traditiegetrouw is een Cuijks blok en een grote delegatie uit Schijndel present. In tegenstelling tot deze mannen is mijn kansverdeling in ontsnappingen er een zonder terugleggen. Behalve tien renners in de finale, houdt geen enkele meer dan een ronde stand. In de massasprint, die mooi strak wordt aangetrokken, weet ik, bewust vol in de wind, de achtste plaats te bemachtigen. Veel hollen en stilstaan, maar weinig vuurwerk. Hoort erbij.

    19 januari 2014 – Oss

    Geen sneeuw?! Dat is wel eens anders geweest. Heel warm is het niet, maar wel droog met natuurlijk wind op de Vorstengrafdonk. Vrij logisch op een hoger gelegen stuk grond in het verder vlakke terrein van het Maasdal. Tweeënzeventig renners aan de start voor de eerste trainingskoers van het jaar in deze regio. Normaal betekent een uur en een kwartier ongeveer vijftig kilometer trappen, vandaag dus ook. Wist niet dat er wildcards uitgedeeld werden door de organisatie. Van rivierduin in de vlakte naar continentaal plat, ploegen met je neus op het stuur. Een schier oneindig blik blauw op straat.

    Een voor een poefen ze weg. Al in de eerste ronden vindt voor mij een bijna, en achter mij een werkelijke valpartij plaats, waardoor het peloton nog meer op een lint komt. Ik verzuim de wind op te zoeken en aansluiting te vinden, zodat ik al vrij snel gescheiden wordt van de voorste helft van het peloton, waaruit later een kopgroep van ongeveer tien man in de dezelfde shirtjes de benen neemt. De afstand met de voorste achtervolgende groep loopt langzaam op, maar de samenwerking is goed. Hier kan ik in ieder geval een deel van het kopwerk voor mijn rekening nemen en kom langzaam in de wedstrijd.

    Na drie kwartier komen de koplopers alweer achterop, rijden even rustig en draaien vervolgens het gas open. De kopgroep valt hierbij in twee stukken. Met een sprong bereik ik alleen het tweede deel en weet er op mijn elf en vijfenvijftigste aan te blijven plakken. Kan ik gelijk aan mijn straftraining beginnen, hoef ik dat straks niet meer te doen. Het tempo ligt natuurlijk hoger dan ik gewend ben, maar het rendeert wel. Voor het einde van de wedstrijd kom ik zo bij de eerste fors uitgedunde achtervolgende groep en dubbel ik de tweede, waar ik eerst in zat. Om een hele koers aan te pikken ligt het tempo toch wat vroeg te hoog.

  • Nedereindse Berg

    11 januari 2014 – Nieuwegein

    Met voorspelde sneeuw lijkt het mij raadzaam de eerste trainingswedstrijd in Oss niet af te wachten om het seizoen 2014 op gang te schieten. Het is de afgelopen jaren vaker voorgekomen dat juist rond dit moment de winter statuur krijgt, waardoor een reeks van koersen niet door kan gaan. Twaalf weken geleden reed ik op de Nedereindse Berg mijn laatste wedstrijd en dan is het altijd maar de vraag of de korte avondtrainingen in de heuvels tussen Nijmegen en Groesbeek voldoende zijn geweest om het niveau enigszins te handhaven.

    Aangekomen in Nieuwegein blijkt het te miezeren, daar is niets aan veranderd in de tussentijd. De wind staat hard tegen op de derde parcourszijde. In de A en B categorie gaan ongeveer vijfentwintig renners van start voor een koers van een uur en we ‘blijven beneden’. De beslissende tempoversnelling vindt al in de tweede ronde plaats. Gelukkig kan ik aanhaken, waardoor ik met vijf anderen vooruit kom te rijden. Dit is maar goed ook, want alleen oversteken is door de harde wind geen optie en achtervolgen kost even veel moeite.

    Nog niet geheel in conditie beperk ik mij tot volgen en af een toe een kopbeurt, opdat ik niet gelijk in de eerste koersminuten van 2014 zwaar ‘in het rood’ kom te rijden. Twee andere renners, die wel hun gelijke aandeel leveren in de ontsnapping, moeten de rol lossen als na een door mij aangevraagde tempopauze, de snelheid weer opgevoerd wordt. Met vier man verder dan maar en vaker op kop. De wind is intussen gedraaid en staat nu hard tegen op de bochtige tweede parcourszijde. Na drie kwartier dubbelen we gevieren het peloton.

    Vanaf de kop van het peloton plaatst de latere winnaar in het zadel een versnelling die ik alleen staand op de pedalen op 55×11 kan pareren. De latere nummer twee kan ook aanhaken. Omdat we los zijn besluit ik, de latere nummer drie, weer mee te draaien, want sprinten na twaalf weken trainen met een gemiddelde van twintig kilometer per uur zal nog wel niet zo rap gaan. In de laatste ronde neem ik de tegenwind voor mijn rekening, waarna de sprint vroeg wordt aangegaan. Bij de laatste bocht kom ik nog tot aan het wiel, maar dat is dan ook direct mijn hele sprint. Wel derde.

    20 oktober 2013 – Nieuwegein

    Maandag en dinsdag betekenen kou, regen, bladeren en wind. Toch benut ik beide dagen met op maandag een Kommendaal training, terwijl dinsdag de eerste vier hellingen door de binnenstad als circuit dienen. Vanaf woensdag is het weerbeeld sterk verbeterd, zodat ik Tramweg zowaar droog kan afleggen. Donderdag doe ik nogmaals Kommendaal en vrijdag de kortere route Terugweg. Deze vijf trainingen zijn goed voor 18 BEL, het weektotaal waarvan ik steeds meer aanwijzingen krijg dat het zorgt voor de relatief grootste toename van wedstrijdresultaat, een optimum? Het verklaart in ieder geval meer dan dertig procent van de variantie.

    Aan de voet van de Nedereindse Berg in Nieuwegein staat een winterpeloton van pakweg twintig coureurs bij het paviljoen opgesteld voor een koers van zeventig minuten, welke rustig aanvangt. Op het rechte stuk naar de finish staat de wind stiekem stevig tegen, merk ik als ik alleen op pad ga. Een latere uitloop krijgt twee aansluiters en groeit aan tot negen renners. Na veel hollen en stilstaan en met zijn achten tweemaal rondenlang achter een enkele renner aan te razen, vangen we met vier man de laatste ronde aan. Vanuit derde positie verras ik mijn kopgroepgenoten door al voor de bocht wijd buitenom aan te gaan op 55×11. Voor de tweede maal eerste dit jaar. Pedaleren is een feest en als je niet participeert, kun je

    6 oktober 2013 – Nieuwegein

    Oppermist in de ochtend, maar goede vooruitzichten en windstil. Mijn keuze voor een ondershirt met lange mouwen en beenstukken blijkt achteraf prematuur. Twintig man A, B en C staan klaar voor de tweede wedstrijd van de doorlopende wintercompetitie over de Nedereindse Berg, op zaterdag georganiseerd door WV Het Stadion, terwijl UW&TC Volharding de zondag voor haar rekening neemt. In verband met het aanstaande cyclocrossen (kun je daar dus ook nog wekelijks doen), rijden we de nog een keer ‘bovenlangs’. Geen Nederlands kampioen bij de Masters, wel twee leden van de juniorenploeg in onlangs vergaard rood-wit-blauw op de ploegentijdrit. Geen wonder dat ik bij een alleenstaande demarrage al na een ronde op de hielen gezeten word. Bij een tweede uitlooppoging bergop zelfs nog sneller. Een peloton op slot en ik heb in ieder geval niet de sleutel.

    De afgelopen week heb ik met drie keer ‘BEL-T Kommendaal’, twee keer ‘BEL-T Terugweg’ en eenmaal ‘BEL-T Tramweg’ in totaal 18 BEL aan trainingsbelasting verzameld. Als de sleutelbewaarders na de finishstraat hard doortrekken blijkt dit voldoende om het ontstane gat op hangen (55×11) en wurgen binnen de kilometer te slechten. Zo kom ik met vijf renners van de thuisclub in een soort ploegentijdrit terecht, waarin ik na verloop van tijd enkel nog kort kan overnemen en een keer zelfs in tweede positie uit het wiel gereden word. Verschil moet er wezen. We lopen snel uit op het peloton. Een van de sterkste renners moet door een ongelukkige schuiver helaas de wedstrijd voortijdig staken en een ander wacht. Uiteindelijk rijden we met drie renners de laatste ronde in, waarin de winnaar bergop zijn aanval plaatst. Het sprintduel om de tweede plek, dat ik van kop af aanga, weet ik nipt in mijn voordeel te beslissen.

    29 september 2013 – Nieuwegein

    Na het afbreken van mijn bidonhouder in de Ronde van Heusdenhout, heb ik mij toch eens afgevraagd of die apparaten wel opleveren wat ze kosten. Twee lichtgewicht stuks plus vier bidons zijn in twee jaar goed voor vijftig euro. Je gaat er echter geen millimeter harder van, dus ze horen wat mij betreft helemaal niet thuis op een wedstrijdfiets. Weg met die rijdende minibar. Scheelt gewicht en luchtweerstand. Eten en drinken tijdens het sporten vind ik sowieso een bijzondere combinatie. Wegspoelen van taurinerepen is bij mij niet aan de orde. Hoe zit het eigenlijk met computeren vanachter het stuur? Voer voor de schroevendraaier. Als je tijd hebt om erop te kijken ga je niet hard genoeg. Jammer voor de accessoiremarge. Downshift.

    De trainingsbelasting deze week bedraagt 21 BEL, bestaande uit viermaal Kommendaal en eenmaal Tramweg. De samenhang met wedstrijdresultaten is overigens nog tamelijk duister, maar feit is dat ik met tien procent minder trainingstijd vijftien procent hogere wedstrijdcijfers genereer. Tijd om op zoek te gaan naar de tussenliggende variabele. Een andere mogelijkheid is te kijken naar een betere operationalisering. Mag de sponsor lekker zelf uitzoeken. Met een oostenwind onderlangs staan twintig renners aan de start op het parcours van de Nedereindse Berg. We blijven beneden vandaag, dus geen beklimmingen van de Col du Hans Spekman in het verschiet, over nivelleren gesproken.

    Met een iets naar beneden gekantelde stuurbocht en nieuwe polyamide / latex ‘dual compound’ handschoenen voor het hanteren van steigerpijpen ga ik al vroeg aan de haal. Omdat het vrij lang duurt voordat een renner oversteekt, rijd ik rondenlang alleen in de aanval. Later komt nog een derde man aansluiten. Van het sterkste blok is er echter geen present, dus de kans dat we definitief wegkomen blijft klein. Op het rechte stuk langs de Nedereindse Plas staat de wind fors tegen. Toch duurt het relatief lang voor we zijn achterhaald, waarna het stilvalt en ik wederom alleen ontsnap. Slim is anders, want later bij de beslissende uitval mis ik de complete boot en zijn vijf man op pad.

    Ik besluit druk te houden op de koplopers, wetende dat de Nederlands kampioen bij de Masters de gewoonte heeft niet alleen het peloton, maar ook zijn eigen kopgroep aan barrels te rijden. Op driekwart van de koers zijn er reeds twee afgevlogen. Rijden voor de vierde plaats dus in plaats van de zesde. Ook in de achtervolging ga ik alleen op pad. Mijn sprintgeschiedenis dit jaar is niet om naar huis te schrijven en ik moet wat. Als ik wederom gegrepen ben, komt het toch op een spurt aan, tegen de wind in nog wel, waarin ik mijn achtervolgers van mij af weet te houden. Dat

  • De Berckt

    8 september 2013 – Baarlo

    Van de week een e-mail in de box met de aankondiging van het Open Baankampioenschap Baarlo as. zondag, georganiseerd door TWC Olympia. De Amateurs en Masters starten om 12.30 uur, maar er is ook een wedstrijd om 11.00 uur voor niet licentiehouders, die normaal op woensdag met exact? 38 km/u hun rondjes draaien op circuit De Berckt. Iets voor trainingsmaat Bram. Donderdag zijn fiets van nieuwe remblokken voorzien, de pedalen aangedraaid en het balhoofd gesteld. De gietende regen deze morgen gooit echter roet in het eten. Omdat de wedstrijdrenners later starten, als het hopelijk droog is, reis ik wel onder een miezerregen af naar Baarlo. De temperatuur bedraagt net geen 13 graden.

    Aan de start staat een gemotiveerd kernpeloton van Amateurs en Masters, wel en niet leden. De koers wordt op gang geschoten voor een uur en 10 ronden, ongeveer 50 kilometer. De afgelopen zondag heb ik na de koers met volle wedstrijdbepakking nog een straftraining afgewerkt in de Nijmeegse heuvels. Dat ga ik vanavond dus niet doen. Na een drietal aanvallen kom ik met een oversteker voorop te rijden. Aanpoten, ik fungeer als startmotor, hij als motor. Wiel houden en vierkant mijn werk doen dan maar. Mijn nieuwe ketting loopt niet lekker en ik heb last van mijn linkervoet. Na diverse ronden op de ovale 800 meter lange voormalige speedway, arriveert een duo als versterking, terwijl een eerder aangesloten renner de rol lost.

    Met het viertal draaien we prima rond, maar ook hier de aantekening dat de aanwezige Master de sterkste beurten voor zijn rekening neemt. Later spreken we af dat we elk een halve ronde kopwerk doen. Op 5 ronden voor het eind rijden we weer achterop bij de achtervolgende groep. Omdat zij in verschillende schuifjes af gaan sprinten, bestaat de finale uit rustig in het wiel zitten tot wij aan de beurt zijn. In onze finale ronde gebeurt tot de laatste bocht niets. Ik ben blijkbaar niet de enige bij wie de plotselinge temperatuurdaling, sinds de 30 graden van donderdag, zijn sporen heeft achter gelaten. Ik start de sprint in derde positie, kom nog wel naast de vice-winnaar, maar er niet overheen in een koers met een gemiddelde snelheid van 41,5 km/u.

    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens

    23 juli 2013 – Baarlo

    Op de voormalige 800 meter lange Speedway in Baarlo organiseren TWC De Maastrappers en TWC Olympia elke dinsdag- en donderdagavond van begin april tot half september om 19.00 uur wielerwedstrijden over 1 uur en 10 ronden. De inschrijfkosten bedragen 3 euro voor de vaste bezoeker en 4 euro voor de incidentele deelnemer, zoals ik. De temperatuur ligt ook deze avond boven de 30 graden, onweer dreigt. Toch staat een dozijn coureurs klaar om elkaar aan de rekstok te leggen op de brede snelle baan, waar ontsnappen erg lastig blijkt door de wind en het steady maar straffe tempo. Na halverwege de koers met twee teruggepakt te zijn na een redelijke poging, waag ik op 15 ronden van het eind een poging alleen. Na een aantal ronden komen twee coureurs aansluiten, maar op 4 ronden voor het eind komt alles weer bijeen. Als een voormalige vluchtgenoot met nog 2 ronden te gaan wederom de benen neemt, duik ik er later alleen achteraan. Pas op 200 meter voor de streep slaag ik erin zijn achterwiel te bereiken om, met mijn recent weer opgepakte sprint, als eerste de finishlijn te passeren. Sinds ik op water rijd kom ik juist daar vaak nog tekort.

    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens

  • Ronde van Heusdenhout

    1 september 2013 – Breda

    Een harde wind en een lagere temperatuur dan de afgelopen maand(en) luiden onherroepelijk de eerste herfstdag in. Op de rol staat de Ronde van Heusdenhout over 60 kilometer met een 1900 meter lang rechthoekig parcours om de gelijknamige woonwijk. De brede aanvoerweg, die de derde parcourszijde vertegenwoordigt, blijkt de scherprechter die het peloton van 37 coureurs in twee gelijke stukken laat breken. Niet lang geleden met een banddikte verschil vierde geworden in een premiesprint voor drie, beland ik, terwijl ik op adem kom, in het achterste deel. Met enkele losse renners probeer ik wel de oversteek te maken, maar als je in deze fase in die positie komt, weet je dat je het gewoon hebt verklooid. De harde wind doet de rest.

    Om te voorkomen dat deze, door de wijkraad en WV Breda georganiseerde koers, voor mij de Ronde aan de Broek wordt, besluit ik het initiatief te nemen in de achtervolging. Dat ik hierbij af en toe loskom van de krimpende groep medegelosten neem ik voor lief. De meesten geloven het wel en ik kan ze geen ongelijk geven. We rijden voor de, schrik niet, twintigste plaats in een gelopen wedstrijd. Het op het oog snelle parcours blijkt toch minder te lopen dan gedacht. Vlak na de finish liggen twee drempels en de vierde winderige zijde, wordt vooraf gegaan door een slingerende strook hobbelige grindklinkers, waarin voor de zekerheid ook nog twee drempels zijn geplaatst. Mijn bidonhouder aan de zitbuis geeft de geest.

    Op vijf ronden voor het einde roept de speaker om dat de inmiddels tot 12 man uitgedunde club achtervolgers een achterstand van een minuut heeft op de 19 “koplopers”. We kunnen in ieder geval gaan afsprinten. Met de weer ingevoerde en verzwaarde route Kommendaal is mijn sprint in ieder geval verbeterd, zodat ik nog als tweede weet te eindigen van de groep en 21e in totaal. In de totale ombouw van de Klimbijnijmegen website heb ik drie weken minder aandacht kunnen besteden aan training en een maand niet gekoerst. Nou, dat is dus te merken. De conditie is er wel, maar de scherpte ontbreekt. Je kunt echter maar een ding tegelijk. Het onderzoek naar BEL training heeft wel geleid tot een nieuwe eenheid voor hellingzwaarte: WTR.

    • Ronde van Heusdenhout, bron: N.N.
    • Ronde van Heusdenhout, bron: N.N.
    • Ronde van Heusdenhout, bron: N.N.
    • Ronde van Heusdenhout, bron: N.N.
    • Ronde van Heusdenhout, bron: N.N.
    • Ronde van Heusdenhout, bron: N.N.
  • Ronde van Oosterhout

    25 augustus 2013 – Oosterhout (GLD)

    Gelukkig minder warm dan de vorige editie toen met 32 graden en een fikse wind de Ronde van Oosterhout a/d Waal verreden werd. Geen klimmen, wel bij Nijmegen. Als ik samen met trainingsmaat Bram over de dijk onder de nieuwe Waalbrug van Nijmegen naar Oosterhout peddel, kom ik tot de conclusie dat de in mijn beleving immer aanwezige rivierwind een break heeft genomen. Moet kunnen, maar dit betekent wel dat het in de ronde opgenomen stuk over de waterkering niet tot een schifting zal leiden. Geen zorgen, er is altijd nog de zwaartekracht. Als die een pauze neemt, heb je hele andere zaken aan je bol dan het rijden van een wielercriterium, I guess. Zwaartekracht heb je 24/7 tegen en, als jouw discipline geen downhill heet, maar naar de naam wielrennen luistert, wil je die ook liever niet pal mee hebben.

    Op het klimmetje tegen de hoge Waaldijk valt vandaag een bergprijs te verdienen voor de renner die het vaakst als eerste boven komt. Op de top heeft zelfs een heuse klimcommissaris plaats genomen in de persoon van een KNWU jurylid dat jarenlang de competitie op de wielerbaan van Lindenholt mogelijk heeft gemaakt. Aan de startlijn staan ongeveer 60 coureurs geduldig klaar voor 70 kilometer wedstrijd over het rechthoekige 1800 meter lange parcours, naar de dijk en van de dijk. Ik vind het met 23 graden en een wolkzon enigszins klam. Hoewel ik laat was met inschrijven is de organisatie zo vriendelijk geweest om mij zonder extra kosten als WFN bijschrijver op de KNWU startlijst te plaatsten. Dit betekent wel achteraan opstellen, maar dat had ik anders ook gedaan. Met het luiden van de bel wordt het peloton op gang geschoten.

    In mijn herinnering is de tweede bocht na de finish met een inkomend paaltje het krapst, en dit blijkt nog steeds het geval. Vorig jaar stond ik hier op de stoep geparkeerd doordat aldoor wringende renners er ook nog een andere lijn op na hielden. Ronde aan de broek. Even voor de zekerheid checken of deze mogelijkheid om uit te wijken nog steeds bestaat en dit is zo. Al snel merk ik echter dat er heel anders, veel netter, gekoerst wordt. Goede zaak. Voor mij is dit een indicatie van het niveau van de wedstrijd en niet de inhoud van de premiepot voor ‘vrijwilligers op wielen’. Voor een partijtje kluitjeswielrennen kun je overal terecht op zondag. Door het relatief smalle parcours en het peloton constant op een lint is opschuiven niet evident. Het handhaven van positie is niet mijn sterkste kant, toch rijd ik niet achteraan.

    Plaatsen goedmaken gaat het beste op de derde, lange parcourszijde buiten de bebouwde kom langs de maisvelden. Op het andere lange stuk, de beklinkerde finishstraat, is dat door de verkeersremmers en de dalende lijn lastiger. Zonder wind wegrijden met twee man ook, blijkt als een kopduo dat je normaal niet snel terug ziet tot aan de finish toch ingelopen wordt. Tussentijds ben ik vooraan beland en weet me in een van de premiesprints te plaatsen. Daarvoor ga ik even op pad met drie man, maar dat is geen lang leven beschoren. Zou de koers eindigen in een massasprint? Nee, een vijftal weet een aantal ronden voor het einde een paar honderd meter voorsprong te bemachtigen. Aanvankelijk goed geplaatst, rijd ik in de pelotonssprint van de dorpsronde van Oosterhout naar een 21e plaats bij Nijmegen.

  • Rund ums Tönnissen Center

    18 augustus 2013 – Kleve

    Deelgenomen aan een snelle koers (46 km/u) met ongeveer 80 starters, waaronder veel bijschrijvers uit Nederland. Uitgereden en gefinished als 35e. Voor mij de 5e deelname aan de goed georganiseerde en drukbezochte Klever Radrennen, maar voor het eerst op het hoogste niveau. Daarna staat je gezicht dus zo. Hoewel? Op de heenweg vanuit Groesbeek heb ik aan de achterkant van de Bresserberg stijgend asfalt gespot dat nadere bestudering vraagt. In een soms tegen de 60 kilometer per uur voortrazend peloton, heb ik verder vooral diverse achterwielen van mijn voorgangers gezien. Dat er netjes gereden werd kwam met name tot uitdrukking in de bochten, tijdens de korte regenbui tussendoor en het feit dat er zonder neusophalen werd overgenomen, toen ik het in mijn hoofd had gehaald om aan kop een ontsnapping in spé de nek om te draaien en de stoom uit mijn oren kwam. De koers eindigde in een massasprint op de oplopende spoelwaaier voor de bijna 100 meter hoge Bresserberg.

    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens
    • Rund ums Tönnissen Center, bron: Bram van Rens