Op het warmst van de warmste (34 °C) dag, tot nu toe deze zomer? <– terug van weggeweest, laat ik mij voor even vrijwillig opsluiten tussen de hekken in de Ronde van Boxmeer. Het twee kilometer lange parcours door de drempelvrije dorpskern telt zeven bochten en bestaat voor de helft uit asfalt en de helft uit glimmende centrumklinkers. De noodzakelijke paaltjes zijn verzonken, maar door het midden van de koopstraat loopt wel een natuurstenen goot. De prachtige geweven rugnummers zijn een verademing boven de gangbare stugge PVC plakkaten. Je zou bijna zelf een set nummers bestellen. Even kijken welk nummer je krijgt en wisselen maar.
Opstellen gebeurt in de volle zon op inschrijving, oplopend per vijf. Met rugnummer vijfenzestig op een smal deux-a-deux parcours kun je twee dingen doen. Je wringt je vol gas vanaf de start direct naar voren, of je accepteert dat je de slag waarschijnlijk mist. Al na drie ronden maakt de beslissende ontsnapping van later acht aanstalten. Het peloton rijdt minder lang hard dan normaal en ook vele malen netter. Ik denk dat het merendeel zich realiseert dat je criteriums als deze niet alleen voor jezelf fietst, maar vooral voor het publiek. Zelfs bij de amateurs staan bijna vijfhonderd toeschouwers langs de hekken. De terrassen zitten vol. Daags na de Tour next level.
Omdat alle premies door de kopgroep worden opgestreken, bestaat de koers voor mij hoofdzakelijk uit het snel passeren van uit de rij sturende coureurs die het tempo niet meer kunnen bijbenen. Fatsoenlijk inhalen is verder alleen mogelijk op de finishstraat. Het moeilijkste van een bruisend centrumcriterium vind ik het continu geconcentreerd blijven in de bochten. Naar mate de koers vordert, gaan de meesten meer stuurfouten maken, terwijl ze minder energie hebben deze te corrigeren. Ik besluit dat mijn winst daar ligt vandaag. Al is het maar om te voorkomen dat je door je medecoureurs wordt opgegeven voor het programma “Help! Mijn buurman is stuurman.”
Onverwacht breekt het peloton als het voorste linie op de gedachte komt toch op jacht te gaan naar de kopgroep, die inmiddels veertig seconden voorsprong heeft. Hierop verlaat ik de achterkant om op 55×11 in het ontstane gat te springen. Met een aantal renners maken we de aansluiting, waarna het stil valt en de rest van het peloton weer kan bijsluiten. Met nog tien ronden op het bord kan het aftellen naar de sprint voor plaats negen beginnen. Intussen heb ik bedacht dat ik graag bij de eerste twintig wil rijden, wat met een getrapte eindsprint, waarin ik deze keer niet wordt ingehaald, precies lukt. Daarna snel de kooi uitklimmen om de kopgroep te zien finishen.
Pling, pling, ploing! doen een aantal van de twee keer zesendertig spaken van mijn nieuwe wielen als ik op de fiets spring. Zesendertig? Das ouderwets! Klopt helemaal. Is dat wel Aero? Je bedoelt Aero als in aerodynamische zadelpen? Of nog beter, aerodynamische bidons. Toen ik vorige week een crankstel uit de Adamas AX groep in handen had, waar de spider van de voorbladen op groeven van de (stalen, dat gelukkig nog wel) trapas gestoken dient te worden, waande ik mij dertig jaar terug in de tijd, toen Aero hartstikke hip was. De dagen van Biopace en Positron.
De drie dingen die wielrenners in crisistijd moesten overtuigen toch maar iets nieuws aan te schaffen waren: ovale kettingbladen, niet continu maar digitaal schakelen en afgeplatte of weggewerkte componenten. You mean Rotor, Di2, Propel? Tegelijkertijd wordt met een tweede vernieuwing het aerovoordeel weer rap ingeleverd met plus size frames, buitenboord lagers en holle traparmen als boomstammen. Helemaal als je nog eens vrolijk een verplichte rode digipuist aan je slanke vork bindt. Toch ben ik wel degelijk blij met hoge velgen, klikpedalen, sti schakelen en dual pivot remmen.
Vooraan starten zit er vandaag niet in, dus wurm ik mij vrij snel langs het peloton van vijfenzestig renners naar voren om te testen hoe de handgespaakte wielen bevallen. De eerste openbaring is dat kogels en conussen veel beter sturen dan machinelagers. Daarnaast zorgt het grotere aantal spaken dat mijn velg niet meer tegen de remblokken dreigt te lopen bij het staan op de pedalen. Naar mijn mening heb je wel veel profijt van een hogere (Aero!) velg, omdat deze tegelijkertijd steviger en aerodynamischer is dan een lage. Al vrij snel zit ik mee in een ontsnapping.
Bij het op hoge snelheid aan het wiel rijden merk ik een klein negatief verschil t.o.v. minder en platte spaken, maar bij de broodnodige versnellingen wordt mij duidelijk dat ik met minder spaken het energievoordeel van minder luchtweerstand weer inlever voor een verlies aan krachtoverbrenging door een slapper wiel. Krijg nou wat. Als de tweede tussenspurt zich aandient, besluit ik mee te versnellen en pak de tweede plaats. De temperatuur is opgelopen tot boven de dertig graden, maar het koersbeeld is hetzelfde als vorige week met kleine wegrijdende groepjes.
Af en toe rijd ik mee en een andere keer achtervolg ik. Wanneer de latere winnaar aan kop komt en aanstalten maakt op de pedalen te gaan staan, is het hele peloton er als de kippen bij om luid kakelend aan te pikken. Hoge bomen vangen veel wind. Een van de grote nadelen van aerowielen is dat ze nogal gevoelig zijn voor, u raadt het nooit.., wind. Laat die tunnelvisie, zou Stealth geen kansrijk concept zijn om Aero op te volgen? Het opmaken van de uitslag kan namelijk al zonder jury en fotofinish. De onzichtbaarheid zal de sponsors in ieder geval minder bevallen dan de renners.
Hoewel de wind zich koest houdt vandaag is het niet windstil. Ik verbaas mij in de bochten dat de veranderende windrichting minder invloed heeft op mijn voorwiel. Bij platte spaken is het verschil in windoppervlak ad hoc. Bij ronde spaken is er helemaal geen verschil. Helemaal optimaal. Hoewel ik mij als tweede plaats bij een volgende tussenspurt, zal ik toch eens moeten sparen. Maar niet nu, want een achttal renners forceert een in potentie beslissende ontsnapping, die pas met een goed samenwerkend peloton geneutraliseerd kan worden.
Een opvolgende kleinere kopie kan ik staand op de pedalen met veel moeite inrekenen. Het lijkt erop dat de koers in een massasprint gaat eindigen, ware het niet dat een eenzame hardrijder de benen neemt als het complete peloton op twee ronden voor het eind stilvalt. Je benen stilhouden vooraan een peloton in deze fase van de wedstrijd zou eigenlijk verboden moeten worden. Alles schuift ineen. Nadat ik de uitloper gegrepen heb, houd ik de snelheid hoog en stuur voor de laatste bocht naar buiten om rond de begin twintigste plaats te finishen.
Everdenberg, bron: Rockland Fotografiee
Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
14 juli 2013 – Oosterhout (NB)
Om de relatief rustige zomerperiode te overbruggen wordt dit jaar voor het eerst de driedelige zomercompetitie op het industrieterrein in Oosterhout Everdenberg georganiseerd, genaamd GP Wim de Vos. Een voorjaarsgevoel in de zomer, een gemixt peloton met meer dan zeventig deelnemers uit de drie BWF klassen, aangevuld met andere renners. Het parcours heeft een lengte van 1500 meter en is bedekt met goed lopend asfalt. Alle bochten kun je doortrappen. Op de lange derde parcourszijde staat de wind enigszins tegen, maar op de lange finishstraat juist in de rug.
In de zomer starten om half elf heeft als voordeel dat het dan nog niet zo warm is, zestien graden. Het grootste voordeel vandaag is natuurlijk dat je ’s middags de Touretappe naar de Mont Ventoux kunt kijken. Omdat de wegen voor een industrieparcours niet bijzonder breed zijn, besluit ik redelijk vooraan te starten. Onderweg vinden drie tussensprints plaats, waaraan ik wil deelnemen. Focusshift, want het fietst lekkerder. Al vrij snel slaag ik erin in de spits te verschijnen om mee te doen met de talrijke aanvalspogingen in het begin van de koers.
Tot aan de eerste tussensprint rijd ik in een kopgroep, die zich tweehonderd meter voor het peloton bevindt. Als eerste draai ik de lange finishstraat op en ga van kop af aan, maar houd stand tot de finish. Met het peloton op de hielen is de ontsnapping wel gedaan. Vanaf nu beperk ik mij tot het mee springen met uitlooppogingen. Zomaar wegrijden zal niet lukken, maar je weet het nooit. Nog voorin wacht ik bij de tweede tussensprint tot een andere renner aanzet. Een beetje wringen leidt naar de tweede plaats. Het tempo gaat omhoog en nu volgen enkele serieuze aanvallen.
Een aantal uitlooppogingen kan ik neutraliseren, maar halverwege de koers blijkt mijn traptegoed op als ik boven de vijftig bij een kopgroep probeer aan te sluiten. Met een zeer beperkte trainingsomvang van de afgelopen twee weken is dit niet vreemd. Met twee man licht vooruit vindt achterin het peloton een grote valpartij plaats. Mijn mening om te wachten wordt gelukkig gedeeld, ook al lopen de twee koplopers hierbij uit. In de massasprint voor de derde plaats is het proppen, maar met een topsnelheid van 71,0 km/u behaal ik een achttiende stek met 43,3 km/u gemiddeld.
Op de dag van het KNWU NK Masters 30, 40, 50 en 60+ op de Nedereindse Berg organiseert de Vrije Coureur uit Rijen in samenwerking met de Brabantse Wielerfederatie de Ronde van Rijen op een rechthoekig criteriumparcours van 1700 meter. Naast de categorierenners staan daarom ook veel BWF amateurs aan de start. WFN amateurs zijn niet toegestaan bij een KNWU NK, maar andersom, op 18 augustus bij de WFN in Beegden, weer wel. In een BWF B-koers hebben enkel BWF amateurs extra startrecht. Trimmer of amateur, knalhard gaat het sowieso, iedereen heeft twee wielen en trappers bij de BWF.
De snelheid vliegt dus direct de lucht in, wat goed wegkomen moeilijk maakt. Alle bochten lopen als een trein, behalve de laatste bij de overweg, waar je drempelaf overhaaks compleet stil komt te staan. De organisatie heeft de daar aanwezige tralieput zorgvuldig afgedekt met een stuk spaanplaat, very nice. Als er een deuk in zit ben ik onder andere schuldig. Wat me daarnaast opvalt is dat er met enkel BWF licentiehouders in het peloton zeer netjes gekoerst wordt. Ook een keer leuk. Een BWF B koers kent een kortere afstand, namelijk 50 kilometer. Op een of andere manier rijd ik steeds bij de eerste tien. Doe ik normaal nooit.
Een keer ben ik echt weg met een demarrage, maar wel alleen en op het derde, nieuw met klinkers belegde stuk, staat de wind behoorlijk tegen. Bij het sleutelen aan mijn wedstrijdfiets is mijn stuurbocht anderhalve centimeter lager komen te staan, zo kort mogelijk boven het balhoofd, en het zadel iets hoger. Minder comfortabel, maar het stuurt blijkbaar een stuk directer. Ook ben ik van plan mijn systeemwielen met brede aerospaken te vervangen door handgespaakte met een balletjesnaaf. Zo kun je nog eens een in de regen doorgeremde velg vervangen, zonder dat je op de knietjes moet bij de dealer voor een nieuwe. Systeembeslissing.
Na ingelopen te zijn demarreer ik nog een keer, maar tot de tweede premiesprint, die ik win, ben ik voornamelijk mee gaten aan het stoppen. De snelheid blijft onverminderd hoog. Sommige kopgroepjes houden langer stand, maar geen enkele maakt enige kans op een definitieve vlucht. Voor het ingaan van de laatste ronde trek ik na de overwegbocht aan kop hard weg op een klein verzet. Mijn plan is om mee te sprinten voor een top tien plek. Na het dichten van een slotattack, krijg ik een tweede niet meer dicht, ga als zevende de laatste bocht door om als negende te eindigen met meer dan 44 km/u gemiddeld en een trainingsomvang van 13 BEL.
Vijftien graden en regen zet de verlate schaapscheerderskoude in perspectief met de loeiwarme midweekse dagen en nachten boven de twintig graden. De organisatie van de Ronde van Hoeven schotelt de veertig coureurs een driehoekige omloop van vier kilometer voor, vorig jaar het decor voor het BWF kampioenschap. Of Avanti de tegenwind op de tweede strook speciaal bestelt weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat wegkomen met een paar renners op dit parcours een enorme inspanning vereist.
De stort en startregen wacht ik af onder een boom en, hoewel ik armstukken aan heb, vind ik het ronduit koud. Het KNMI prefereert fris. De eerste enigszins bochtige strook staat de wind in de rug, voorzichtig de hoek om tegen de wind in, waarna de wind in de zij blaast. Omdat er acht ronden lang premies verreden worden, blijft de koers gesloten. Enkel alleenstaande aanvallers krijgen enige ruimte. Als ik met de wind in de rug gebruik maak van de opgedane snelheid, draai ik single de tegenwindstrook op.
Staand op de pedalen en zo aerodynamisch mogelijk blijf ik wel vooruit, maar verbruik zo veel energie dat aanzetten met de wind in de zij niet van de grond komt. Te zwaar. Alle andere eenzame aanvallers is vandaag hetzelfde lot beschoren, zelfs de BWF Houdini’s. Twee goed samenwerkende renners lukt het op driekwart van de koers wel. Een samenhangende achtervolging komt niet tot stand. Omdat ik nog voorin zit, sprint ik, nadat ik vooraf om mijn middel gegrepen ben, toch naar de 15e plek.
In de aanloop naar de eindsprint is het voor een deel van het peloton niet ongebruikelijk net zo lang te mieren tot men op de gewenste plek zit. De weg heeft echter een beperkte breedte en met je handen aan het stuur mag veel. Ik vind dat het link wordt wanneer je je handen gebruikt om je een weg te banen. Dit heb ik de bewuste renner meteen na de finish in niet mis te verstane woorden duidelijk gemaakt. Later in de permanence heb ik hem alsnog de hand kunnen schudden. Wel koers, geen valpartij.
De Ronde van Elden wordt sinds een aantal jaar afgewikkeld op een 1650 meter lang bochtenarm parcours met een lange oprit naar het viaduct over de snelweg als klim. Tevens present is een stuk binnendijk en zelfs een klinkerstrook is verwerkt, voordat je langs de bomvolle terrassen op het dorpsplein weer aan de volgende van de in totaal 47 ronden begint. Met bijna 100 coureurs aan de start, verdeeld over de klassen elite, belofte en amateurs, besluit ik achteraan te starten. Het doel is het uitrijden van een naar mijn verwachting razendsnelle koers over 80 kilometer. De thermometer geeft stiekem 10 graden meer aan dan de beloofde 17 graden.
Vrijwel direct kiest een omvangrijke kopgroep van 12 renners het hazenpad. Hoe hard er precies gereden wordt kan ik enkel gokken. Feit is dat mijn ketting al na een paar ronden niet meer doorslaat op 55×11. Vooral de lange klinkerstrook naar de finish nodigt de achterste renners van het omvangrijke peloton uit tot snelheden van tegen de 60 km/u. Al uitrollend kun je daarna de scherpe bocht na de finish nemen om na een paar honderd meter aan de viaductklim te beginnen. Slechts eenmaal kom ik een ronde lang in de wind bij het lijmen van het op tweederde van de koers in twee stukken gebroken peloton, dat later als geheel, maar wel gedubbeld door de koplopers, zonder ongelukken finisht.
Met vier bochten op een vijfhoekig parcours van een kilometer lengte is de jaarlijks terugkerende Ronde van de Blauwe Kei een schoolvoorbeeld van een buitenwijkcriterium. Dat de stadsarchitect het stratenplan heeft ontworpen voor auto’s en niet voor huifkarren, merk je aan de snelle afgeronde bochten. Ik realiseer mij dat dit de eerste koers is, waar ik voor de vijfde keer start. Door de ruime opzet van de finishstraat, met de stoep en weg gescheiden door grasperken, staat hier toch altijd wind, en deze keer tegen op de derde parcourszijde. Het startveld bestaat uit veertig coureurs, klaar voor zestig touren om het buurtwinkelcentrum.
Direct na het startsein vliegt de snelheid de lucht in. Achterin begonnen rijd ik al snel aan de staart van een woest kronkelend lint. Passeren of opschuiven is nauwelijks mogelijk, behalve op de lange aankomststraat. Twee-aan-twee de bocht door blijkt enkel in theorie haalbaar. Wringen uit den boze. Na twaalf ronden kletteren vier elkaar aantikkende renners ongelukkig over de licht opgehoogde weghelftscheiding. Na het gezamenlijk melden van de val bij de jury, krijgen alle achtergebleven renners een rondevergoeding, maar de koers wordt al snel geneutraliseerd. Bijna twaalf ronden lang rijden we geregisseerd op inrijsnelheid, totdat het parcours vrijgegeven wordt.
De twee overgebleven koplopers krijgen uiteraard bij de herstart hun voorsprong van een halve minuut terug. Daarna trekt het peloton de roulette weer op gang, voor de vijfendertig resterende ronden. Georganiseerd achtervolgen is lastig op de Blauwe Kei, dus je hoeft geen helderziende te zijn om te weten dat we rijden voor plek drie. Als bij de frequente uitvallen steeds vaker breuken ontstaan besluit ik naar voren te schuiven. Met mijn neus op het stuur vind ik uiteindelijk de aansluiting bij de vijftien voorste achtervolgers. Hierna lijkt het een flipperkast, waarin ik spring op alles wat beweegt. Regelmatig schuift de groep in en uit elkaar als een op hol geslagen harmonica.
Een tiental ronden voor het eind zwalkt mijn voorganger lek gereden de bocht door. Gelukkig kunnen ik en de renners achter mij met enige vertraging alsnog de curve maken. Daarnaast herinner ik mij ook nog een door het peloton stuiterende voetbal?! Het enige wat ik vanaf de voorste gelederen kan doen is wijzen, roepen, inhouden en horen dat het goed gaat. Omdat ik niet van plan ben om de eindsprint aan te gaan, hoop ik mee te kunnen glippen met een slot-attack. Als een thuisrijder en erkend verslagenschrijver reageert op een alleenstaande demarrage spring ik op vinkenslag mee, om net op tijd voor de aanrollende heksenketel als vierde de streep te passeren.
Op de zuidoostpunt van een noordoostelijke buurstuwwal wordt sinds enkele jaren het Wielerfestival Montferland georganiseerd met diverse activiteiten, waaronder een klimcriterium in het golvende ‘s-Heerenberg. Naast de sportklasse start ook een combinatie van elite, beloften en amateurs, op een kort parcours bestaande uit een relatief lange lopende klim en dito afdaling. Met 26 graden is het warm en gezien de kwaliteit van het startveld ben ik benieuwd hoe lang het duurt voordat ik achterop gereden wordt door de snelste mannen. Mijn trainingsomvang van 8 uur in de week is namelijk niet ontworpen om in het eerste explosieve half uur met meer dan 35 km/u tegen een helling op te rijden. Als je daarna nog 90 minuten verder wilt, zul je toch al snel het dubbele aan trainingsarbeid moeten verrichten.
Zoals uit de bovenstaande infographic blijkt, heeft het Klimcriterium ‘s-Heerenberg een klimkracht van 6 BEL. Dit is meer aan klimkracht dan de gemiddelde klimtochten over de Nederlandse stuwwallen, die ook over de Posbank bij Arnhem, of de Oude Holleweg bij Nijmegen voeren. De winnaars hebben het criterium over 41 ronden met een gemiddelde snelheid van bijna 39 km/u afgelegd, noordenwind tegen op de klim. Naast meer dan 700 hoogtemeters, kregen ze ook nog 164 bochten voor de kiezen, dus lekker op gelijkmatige snelheid doorsperen zat er niet in. Steil is de klim van de Zeddamseweg nergens, maar de opeenvolgende gele stroken en de relatieve lengte maken het een ware krachtduurtour, waardoor relatief veel soorten renners hun sterke punten tentoon kunnen spreiden. Zelf heb ik het een uur en een kwartier uitgezongen in een grupetto, voordat de speerpunten weer achterop zeilden. Vrij snel daarna reed ik lek.
In gedachte de BWF A wedstrijd in Raamsdonksveer met arm- en beenstukken, in praktijk de zomercompetitie op de Nedereindse Berg zonder. Met zon, veel wind en een temperatuur tot twintig graden is de tweede zomerdag gelukt. Het peloton bestaat uit plusminus veertig coureurs verdeeld over de A, B en C categorie. De koers gaat direct van start met om-en-om uitvallen. Mijn elastiekje blijkt vandaag te kort om mee te zitten met een uiteindelijk ontstane kopgroep van vier. De vraag is wel of ik er aan had kunnen blijven hangen, want de twee motoren draaien in een dergelijk tempo, dat de twee andere coureurs na enige tijd weer terug komen waaien.
Met de twee koplopers constant uit zicht verloopt de jacht moeizaam en door speldenprikken dunt de achtervolgende groep uit tot acht. De laatste twintig minuten komt wel een eendrachtige samenwerking tot stand, waardoor het gat begint te krimpen. De laatste ronde ga ik rustig aan kop. Onder mijn schouder zie ik een rijtje schaduwen. Ik houd mijn oren gespitst om bij signalen van de onvermijdelijke slotaanval direct te kunnen reageren. Halverwege de helling hoor ik rechts van mij een renner aangaan en doortrekken. Hup, op het wiel en trappen. In de sprint komt met 64,7 km/u slechts een renner voorbij, waardoor ik toch nog een vierde plaats weet te bemachtigen met een gemiddelde snelheid van 40,9 km/u.
De trainingsomvang deze week bedraagt 22 BEL. Maandag heb ik de nieuwe route Hengstweg (3,66 BEL) getest als vervanger van Slingerweg. Het belangrijkste verschil tussen beide is het ontbreken van een B klim in de eerste, zodat Hengstweg ook te gebruiken is op maandag na een wedstrijd. De zwaarste BEL training Randweg is woensdag vervangen door Kopweg (6,40 BEL), met een A klim minder, maar meer C en B klimmen. De correlatie van de wekelijkse trainingsomvang in BEL-punten en wedstrijdcijfers uitgedrukt in percentielscores, is opgelopen tot 0,73. Ik heb aanwijzingen dat mijn ideale BEL-score tussen de 18 en 20 BEL ligt. Een hoger aantal BEL-punten sorteert dan geen effect, of mogelijk een licht negatief effect. Genoeg te puzzelen.
25 mei 2013 – Nieuwegein
Op de nabij De Bilt gelegen Nedereindse Berg in Nieuwegein wordt ook deze zaterdag een trainingswedstrijd verreden op het 2200 meter lange geaccidenteerde parcours. De voorspelde maximumtemperatuur van twaalf graden is niet bijzonder gul voor eind mei. Omdat de voormalige vuilstort direct grenst aan de Nedereindse Plas staat er praktisch altijd wind. Tijdens een regenbui kan de gevoelstemperatuur vandaag dus al snel onder de tien graden uitkomen, net als afgelopen dinsdag op Papendal het geval was. Met arm- en beenstukken blijft pedaleren op de veertien meter hoge Col de Hans Spekman echter een feest.
De A en B categorie vormen samen een peloton van twintig renners, maar sprinten wel apart af. Om eens te kijken hoe de wind staat probeer ik het twee ronden lang alleen. Deze keer rijden we de klim over de steile witte klinkers op het einde. Verschil maken op de helling gaat goed en ik loop 150 meter uit. Op de vlakke bovenring staat echter te veel wind om alleen weg te blijven. Ik word eenvoudig ingelopen en neem plaats halverwege het peloton om mee te kunnen glippen met andere uitvallen. Na te hebben meegedaan aan de verkeerde tussensprint, eindig ik toch als tweede bij die van de A’s.
Met een topsnelheid van 67 km/u heb ik nog voldoende vaart om de uitloper te achterhalen en trap door. Het peloton sluit de rijen. De twee sprints hebben de nodige energie gekost, zodat ik niet kan aanpikken bij een kopgroep van drie man, die snel voorsprong neemt. Slag gemist? Het lijkt er wel op. Zorgen dat de koers niet op slot gaat. Gelukkig hoef ik niet in mijn eentje te achtervolgen en kan zelfs aansluiten bij twee overstekers die het gat in een wonderbaarlijk rap tempo dicht trappen. Zo kom ik net als dinsdag op Papendal terecht in sterke en ruime kopgroep van wegrijders en overstekers.
Omdat de kopgroep deze keer enkel uit A renners bestaat heeft het afsprinten van de B’s weinig invloed op de finale. Met zijn zessen rijden we de laatste ronde in met daarbij drie man van de thuisvereniging. Een andere coureur plaatst de aanval op de laatste klim. Vlak voor de top haal ik hem in en plaats die van mij. Door de wind op de bovenring slaag ik er niet in om voldoende weg te rijden, maar niet de hele kopgroep komt terug. In de sprint kan ik nog een van de twee tegenaanvallers kloppen met een topsnelheid van 71 km/u en een gemiddelde van 42 km/u. In de korte week heb ik 16 BEL kunn
Donkere wolken, langdurige neerslag en een temperatuur beneden de tien graden. Toch staan er pakweg vijftig renners aan de start voor de RETO dinsdagavondcompetitie op Papendal. Op dit rechtlijnige asfaltparcours kan ik beter uit de voeten, dan gisteren op de achtbaan van De Zes Bochten Ammerzoden. Daar kreeg ik elke tweehonderd meter een smalle haakse klinkerbocht voor de wielen. Voor mij een mooie kans om de trainingsomvang van 21 BEL eens te testen op twee tegengestelde parcoursen. Gisteren draaide het om snelheid houden in de bochten, nu om snelheid maken na de bochten. Een wereld van verschil.
Na een vroege uitlooppoging te hebben gecounterd, bevind ik mij achteraan het peloton, als ik een tweede uitval ontwaar. Hup naar voren op de finishheuvel, om aan kop de achtervolging in te zetten op een stevig pedalerend duo. De voorsprong loopt niet verder op, maar wordt ook niet veel kleiner. Ik blijf wel voorin meedraaien. Clubgenoten van de uitlopers beginnen zich aan kop te melden. Toch maar een extra beurt doen dan. Een nieuw tweetal scheidt zich af. Tijd om zelf over te steken. Hiervoor voer ik de snelheid langzaam op, opdat ik niet, zoals vaker, eenzaam tussen peloton en aanvallers beland.
Na een ronde jagen tel ik nog maar een renner in mijn wiel. Ik vraag hem kort over te nemen wat hij gelukkig doet. Op de finishstrook wissel ik hem weer af en schreeuw naar de twee achtervolgers dat er hulp op komst is. Op het moment van aansluiten arriveren nog twee overstekers, zodat we met zes renners in de achtervolging kunnen op de kopgroep van twee. Hoewel, een van de latere overstekers dicht zelf in een verschroeiend tempo, in twee ronden, de complete kloof met de kopgroep, met de rest in zijn wiel. Even valt het stil, maar al snel draaien we met een kopgroep van acht rond.
Door de goede samenwerking in de kopgroep is het peloton al snel uit zicht. Iedereen doet zijn beurten en er zijn geen serieuze uitlooppogingen. Mijn eigen bochten gaan niet fantastisch, maar dit compenseer ik door aan te zetten op de rechte stukken. Na een tijdje begin ik het koud te krijgen en besluit met mijn armen te zwaaien, waarop ik attent een jasje krijg aangeboden van een vluchtgenoot. Niet nodig, maar toch bedankt. Gelukkig heb ik dankzij mijn winteroverschoenen geen koude voeten. Zo sluiten we na een uur dus weer aan bij het peloton, waarvan de B categorie gaat afsprinten.
Oppassen nu, want meestal maakt een deel van de kopgroep gebruik van de eindsprint van een andere categorie om zelf weer te ontsnappen. Dit gebeurt niet, zodat de complete A groep minus uitvallers de laatste ronden ingaat. Vier man plaatsen een slotaanval welke ik met behulp van een overnemer met mijn laatste energie neutraliseer. Een eindsprint zit er niet meer in. Ik eindig als achtste met een gemiddelde snelheid van 41,0 km/u en een maximum van 53,5 km/u. Verschillen in uitslagen van de vijftien gereden wedstrijden in 2013 kunnen nu al voor 31 % verklaard worden door BEL.
30 april 2013 – Arnhem
Uit de heuvels van Nijmegen naar de stuwwal van Arnhem ga ik met zon, wind en 12 graden op Koningsdag naar de start van de RETO dinsdagavond competitie op topsportcomplex Papendal. De BWF A wedstrijd afgelopen zondag kon geen doorgang vinden vanwege een foutief aangevraagde vergunning, dus het kruit zit nog in het vat. Wel heb ik afgelopen week met 23 BEL de hoogste trainingsomvang van 2013 gehaald en ben benieuwd hoe zich dat verhoudt tot wedstrijdvorm. Ook heb ik nu een chin-up bar in de gang, tevens geschikt om de lakens op te hangen en een versteviging tegen aardbevingen. Van TelSell naar BEL-training.
Op het heuveltje bij de start staan plusminus 50 coureurs klaar in de avondzon voor een trainingskoers van 75 minuten voor de B’s en 90 minuten voor de A’s. Na het optrekken kom ik direct in een kopgroep van drie man terecht en merk dat de wind op de derde zijde flink tegen staat. Op het oplopende stuk naar de finish fiets je met de wind in de zij. Na te zijn teruggepakt spring ik mee met een tweede ontsnapping van een handvol coureurs. Nadat het peloton ook dit gat geslecht heeft, trek ik me nogmaals op gang om mee te springen met de derde ontsnapping van de dag. Bij het inlopen door het peloton maak ik de fout niet een vierde keer aan te zetten en zo rijden vijf man weg.
In de verwachting dat overstekers volgen blijf ik tussen het peloton en de kopgroep hangen. Als deze volgen kan ik niet aanpikken. Opladen in de buik van het peloton dan maar. Met op kop de trein van de thuisvereniging blijft de afstand tot de vijf koplopers bijna drie kwartier gecontroleerd constant. Tussendoor steek ik een paar keer over naar uitlopende en teruggepakte groepjes, voordat ik me vooraan meld om mee te draaien in de achtervolging. Om de controle te omzeilen besluit ik tweemaal om met een tempoversnelling van meer dan 55 km/u een hap uit de voorsprong te nemen. Dit lukt, maar de controle wordt overgenomen, waarna het verschil weer toeneemt.
De uitgangspositie is de voor de kopgroep wel verslechterd. Nog maar drie renners tegen een uitbrekend peloton. Door een wilde jachtpoging van meerdere renners komen de vluchters eindelijk op springafstand. Nu slaag ik er wel in om het gat met een soort tussenpurt definitief te dichten. Gezien de verschoten pijlen in de schermutselingen aan het begin en de tempoversnellingen in de achtervolging later, kan ik in de finale wel tweemaal een aanval controleren, maar er zelf geen plaatsen. Op kop van het peloton ga ik daarom de laatste ronde in, achter twee uitlopers aan die ik niet te pakken krijg, waarna ik sprint naar de 10e plek. Gem: 41,3,
Ammerzoden of Ammerooi lag vroeger ten zuiden van de Maas in Brabant. Door een verlegging van het rivierbed is het kasteeldorp heden ten dage gelegen in de overwegend protestantse Bommelerwaard, maar heeft haar katholieke signatuur behouden. Door het centrum is door de organisatie een historisch traject van 1200 meter met daarin zes bochten afgezet. Net als in Rossum is de ronde prachtig vrij van verkeersobstakels en elke paal is voorzien van autobanden. Een kleine dertig coureurs staan aan de startlijn, klaar voor zestig kilometer koers. De Brabantse Wieler Federatie komt naar je toe deze zomer!
Het startschot klinkt onder een dreigende hemel, maar ook deze koersdag geldt: blaffende wolken bijten niet. Met in mijn achterhoofd dat het parcours smal en klinkerrijk is, heb ik mijn banden slechts opgepompt tot 7,5 bar. Vrij snel ontkoppelen zich drie bochtenwonders van het peloton. Vanuit achteruit zie ik ook snel uitvallers, welke ik kan passeren. Met driehonderd bochten voor de boeg, ben ik benieuwd hoe lang ik er zelf aan kan blijven hangen. Gelukkig is het niet warm. Als zeven achtervolgers een gat van tweehonderd meter slaan is de koers voor mij gedaan. Niet voldoende wendbaar.
Normaal kies ik niet voor centrumcriteriums, maar deze spreekt me wel aan. De bochtensnelheid in de achtergebleven groep is voor mij goed te doen. Op twee-derde van de koers komen de drie koplopers al weer achterop zeilen. In het begin kunnen we aansluiten, maar later wordt de gedubbelde groep door de jury op honderd meter gedirigeerd. Op vijf ronden voor het eind is het tijd om af te sprinten. Met nog vier bochten te gaan wringt een wel erg gretige medeachterblijver me de goot in, maar toch haal ik in de eindsprint met 63,5 km/u een 13e plaats en 41,0 km/u gemiddeld.