Categorie: Interclub

Trainingswedstrijden georganiseerd door wielerclubs en -comité’s aangesloten bij de nationale bonden en vrije bonden.

  • De Berckt

    8 september 2013 – Baarlo

    Van de week een e-mail in de box met de aankondiging van het Open Baankampioenschap Baarlo as. zondag, georganiseerd door TWC Olympia. De Amateurs en Masters starten om 12.30 uur, maar er is ook een wedstrijd om 11.00 uur voor niet licentiehouders, die normaal op woensdag met exact? 38 km/u hun rondjes draaien op circuit De Berckt. Iets voor trainingsmaat Bram. Donderdag zijn fiets van nieuwe remblokken voorzien, de pedalen aangedraaid en het balhoofd gesteld. De gietende regen deze morgen gooit echter roet in het eten. Omdat de wedstrijdrenners later starten, als het hopelijk droog is, reis ik wel onder een miezerregen af naar Baarlo. De temperatuur bedraagt net geen 13 graden.

    Aan de start staat een gemotiveerd kernpeloton van Amateurs en Masters, wel en niet leden. De koers wordt op gang geschoten voor een uur en 10 ronden, ongeveer 50 kilometer. De afgelopen zondag heb ik na de koers met volle wedstrijdbepakking nog een straftraining afgewerkt in de Nijmeegse heuvels. Dat ga ik vanavond dus niet doen. Na een drietal aanvallen kom ik met een oversteker voorop te rijden. Aanpoten, ik fungeer als startmotor, hij als motor. Wiel houden en vierkant mijn werk doen dan maar. Mijn nieuwe ketting loopt niet lekker en ik heb last van mijn linkervoet. Na diverse ronden op de ovale 800 meter lange voormalige speedway, arriveert een duo als versterking, terwijl een eerder aangesloten renner de rol lost.

    Met het viertal draaien we prima rond, maar ook hier de aantekening dat de aanwezige Master de sterkste beurten voor zijn rekening neemt. Later spreken we af dat we elk een halve ronde kopwerk doen. Op 5 ronden voor het eind rijden we weer achterop bij de achtervolgende groep. Omdat zij in verschillende schuifjes af gaan sprinten, bestaat de finale uit rustig in het wiel zitten tot wij aan de beurt zijn. In onze finale ronde gebeurt tot de laatste bocht niets. Ik ben blijkbaar niet de enige bij wie de plotselinge temperatuurdaling, sinds de 30 graden van donderdag, zijn sporen heeft achter gelaten. Ik start de sprint in derde positie, kom nog wel naast de vice-winnaar, maar er niet overheen in een koers met een gemiddelde snelheid van 41,5 km/u.

    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens

    23 juli 2013 – Baarlo

    Op de voormalige 800 meter lange Speedway in Baarlo organiseren TWC De Maastrappers en TWC Olympia elke dinsdag- en donderdagavond van begin april tot half september om 19.00 uur wielerwedstrijden over 1 uur en 10 ronden. De inschrijfkosten bedragen 3 euro voor de vaste bezoeker en 4 euro voor de incidentele deelnemer, zoals ik. De temperatuur ligt ook deze avond boven de 30 graden, onweer dreigt. Toch staat een dozijn coureurs klaar om elkaar aan de rekstok te leggen op de brede snelle baan, waar ontsnappen erg lastig blijkt door de wind en het steady maar straffe tempo. Na halverwege de koers met twee teruggepakt te zijn na een redelijke poging, waag ik op 15 ronden van het eind een poging alleen. Na een aantal ronden komen twee coureurs aansluiten, maar op 4 ronden voor het eind komt alles weer bijeen. Als een voormalige vluchtgenoot met nog 2 ronden te gaan wederom de benen neemt, duik ik er later alleen achteraan. Pas op 200 meter voor de streep slaag ik erin zijn achterwiel te bereiken om, met mijn recent weer opgepakte sprint, als eerste de finishlijn te passeren. Sinds ik op water rijd kom ik juist daar vaak nog tekort.

    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens

  • Everdenberg

    21 juli 2013 – Oosterhout (NB)

    Pling, pling, ploing! doen een aantal van de twee keer zesendertig spaken van mijn nieuwe wielen als ik op de fiets spring. Zesendertig? Das ouderwets! Klopt helemaal. Is dat wel Aero? Je bedoelt Aero als in aerodynamische zadelpen? Of nog beter, aerodynamische bidons. Toen ik vorige week een crankstel uit de Adamas AX groep in handen had, waar de spider van de voorbladen op groeven van de (stalen, dat gelukkig nog wel) trapas gestoken dient te worden, waande ik mij dertig jaar terug in de tijd, toen Aero hartstikke hip was. De dagen van Biopace en Positron.

    De drie dingen die wielrenners in crisistijd moesten overtuigen toch maar iets nieuws aan te schaffen waren: ovale kettingbladen, niet continu maar digitaal schakelen en afgeplatte of weggewerkte componenten. You mean Rotor, Di2, Propel? Tegelijkertijd wordt met een tweede vernieuwing het aerovoordeel weer rap ingeleverd met plus size frames, buitenboord lagers en holle traparmen als boomstammen. Helemaal als je nog eens vrolijk een verplichte rode digipuist aan je slanke vork bindt. Toch ben ik wel degelijk blij met hoge velgen, klikpedalen, sti schakelen en dual pivot remmen.

    Vooraan starten zit er vandaag niet in, dus wurm ik mij vrij snel langs het peloton van vijfenzestig renners naar voren om te testen hoe de handgespaakte wielen bevallen. De eerste openbaring is dat kogels en conussen veel beter sturen dan machinelagers. Daarnaast zorgt het grotere aantal spaken dat mijn velg niet meer tegen de remblokken dreigt te lopen bij het staan op de pedalen. Naar mijn mening heb je wel veel profijt van een hogere (Aero!) velg, omdat deze tegelijkertijd steviger en aerodynamischer is dan een lage. Al vrij snel zit ik mee in een ontsnapping.

    Bij het op hoge snelheid aan het wiel rijden merk ik een klein negatief verschil t.o.v. minder en platte spaken, maar bij de broodnodige versnellingen wordt mij duidelijk dat ik met minder spaken het energievoordeel van minder luchtweerstand weer inlever voor een verlies aan krachtoverbrenging door een slapper wiel. Krijg nou wat. Als de tweede tussenspurt zich aandient, besluit ik mee te versnellen en pak de tweede plaats. De temperatuur is opgelopen tot boven de dertig graden, maar het koersbeeld is hetzelfde als vorige week met kleine wegrijdende groepjes.

    Af en toe rijd ik mee en een andere keer achtervolg ik. Wanneer de latere winnaar aan kop komt en aanstalten maakt op de pedalen te gaan staan, is het hele peloton er als de kippen bij om luid kakelend aan te pikken. Hoge bomen vangen veel wind. Een van de grote nadelen van aerowielen is dat ze nogal gevoelig zijn voor, u raadt het nooit.., wind. Laat die tunnelvisie, zou Stealth geen kansrijk concept zijn om Aero op te volgen? Het opmaken van de uitslag kan namelijk al zonder jury en fotofinish. De onzichtbaarheid zal de sponsors in ieder geval minder bevallen dan de renners.

    Hoewel de wind zich koest houdt vandaag is het niet windstil. Ik verbaas mij in de bochten dat de veranderende windrichting minder invloed heeft op mijn voorwiel. Bij platte spaken is het verschil in windoppervlak ad hoc. Bij ronde spaken is er helemaal geen verschil. Helemaal optimaal. Hoewel ik mij als tweede plaats bij een volgende tussenspurt, zal ik toch eens moeten sparen. Maar niet nu, want een achttal renners forceert een in potentie beslissende ontsnapping, die pas met een goed samenwerkend peloton geneutraliseerd kan worden.

    Een opvolgende kleinere kopie kan ik staand op de pedalen met veel moeite inrekenen. Het lijkt erop dat de koers in een massasprint gaat eindigen, ware het niet dat een eenzame hardrijder de benen neemt als het complete peloton op twee ronden voor het eind stilvalt. Je benen stilhouden vooraan een peloton in deze fase van de wedstrijd zou eigenlijk verboden moeten worden. Alles schuift ineen. Nadat ik de uitloper gegrepen heb, houd ik de snelheid hoog en stuur voor de laatste bocht naar buiten om rond de begin twintigste plaats te finishen.

    • Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
    • Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
    • Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
    • Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
    • Everdenberg, bron: Rockland Fotografie
    • Everdenberg, bron: Rockland Fotografie

    14 juli 2013 – Oosterhout (NB)

    Om de relatief rustige zomerperiode te overbruggen wordt dit jaar voor het eerst de driedelige zomercompetitie op het industrieterrein in Oosterhout Everdenberg georganiseerd, genaamd GP Wim de Vos. Een voorjaarsgevoel in de zomer, een gemixt peloton met meer dan zeventig deelnemers uit de drie BWF klassen, aangevuld met andere renners. Het parcours heeft een lengte van 1500 meter en is bedekt met goed lopend asfalt. Alle bochten kun je doortrappen. Op de lange derde parcourszijde staat de wind enigszins tegen, maar op de lange finishstraat juist in de rug.

    In de zomer starten om half elf heeft als voordeel dat het dan nog niet zo warm is, zestien graden. Het grootste voordeel vandaag is natuurlijk dat je ’s middags de Touretappe naar de Mont Ventoux kunt kijken. Omdat de wegen voor een industrieparcours niet bijzonder breed zijn, besluit ik redelijk vooraan te starten. Onderweg vinden drie tussensprints plaats, waaraan ik wil deelnemen. Focusshift, want het fietst lekkerder. Al vrij snel slaag ik erin in de spits te verschijnen om mee te doen met de talrijke aanvalspogingen in het begin van de koers.

    Tot aan de eerste tussensprint rijd ik in een kopgroep, die zich tweehonderd meter voor het peloton bevindt. Als eerste draai ik de lange finishstraat op en ga van kop af aan, maar houd stand tot de finish. Met het peloton op de hielen is de ontsnapping wel gedaan. Vanaf nu beperk ik mij tot het mee springen met uitlooppogingen. Zomaar wegrijden zal niet lukken, maar je weet het nooit. Nog voorin wacht ik bij de tweede tussensprint tot een andere renner aanzet. Een beetje wringen leidt naar de tweede plaats. Het tempo gaat omhoog en nu volgen enkele serieuze aanvallen.

    Een aantal uitlooppogingen kan ik neutraliseren, maar halverwege de koers blijkt mijn traptegoed op als ik boven de vijftig bij een kopgroep probeer aan te sluiten. Met een zeer beperkte trainingsomvang van de afgelopen twee weken is dit niet vreemd. Met twee man licht vooruit vindt achterin het peloton een grote valpartij plaats. Mijn mening om te wachten wordt gelukkig gedeeld, ook al lopen de twee koplopers hierbij uit. In de massasprint voor de derde plaats is het proppen, maar met een topsnelheid van 71,0 km/u behaal ik een achttiende stek met 43,3 km/u gemiddeld.

    • Everdenberg, bron: BWF
    • Everdenberg, bron: BWF
    • Everdenberg, bron: BWF
  • Nedereindse Berg

    2 juni 2013 – Nieuwegein

    In gedachte de BWF A wedstrijd in Raamsdonksveer met arm- en beenstukken, in praktijk de zomercompetitie op de Nedereindse Berg zonder. Met zon, veel wind en een temperatuur tot twintig graden is de tweede zomerdag gelukt. Het peloton bestaat uit plusminus veertig coureurs verdeeld over de A, B en C categorie. De koers gaat direct van start met om-en-om uitvallen. Mijn elastiekje blijkt vandaag te kort om mee te zitten met een uiteindelijk ontstane kopgroep van vier. De vraag is wel of ik er aan had kunnen blijven hangen, want de twee motoren draaien in een dergelijk tempo, dat de twee andere coureurs na enige tijd weer terug komen waaien.

    Met de twee koplopers constant uit zicht verloopt de jacht moeizaam en door speldenprikken dunt de achtervolgende groep uit tot acht. De laatste twintig minuten komt wel een eendrachtige samenwerking tot stand, waardoor het gat begint te krimpen. De laatste ronde ga ik rustig aan kop. Onder mijn schouder zie ik een rijtje schaduwen. Ik houd mijn oren gespitst om bij signalen van de onvermijdelijke slotaanval direct te kunnen reageren. Halverwege de helling hoor ik rechts van mij een renner aangaan en doortrekken. Hup, op het wiel en trappen. In de sprint komt met 64,7 km/u slechts een renner voorbij, waardoor ik toch nog een vierde plaats weet te bemachtigen met een gemiddelde snelheid van 40,9 km/u.

    De trainingsomvang deze week bedraagt 22 BEL. Maandag heb ik de nieuwe route Hengstweg (3,66 BEL) getest als vervanger van Slingerweg. Het belangrijkste verschil tussen beide is het ontbreken van een B klim in de eerste, zodat Hengstweg ook te gebruiken is op maandag na een wedstrijd. De zwaarste BEL training Randweg is woensdag vervangen door Kopweg (6,40 BEL), met een A klim minder, maar meer C en B klimmen. De correlatie van de wekelijkse trainingsomvang in BEL-punten en wedstrijdcijfers uitgedrukt in percentielscores, is opgelopen tot 0,73. Ik heb aanwijzingen dat mijn ideale BEL-score tussen de 18 en 20 BEL ligt. Een hoger aantal BEL-punten sorteert dan geen effect, of mogelijk een licht negatief effect. Genoeg te puzzelen.

    25 mei 2013 – Nieuwegein

    Op de nabij De Bilt gelegen Nedereindse Berg in Nieuwegein wordt ook deze zaterdag een trainingswedstrijd verreden op het 2200 meter lange geaccidenteerde parcours. De voorspelde maximumtemperatuur van twaalf graden is niet bijzonder gul voor eind mei. Omdat de voormalige vuilstort direct grenst aan de Nedereindse Plas staat er praktisch altijd wind. Tijdens een regenbui kan de gevoelstemperatuur vandaag dus al snel onder de tien graden uitkomen, net als afgelopen dinsdag op Papendal het geval was. Met arm- en beenstukken blijft pedaleren op de veertien meter hoge Col de Hans Spekman echter een feest.

    De A en B categorie vormen samen een peloton van twintig renners, maar sprinten wel apart af. Om eens te kijken hoe de wind staat probeer ik het twee ronden lang alleen. Deze keer rijden we de klim over de steile witte klinkers op het einde. Verschil maken op de helling gaat goed en ik loop 150 meter uit. Op de vlakke bovenring staat echter te veel wind om alleen weg te blijven. Ik word eenvoudig ingelopen en neem plaats halverwege het peloton om mee te kunnen glippen met andere uitvallen. Na te hebben meegedaan aan de verkeerde tussensprint, eindig ik toch als tweede bij die van de A’s.

    Met een topsnelheid van 67 km/u heb ik nog voldoende vaart om de uitloper te achterhalen en trap door. Het peloton sluit de rijen. De twee sprints hebben de nodige energie gekost, zodat ik niet kan aanpikken bij een kopgroep van drie man, die snel voorsprong neemt. Slag gemist? Het lijkt er wel op. Zorgen dat de koers niet op slot gaat. Gelukkig hoef ik niet in mijn eentje te achtervolgen en kan zelfs aansluiten bij twee overstekers die het gat in een wonderbaarlijk rap tempo dicht trappen. Zo kom ik net als dinsdag op Papendal terecht in sterke en ruime kopgroep van wegrijders en overstekers.

    Omdat de kopgroep deze keer enkel uit A renners bestaat heeft het afsprinten van de B’s weinig invloed op de finale. Met zijn zessen rijden we de laatste ronde in met daarbij drie man van de thuisvereniging. Een andere coureur plaatst de aanval op de laatste klim. Vlak voor de top haal ik hem in en plaats die van mij. Door de wind op de bovenring slaag ik er niet in om voldoende weg te rijden, maar niet de hele kopgroep komt terug. In de sprint kan ik nog een van de twee tegenaanvallers kloppen met een topsnelheid van 71 km/u en een gemiddelde van 42 km/u. In de korte week heb ik 16 BEL kunn

  • Papendal

    21 mei 2013 – Arnhem

    Donkere wolken, langdurige neerslag en een temperatuur beneden de tien graden. Toch staan er pakweg vijftig renners aan de start voor de RETO dinsdagavondcompetitie op Papendal. Op dit rechtlijnige asfaltparcours kan ik beter uit de voeten, dan gisteren op de achtbaan van De Zes Bochten Ammerzoden. Daar kreeg ik elke tweehonderd meter een smalle haakse klinkerbocht voor de wielen. Voor mij een mooie kans om de trainingsomvang van 21 BEL eens te testen op twee tegengestelde parcoursen. Gisteren draaide het om snelheid houden in de bochten, nu om snelheid maken na de bochten. Een wereld van verschil.

    Na een vroege uitlooppoging te hebben gecounterd, bevind ik mij achteraan het peloton, als ik een tweede uitval ontwaar. Hup naar voren op de finishheuvel, om aan kop de achtervolging in te zetten op een stevig pedalerend duo. De voorsprong loopt niet verder op, maar wordt ook niet veel kleiner. Ik blijf wel voorin meedraaien. Clubgenoten van de uitlopers beginnen zich aan kop te melden. Toch maar een extra beurt doen dan. Een nieuw tweetal scheidt zich af. Tijd om zelf over te steken. Hiervoor voer ik de snelheid langzaam op, opdat ik niet, zoals vaker, eenzaam tussen peloton en aanvallers beland.

    Na een ronde jagen tel ik nog maar een renner in mijn wiel. Ik vraag hem kort over te nemen wat hij gelukkig doet. Op de finishstrook wissel ik hem weer af en schreeuw naar de twee achtervolgers dat er hulp op komst is. Op het moment van aansluiten arriveren nog twee overstekers, zodat we met zes renners in de achtervolging kunnen op de kopgroep van twee. Hoewel, een van de latere overstekers dicht zelf in een verschroeiend tempo, in twee ronden, de complete kloof met de kopgroep, met de rest in zijn wiel. Even valt het stil, maar al snel draaien we met een kopgroep van acht rond.

    Door de goede samenwerking in de kopgroep is het peloton al snel uit zicht. Iedereen doet zijn beurten en er zijn geen serieuze uitlooppogingen. Mijn eigen bochten gaan niet fantastisch, maar dit compenseer ik door aan te zetten op de rechte stukken. Na een tijdje begin ik het koud te krijgen en besluit met mijn armen te zwaaien, waarop ik attent een jasje krijg aangeboden van een vluchtgenoot. Niet nodig, maar toch bedankt. Gelukkig heb ik dankzij mijn winteroverschoenen geen koude voeten. Zo sluiten we na een uur dus weer aan bij het peloton, waarvan de B categorie gaat afsprinten.

    Oppassen nu, want meestal maakt een deel van de kopgroep gebruik van de eindsprint van een andere categorie om zelf weer te ontsnappen. Dit gebeurt niet, zodat de complete A groep minus uitvallers de laatste ronden ingaat. Vier man plaatsen een slotaanval welke ik met behulp van een overnemer met mijn laatste energie neutraliseer. Een eindsprint zit er niet meer in. Ik eindig als achtste met een gemiddelde snelheid van 41,0 km/u en een maximum van 53,5 km/u. Verschillen in uitslagen van de vijftien gereden wedstrijden in 2013 kunnen nu al voor 31 % verklaard worden door BEL.

    30 april 2013 – Arnhem

    Uit de heuvels van Nijmegen naar de stuwwal van Arnhem ga ik met zon, wind en 12 graden op Koningsdag naar de start van de RETO dinsdagavond competitie op topsportcomplex Papendal. De BWF A wedstrijd afgelopen zondag kon geen doorgang vinden vanwege een foutief aangevraagde vergunning, dus het kruit zit nog in het vat. Wel heb ik afgelopen week met 23 BEL de hoogste trainingsomvang van 2013 gehaald en ben benieuwd hoe zich dat verhoudt tot wedstrijdvorm. Ook heb ik nu een chin-up bar in de gang, tevens geschikt om de lakens op te hangen en een versteviging tegen aardbevingen. Van TelSell naar BEL-training.

    Op het heuveltje bij de start staan plusminus 50 coureurs klaar in de avondzon voor een trainingskoers van 75 minuten voor de B’s en 90 minuten voor de A’s. Na het optrekken kom ik direct in een kopgroep van drie man terecht en merk dat de wind op de derde zijde flink tegen staat. Op het oplopende stuk naar de finish fiets je met de wind in de zij. Na te zijn teruggepakt spring ik mee met een tweede ontsnapping van een handvol coureurs. Nadat het peloton ook dit gat geslecht heeft, trek ik me nogmaals op gang om mee te springen met de derde ontsnapping van de dag. Bij het inlopen door het peloton maak ik de fout niet een vierde keer aan te zetten en zo rijden vijf man weg.

    In de verwachting dat overstekers volgen blijf ik tussen het peloton en de kopgroep hangen. Als deze volgen kan ik niet aanpikken. Opladen in de buik van het peloton dan maar. Met op kop de trein van de thuisvereniging blijft de afstand tot de vijf koplopers bijna drie kwartier gecontroleerd constant. Tussendoor steek ik een paar keer over naar uitlopende en teruggepakte groepjes, voordat ik me vooraan meld om mee te draaien in de achtervolging. Om de controle te omzeilen besluit ik tweemaal om met een tempoversnelling van meer dan 55 km/u een hap uit de voorsprong te nemen. Dit lukt, maar de controle wordt overgenomen, waarna het verschil weer toeneemt.

    De uitgangspositie is de voor de kopgroep wel verslechterd. Nog maar drie renners tegen een uitbrekend peloton. Door een wilde jachtpoging van meerdere renners komen de vluchters eindelijk op springafstand. Nu slaag ik er wel in om het gat met een soort tussenpurt definitief te dichten. Gezien de verschoten pijlen in de schermutselingen aan het begin en de tempoversnellingen in de achtervolging later, kan ik in de finale wel tweemaal een aanval controleren, maar er zelf geen plaatsen. Op kop van het peloton ga ik daarom de laatste ronde in, achter twee uitlopers aan die ik niet te pakken krijg, waarna ik sprint naar de 10e plek. Gem: 41,3,

  • Nedereindse Berg

    13 en 14 april 2013 – Nieuwegein

    Omwille van de logistiek rijd ik deze zaterdag de doorlopende zomercompetitie op de Nedereindseberg, prima toegankelijk met een KNWU ledenkaart, WFN of NTB licentie. De ingehaalde BWF wedstrijd Rijsbergen Oekel op zondag komt daarmee voor mij te vervallen. Geen handschoenen, muts en overschoenen, wel been- en armstukken. Hoe hoger de temperatuur, des te harder krimpt de was. Veertien graden, veel wind en elke ronde een klim van achttien meter hoog.

    De A en B categorie starten tegelijk met een neutrale ronde. In de tweede omloop snijd ik de Nedereindse kunstheuvel als eerste aan en trek door, met als gevolg dat we al vroeg in de wedstrijd met drie man aan de slag kunnen. Gezien de grotere trainingsomvang van afgelopen week (22 BEL) iets om te proberen. Een lid van de kopgroep kan enkel aanpikken, de andere gaat snoeihard en ik zit er zo’n beetje tussenin. Gelukkig haalt de vluchtkapitein nog een overstekende ploeggenoot op en sluit weer aan bij de kop.

    Met vier man lopen we steeds verder uit op het peloton. Af en toe sla ik een beurt over, die wordt opgevuld door de aanpikker. De vluchtkapitein en zijn ploeggenoot doen het meeste werk. Soms ontstaat er een breuk in het kwartet, maar al vrij snel zijn we helemaal uit zicht. In de finale kom ik erachter dat alle drie mijn vluchtgenoten tot dezelfde vereniging behoren. Ze gaan om en om aan. De eerste aanvallen kan ik nog pareren, maar uiteindelijk kom ik geroosterd als vierde over de finish.

    Omdat het zondag mooi weer belooft te worden, trek ik nogmaals naar de Nedereindseberg. De wegen zijn echter nat en het parcours ook?! Mhm, Ik heb vandaag toch echt alleen een snelpak bij me. Net als gisteren vertrekken we met een peloton van ongeveer 25 man en dezelfde renner formeert snel een kopgroep van vijf, waar ik bij zit. Nu zit ik niet met drie, maar met vier van dezelfde kleur. Daarom besluit ik schrikkelkopbeurten te doen om nog wat jus te hebben voor de barbecue van straks.

    De vluchtkapitein blijft aandringen en rijdt twee vluchters eraf, waarna hij helaas zelf ook verdwijnt met een lekke band? Hierdoor komen we als duo voorop te de rijden. Mijn vluchtgenoot zegt dat we gewoon moeten doortrappen, want misschien valt het achter ons wel uit elkaar. Goed samenwerkend blijven we inderdaad alsnog vooruit en kunnen gaan sprinten voor de overwinning. In de laatste bocht zet ik als eerste aan, haal 60,7 km/u en word overlopen. Wel een tweede plaats. BEL-training blijkt krachtduurtraining.

    De eerste contouren van de verschillen in trainingsroutes beginnen zich langzaam af te tekenen. De twee afgelopen jaren reed ik met trainingsmaat Bram namelijk vaak de specifieke sprinttraining Prins Interval: veel korte steile hellingen van 100 tot 300 meter lengte. Op bijna elke helling werd er wel een sprintje uitgeperst, gevolgd door een rustpauze. Door de langere hellingen van de generieke BEL-routes is de inspanning dit jaar meer continu. Het effect op het sprintvermogen is in onderzoek.

    Naast de gewijzigde trainingsroutes zijn er nog andere verschillen in vergelijking met de afgelopen twee jaar. Mijn ‘ergo’ stuur heb ik bijvoorbeeld vervangen door een ‘compact’ stuur, wat minder geschikt is om te sprinten. De sprint zelf rijd ik in de kopgroep i.p.v. het peloton en tijdens de wedstrijd gebruik ik geen suikers meer, enkel water. Waar ik eerst van november tot maart samen met Bram aan zwemtraining deed, reed ik deze winter buiten rond. Het prestatievermogen lijkt nu gelijkmatiger te zijn geworden.

    • Nedereindse Berg, bron: Mijn Album / N.N.
    • Nedereindse Berg, bron: Mijn Album / N.N.
  • De Berckt

    16 maart 2013 – Baarlo

    Hoewel er de afgelopen week sneeuw en ijs viel en lag, heb ik toch kunnen trainen. En ook al was de gemiddelde trainingstemperatuur een halve graad onder nul, heb ik met extra slaap, eten en minder lucht in de banden, vijf keer de lichtste Belverdere training “Simpelweg” volbracht, 13 BEL. Voldoende om af te reizen naar een wedstrijd. Voor het eerst dit jaar is het droog en warmer dan vijf graden op een koersdag, maar aanpassen aan omstandigheden hoort bij buitensport.

    In de maand maart organiseert TWC Olympia op het voormalige 800 meter racecircuit ‘de Berckt’ elke zaterdag in Baarlo om 14.00 uur een trainingswedstrijd over een uur en tien ronden, ongeveer vijftig kilometer. Aan de start staan vijftig tot zestig renners uit Nederland en Duitsland. Een krachtige bries staat schuin tegen op de strook langs de finish. Ikzelf ben erg benieuwd hoe het wedstrijdverloop zal zijn.

    Direct in de eerste ronden kom ik voorop met een paar renners, we worden bijgehaald. Vlak daarna rijden eerst twee man weg, waarna er nog vijf aansluiten. Wat me opviel dat er, naast eenlingen zoals ik, vooral koppels of drietallen van dezelfde vereniging aanwezig waren. Een echt ploegenspel met knechten, zoals vaak in district Zuid-Oost, ontbrak hierdoor. Van een goed georganiseerde achtervolging was dan ook geen sprake.

    Na even achterin gezeten te hebben rijd ik weer naar voren langs het peloton. Tot aan de finale bestaat de koers voor mij uit het meedraaien in de achtervolging, maar het gat bleef 200 tot 300 meter. Als we dichterbij kwamen versnelde de kopgroep eenvoudig. Mijn idee om het gat met een aantal versnellingen dicht te rijden, je zult toch een keer harder moeten dan zij?, viel niet in goede aarde. Drie kwartier achtervolgen dus.

    In de finale spring ik mee met elke uitlooppoging. Na het stilvallen van een forse finaleversneller voor mij, besluit ik om zelf door te trappen. Drie man weten aan te sluiten, waardoor we met vier man wegblijven van het peloton en sprinten voor plek zes tot negen. Mijn eigen finalestoot loopt spaak in de laaste bocht en in de sprint met tegenwind kan ik nog een van de inlopers passeren. Gem: 42,9 km/u, max: 54,5 km/u.

  • Nedereindse Berg

    9 maart 2013 – Nieuwegein

    Met tien centimeter sneeuw en een vriesweek in aantocht lijkt het mij verstandiger de laatste trainingsrit in Oss op zondag te vervangen door de zaterdagkoers op de Nedereindse Berg in Nieuwegein. Nooit gedacht dat ik vijf graden en urenlange regen als ‘beter weer’ zou beschouwen. Weer wat geleerd. De afgelopen week was een heuse tractatie met een aantal dagen van vijftien graden. Prima trainen dus met een klimkracht van 17 BEL. Bram had zijn fiets van stal gehaald en draaide een aantal dagen mee.

    Stipt om een uur staan 13 renners klaar om aan de slag te gaan in waterwereld. Alle klassen rijden vandaag samen. Direct in de tweede ronde plaatste ik een tempoversnelling, kwam even los en werd bijgehaald. Na een latere trekstoot brak de groep in twee stukken met zes man in het voorste deel. Een coureur viel al vrij snel af, waardoor we met een vijftal, elkaar aanvallend, na een half uur de andere groep weer achterop reden. Ook ik heb het drie ronden lang alleen geprobeerd.

    Niet lang na de aansluiting reden we weer met zes man voorop. In de finale plaatste ik een uitval, waarna de latere winnaar overstak. Even wachten en vol gas tegen de wind in om het verschil te maken. Goed samenwerkend kregen we 400 meter voorsprong. Na het afsprinten van de B’s probeerde een renner de jump te maken en kwam dichterbij. Een gezamenlijke tempoversnelling resulteerde in een sprint met twee. Zonder risico naast elkaar gestart was hij duidelijk de snelste na 50 kilometer kleumen.

  • Vorstengrafdonk

    3 maart 2013 – Oss

    Derde trainingswedstrijd van het jaar. Van de eerste zes hebben er twee doorgang kunnen vinden in verband met de schrikkelwinter. Op honderd meter hoogte liggen nog sneeuwresten en de temperatuur op de derde lentedag ligt vlak boven het vriespunt. Beneden in Oss is het met vier graden gelukkig iets aangenamer. De motregen zal na twee uur wel voor verkleuming zorgen. Ben blij dat ik niet aan de bak hoef in een klassieker, vriest zo een stuk van je oog eraf.

    Tijd voor 80 kilometer koers, twee uur fietsen. Het eerste uur rijd ik achteraan het peloton. Het koersbeeld is er een van vluchtpoging en een snelle ontmanteling daarvan. Drie man rijden licht vooruit als ik mij naar voren wurm en aan kop beland. Na een snelheidsverhogende kopbeurt laat ik mij naar achteren zakken, vertrouwend dat de drie uitlopers ook deze keer bijgehaald worden. Op een of andere manier loopt het heel anders af. Het peloton breekt op voor mij onverklaarbare wijze in twee stukken.

    Met de beste vijftien renners vooraan en vijftig gelosten, die hun dag niet hebben, erachter, is de koers gelopen. Allemaal in dertig seconden beslist. Ja, ik zat op het goede moment vooraan, maar ik ging vooral op het verkeerde moment naar achteren. Terecht gelost, beter opletten. Gelukkig kent het trainingsmodel van Belvedere geen straftraining. Ga mezelf na de koers wel tijdelijk op de bank zetten. De betere amateurs en sportklassers hebben snel 600 meter voorsprong. Zouden we gedubbeld gaan worden?

    Hoewel de bus driemaal zo groot is als het peloton, wordt het gat nooit kleiner dan 250 meter. Vooraan rijden meer renners op kop en de renners hebben, in ieder geval vandaag, ook een hoger niveau. Op twee ronden voor het eind spring ik met twee renners mee om de troostsprint te ontwijken, maar op 300 meter voor de finish word ik gegrepen. Het had dus gekund. Afstand: 80 km (zonder bijvoeren), gemiddelde: 40,9 km/u en maximum: 55,7 km/u. Trainingsomvang 13 BEL.

    Duidelijk na drie wedstrijden is dat een zelfstandige trainingsomvang van 12 BEL een minimumvoorwaarde is om af te reizen naar een koers. 18 BEL is prima en 24 BEL is veel. De doorsnee trainingstemperatuur van de laatste 2 maanden bedraagt 0,5 graad. Met voorzichtige bochten krijgen trainingen een lagere intensiteit (BELP). Ook heeft de koude een effect op de haalbare trainingsomvang. Desondanks lijkt het een praktische manier om duur- en intervaltraining te combineren. Wordt vervolgd.

    17 februari 2013 – Oss

    Vorige week een wintergril met ijs op het parcours op de Vorstengrafdonk. Nu niet. De thermometer geeft met drie graden op een meter hoogte hetzelfde weer als twee weken geleden tijdens de eerste en tot vandaag de enige, trainingswedtrijd. De wind is minder sterk en andersom. Mee in de finishstraat en tegen op het stuk met de chicanes, waar ik tijdens het inrijden zand zie liggen.

    Ik start vooraan en spring direct mee met de eerste uitlooppoging van de dag. Enkele ronden los met vier man. Met een uur en drie kwartier in het vooruitzicht en een groot peloton, vermoed ik dat deze vroege vlucht geen stand gaat houden, maar je weet het nooit. Het kan ook een opmaat zijn voor een nieuwe. De initiator heeft er al een etappekoers in Zuid Amerika opzitten en dat is te merken. Jammer genoeg reed hij daarna lek.

    De tweede keer in drie maanden tijd op mijn wedstrijdfiets blijft even wennen. Op de heenweg zag ik overal sneeuwresten, dus de grondtemperatuur is lokaal rond het vriespunt. Er wordt netjes gereden, maar ik pak de laatste positie. Na een tijdje rijd ik weer naar voren en kom na overnemen op een of andere manier tegen de wind in los van het peloton met een aantal anderen. Dit gat wordt overigens snel gedicht.

    Af en toe rijdt een groepje aan de voorkant weg in achtervolging op een drietal koplopers, die al vrij snel uit het zicht bleven. In achtervolging op de achtervolgers, ontstaat tijdens het staand op de pedalen met wind mee over de finishstrook ook een gat een aantal plaatsen achter mij. Weer een korte periode los, maar het peloton lost ook dit op. Dan maar even drinken achterin, waar ik grotendeels rijd.

    Op zeven ronden van het eind gaat het tempo omhoog. De sprinters worden in stelling gebracht voor plaats vier. Ik ga in ieder geval proberen vooraan te komen. Dit lukt vanaf de laatste positie, door de wind langs het peloton. Als drie renners een slotaanval plaatsen, speel ik een halve finaleronde locomotief, zodat het complete peloton aan de sprint kan beginnen, waarna ik mij laat uitzakken. Te kleine trainingsomvang (7 en 8 BEL) de afgelopen weken.

    Afstand: 74 km, gemiddelde 40,4 km/u en max: 56,5 km/u. Trainingsomvang 7 BEL.

    3 februari 2013 – Oss

    Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de winters kouder geworden en de seizoenen grilliger. Gelukkig ligt het 2400 meter lange industrieparcours van de traditionele Osse trainingsritten op een donk. Van onderlopen, zoals op het WK cyclocross in Louisville, is hier geen sprake. Dat je op een verhoging in het landschap rijdt kun je overigens goed merken aan de meestal aanwezige wind. Deze keer pal tegen op het lange stuk naar de finishlijn. De thermometer geeft slechts enkele graden boven nul aan, maar het is prachtig koersweer.

    Aan de start staan 55 coureurs klaar voor de eerste trainingswedstrijd in deze regio. De lengte van de koers zal 60 kilometer bedragen, ongeveer anderhalf uur dus. Zelf ben ik erg benieuwd hoe de switch naar een andere wintertraining heeft uitgepakt. In 2010 en 2011 overwinterde ik in het zwembad. Dit jaar niet. Wat dan wel? Door later te stoppen (Nedereindseberg) en eerder te beginnen (Oss) heb ik de rustperiode verkort. In de tussentijd heb ik mijn conditie op peil gehouden met onbewezen lantaarntrainingen in de Nijmeegse heuvels.

    Met een schema van idealiter 5 x 25 minuten en 5 x 50 minuten heb ik bijna een kwart jaar geen sportinspanning van anderhalf uur gedaan. Hoe erg is dit? De gedachte is om in de overgangsperiode het verlies aan explosiviteit en weerstand zoveel mogelijk te beperken, terwijl de trainingsomvang toch afneemt. Duur is waardevol, maar kostbaar. Daarnaast is het zo dat ik niet train voor klassiekers of cyclo’s, maar voor wedstrijden tot 80 kilometer. Vandaag is het tijd om te kijken of deze benadering eigenlijk wel werkt.

    Starten maar, ok daar gaan we dan. Na drie maanden niet meer op mijn geklikte wedstrijdfiets te hebben gereden, lijkt het mij raadzaam achteraan te beginnen. Hier kan ik mooi de ruimte nemen in de bochten. Een vorstwissel zit in een klein hoekje. De staat van het parcours is overigens perfect. Onder mijn helm heb ik voor het eerst een wielerpetje, waarvan de klep de laagstaande zon afschermt en de koude wind van mijn voorhoofd weghoudt. De eerste ronden zijn lastig, maar dat komt door het motto: Ik rij, suikervrij.

    De eerste reden is van tactische aard. Zonder bijvoeren ga je minder snel over je grenzen, je stopt vanzelf. De strategische reden is echter doorslaggevend. Ik wil weten of, en hoe de Belvedere trainingen werken, niet hoe je je prestatie kunt verhogen met de juiste flesvoeding. De focus ligt op wat je vooraf kunt doen door middel van trainingsarbeid met behulp van klimweerstand. Na twintig minuten reed ik langs het peloton naar voren om deel te nemen aan de schermutselingen. De kopgroep was eerder al vertrokken.

    Het lastigste stuk bleek de laatste korte zijde van het parcours, waar de wind dwars stond. Af en toe kon een voorgaande renner daar niet mee, waardoor ik als een speer de ontstane gaten moest stoppen om niet gelost te worden. Op de rechte strook naar de finish viel het daarna veelal stil, zodat aansluiten geen probleem werd. Wel tijd om weer eens naar voren te komen. Vanuit de kop van het peloton sprong ik vrij vaak mee met uitlooppogingen tegen de wind in. De keer dat ik dit niet deed reden naast de kopgroep nog eens drie man weg.

    Deel uitmaken van zo’n groepje zag ik eigenlijk niet zitten. Dat is heel wat anders dan frequent kort meespringen, of een gat dichten. Eerst maar eens een wedstrijd uitrijden. De wintervoorbereiding was immers nog onbewezen. Op enkele ronden voor het einde kon ik met een jump tegen de wind in aan te haken bij een viertal slotaanvallers. Alleen op het stuk wind mee heb ik een keer kunnen overnemen. We bleven weg, maar een eindsprint heb ik nog niet getraind, 12e plaats. Gem: 38,5 km/u, max: 53,6 km/u. Trainingsomvang: 19 BEL.

    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens
    • Pedaleren is een feest, bron: Bram van Rens

  • Nedereindse Berg

    10 november 2012 – Nieuwegein

    Het kan dan november zijn, koud is het niet, wel somber en miezerig. De afgelopen twee zaterdagen heb ik niet gereden, maar ondanks de stil gelegde stoomreactor, heb ik doordeweeks op de verlichte hellingen van de Nijmeegse straatlichtring bladvrij kunnen trainen. De plaatselijke reguliere club is opgeheven en op het wielerparcours wordt voornamelijk met verfpistolen geschoten. Wat nog altijd meevalt gezien de lokale drama’s met geestelijke en wereldlijke gezagsdragers.

    Hoe dan ook ben ik blij om te gast te mogen zijn op de Nedereindseberg. De koffie is warm, de cola is koud en de douches zijn weer actief. Wel is het zaak om in Nijmegen bij te dragen aan wedstrijdmogelijkheden. Maar dit terzijde. Terwijl de linten van de veldrijwedstrijd nog werden weggehaald, stond de jongste deelnemer al met helm en overschoenen klaar om zijn hardrijkunsten te vertonen. Dit heeft iedereen die meereed geweten.

    Het leuke aan trainingswedstrijden vind ik dat je met allerlei soorten renners door elkaar rijdt. In de A categorie zijn dit junioren, beloften, elite en (master) amateurs. Zo sprak ik in de kleedkamer een coureur die nu al in opbouw is met twee volle werkdagen per week aan training. Je moet het maar aankunnen. Het zaterdagmiddagpeloton ging rap van start. Ik merkte al vrij snel dat het mij vandaag niet ging lukken om weg te komen.

    Na een half uur koers ontstond er wel een kansrijke kopgroep, waar ik bij had moeten zitten. Op kop dus in de achtervolging. Op het stuk wind tegen vroeg ik om steun, die ik later kreeg van een renner die op zijn crosser meedeed. Gelukkig konden we na zijn kopwerk met het peloton aansluiten bij de koplopers. Het tempo viel even weg en de latere uitlooppogingen werden tot de laatste ronden stuk voor stuk in de kiem gesmoord.

    In de finale kwam ik, na zittend versnellen op de koffiemolen, met twee renners voorop te rijden. De latere winnaar maakte van de aanzet gebruik om een gat met het peloton te slaan. Ik zei dat ik mee zou draaien. Vanaf de kant werd geroepen om door te gaan, wat we deden. Een renner maakte nog knap in zijn eentje de oversteek, waardoor we met vier man de laatste ronde ingingen, op de hielen gezeten door de achtervolgers.

    De duurrenner in opbouw plaatste halverwege een slotaanval, ik kon mee in zijn wiel. Toen hij op driekwart onverwacht stilviel, had ik of over moeten nemen, of zelf aan moeten gaan, maar in ieder geval om moeten kijken. Alles kwam namelijk terug. Bij het counteren van een andere slotaanval werd ik aldus terecht overlopen in de sprint door de man die het gat in eerste instantie al sloeg. Gemiddeld: 40 km/u en max: 65,8 km/u.

    20 oktober 2012 – Nieuwegein

    Alhoewel de aarde niet meer warmer is geworden sinds 1997, leek het daar vandaag wel op. Na het koude natte weer van de afgelopen weken bleek het met 17 graden tijd voor een achtergestelde droge zachte nazomerdag. De eerste cyclocrossen zijn alweer verreden en aan het wielerseizoen komt binnen tien dagen een einde. Naast blubber en noppenbanden is een minder bekend kenmerk van veldrijden dat er normaal geen verzorging is toegestaan tijdens de koers. Met andere woorden: de renners worden geacht de cross uit te rijden met de voeding en drank die ze voor de start hebben genuttigd. No finish bottles.

    Sinds de Romeinse tijd is het magnetische veld van de aarde met 35 procent in kracht afgenomen en laatst werd geopperd dat een zogenaamde ‘polar shift’ sneller verloopt en meer recentelijk is voorgekomen dan eerder gedacht. Wat mij zelf is opgevallen is dat de seizoenen iets verschoven lijken te zijn, waardoor de herfst warmer is en voor mij prima geschikt om te wielrennen. Bij het veel intensievere veldrijden zou ik nu ontploffen van de warmte. De cyclocrossprofs mogen daarom in warme omstandigheden, 20 graden, in ieder geval drank aannemen. Voeding kun je plannen, vochtverlies veel moeilijker.

    Normaal rijd ik altijd met oranje powerranja. Laat ik net zoals vorige week eens alleen op water fietsen. De najaarskoersen op de Nedereindseberg duren nooit langer dan 75 minuten. Ben benieuwd. Het nadeel van sportsuikerwater is namelijk dat als je eraan begint, je continu moet blijven gebruiken, omdat je anders een dip krijgt. Mhm, niet slecht bedacht van de fabrikant en nog legaal ook. Ergens zal echter de streep getrokken moeten worden. Dat ongebreideld bijlenen in plaats van aflossen tot stilstand leidt, merken we nu allemaal. Het gevaar van roofbouw. Tijd voor Auping om in te stappen, de Tour win je in je bed.

    Alles valt uiteindelijk ten prooi aan de zwaartekracht. Aan deze voorspelbaarheid kleven ook voordelen. Naast dat deze prima uit te rekenen is, is deze ook nog eens universeel en constant. De laatste weken heb ik de focus van wekelijkse trainingsuren verder verlegd naar wekelijks overwonnen eenheden zwaartekracht: KBN punten. Ingebed in mijn dagelijkse bezigheden beklim ik zo in Nijmegen elke week in kleine stukjes daglichtonafhankelijk het equivalent van een halve tot een hele Alpe d’Huez. Trainingsmaat Bram doet elke zeven dagen een derde tot een halve, met een tweede Stravaplaats op de Boterberg als resultaat.

    Op de Nedereindseberg staan vandaag een stuk meer coureurs aan de start dan vorige week. Best een mooi peloton voor eind oktober. Sommigen hebben er zelfs al een cyclocrosstrainingswedstrijd opzitten. Er wordt onderlangs gekoerst, een uur en daarna afsprinten per categorie. Vanaf de Nedereindseplas staat nog dezelfde wind, die later draait naar de achterkant. Na het dichten van enkele gaten kom ik al relatief snel terecht in een kopgroep van vijf man. Het oversteken van de sterkste renner blijkt beslissend. Toch moet er hard gewerkt worden om echt weg te komen. Trappen dus.

    Ik kies de stukken met tegenwind om mijn bijdrage te leveren aan het uitdiepen van het gat met de achtervolgers. De latere winnaar spoort zijn medevluchters aan. De voorsprong wordt groter, maar we zijn nog niet helemaal weg. Bij een aantal tempoversnellingen om definitief weg te komen valt de kopgroep uiteen en blijf ik met een renner uit de A en een renner uit de B categorie over. Als we weg blijven is laatstgenoemde zeker van winst. We blijven weg. Aan mijn limiet was ik niet meer bij machte om mijn sterkere cat. A vluchtgenoot nog partij te bieden in de sprint. Kopgroep, tweede plaats, zeer tevreden bij gemiddeld 42 km/u.

    13 oktober 2012 – Nieuwegein

    Ja, het is herfst, net zoals elk jaar. Dit betekent vroeg donker, maar ook koeler, waardoor je veel minder snel oververhit raakt. Ideaal is een temperatuur tussen de 11 en 18 graden. Dat is nu! Jawel, die halfjaarlijkse duisternis is op te lossen met straat- en fietsverlichting. Het afgegeven licht van de koplampen van passerende voertuigen kun je recyclen met reflectie. Wel zo duurzaam. Als je een veiligheidsvest tevens laat bedrukken met glitterletters verzorgt de ontvanger feitelijk zijn of haar eigen lichtreclame. De motivatie op peil houden kun je regelen door met zijn tweeën te trainen.

    Vorige week stond nattigheid op het menu, waardoor ik die koers heb overgeslagen, terwijl deze achteraf droog was. Vandaag zou het volgens de voorspelling pas later op de middag gaan regenen. Toch kwam om half een het water al met bakken uit de hemel zeilen. De vrijwilligers van de Nedereindseberg waren trouw op hun post, maar waar waren de renners? Het zal toch niet? Gelukkig had de stortbui er na een half uur genoeg van, zodat een minipeloton van start kon voor een uur koers onderlangs (1400 m). Met arm- en beenstukken, ondershirt en herfsthandschoenen moest dit met 10 graden te doen zijn.

    Na een rustige beginronde steeg het tempo langzaam. Met een paar renners is het altijd goed trainen, omdat je automatisch meer op kop komt. Eigenlijk was de situatie te vergelijken met het rijden in een kopgroep, alleen zonder druk van achteruit. Door de stevige wind voor en in de laatste bocht langs de Nedereindseplas, lag het zwaartepunt van de ronde daar. Geen klim vandaag. Toen ik in deze bocht zittend doortrok viel een gat met de overige renners. Aangekomen op het licht oplopende stuk na de finish bleek het gat groter geworden. Normaal val ik altijd terug in zo’n situatie.

    Door de hogere snelheid in een groter peloton rijd ik meestal zwaarder 55×14 en 55×15, maar nu werd het 55×17 of 55×16. Het was zaak de boel niet onnodig op te blazen en tegelijkertijd te kijken waar het schip zou stranden. In het begin zette ik wel fors aan om het gat uit te diepen. De eerste ronden kon ik mijn achtervolgers nog zien, maar later reed ik zonder referentie. In je eentje heb je veel meer last van de wind dan in een groep, dus maakte ik werk van de aerodynamica. Ik rijd standaard met hoge velgen met platte spaken en een aerovork. Daarnaast draag ik een snelpak en windoverschoenen.

    Deze setup kwam nu goed van pas. Na 20 minuten alleen rijden kreeg ik het lastig. Door veel te trainen op de onregelmatige hellingen van de Nijmeegse stuwwal, had ik wel voldoende handvatten om lastige stukken te dempen en eenvoudiger stukken uit te buiten. Zo ging ik steeds regelmatiger rijden waardoor de voorsprong toenam. Met 35 eenzame minuten op de klok zag ik de achtervolgers nu voor me. Dit ging ik niet meer afgeven en liep verder in. Na 50 minuten koers konden zij afsprinten en ik aan mijn laatste ronde beginnen. Gewonnen, met een gemiddelde van 38,2 km/u en een maximum van 47,0 km/u. Tweede “winst” dit jaar, maar mijn eerste ooit zonder frommelsprint.

    22 september 2012 – Nieuwegein

    De laatste reguliere zaterdagmiddagwedstrijd op de Nedereindseberg is een feit. Gelukkig wordt daar deze herfst gewoon doorgefietst, zodat ik ook in oktober en november wekelijks kan racen op de weg. Veldrijden heb ik geprobeerd, erg leuk, maar te technisch en veel benodigd materiaal. Een groot peloton aan de start waaronder een klein segment uit de A categorie.

    Omdat een overtrekkende regenbui het parcours nat had achtergelaten werd afgesproken om de eerste ronden voorzichtig te rijden. Iedereen hield zich hieraan. Veel coureurs hadden arm- en beenstukken aan, goed idee. De stevige wind kende af en toe uitschieters, waardoor het achter op het parcours oppassen was in de bochten. Eenmaal werd mijn platte spaken wiel bijna gegrepen tijdens een bocht, *eek*!

    Bijna de hele wedstrijd heb ik me bezig gehouden met het zonder aanzien des persoons achterhalen van uitlopers. Dit gebeurde meestal met een zogenaamde ‘jump’ of ‘sprong’. Het opgevoerde aantal (kbn) heuvelpunten per week heeft klaarblijkelijk geresulteerd in een toegenomen explosiviteit. Hiermee kan ik gedurende korte tijd extra vermogen genereren en staand versnellen op 55×12 of 55×11. Goed om te weten.

    Als selectievoetballer was ik mandekker en blijkbaar is de ombouw niet helemaal geslaagd. Na het succesvol achterhalen van een aanvaller, bleef ik meestal in het wiel plakken. Zo heb ik bij veel aanvallers aangehaakt. Toch kan deze taktiek helpen als je later oversteekt naar een reeds ontstane kopgroep. Naarmate de koers vorderde werd de baan droger en ging het tempo omhoog, waardoor het peloton in twee stukken brak.

    Na het afsprinten van het grootste deel van het overgebleven B peloton werd het met zeven overgebleven A renners tijd voor de finale. Tweemaal kon ik een forse uitlooppoging neutraliseren en bij de tweede bijhaalpoging vielen drie coureurs af. Met vier man de laatste ronde in. Na nog een laatste neutralisatie bereidde ik de sprint voor. Rustig de laatste bocht door en met een max van 69,3 km/u als vierde gefinished. Gemiddelde 40,3 km/u. Tevreden.

    1 september 2012 – Nieuwegein

    Op deze prachtige eerste najaarsdag is het parcours van de kunstmatige 18 meter hoge Nedereindseberg het decor voor het Open Kampioenschap van Utrecht, georganiseerd door UW&TC De Volharding. Er wordt gestart in drie klassen. Met mijn WFN Amateur A licentie mag ik aanschuiven in de A klasse bij de Elite, Beloften, Junioren en Amateurs voor een koers van 70 kilometer.

    De roodblauwe pakken van de thuisvereniging zijn ruim aanwezig. De eerste ronde verloopt traditioneel rustig. Gezien het startveld verwacht ik een open koers met veel opeenvolgende aanvallen. Laat ik zelf dan maar beginnen. Zo rijd ik twee ronden alleen, voordat ik ingelopen wordt door het peloton. Na een bocht demarreer ik nog een keer alleen, ‘gewoon omdat het kan’, wat zoiets betekent als bij voorbaat kansloos.

    Later spring ik een aantal keer mee met frequente uitlooppogingen, maar geen enkele houdt lang stand. Wanneer twee renners eindelijk ontsnappen en een behoorlijk eind uitlopen volgt een lange achtervolging op hoge snelheid. Gelukkig kan ik relatief eenvoudig volgen en de koplopers worden ingerekend. Oppassen nu, de beslissende ontsnapping staat nu waarschijnlijk op stapel. Een breuk wil ik bijzitten een kopgroep niet.

    Als de voorste vijf coureurs tegen de heuveltop ongenadig versnellen blijf ik te lang in het wiel van de zesde renner die vertraagt. Had beter moeten opletten. De kopgroep van vijf en later vier met de latere winnaar trok vol door. De vraag is wel of ik er aan had weten te blijven bungelen, overnemen nauwelijks, maar dat had ik dus te weten kunnen komen. Een serieuze achtervolging kwam nooit op gang. Fietsen voor plaats vijf dus.

    Vanuit het peloton vonden diverse felle uitvalpogingen plaats, waarvan ik een deel staand op 55×11 kon neutraliseren. Dat ging dan wel weer goed. De Prins Interval en LoperKoning trainingen hebben een hoog rendement op dit parcours. Op de helling kwam ik nooit in de problemen. In de laatste ronde moest ik mij op deze klim vlak langs een renner wurmen, maar het ging goed. Toch niet meer doen. Trok de sprint van de achtervolgers aan. Met een topsnelheid van 69 km/u kwamen er slechts twee langs, 7e plaats van de 17 starters.

    18 augustus 2012 – Nieuwegein

    Waar de term ‘stiekem trainen’ exact vandaan komt weet ik niet. Hij wordt in ieder geval gebezigd door de illustere trainer van de NSWV Mercurius en schrijver van handige artikelen over trainen in de winter en trainen voor forensen. Stiekem trainen is leuk, maar stiekem koersen vind ik nog leuker. Ondanks de angstaanjagende krantenkoppen over nooit eerder vertoonde zomerhitte, besloot ik dat het gewoon een keer mooi weer was. Afgelopen woensdag heb ik de zomeravondcompetitie in Breda overgeslagen wegens naderend onweer. Ze kunnen me wat, ik ga fietsen.

    Op het parcours van de Nedereindseberg wordt door WV Het Stadion, UW & TC De Volharding en USWV de Domrenner gezamenlijk op dinsdag, donderdag, zaterdag en zondag een competitie georganiseerd. De weekendwedstrijden gaan zelfs na de sluiting van het wielerseizoen door. Voor vier euro en in het bezit van chip, kan ik probleemloos starten met mijn WFN licentie. Met ongeveer 33 graden en harde wind van de Nedereindseplas, gaat toch een peloton van ongeveer 20 renners van start. Mhm, ben dus niet de enige gek die op een dag als vandaag, 50 kilometer met een gemiddelde snelheid van 41,5 km/u wil afleggen.

    De eerste ronde wordt nog rustig gereden, maar dit houden wielrenners met rugnummers echt niet lang vol. Was zelf een van de eersten die het niet laten kon. Er ontstond dus een kleine kopgroep waar ik bij zat. We werden echter na een aantal ronden bijgehaald. Na wat schermutselingen en om-en-om aanvallen van de ruim aanwezige renners van een van de organiserende verenigingen, zat ik in een nieuw gevormde kopgroep. De latere winnaar ontsnapte ook nog uit deze groep, ging alleen op pad en liep uit. Gelukkig hield hij het na een forse solo zelf voor gezien, waardoor ik het gat kon dichten.

    Hernieuwde schermutselingen, waardoor ik met twee renners van dezelfde club, waaronder de eerdere solist voorop kwam. Kon wel meekomen, echter overnemen deed ik voor de helft. Maakte mijn kopgroepgenoten duidelijk dat ze me ‘maar eraf’ moesten zien te rijden. Omdat een renner in een andere categorie reed, mocht hij eerder afsprinten, waardoor ik alleen met de solist overbleef. Ging naast hem rijden en gaf aan dat ik alleen nog maar kon sprinten. Op het scherpst van de snede met deze temperatuur maximaal finale rijden, mhm waarom? Zo kon het dat twee renners doorreden, terwijl de jury al naar binnen was!

    Ben toch blij dat het zo is afgelopen, want als de finale wel op het scherpst van snede verlopen was, had hij mij net zo lang op het rooster gelegd, tot ik zou breken. Dat was hem zeker ook gelukt, de vraag was alleen hoe lang het zou duren. Tevreden met een tweede plaats in een verstandige koers. Na de wedstrijd nog even nagepraat, nice. Met een heuvel, wind en lopende bochten zijn de zaterdagmiddagwedstrijden op dit parcours een prima optie na het stoppen van de reguliere wielerkalender half september.

  • Wisselaar

    8 augustus 2012 – Breda

    Elk jaar organiseert Wielervereniging Breda op vier woensdagen in augustus de Zomeravondcompetitie. Om 19.30 uur wordt in een categorie gestart voor een koers van 50 kilometer, 33 ronden. Vorig jaar kon de wedstrijd van de BWF geen doorgang vinden, plensregen – te weinig starters, dus had ik nog geen kennis kunnen maken met de brandschone Bredase wielerlussen.

    Het wieler- skeelercicuit van WV Breda heeft een totale lengte van 1500 meter met twee bochten en vijf U-turns en ook nog een lopende niet al te steile helling. Opstellen gebeurde op startnummer, toen had ik al onraad moeten ruiken, 38 renners aan de streep, wat wel een mooi aantal is. De drie beste uitslagen tellen mee voor een klassement met tien eindprijzen. Zelfs een speaker was aanwezig in de permanente jurywagen.

    Direct na de start werd de koers op gang getrokken om niet meer stil te vallen. Omdat ik de ronde niet kende, was ik achteraan begonnen. Het nadeel van een categorie is dat er, terwijl ik de terugdraaiende bochten probeerde te ontrafelen, achterin gaten vielen. De meeste renners hadden hier vaker gefietst en vlogen als vogels door de krommingen. Voelde nu wat coureurs, die voor het eerst op Lindenholt rijden, meemaken.

    Een gat, gelost, achter het voortrazende peloton aan dan maar. Samen met de WFN kampioen 40+ slaagde ik er wonderwel in weer aan te sluiten. Niet lang daarna werden de bochten mij te gortig en moest ik het peloton toch weer laten gaan. Uiteindelijk gold dit voor ruim eenderde van de starters. Wel was ik een van de weinigen die daarna weer aan wist te pikken. Goede oefening, wijze les. Hadden van mij ook zeven heuvels met een bocht mogen zijn.

    • Wisselaar, bron: Mertens Fotografie
    • Wisselaar, bron: Mertens Fotografie