Categorie: Klimstorie wielrennen

Altijd historisch, bij tijden verantwoord, maar uitstekend op de hoogte en toch vlakbij? Klimstories uit ons binnenste buitenland en andersom.

  • De Zes Bochten Ammerzoden

    19 mei 2013 – Ammerzoden

    Ammerzoden of Ammerooi lag vroeger ten zuiden van de Maas in Brabant. Door een verlegging van het rivierbed is het kasteeldorp heden ten dage gelegen in de overwegend protestantse Bommelerwaard, maar heeft haar katholieke signatuur behouden. Door het centrum is door de organisatie een historisch traject van 1200 meter met daarin zes bochten afgezet. Net als in Rossum is de ronde prachtig vrij van verkeersobstakels en elke paal is voorzien van autobanden. Een kleine dertig coureurs staan aan de startlijn, klaar voor zestig kilometer koers. De Brabantse Wieler Federatie komt naar je toe deze zomer!

    Het startschot klinkt onder een dreigende hemel, maar ook deze koersdag geldt: blaffende wolken bijten niet. Met in mijn achterhoofd dat het parcours smal en klinkerrijk is, heb ik mijn banden slechts opgepompt tot 7,5 bar. Vrij snel ontkoppelen zich drie bochtenwonders van het peloton. Vanuit achteruit zie ik ook snel uitvallers, welke ik kan passeren. Met driehonderd bochten voor de boeg, ben ik benieuwd hoe lang ik er zelf aan kan blijven hangen. Gelukkig is het niet warm. Als zeven achtervolgers een gat van tweehonderd meter slaan is de koers voor mij gedaan. Niet voldoende wendbaar.

    Normaal kies ik niet voor centrumcriteriums, maar deze spreekt me wel aan. De bochtensnelheid in de achtergebleven groep is voor mij goed te doen. Op twee-derde van de koers komen de drie koplopers al weer achterop zeilen. In het begin kunnen we aansluiten, maar later wordt de gedubbelde groep door de jury op honderd meter gedirigeerd. Op vijf ronden voor het eind is het tijd om af te sprinten. Met nog vier bochten te gaan wringt een wel erg gretige medeachterblijver me de goot in, maar toch haal ik in de eindsprint met 63,5 km/u een 13e plaats en 41,0 km/u gemiddeld.

    • De Zes Bochten Ammerzoden, bron: Ammerkrant
    • De Zes Bochten Ammerzoden, bron: Ammerkrant
    • De Zes Bochten Ammerzoden, bron: Ammerkrant
    • De Zes Bochten Ammerzoden, bron: Ammerkrant
    • De Zes Bochten Ammerzoden, bron: Ammerkrant
    • De Zes Bochten Ammerzoden, bron: Ammerkrant
  • Ronde van Rossum

    11 mei 2013 – Rossum

    Vijf kilometer ten oosten van Zaltbommel ligt aan de Waal het rustieke dijkdorp Rossum, vandaag het decor voor de herboren ronde. Het obstakelvrije parcours beslaat 1800 meter lengte. Over de smalle rug van de hoge Waaldijk fiets je 800 meter over winderig asfalt. Na twee kort opeenvolgende bochten op de kopse kant, fiets je onderlangs parallel aan de oeverbescherming over ruim opgezette strakke klinkerwegen terug naar de dijkwoningen. Door de haakse publieksbocht kom je weer op de netjes afgezette finishstraat op de waterkering. Onder een dreigende hemel staat een mooi deelnemersveld van bijna vijftig coureurs klaar om afgeschoten te worden voor een koers van zestig kilometer, gevolgd door een zogenaamde pasta party.

    Omdat opstellen voor het terras van de Gouden Molen volgens het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ gebeurt, kan ik van kop af de eerste ronde aanvangen. Na 1500 meter word ik overgenomen en draai rustig de dijk op langs de finish om de koers van een andere kant te bekijken. De klinkers blijken goed berijdbaar en de bochten goed te doen. Het zwaarste deel ligt op het tweede stuk van de dijk. Hier staat de wind links in de zij en door de smalle weg is er weinig ruimte om te schuilen. Gezien ik al mijn trainingen op de Nijmeegse stuwwal afwerk, kom ik zelden tot nooit in de polder. Het duurt dus even voordat ik het weerstandprofiel doorheb en zo licht mogelijk schakel, om windvariaties veroorzaakt door de slingering op te vangen met beentempo.

    Tijdens de schermutselingen om een kopgroep te vormen ligt het tempo onveranderd hoog. Toch slagen vijf man er vrij snel in twintig seconden voorsprong te nemen en later sluit nog een zesde renner aan. Bij de voorgaande categorie zag ik een uiteengeslagen peloton en dat is voor mij ook het verwachte scenario voor deze koers. In de staart ontstaan wel regelmatig kleine breuken, maar omdat ik deze vrij gemakkelijk kan repareren, verkies ik de achterbank boven het gefriemel. Wel zo luxe. Dat ik dan wat harder op moet trekken na de bochten neem ik voor lief. Mocht het peloton onverhoopt in stukken breken dan kan ik altijd nog de oversteek wagen. Vooralsnog ziet het daar niet naar uit en de koplopers handhaven hun voorsprong van bijna een halve minuut.

    Op het moment dat de koers in een rustiger vaarwater komt, schuif ik op de dijk onder een donkere hemel door de wind naar voren, om met een bliksemactie een deel van de voorsprong terug te nemen, voordat de koplopers kunnen versnellen. Door de opvolgende gang komt het peloton tot op tien seconden, maar de kopgroep is niet gek, zet aan en de controleurs nemen weer over. Coup mislukt, te weinig draagvlak, ook prima. In de finale spring ik daarom mee met uitlooppogingen en rijd ook nog een tijdje alleen voor het peloton uit, waarna ik mij opmaak voor de wringsprint naar de haakse publieksbocht. Deze kom ik heelhuids door om als 26e te finishen. Het gemiddelde bedraagt ondanks de wind 42,0 km/u en de trainingsomvang afgelopen week 12 BEL.

    • Ronde van Rossum, bron: A&F Fotografie
    • Ronde van Rossum, bron: A&F Fotografie
    • Ronde van Rossum, bron: A&F Fotografie
  • BWF Kampioenschap Zundert-Raamberg

    5 mei 2013 – Zundert

    Buurtschap Raamberg, onderdeel van de gemeente Zundert, is op 5 mei 2013 gastheer van de BWF kampioenschappen. Voor dit doel heeft de organisatie een slingerende, drie kilometer lange, prachtige omloop uitgetekend, met een bolle grindklinkerstrook van 250 meter lengte. In het belendende weiland is een volumineuze feesttent opgericht. Ook een toiletwagen is aanwezig, waar ik mijn Klim Bij Nijmegen snelpak kan aantrekken. De temperatuur is inmiddels flink opgelopen onder een strak blauwe lucht en de al maanden aanwezige voorjaarswind is eindelijk ergens anders gaan waaien. De aankomststrook is net als de rest van het parcours relatief smal. Alle bochten zijn vrij krap, maar de hele ronde is ouderwets obstakelvrij, top!

    Volgens een van 31 gereedstaande coureurs rijd ik met een 56T voorblad. Zou er stiekem een bonustand aangegroeid zijn? Straks even goed natellen. Mijn isolatietape stuur krijgt ook aandacht. De gekleurde Schijf Van Witteroos op mijn rug blijft dit keer buiten schot. Afgelopen dinsdag hoorde ik nog op Papendal: “He, de schijf van vijf, maar dan met vier”. De kleuren staan wat mij betreft voor de verdeling van heuvels op de Nijmeegse stuwwal in de verhouding 1:2:3:4. Ik start met een stuk op kop, voordat ik mij af laat zakken. Ik verwacht een razendsnelle koers, waar je in een oogwenk gelost kunt worden als je even niet oplet, of plafonneert. Vanuit de staart zie ik de nationale WFN driekleur zich ook deze dag proberen te bevrijden uit de greep van het sterk bezette peloton.

    Ik kijk na een half uur op mijn teller en zie dat mijn verwachting uitkomt. De gemiddelde snelheid tot nu toe bedraagt bijna 43,5 km/u. Gezien het aantal bochten vind ik dit knap hoog. Net als ik naar voren schuif op het slingerende stuk naar de finish, slaan vijf coureurs ontketend een gat van 250 meter en trekken door. Omdat ik weet dat de koers erachter op slot zal gaan, probeer ik op goed geluk de jump te maken. Snel rijd ik naar een andere oversteker, die al halverwege is. Terwijl ik extra gas geef, heeft hij er juist genoeg van. Zo kom ik, net als afgelopen dinsdag, domweg alleen tussen de kopgroep en het peloton terecht. Gegokt, verloren en klaar voor vandaag. Behalve voor de kopgroep van vijf en vijf overstekers, waarvan drie het halen, koerst de rest nu voor spek en bonen. Twee blauwe mannen zijn voldoende om het peloton lam te leggen.

    Als blijkt dat ik het resterende tempo goed verteer, begeef ik me naar voren om te zien wat ik bij kan dragen in de achtervolging. Na een kopbeurt neemt een van de twee controleurs over om het tempo weer te drukken. Later probeer ik dus in mijn eentje te versnellen als vooruitgeschoven lokaas. Een van de buschauffeurs laat dan een gat vallen. Het helpt iets, maar niet veel. Pas als in de finale de winnaar van de ronde van Terheijden aan het peloton rammelt, begint de voorsprong van de gesplitste kopgroep echt terug te lopen. Het gat is nu in theorie overbrugbaar. De hele laatste omloop posteer ik mij vooraan om toch druk te houden. Er kan namelijk altijd iets onverwachts gebeuren. Volgens verwachting word ik in de laatste bocht gesneden en verlies te veel snelheid om voor de troostprijzen te sprinten.

    • BWF Kampioenschap Zundert, bron: Wielersite Zundert
  • Ronde van Terheijden

    21 april 2013 – Terheijden

    In de laatste decade van april staat traditioneel de Ronde van Terheijden op het BWF programma. Dit is een 2,3 kilometer lange semi-omloop met de ‘beruchte’ overhaakse visvijverbocht, waarna een lang recht stuk op de kant langs de finishlijn volgt, dat bekend staat als zwaar. Na de aankomst volgt een wel lopende bocht, maar daarna doemen een krappe haakse en een drempelchicane op voor je de aflopende grindklinkers onder het viaduct door betreedt. Aan het eind van deze strook draai je met negentig graden een smalle rechte polderweg op voor je weer bij de hoek aanbelandt die de winnaar bij de 50- vandaag een gebroken spaak en een fikse kras op zijn frame kostte.

    Aan de start staan twee dozijn vertrekkers klaar voor de koers die als een stadscriterium begint en als een polderomloop eindigt. Uitremmen en aanzetten na elke bocht onder een spervuur van mini-demarrages. Achterin gestart heb ik in het bescheiden, maar hoogwaardige peloton, relatief weinig last van het harmonica effect. Er staat ook niet zo veel wind. Bij het dichtrijden van ontsnappingen bedraagt de snelheid regelmatig meer dan 50 km/u. Omdat ik bij de amateurs rijd valt het, wanneer de kopgroep gegrepen is, meestal wel even stil. Na de snelheidsverhoging van de eerste premiesprint goed verteerd te hebben, sprint ik later bij de tweede premieronde bij de eerste vijf.

    Bij de derde premie, op het koppelpunt van criterium naar omloop, spring ik mee in een achtervolging en trek na de visvijverbocht hard op. Alleen arriveer ik even later bij de drie koplopers, die nog harder door beginnen te trappen. Hierdoor lopen we een behoorlijk stuk uit. Het lijkt op de beslissende slag. Een voor een beginnen echter renners over te steken en na verloop van tijd weten de meesten aan te sluiten. De rest is gezien. Vanaf nu blijft de snelheid hoog tot aan de finale waar ik geen uitval durf te plaatsen, maar kies te sprinten met een achtste plaats als resultaat. De klimkracht deze week bedraagt 20 BEL, bestaande uit Simpelweg (4x), Slingerweg en Kortweg. Gem 40,7, Max 58,3 km/u.

    • Ronde van Terheijden, bron: Jeroen Rovers
  • Zundert-De Hofdreef

    31 maart 2013 – Zundert

    De sneeuw valt deze zondag niet op de heidegronden van de gemeente Zundert. Eerste Paasdag brengt een betere gevoelstemperatuur, dan vorige week. Het is vier graden, droog en er staat een stevige bries. Bij de BWF is de samenvoeging van de amateurs en trimmers dit jaar herzien door tien open wedstrijden voor WFN amateurs op de kalender te zetten. Als je het niet probeert, kom je er ook niet achter. Rijsbergen wordt ingehaald, dus de openingskoers is vandaag op de 5,2 kilometer lange vierkante omloop van Zundert.

    Na het ophalen van mijn BWF licentie bij de inschrijving kan ik terecht in de luxe kleedkamer van het lokale fitnesscentrum. Brengt toch iets extra’s. Bij het opstellen kies ik een plek in de achterhoede. De koers gaat niet bijzonder hard van start, dus blijkt het goed toeven aan de staart. Het peloton beslaat meestal de hele breedte van de weg, daarom houd ik voor de veiligheid een marge van drie meter aan. Hierdoor kan ik een valpartij ontwijken en op volle snelheid de aansluiting veilig stellen.

    Omdat ik koude voeten begin te krijgen, jakker ik langs het nog complete peloton naar voren om een uitlooppoging te wagen. Men reageert op alles wat wegrijdt, maar ik mis ook de benodigde power. Weer invoegen gaat goed, maar laat me toch weer naar de staart zakken. Nadat het zonnetje de miezersneeuw heeft verdreven, waag ik nogmaals een poging samen met twee andere renners, waaronder de huidige WFN kampioen, die zegt dat het niet zo mag zijn. Hij doet daarna nog ontelbare pogingen.

    De echte oorzaak is naar mijn mening dat alle demarrages te opzichtig zijn. De scherpte en slimheid lijken nog te ontbreken. Tel je daar de rechte lange parcourslijnen bij op, dan is het niet onlogisch dat het peloton tot de finale bijeen blijft. Voor een openingskoers vind ik dit scenario echter prima. Niet dat het minder hard gaat. Zelf kan ik nog een ontsnapping neutraliseren vanaf de kop van het peloton. Pas in de laatste tien kilometer nemen drie coureurs enige afstand.

    In de laatste ronde passeer ik het peloton buitenom om zelf een slotaanval te plaatsen. Langs de finish, bocht door en aanzetten. Hierbij kom ik wel los en reken een renner van de kopgroep in. De teller krijg ik echter niet boven de 43, wind tegen dat wel, maar toch te zacht. In de massasprint zorg ik voor de laatste binnenbocht en eindig vlak buiten de gevarenzone als 22e van de 55 starters. De gemiddelde snelheid bedraagt 42,3 km/u met een maximum van 59,6 km/u. Trainingsomvang 5 x Simpelweg (13 BEL).

    • Zundert-De Hofdreef, bron: Wielersite Zundert
    • Zundert-De Hofdreef, bron: Wielersite Zundert
    • Zundert-De Hofdreef, bron: Wielersite Zundert
  • Breda-Overa

    16 september 2012 – Effen

    Als sluitingskoers van het seizoen van de BWF is, ter gelegenheid van het jubileum van wielervereniging Avanti, een zes kilometer lange omloop gepland over prachtige slingerende veldwegen op de Brabantse zandgronden. Als er veel wind staat ontaarden dit soort koersen doorgaans in een slagveld. Vandaag geen windkracht, maar klimkracht. Het peloton werd geacht per ronde twee hoge viaducten te slechten, waarvan een behoorlijk steil. Het was, zoals een renner het tegen mij verwoordde, net Groesbeek.

    Voor de start had ik het stijgend asfalt over de snelweg al zien liggen en besloot vooraan te gaan staan. Als eerste de bocht door, waarbij ik mijn hand uitstak.?., om daarna vol gas de helling aan te snijden. De meeste winst zat in het laatste minder steile deel, waar ik bijschakelde. Toen ik na de afdaling en de korte klinkerstrook met een bocht naar links, omkeek, zat er nog slechts een renner in mijn wiel. Deze nam over en we hebben gezamenlijk de hele eerste omloop vooruit gereden, waarbij ik het punt voor de leidersprijs aan hem liet.

    Omdat twee man te weinig is om vooruit te blijven op een dergelijk parcours, hoopte ik op een overstekend groepje. Toen bleek dat het peloton behoorlijk werk maakte van de achtervolging, althans zo leek het, was de ontsnapping geen lang leven meer beschoren. Het geslagen gat was op zichzelf groot genoeg om uit te bouwen. Na ingelopen te zijn bleef ik nog even voorin, maar liet me daarna uitzakken om te kijken hoe er gereden werd. Dit bleek traditiegetrouw netjes, geen gewring. Een verademing. Dit nodigde uit om later weer naar voren te rijden.

    Bij de aankondiging van een premieronde, reed ik op het eerste viaduct snel langs het peloton om voor de tweede keer te ontsnappen. De nieuwe 172,5 mm cranks (eerst 170 mm) draaiden goed en de kortere 11 cm stuurpen (eerst 12,5 cm) zorgde voor een comfortabele zit. Bij het ronden van een haakse bocht langs de snelweg verloor ik te veel snelheid. Toch maar optrekken. Ik werd ingelopen door drie man, die hun ontsnapping helaas niet doorzetten. Ze hadden er in ieder geval genoeg kwaliteiten voor. Was mooi geweest als ik daarbij aan had kunnen haken.

    Bij het tweede viaduct trok ik nogmaals door om voorin te zitten voor de premiesprint. Ik dacht ten onrechte dat vijf premies te verdienen waren. Het aantal was vier en ik werd vijfde. Voortaan beter luisteren. Gewoonlijk valt het tempo even weg na zo’n sprint, nu niet, het ging een aantal ronden de lucht in. Een succesvolle ontsnapping leverde het echter niet op, waarschijnlijk door de afwezigheid van voldoende wind. In de laatste ronde slaagden drie coureurs wel weg te rijden van het peloton. Met nog een halve ronde te gaan had ik mij naar kop gewurmd.

    Bij het proberen dicht te rijden van het gat bleek de koek op en plafonneerde ik, maar bleef wel voorin. Kreeg enkele andere uitlopers te pakken en draaide aan kop van het peloton het viaduct af het lange rechte deel naar de finish op. Meedoen aan een massasprint vind ik niks. Eens kijken hoe de aanloop als wagon bevalt. Met nog 600 meter te gaan hoorde ik “Rob naar links!”. Ik draaide weg en zag ze aan alle kanten langs schieten. Volgende keer langer meegaan. Wel nog als 25e gefinished van de 61 starters. Gemiddelde snelheid: 42,7 km/u. Ontsnapt en finale gereden, tevreden.

     

    • Breda-Overa, bron: Mertens Fotografie
    • Breda-Overa, bron: Mertens Fotografie
  • Ronde van Bemmel

    26 augustus 2012 – Bemmel

    Das wat, heen en weer fiets gejat. Mijn brave roodbruine Corano Cross Tigre cyclocross frame pleite. De hele zaterdag bezig geweest om op basis van een VT340 een nieuwe te fabriceren. Vrijdagavond alle fietsen in de binnenstad gecheckt tot aan alle plaatsen waar je maar beter niet kunt komen toe. Het nadeel van de singlespeed rage, waardoor deze frames ineens gewild zijn. Vandaag strak in het regenpak de koersfiets naar Bemmel genomen voor de Ronde van, georganiseerd door TWC ‘t Verzetje.

    Vorig jaar eindigden de 75 kilometers van dit criterium in een waterballet, terwijl ze dit jaar zo begonnen. Omdat ik de vorige editie had uitgereden, besloot ik dit jaar te starten. Ondanks mijn betere opstelmogelijkheden, koos ik ervoor achteraan plaats te nemen in het dertigkoppige peloton. Tijdens de verkenning had ik gezien dat het 1250 meter lange parcours brandschoon was, maar de laatste overhaakse klinkerasfalt bocht onvermijdelijk glad.

    Toch werd de koers hard op gang getrokken door coureurs die daar blijkbaar prima mee om kunnen gaan. Petje af, helm op. Vanuit het laatste wiel zag ik al in de openingsfase echter ook niet bang uitgevallen renners, bang uitvallen. Mhm, dit belooft wat, doorrijden? Ja, maar de glibberbochten neem ik mooi op mijn eigen tempo. De eerste ontstane gaten van uitstappende opstappers kon ik nog dichten. Pas toen er vier renners voor mij tegelijkertijd stopten met trappen was ik het haasje.

    Op een lager tempo doorrijden zagen ze niet zitten, dus kon ik mijn weg alleen vervolgen. Zo kon het dat ik nog 20 minuten alleen heb rondgereden, voordat ik gedubbeld werd door het fors uitgedunde peloton. Wringen werd voor de was bewaard, er werd keurig gekoerst. Door het knip en aanplakwerk kreeg ik aan het eind van de rit, niet alleen mijn WFN licentie terug, maar ook nog de prijs voor de 20e plaats. Op mijn teller zag ik een maximumsnelheid van 66,1 km/u staan, gemiddeld 41,1 km/u.

  • Ronde van Oosterhout

    12 augustus 2012 – Oosterhout (GLD)

    Prachtig weer en een mooie ronde van 1800 meter met een vinnige klim tegen de Waaldijk. Wel warm. Bijschrijven met WFN licentie was geen probleem. In totaal 62 starters, strobalen bij alle obstakels en maar liefst twee speakers. Vooral de klim tegen de dijk en de rivierdijk zelf, bleken te zorgen voor afvallers. Zelf kon ik vanuit de laatste positie van het peloton steeds opschuiven als een Pacman mannetje. Met nog acht ronden te gaan knalden echter twee renners uit de tweede bocht. Rechtdoor en de stoep op lukte gelukkig prima, maar stond wel goed geparkeerd. Game over, safety first.

    Omdat een renner van de Sportklasse een strobaal geraakt had, werd de wedstrijd voor de Amateurs ingekort van 33 naar 27 ronden. De eerste 6 ronden zijn daarom in toertempo afgelegd. Zo kon ik de klim tegen de dijk mooi inschatten, daar lossen zou namelijk niet best zijn in zo’n pak. Wat ik zag is dat lang niet iedereen gemakkelijk omhoog ging. Iets om rekening mee te houden, omdat je niet bovenaan stil moet komen te staan, terwijl je vol in de wind de dijk opdraait. Met een 55T blad voor was het nodig achter de 19T krans te raadplegen om snelheid te maken tegen de top. Ruimte laten op een korte steile helling heb ik geleerd met cyclocrossen.

    Het lastigste stuk van het parcours was naar mijn mening het lange rechte deel naar de dijk toe. De snelheid lag hier standaard boven de 50 km/u, maar langs de maisvelden was het tevens het mooiste stuk. Ben trouwens wel liefhebber van half dorp/half veld rondes. Ze combineren de beste elementen van een criterium (veel passages, publiek) en een omloop (snelheid, vrijheid). Als je daar een kort waaierstuk over de dijk aan toevoegt, krijg je met klim en lange afdaling, als renner helemaal niet het gevoel dat je alleen maar rondjes aan het draaien bent. Een uitstekende uitwerking van een dijkdorpronde, complimenten voor de bouwer.

    Mijn gemiddelde snelheid met een ronde minder was 43 km/u, de maximumsnelheid dijkaf tegen de 70 km/u. Uiteindelijk ben ik als 45e geklasseerd van de 62 starters en 46 finishers. Onder de veroorzaker van de valpartij, die alle ronden vergoed blijkt te hebben gekregen. Belonen de wielerreglementen coureurs die hun fiets kapot rijden i.p.v. gevaar te ontwijken? Ja, het credo blijkt: liever een los wiel, dan een wiel lossen. In de voetbalsport is dit al 15 jaar verleden tijd doordat de spelers zelf het spel stilleggen: van ziekenhuiskoers naar scheidsrechtersbal. Dit staat overigens los van deze wielerronde, die ik heb opgeslagen bij mijn favorieten.

    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
    • Ronde van Oosterhout, bron: Wielerpunt
  • Ronde van Oosterhout-Weststad

    29 juli 2012 – Oosterhout (NB)

    Op het industrieterrein van Oosterhout, Weststad genaamd, ligt het parcours waar de Pedaalridders uit Made in het voorjaar trainingswedstrijden organiseren. Vandaag was het, naast het kampioenschap van Amerstreek, tevens het decor voor de BWF 50+ en 50- koersen. Vorig jaar reed ik in de eerste ronde weg, om uiteindelijk als achtste te finishen. Na de verkenning besloot ik dat er te veel wind stond voor een herhaling dit jaar. De nabije windmolens zijn niet voor niets hier neergezet.

    Een ander verschil met vorig jaar is dat ik nu welliswaar een lager vetpercentage heb,  maar ook wat minder spiermassa. En massa is kassa op 38 rondes als deze. Bij de BWF rijden de Amateurs en de 50- voortaan bij elkaar. Met 50 starters en wind pal tegen en pal mee op de lange stukken, verwacht ik een zowiezo een massasprint. Deze ga ik niet meedoen. Wel ga ik proberen om alsnog enkele aanvallen te plaatsen. Hiervoor moet ik, achteraan gestart, naar voren. Dat gaat redelijk gemakkelijk.

    Tweemaal trek ik door na het winnen van een sprintje voor de leidersprijs, waarvoor ik vijf punten verzamel, maar het lange stuk wind tegen is te zwaar om met een klein groepje weg te blijven. Ik voeg vooraan in het peloton in. Nu merk ik pas dat daar behoorlijk en krampachtig gewrongen wordt om aansluiting te houden. Voor mij is dit geen teken van kwaliteit. Een keer wordt ik letterlijk uit de rij gereden door een renner die blind naar rechts stuurt, omdat hij heel even in de wind komt.

    Ondanks dit gefriemel kan handhaving  in het peloton beter. Het meezitten op belangrijke momenten ging wel goed, net als het meewerken in de achtervolging, maar voor hetzelfde geld rijdt een groep weg. De snelheid ligt de hele wedstrijd, ondanks de tegenwind, met gem. 43,5 km/u hoog en stijgt verder met het ingaan van de laatste ronden. Om uberhaupt een slotaanval te kunnen plaatsen, zal ik op deze momenten voorin moeten zitten. Driemaal remmend, kom ik met max. 62,4 km/u tot de helft van het peloton in de massasprint.

    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
    • Ronde van Oosterhout-Weststad, bron: BWF
  • BWF Kampioenschap Hoeven

    17 juni 2012 – Hoeven

    Waar vorig jaar het BWF kampioenschap betwist werd op de kilometer van de Blauwe Kei, is het strijdperk nu de 4100 meter lange driehoekige ronde van Hoeven. Van stadscriterium naar polderomloop, jawel, polderbeulen is noodzakelijk vandaag. Hoewel het Rijk van Nijmegen gezegend is met de prachtige Ooijpolder, fiets ik daar eigenlijk nauwelijks. De reden laat zich raden. Om toch enigszins beslagen ten ijs de komen, heb ik daarom deze week viermaal een LoperKoning training ingelast. Zoals Prins Interval bijdraagt aan het ‘draaien en keren’ bij criteriums, zo kan de LoperKoning route met haar lange hellingen helpen bij het overleven van lange stukken ‘op de kant’. Althans dat is de theorie.

    Na het inschrijven bij een cafe op een tweesprong langs het parcours, ging ik inrijden op een ander stuk weg. Terwijl ik dacht dat ik nog twintig minuten voor de start had, stond er een renner/toeschouwer hevig met zijn armen te zwaaien. “Kom op, opstellen, de starttijd is vervroegd!”. Ok, bedankt! Tijdens het opfietsen naar die start merkte ik dat mijn ketting niet op het grote blad wilde. Geen tijd gehad om te testen en bij te stellen. Tja, daar sta je dan. Heb je de hele week in de heuvels getraind op het rond krijgen van een polderverzet, om uiteindelijk in de polder te malen op een heuvelverzet. Dat is de praktijk.

    Toch maar gestart en benieuwd hoe lang ik een hoog beentempo kon houden. Ik miste meer dan 20 % van mijn maximale verzet, dus op kop was geen optie. Gelukkig viel af en toe de snelheid weg, terwijl renners moesten lossen op het stuk wind tegen, waar de kleine plaat geen beperkende factor was. Zo kon ik de gaten stoppen en aansluiting houden bij het flink uitdunnende peloton. Dat 55 km/u met wind mee op een ’42’ mogelijk was, wist ik niet, nu wel. Mijn nieuwe compact stuur lag goed in de hand, mijn nieuwe bril keek goed en de zon scheen lekker. Ronde na ronde verdween van het bord. Voelde me wel als een antieke Mini Cooper op de snelweg.

    In de finale kon ik, terwijl ik mijn shifter indrukte, op 55×11 naar voren rijden, maar om te remmen moest ik deze loslaten en de ketting weer naar het kleine blad (42) laten gaan. Op het stuk wind tegen kreeg ik het gat met twee achtervolgers grotendeels dicht, maar bij het bijhalen op het stuk tegen verviel de vaart, waardoor het peloton aan kon sluiten. In de laatste ronde was er helaas een valpartij van de winnaar van het regelmatigheids klassement van de BWF Amateurs in 2011. Gelukkig kon hij op eigen kracht opstaan, maar zijn helm kan de prullenbak in. Tijd voor mijn zomerreces. Gemiddelde snelheid 41,8 km/u en maximum snelheid 62,5 km/u. Van de meer dan 60 renners kon ik een 25e plaats bemachtigen. LoperKoning werkt.