Het eerste lenteweekend nodigt uit tot een tweede koers. In Oss vandaag de laatste wedstrijd in de voorjaarsserie. Enkel in 2010 ben ik later weer begonnen na de winter. Kwestie van kalm aanpikken. Ook vanochtend ligt het strooizout nog gewoon op straat. De pannenkoeken van vorige week blijken trouwens stroopwafels te zijn, aldus de organisator. Direct na de start barst de koers los. Duidelijk een generale repetitie voor de naderende nationale criteriums. De wind staat dwars op de lange parcourszijde, harken op het kantje dus. Ook het positioneren is van belang. Echt gewrongen wordt er niet, maar met een wedstrijd in de benen vind ik een uur aanklampen wel voldoende. Blijkbaar is de accu nog niet geheel opgeladen na gisteren. Dit had ik ook niet verwacht overigens met een beperkte training. Toch prima weer en dichtbij. Voor de verlichte trainingen in Nijmegen en Groesbeek heb ik beslag weten te leggen op een tweede Van Tuyl cyclocrosser. Deze ben ik op dit moment aan het aanpassen.
Hoewel deze winter niet koud, maar normaal is verlopen, heeft het veel geregend en ’s nachts ook een normaal aantal keren gevroren, zeker in het zuidoosten van het land. De wegen zijn natuurlijk niet gladder van ijs van -10, dan van -1 graden Celsius, dus in plaats van het rekenkundige gemiddelde hanteer ik het Stro(oi)mangetal. Hoe vaak is er kans op gladheid? Die kans viel relatief vaak in het weekend, zodat deze zondag de eerste in zeven weken is, waarop het met zekerheid niet glad is. Mijn laatste koers vond plaats op de kortste dag van het vorige jaar. Dit betekent in Oss direct meer dan twee uur koersen. Dat ben ik zowiezo niet van plan. Tussen de 50 en 70 kilometer, ofwel 70 tot 100 minuten vind ik meer dan genoeg. Snap verlenging in het voetbal dan ook nooit. Films van meer dan 90 minuten? Kwestie van meer keuzes maken bij de montage. De elites trainen hier echter voor koersen tot wel 160 kilometer.
In verband met de structurele opbouw van het Nachtslot en het fietsenpark heeft de training tijdens deze periode op een laag pitje gestaan. Daarom heb ik met mezelf afgesproken dat ik maximaal anderhalf uur mee mag doen vandaag. Omdat de Vorstengrafdonk gesitueerd is op de noordkaap van de Peel, staat er doorgaans een stevige wind. Mijn verwachting is dat niet zozeer mijn benen, maar mijn rompspieren de inspanning zullen limiteren. Dit is ook het geval. Ik weet dat je in de winter ‘core stability’ training moet doen thuis op een matje, klopt. De twee sterkste renners beslissen in de eerste tien minuten de koers. Dat gaat wel heel makkelijk, dus bevind ik mij alsnog vooraan in het peloton. Als ik achter me kijk, zie ik een renner van het grootste netwerk systematisch passen met een blik van “de computer zegt nee”. Ctrl + ESC.
Als later de inmiddels viermans kopgroep ver uit het zicht is, gaat meedrijven vrij eenvoudig. Het lastigste stuk betreft de derde parcourszijde, te meer omdat iemand daar blijkbaar een onzichtbare pannenkoekenfabriek is begonnen. Tijdens draaien op de kant is dergelijke prikkeling van je maag niet prettig. Na een aantal onderdrukte uitbraakpogingen vind ik het mooi geweest en posteer me achteraan de stapel. Er wordt trouwens zeer netjes gereden, zodat het lekker inkomen is. Als de snelheid richting de finale weer omhoog gaat, stap ik na de met mijzelf afgesproken anderhalf uur af, lever mijn rugnummer in en fiets door het voorjaarszonnetje naar station Oss. Het mooi begin van een nieuw seizoen. Hoog tijd om de Nachtslot trainingen weer te intensiveren.
Voor de twee uur durende slotrit van de uitstekend bezochte achtdelige voorjaarscompetitie op de Vorstengrafdonk in Oss, is het alweer bijna nodig bidonhouders te monteren. Een dubbel aantal graden op negen maart! Niet gedaan, maar mijn armstukken gaan wel na een kwartier definitief omlaag. Door mijn frequente deelname en vier top-tien klasseringen, ben ik op een lastig te verdedigen derde plaats in het klassement beland. De nummer zeven staat slechts drie punten achter mij, terwijl de nummer twee een voorsprong heeft van vijf punten. Alleen de kat uit de boom kijken lijkt me niet verstandig. Op goed geluk een kopgroep forceren evenmin. Wat dan wel? Laat ik eens attent rijden en meezitten waar mogelijk.
Zonder elites, junioren en nieuwelingen, die al ‘echte’ wedstrijden hebben, zoals bijvoorbeeld vandaag in Schijndel, is het verschil in niveau veel kleiner. Een langgerekt peloton loopt een aanval waar ik bijzit in. In een ingeving ga ik nogmaals op de pedalen staan. Nu begrijp ik eindelijk dat een peloton de grootste kans heeft definitief te breken, als eerst een sortering heeft plaatsgevonden. Meestal zit ik namelijk in het tweede gedeelte. Nu met twintig man vooruit, die er allemaal belang bij hebben om de ontstane voorsprong uit te bouwen. Met de wind opzij is het behoorlijk aanpoten op het kantje. Voor kopwerk heb ik te veel aan mijn hoofd.
Gaandeweg de koers zie ik steeds meer gelletjes en powerdrankjes langs vliegen. Is dit soms het nieuwe drinkontbijtje voor mannen? Opletten! Een kopgroep van vier heeft zich los gemaakt en zes renners zijn er afgewaaid. Een tegenstrever uit het klassement, wiens wiel ik monitor, gaat alleen op pad en ik kan niet volgen. Als een plaat in de Waddenzee komt hij er tussen te rijden. Met enig geluk sluit ik aan bij twee springende renners en met drie dichten we kop over kop de kloof. Door als derde van deze groep te finishen kan ik de onderste podiumtrap van het klassement veilig stellen. BKM training werkt, maar hoe precies is de vraag.
2 maart 2014 – Oss
Veel raakvlakken met carnaval heb ik niet, behalve dan misschien de elf. Weer een mooie zonnige voorjaarsdag in Oss met een niet tegenvallend deelnemersveld van ongeveer zestig coureurs. De zuidenwind dwars op de lange finishstraat blaast wederom een toontje mee. Met voornamelijk amateurs aan de start verwacht ik een twee uur durende koers van regelmatig hollen en stilstaan en waarom ook niet. De arme eerste aanvallers worden genadeloos terug gereden door een enkel stel benen van de rijke. Het resultaat is een lange scheurende staart. Das pech, peloton weg. Optocht gemist en het spel op de wagen.
Hoewel ik mij al neergelegd heb bij een verblijf in de huisvaderwaaier, zie ik niet alleen dat de groep voor ons eigenlijk helemaal niet hard wegrijdt en regelmatig opbolt. Daarom probeer ik solo de oversteek te maken, wat uiteraard niet lukt, maar blijkbaar wel leidt tot een snelheidsverhoging. Na een kwartier kunnen we zowaar weer aansluiten en valt het tempo ook nog eens weg. Das mazzel. Omdat ik er niet in slaag vooraan te komen, beland ik voor de tweede keer in dezelfde situatie, wanneer de snelheid weer omhoog gaat. Gaat lekker zo. Slim is anders, want achteraan op het kantje verbruik je veel meer energie.
Op het lange stuk wind mee verhoog ik staand de snelheid en wacht net zo lang totdat ik tussen mijn benen door een aanpikkend voorwiel ontwaar. Deze keer maken we in ieder geval een stuk sneller de aansluiting, kwestie van staan & gaan. Met nog vijf ronden koers rijden een kopgroep van vier en een achtervolgend trio vooruit. Uit een stilvallend peloton neemt een renner de benen en ik glip mee. Na een tweetal ronden sluit een vijftal aan en weet het vooruitgeschoven trio ook te verschalken. In de sprint met tien man voor de vijfde plaats eindig ik als zesde op plek tien.
23 februari 2014 – Oss
De laatste winterweek is aangevangen. Vanaf een maart start immers de meteorologische lente. Voor de renners en de organisatie pakt deze serie voorjaarsritten een stuk beter uit, dan die van vorig jaar, toen nauwelijks de helft doorgang kon vinden. Het weer in Nederland is nu eenmaal altijd anders. Door consequent in de laatste decade van januari de eerste rit te programmeren, nemen de organisatoren een risico, maar hebben dit jaar het gelijk aan hun zijde, zes uit zes tot nu toe.
In twee weken begint het seizoen voor de elite categorie en voor deze renners is het stilaan tijd om hun selectie af te dwingen. Met twee complete ploegen van het hoogste nationale niveau in koers, met wind van opzij, kan het niet anders dan dat het honderdkoppige peloton compleet in stukken breekt. Ik ben in ieder geval niet van plan tegen elke prijs het wiel te houden van op hol geslagen oefenprofs. Het seizoen voor de gesloten categorie amateurs begint immers pas in april. De wedstrijden zijn kort en de verschillen tussen renners klein.
Al snel beginnen gaten te vallen, die overigens nog wel te overbruggen zijn voor een amateur. Wat lastig is dat de snelheid continu hoog blijft. Een grote groep is er al afgewaaid voordat ik in een tweede plaats neem, die langzaam groeit met geloste renners uit de voorste groep. Nu zo lang mogelijk uit de greep blijven van de frontlinie. Aanvankelijk kom ik niet op kop, maar krijg op mijn falie van een junior, die dolgraag een groep verder naar voren had gereden. Begrijpelijk. Nadat we onvermijdelijk gedubbeld zijn, pik ik aan tot de laatste ronden van een aantrekkelijke koers van meer dan twee uur.
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
16 februari 2014 – Oss
Bijna voorjaar, ook in Oss. Dunne handschoenen, zonnestralen en droge bochten in de vijfde voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Ongeveer veertig coureurs staan aan de startlijn voor een wedstrijd over zeventig kilometer. De wind staat pal tegen in de finishstraat, die het wegrijden daar zeer lastig maakt. Op het tegenover gelegen lange stuk is de snelheid door dezelfde wind in de rug te hoog. Na het ontsnappen vanaf de start en latere korte escapades, kom ik tot de conclusie dat het tot de finale waarschijnlijk een gesloten koers zal blijven.
Na vijf kwartier in de frontlinie beland ik tamelijk achteraan het peloton. Een wedstrijd rijden zonder eten en drinken is niet altijd een goed idee. Door extern bij te voeren krijgt je lichaam snel nieuwe energie en heb je minder last van dode momenten. Als de koers ontploft tijdens een mobilisatiemoment vanuit eigen voorraden kun je zomaar gelost worden. De snelheid valt echter niet alleen bij mij weg, dus na tien minuten kan ik mij weer vooraan melden met hernieuwde krachten.
Een aantal renners slaagt er in om enkele ronden alleen vooruit te blijven, maar uiteindelijk vallen ze allemaal terug. In de finale krijgt een groep van ongeveer tien renners honderd meter speling. Ik ben wel mee, maar besluit mijn krachten te sparen voor de eindsprint, die met de wind op kop zal gaan gebeuren. Gelukkig blijft de snelheid hoog, zodat ik voor in het peloton de laatste ronde kan aanvangen en als eerste de laatste bocht door zeil. In een door anderen aangetrokken sprint weet ik door een goede positionering en een kleine jump de vierde plaats te bemachtigen.
Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
Vorstengrafdonk, bron: Pixelparty
9 februari 2014 – Oss
De vierde voorjaarswedstrijd in Oss brengt een loeiharde wind schuin van voren, over de lange brede finishstraat. Koud is het niet, maar het miezert zo nu en dan, zodat de bochten nat liggen met gladde putdeksels in het midden. Tijdens het inschrijven zwiept de voortent van de inschrijfcaravan vervaarlijk heen en weer. Dit belooft wat, ik train namelijk nooit onder dit soort omstandigheden. Op de Nijmeegse stuwwal staan bomen en in de polder kom ik nooit, ik fiets er alleen af en toe wedstrijden.
Het aantal inschrijvers ligt met achter in de dertig dan ook beduidend lager. Al in de eerste ronde kiest een eenzame renner het hazenpad, dwars tegen de snoeiharde wind in, een wind die je al na tweehonderd meter op kop, met de staart tussen de benen laat. Eer ik doorheb dat een plek in de waaier toch wel essentieel is en hoe je ook al weer tegen de wind in moet fietsen, zijn acht gewiekste renners vertrokken. Verkennen blijft een goed idee, maar het zou voor mij weinig verschil gemaakt hebben.
Achter de tweede waaier waar ik inzit, blijkt zich een derde gevormd te hebben, welke wij dubbelen. Naar mate de wedstrijd vordert kom ik steeds vaker op kop en merk dat op de finishstraat zeer snel wordt overgenomen. Meedraaien kost ook nog eens minder moeite, dan op het kantje. De kopgroep van acht loopt gestaag tot maximaal een halve ronde uit. Twee plekken over in de top tien. Met nog drie ronden te gaan krijg ik drie renners mee als ik tegen de wind in versnel, waarvan ik er twee alsnog weet te verrassen door de sprint vroeg aan te gaan.
2 februari 2014 – Oss
De zonnestralen door de bomen zijn weer eens wat anders dan die obligate maan. Een semi voorjaarsdag op de Vorstengrafdonk in Oss. De derde trainingskoers van het jaar trekt een groot startveld van bijna negentig renners, waarbij de meeste renners de A categorie bevolken. De bochten liggen nog wel nat, maar wat wil je anders, als het niet vriest, in de inmiddels laatste wintermaand februari. Ik start voorin, voldoende om direct bij de eerste snelle uitlooppoging aan te haken. Deze houdt naar verwachting geen stand. Een tweede aanzet van dezelfde renner tien minuten later beslist de koers. Het peloton schiet alle kanten uit. Ik slaag er niet in de slalom tussen stilstaande renners te maken. Zou dit het vandaag veelvuldig gebezigde woord afstoppen zijn?
Het peloton van nog maar twintig renners renners loopt snel uit op de club afstoppers en afstappers. Zouden we gedubbeld gaan worden? Ik besluit om in ieder geval een poging te maken om over te steken, alhoewel dit met de aanwezige wind vooral erg lastig is. Uit mijn wiel neemt de driekleur bij de amateurs het stokje over en trapt een heel eind de goede richting uit, maar zelfs hij weet het gat niet te dichten. Koers gedaan binnen een kwartier. Later probeert hij het nog eens, tevergeefs. Wanneer er toch gang komt in de achtervolging stokt de voorsprong van het peloton op een halve ronde. Tijdens de finale voor plek vijftien steek ik over naar twee uitlopers krijg een renner mee, zodat we gevieren honderd meter vooruit komen te rijden. Echt veel bijdragen lukt me niet, maar ik kan wel in de laatste ronde de afstand consolideren. Achttiende plaats.
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
Vorstengrafdonk, bron: Wielerpunt
26 januari 2014 – Oss
Wel sneeuw, maar niet in Oss. Ongeveer vijftig renners aan de start van de tweede voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Stond de wind vorige week mee op de aankomstlijn, vandaag pal tegen. De temperatuur is prima en het is droog. Niet onaangenaam voor de tijd van het jaar. Het niveau van het deelnemersveld heeft ook weer normale proporties aangenomen. Dit betekent wel dat zomaar wegrijden een stuk minder eenvoudig zal zijn. Niemand lijkt al goed genoeg om de licentiegenoten echt pijn te doen. Komt nog wel.
Wanneer de eerste ontsnapping van de dag zich aandient, besluit ik mee te schuiven, maar zuinig met mijn krachten om te springen. Zo volgen er meer. Traditiegetrouw is een Cuijks blok en een grote delegatie uit Schijndel present. In tegenstelling tot deze mannen is mijn kansverdeling in ontsnappingen er een zonder terugleggen. Behalve tien renners in de finale, houdt geen enkele meer dan een ronde stand. In de massasprint, die mooi strak wordt aangetrokken, weet ik, bewust vol in de wind, de achtste plaats te bemachtigen. Veel hollen en stilstaan, maar weinig vuurwerk. Hoort erbij.
19 januari 2014 – Oss
Geen sneeuw?! Dat is wel eens anders geweest. Heel warm is het niet, maar wel droog met natuurlijk wind op de Vorstengrafdonk. Vrij logisch op een hoger gelegen stuk grond in het verder vlakke terrein van het Maasdal. Tweeënzeventig renners aan de start voor de eerste trainingskoers van het jaar in deze regio. Normaal betekent een uur en een kwartier ongeveer vijftig kilometer trappen, vandaag dus ook. Wist niet dat er wildcards uitgedeeld werden door de organisatie. Van rivierduin in de vlakte naar continentaal plat, ploegen met je neus op het stuur. Een schier oneindig blik blauw op straat.
Een voor een poefen ze weg. Al in de eerste ronden vindt voor mij een bijna, en achter mij een werkelijke valpartij plaats, waardoor het peloton nog meer op een lint komt. Ik verzuim de wind op te zoeken en aansluiting te vinden, zodat ik al vrij snel gescheiden wordt van de voorste helft van het peloton, waaruit later een kopgroep van ongeveer tien man in de dezelfde shirtjes de benen neemt. De afstand met de voorste achtervolgende groep loopt langzaam op, maar de samenwerking is goed. Hier kan ik in ieder geval een deel van het kopwerk voor mijn rekening nemen en kom langzaam in de wedstrijd.
Na drie kwartier komen de koplopers alweer achterop, rijden even rustig en draaien vervolgens het gas open. De kopgroep valt hierbij in twee stukken. Met een sprong bereik ik alleen het tweede deel en weet er op mijn elf en vijfenvijftigste aan te blijven plakken. Kan ik gelijk aan mijn straftraining beginnen, hoef ik dat straks niet meer te doen. Het tempo ligt natuurlijk hoger dan ik gewend ben, maar het rendeert wel. Voor het einde van de wedstrijd kom ik zo bij de eerste fors uitgedunde achtervolgende groep en dubbel ik de tweede, waar ik eerst in zat. Om een hele koers aan te pikken ligt het tempo toch wat vroeg te hoog.
Derde trainingswedstrijd van het jaar. Van de eerste zes hebben er twee doorgang kunnen vinden in verband met de schrikkelwinter. Op honderd meter hoogte liggen nog sneeuwresten en de temperatuur op de derde lentedag ligt vlak boven het vriespunt. Beneden in Oss is het met vier graden gelukkig iets aangenamer. De motregen zal na twee uur wel voor verkleuming zorgen. Ben blij dat ik niet aan de bak hoef in een klassieker, vriest zo een stuk van je oog eraf.
Tijd voor 80 kilometer koers, twee uur fietsen. Het eerste uur rijd ik achteraan het peloton. Het koersbeeld is er een van vluchtpoging en een snelle ontmanteling daarvan. Drie man rijden licht vooruit als ik mij naar voren wurm en aan kop beland. Na een snelheidsverhogende kopbeurt laat ik mij naar achteren zakken, vertrouwend dat de drie uitlopers ook deze keer bijgehaald worden. Op een of andere manier loopt het heel anders af. Het peloton breekt op voor mij onverklaarbare wijze in twee stukken.
Met de beste vijftien renners vooraan en vijftig gelosten, die hun dag niet hebben, erachter, is de koers gelopen. Allemaal in dertig seconden beslist. Ja, ik zat op het goede moment vooraan, maar ik ging vooral op het verkeerde moment naar achteren. Terecht gelost, beter opletten. Gelukkig kent het trainingsmodel van Belvedere geen straftraining. Ga mezelf na de koers wel tijdelijk op de bank zetten. De betere amateurs en sportklassers hebben snel 600 meter voorsprong. Zouden we gedubbeld gaan worden?
Hoewel de bus driemaal zo groot is als het peloton, wordt het gat nooit kleiner dan 250 meter. Vooraan rijden meer renners op kop en de renners hebben, in ieder geval vandaag, ook een hoger niveau. Op twee ronden voor het eind spring ik met twee renners mee om de troostsprint te ontwijken, maar op 300 meter voor de finish word ik gegrepen. Het had dus gekund. Afstand: 80 km (zonder bijvoeren), gemiddelde: 40,9 km/u en maximum: 55,7 km/u. Trainingsomvang 13 BEL.
Duidelijk na drie wedstrijden is dat een zelfstandige trainingsomvang van 12 BEL een minimumvoorwaarde is om af te reizen naar een koers. 18 BEL is prima en 24 BEL is veel. De doorsnee trainingstemperatuur van de laatste 2 maanden bedraagt 0,5 graad. Met voorzichtige bochten krijgen trainingen een lagere intensiteit (BELP). Ook heeft de koude een effect op de haalbare trainingsomvang. Desondanks lijkt het een praktische manier om duur- en intervaltraining te combineren. Wordt vervolgd.
17 februari 2013 – Oss
Vorige week een wintergril met ijs op het parcours op de Vorstengrafdonk. Nu niet. De thermometer geeft met drie graden op een meter hoogte hetzelfde weer als twee weken geleden tijdens de eerste en tot vandaag de enige, trainingswedtrijd. De wind is minder sterk en andersom. Mee in de finishstraat en tegen op het stuk met de chicanes, waar ik tijdens het inrijden zand zie liggen.
Ik start vooraan en spring direct mee met de eerste uitlooppoging van de dag. Enkele ronden los met vier man. Met een uur en drie kwartier in het vooruitzicht en een groot peloton, vermoed ik dat deze vroege vlucht geen stand gaat houden, maar je weet het nooit. Het kan ook een opmaat zijn voor een nieuwe. De initiator heeft er al een etappekoers in Zuid Amerika opzitten en dat is te merken. Jammer genoeg reed hij daarna lek.
De tweede keer in drie maanden tijd op mijn wedstrijdfiets blijft even wennen. Op de heenweg zag ik overal sneeuwresten, dus de grondtemperatuur is lokaal rond het vriespunt. Er wordt netjes gereden, maar ik pak de laatste positie. Na een tijdje rijd ik weer naar voren en kom na overnemen op een of andere manier tegen de wind in los van het peloton met een aantal anderen. Dit gat wordt overigens snel gedicht.
Af en toe rijdt een groepje aan de voorkant weg in achtervolging op een drietal koplopers, die al vrij snel uit het zicht bleven. In achtervolging op de achtervolgers, ontstaat tijdens het staand op de pedalen met wind mee over de finishstrook ook een gat een aantal plaatsen achter mij. Weer een korte periode los, maar het peloton lost ook dit op. Dan maar even drinken achterin, waar ik grotendeels rijd.
Op zeven ronden van het eind gaat het tempo omhoog. De sprinters worden in stelling gebracht voor plaats vier. Ik ga in ieder geval proberen vooraan te komen. Dit lukt vanaf de laatste positie, door de wind langs het peloton. Als drie renners een slotaanval plaatsen, speel ik een halve finaleronde locomotief, zodat het complete peloton aan de sprint kan beginnen, waarna ik mij laat uitzakken. Te kleine trainingsomvang (7 en 8 BEL) de afgelopen weken.
Afstand: 74 km, gemiddelde 40,4 km/u en max: 56,5 km/u. Trainingsomvang 7 BEL.
3 februari 2013 – Oss
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de winters kouder geworden en de seizoenen grilliger. Gelukkig ligt het 2400 meter lange industrieparcours van de traditionele Osse trainingsritten op een donk. Van onderlopen, zoals op het WK cyclocross in Louisville, is hier geen sprake. Dat je op een verhoging in het landschap rijdt kun je overigens goed merken aan de meestal aanwezige wind. Deze keer pal tegen op het lange stuk naar de finishlijn. De thermometer geeft slechts enkele graden boven nul aan, maar het is prachtig koersweer.
Aan de start staan 55 coureurs klaar voor de eerste trainingswedstrijd in deze regio. De lengte van de koers zal 60 kilometer bedragen, ongeveer anderhalf uur dus. Zelf ben ik erg benieuwd hoe de switch naar een andere wintertraining heeft uitgepakt. In 2010 en 2011 overwinterde ik in het zwembad. Dit jaar niet. Wat dan wel? Door later te stoppen (Nedereindseberg) en eerder te beginnen (Oss) heb ik de rustperiode verkort. In de tussentijd heb ik mijn conditie op peil gehouden met onbewezen lantaarntrainingen in de Nijmeegse heuvels.
Met een schema van idealiter 5 x 25 minuten en 5 x 50 minuten heb ik bijna een kwart jaar geen sportinspanning van anderhalf uur gedaan. Hoe erg is dit? De gedachte is om in de overgangsperiode het verlies aan explosiviteit en weerstand zoveel mogelijk te beperken, terwijl de trainingsomvang toch afneemt. Duur is waardevol, maar kostbaar. Daarnaast is het zo dat ik niet train voor klassiekers of cyclo’s, maar voor wedstrijden tot 80 kilometer. Vandaag is het tijd om te kijken of deze benadering eigenlijk wel werkt.
Starten maar, ok daar gaan we dan. Na drie maanden niet meer op mijn geklikte wedstrijdfiets te hebben gereden, lijkt het mij raadzaam achteraan te beginnen. Hier kan ik mooi de ruimte nemen in de bochten. Een vorstwissel zit in een klein hoekje. De staat van het parcours is overigens perfect. Onder mijn helm heb ik voor het eerst een wielerpetje, waarvan de klep de laagstaande zon afschermt en de koude wind van mijn voorhoofd weghoudt. De eerste ronden zijn lastig, maar dat komt door het motto: Ik rij, suikervrij.
De eerste reden is van tactische aard. Zonder bijvoeren ga je minder snel over je grenzen, je stopt vanzelf. De strategische reden is echter doorslaggevend. Ik wil weten of, en hoe de Belvedere trainingen werken, niet hoe je je prestatie kunt verhogen met de juiste flesvoeding. De focus ligt op wat je vooraf kunt doen door middel van trainingsarbeid met behulp van klimweerstand. Na twintig minuten reed ik langs het peloton naar voren om deel te nemen aan de schermutselingen. De kopgroep was eerder al vertrokken.
Het lastigste stuk bleek de laatste korte zijde van het parcours, waar de wind dwars stond. Af en toe kon een voorgaande renner daar niet mee, waardoor ik als een speer de ontstane gaten moest stoppen om niet gelost te worden. Op de rechte strook naar de finish viel het daarna veelal stil, zodat aansluiten geen probleem werd. Wel tijd om weer eens naar voren te komen. Vanuit de kop van het peloton sprong ik vrij vaak mee met uitlooppogingen tegen de wind in. De keer dat ik dit niet deed reden naast de kopgroep nog eens drie man weg.
Deel uitmaken van zo’n groepje zag ik eigenlijk niet zitten. Dat is heel wat anders dan frequent kort meespringen, of een gat dichten. Eerst maar eens een wedstrijd uitrijden. De wintervoorbereiding was immers nog onbewezen. Op enkele ronden voor het einde kon ik met een jump tegen de wind in aan te haken bij een viertal slotaanvallers. Alleen op het stuk wind mee heb ik een keer kunnen overnemen. We bleven weg, maar een eindsprint heb ik nog niet getraind, 12e plaats. Gem: 38,5 km/u, max: 53,6 km/u. Trainingsomvang: 19 BEL.
Mooi weer, in het begin nog koud, dat wel. De laatste trainingswedstrijd voor de opening volgende week in Rijsbergen Oekel. Voor mij pas de derde koers, maar dat zal voor meerderen gelden. Trainen met min 20 is nu eenmaal niet zo rendabel. Behalve in het zwembad, om ook de bovenbouw tot activiteit te dwingen. Met de aankomende omloop in aantocht was het vandaag zaak de wind op te zoeken. Van de week zowel KBNSL Prins Interval als de KBNSL LoperKoning samen met Bram gereden. Eens kijken of dat een verhoogd koppel oplevert.
Aan de start een stuk of 50 renners, allemaal netjes ingeschreven door het raampje van de caravan bij de streep. Zelf had ik nummer 13, andersom opspelden, toch maar wel, je weet maar nooit. Het Klimbijnijmegen.com snelpak is binnen en hangt in de kast. Het grootste deel van de wedstrijd slaag ik er in me bij de eerste 15 van het peloton te handhaven. De breukjes die ontstaan rijd ik vrij snel dicht en doe af en toe een kopbeurt. Na vijf kwartier scheiden 3 renners zich definitief af van het peloton.
De achtervolging verloopt georganiseerd. Hierbij draai ik rond met een coureur of tien. Wel even wennen dat je blijkbaar naar links moet als je van kop afkomt. Het wiel houden ging ook nog niet altijd even strak. De wedstrijd-souplesse is nog niet aanwezig. Had ik ook niet verwacht. De koplopers blijven in zicht, echter onbereikbaar. Het peloton maakte zich bij het inrijden van de laatste twee ronden op voor de sprint.
Op anderhalve ronde van het eind springt een renner weg. Zo moet dat dus, dan ga ik ook maar, ben wel heel benieuwd wanneer ik crash en stilval. Omkijken, weinig reactie, doortrappen misschien blijf ik wel uit de grijpgrage klauwen. Het is immers niet voor een podiumplaats. Op het stuk wind mee nog even vaart gemaakt op 55×12. Op het stuk wind tegen naar de finish bijgehaald door een medespringer, in het wiel. Ik beloofde er niet overheen te komen op de finish….het laatste stuk toch wel weer voorop gereden. 5e in de uitslag.
De gemiddelde snelheid na 85 kilometer (+2 uur) wedstrijd lag op 41,0 km/u, de maximumsnelheid op 53,5 km/h. Door de uitval in de laatste 2 ronden het peloton voorgebleven. Invloed gehad op het koersverloop en de finale gereden. Zeer tevreden. Vooral door de omzetting in tactiek: van sprinten naar uitvallen. Ik beschouw sprinten voortaan als laatste redmiddel, dan als doel an sich. In de finale althans, niet bij de tussenspurts met minder mededingers.
Mijn eerste wedstrijd van 2012 is de 6e trainingsrit Oss op industrieterein de Vorstengrafdonk. Normaal begin ik half februari aan het seizoen, maar de eerste trainingswedstrijd van de BWF werd afgelast door strenge vorst, de tweede door plotselinge hagelbuien. De duur van de wedstrijden bij de BWF is eerst 1 uur, later uitgebreid naar 1,5 uur. Zo niet in Oss: 1 uur, drie kwartier en 5 ronden van 2,4 km.
Inschrijven bij de caravan met mijn BWF Amateur A licentie was geen probleem, kosten 3 euro. De temperatuur valt met 8 graden behoorlijk mee. Snelpak, beenstukken, dikke overschoenen en een dik hardloopshirt. De planning was om maximaal 50 km mee te peddelen en vooral niet op kop te komen. Zeker gezien het mogelijke deelnemersveld met renners die niet opgesteld zijn in de klassiekers. Brr….
Dat laatste valt gelukkig mee, de meeste aanwezige renners rijden in de Sportklasse of bij de Amateurs. De startronde verloopt rustig. Op 2 oktober 2011 heb ik mijn laatste wielrenwedstrijd gereden, op 20 november 2011 met de Zevenheuvelenloop mijn laatste hardloopwedstrijd. Wel een PR. De winter ben in doorgekomen in het zwembad, 3x per week en op de heen en weer fiets, ja ook met min 20.
De wedstrijd heb ik toch stiekem uitgereden, 2 uur 75 km, bij de massasprint voor de vierde plaats dacht ik een gaatje gevonden te hebben, maar de weg werd ineens minder breed, de berm ingesprongen. Tja, voor dit soort fouten zijn juist deze wedstrijden. Af en toe een kopbeurt gedaan, een paar keer kansloos vooruit gereden tussen de kopgroep en het peloton, ook dom, wel nuttig. Eigenlijk voelde het heel natuurlijk. Tot op 250 meter van de streep meegedaan. De finale dus gereden…..een van de doelstellingen van 2012. Zeer tevreden.