Ammerzoden of Ammerooi lag vroeger ten zuiden van de Maas in Brabant. Door een verlegging van het rivierbed is het kasteeldorp heden ten dage gelegen in de overwegend protestantse Bommelerwaard, maar heeft haar katholieke signatuur behouden. Door het centrum is door de organisatie een historisch traject van 1200 meter met daarin zes bochten afgezet. Net als in Rossum is de ronde prachtig vrij van verkeersobstakels en elke paal is voorzien van autobanden. Een kleine dertig coureurs staan aan de startlijn, klaar voor zestig kilometer koers. De Brabantse Wieler Federatie komt naar je toe deze zomer!
Het startschot klinkt onder een dreigende hemel, maar ook deze koersdag geldt: blaffende wolken bijten niet. Met in mijn achterhoofd dat het parcours smal en klinkerrijk is, heb ik mijn banden slechts opgepompt tot 7,5 bar. Vrij snel ontkoppelen zich drie bochtenwonders van het peloton. Vanuit achteruit zie ik ook snel uitvallers, welke ik kan passeren. Met driehonderd bochten voor de boeg, ben ik benieuwd hoe lang ik er zelf aan kan blijven hangen. Gelukkig is het niet warm. Als zeven achtervolgers een gat van tweehonderd meter slaan is de koers voor mij gedaan. Niet voldoende wendbaar.
Normaal kies ik niet voor centrumcriteriums, maar deze spreekt me wel aan. De bochtensnelheid in de achtergebleven groep is voor mij goed te doen. Op twee-derde van de koers komen de drie koplopers al weer achterop zeilen. In het begin kunnen we aansluiten, maar later wordt de gedubbelde groep door de jury op honderd meter gedirigeerd. Op vijf ronden voor het eind is het tijd om af te sprinten. Met nog vier bochten te gaan wringt een wel erg gretige medeachterblijver me de goot in, maar toch haal ik in de eindsprint met 63,5 km/u een 13e plaats en 41,0 km/u gemiddeld.
Vijf kilometer ten oosten van Zaltbommel ligt aan de Waal het rustieke dijkdorp Rossum, vandaag het decor voor de herboren ronde. Het obstakelvrije parcours beslaat 1800 meter lengte. Over de smalle rug van de hoge Waaldijk fiets je 800 meter over winderig asfalt. Na twee kort opeenvolgende bochten op de kopse kant, fiets je onderlangs parallel aan de oeverbescherming over ruim opgezette strakke klinkerwegen terug naar de dijkwoningen. Door de haakse publieksbocht kom je weer op de netjes afgezette finishstraat op de waterkering. Onder een dreigende hemel staat een mooi deelnemersveld van bijna vijftig coureurs klaar om afgeschoten te worden voor een koers van zestig kilometer, gevolgd door een zogenaamde pasta party.
Omdat opstellen voor het terras van de Gouden Molen volgens het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ gebeurt, kan ik van kop af de eerste ronde aanvangen. Na 1500 meter word ik overgenomen en draai rustig de dijk op langs de finish om de koers van een andere kant te bekijken. De klinkers blijken goed berijdbaar en de bochten goed te doen. Het zwaarste deel ligt op het tweede stuk van de dijk. Hier staat de wind links in de zij en door de smalle weg is er weinig ruimte om te schuilen. Gezien ik al mijn trainingen op de Nijmeegse stuwwal afwerk, kom ik zelden tot nooit in de polder. Het duurt dus even voordat ik het weerstandprofiel doorheb en zo licht mogelijk schakel, om windvariaties veroorzaakt door de slingering op te vangen met beentempo.
Tijdens de schermutselingen om een kopgroep te vormen ligt het tempo onveranderd hoog. Toch slagen vijf man er vrij snel in twintig seconden voorsprong te nemen en later sluit nog een zesde renner aan. Bij de voorgaande categorie zag ik een uiteengeslagen peloton en dat is voor mij ook het verwachte scenario voor deze koers. In de staart ontstaan wel regelmatig kleine breuken, maar omdat ik deze vrij gemakkelijk kan repareren, verkies ik de achterbank boven het gefriemel. Wel zo luxe. Dat ik dan wat harder op moet trekken na de bochten neem ik voor lief. Mocht het peloton onverhoopt in stukken breken dan kan ik altijd nog de oversteek wagen. Vooralsnog ziet het daar niet naar uit en de koplopers handhaven hun voorsprong van bijna een halve minuut.
Op het moment dat de koers in een rustiger vaarwater komt, schuif ik op de dijk onder een donkere hemel door de wind naar voren, om met een bliksemactie een deel van de voorsprong terug te nemen, voordat de koplopers kunnen versnellen. Door de opvolgende gang komt het peloton tot op tien seconden, maar de kopgroep is niet gek, zet aan en de controleurs nemen weer over. Coup mislukt, te weinig draagvlak, ook prima. In de finale spring ik daarom mee met uitlooppogingen en rijd ook nog een tijdje alleen voor het peloton uit, waarna ik mij opmaak voor de wringsprint naar de haakse publieksbocht. Deze kom ik heelhuids door om als 26e te finishen. Het gemiddelde bedraagt ondanks de wind 42,0 km/u en de trainingsomvang afgelopen week 12 BEL.
Buurtschap Raamberg, onderdeel van de gemeente Zundert, is op 5 mei 2013 gastheer van de BWF kampioenschappen. Voor dit doel heeft de organisatie een slingerende, drie kilometer lange, prachtige omloop uitgetekend, met een bolle grindklinkerstrook van 250 meter lengte. In het belendende weiland is een volumineuze feesttent opgericht. Ook een toiletwagen is aanwezig, waar ik mijn Klim Bij Nijmegen snelpak kan aantrekken. De temperatuur is inmiddels flink opgelopen onder een strak blauwe lucht en de al maanden aanwezige voorjaarswind is eindelijk ergens anders gaan waaien. De aankomststrook is net als de rest van het parcours relatief smal. Alle bochten zijn vrij krap, maar de hele ronde is ouderwets obstakelvrij, top!
Volgens een van 31 gereedstaande coureurs rijd ik met een 56T voorblad. Zou er stiekem een bonustand aangegroeid zijn? Straks even goed natellen. Mijn isolatietape stuur krijgt ook aandacht. De gekleurde Schijf Van Witteroos op mijn rug blijft dit keer buiten schot. Afgelopen dinsdag hoorde ik nog op Papendal: “He, de schijf van vijf, maar dan met vier”. De kleuren staan wat mij betreft voor de verdeling van heuvels op de Nijmeegse stuwwal in de verhouding 1:2:3:4. Ik start met een stuk op kop, voordat ik mij af laat zakken. Ik verwacht een razendsnelle koers, waar je in een oogwenk gelost kunt worden als je even niet oplet, of plafonneert. Vanuit de staart zie ik de nationale WFN driekleur zich ook deze dag proberen te bevrijden uit de greep van het sterk bezette peloton.
Ik kijk na een half uur op mijn teller en zie dat mijn verwachting uitkomt. De gemiddelde snelheid tot nu toe bedraagt bijna 43,5 km/u. Gezien het aantal bochten vind ik dit knap hoog. Net als ik naar voren schuif op het slingerende stuk naar de finish, slaan vijf coureurs ontketend een gat van 250 meter en trekken door. Omdat ik weet dat de koers erachter op slot zal gaan, probeer ik op goed geluk de jump te maken. Snel rijd ik naar een andere oversteker, die al halverwege is. Terwijl ik extra gas geef, heeft hij er juist genoeg van. Zo kom ik, net als afgelopen dinsdag, domweg alleen tussen de kopgroep en het peloton terecht. Gegokt, verloren en klaar voor vandaag. Behalve voor de kopgroep van vijf en vijf overstekers, waarvan drie het halen, koerst de rest nu voor spek en bonen. Twee blauwe mannen zijn voldoende om het peloton lam te leggen.
Als blijkt dat ik het resterende tempo goed verteer, begeef ik me naar voren om te zien wat ik bij kan dragen in de achtervolging. Na een kopbeurt neemt een van de twee controleurs over om het tempo weer te drukken. Later probeer ik dus in mijn eentje te versnellen als vooruitgeschoven lokaas. Een van de buschauffeurs laat dan een gat vallen. Het helpt iets, maar niet veel. Pas als in de finale de winnaar van de ronde van Terheijden aan het peloton rammelt, begint de voorsprong van de gesplitste kopgroep echt terug te lopen. Het gat is nu in theorie overbrugbaar. De hele laatste omloop posteer ik mij vooraan om toch druk te houden. Er kan namelijk altijd iets onverwachts gebeuren. Volgens verwachting word ik in de laatste bocht gesneden en verlies te veel snelheid om voor de troostprijzen te sprinten.
In de laatste decade van april staat traditioneel de Ronde van Terheijden op het BWF programma. Dit is een 2,3 kilometer lange semi-omloop met de ‘beruchte’ overhaakse visvijverbocht, waarna een lang recht stuk op de kant langs de finishlijn volgt, dat bekend staat als zwaar. Na de aankomst volgt een wel lopende bocht, maar daarna doemen een krappe haakse en een drempelchicane op voor je de aflopende grindklinkers onder het viaduct door betreedt. Aan het eind van deze strook draai je met negentig graden een smalle rechte polderweg op voor je weer bij de hoek aanbelandt die de winnaar bij de 50- vandaag een gebroken spaak en een fikse kras op zijn frame kostte.
Aan de start staan twee dozijn vertrekkers klaar voor de koers die als een stadscriterium begint en als een polderomloop eindigt. Uitremmen en aanzetten na elke bocht onder een spervuur van mini-demarrages. Achterin gestart heb ik in het bescheiden, maar hoogwaardige peloton, relatief weinig last van het harmonica effect. Er staat ook niet zo veel wind. Bij het dichtrijden van ontsnappingen bedraagt de snelheid regelmatig meer dan 50 km/u. Omdat ik bij de amateurs rijd valt het, wanneer de kopgroep gegrepen is, meestal wel even stil. Na de snelheidsverhoging van de eerste premiesprint goed verteerd te hebben, sprint ik later bij de tweede premieronde bij de eerste vijf.
Bij de derde premie, op het koppelpunt van criterium naar omloop, spring ik mee in een achtervolging en trek na de visvijverbocht hard op. Alleen arriveer ik even later bij de drie koplopers, die nog harder door beginnen te trappen. Hierdoor lopen we een behoorlijk stuk uit. Het lijkt op de beslissende slag. Een voor een beginnen echter renners over te steken en na verloop van tijd weten de meesten aan te sluiten. De rest is gezien. Vanaf nu blijft de snelheid hoog tot aan de finale waar ik geen uitval durf te plaatsen, maar kies te sprinten met een achtste plaats als resultaat. De klimkracht deze week bedraagt 20 BEL, bestaande uit Simpelweg (4x), Slingerweg en Kortweg. Gem 40,7, Max 58,3 km/u.
Omwille van de logistiek rijd ik deze zaterdag de doorlopende zomercompetitie op de Nedereindseberg, prima toegankelijk met een KNWU ledenkaart, WFN of NTB licentie. De ingehaalde BWF wedstrijd Rijsbergen Oekel op zondag komt daarmee voor mij te vervallen. Geen handschoenen, muts en overschoenen, wel been- en armstukken. Hoe hoger de temperatuur, des te harder krimpt de was. Veertien graden, veel wind en elke ronde een klim van achttien meter hoog.
De A en B categorie starten tegelijk met een neutrale ronde. In de tweede omloop snijd ik de Nedereindse kunstheuvel als eerste aan en trek door, met als gevolg dat we al vroeg in de wedstrijd met drie man aan de slag kunnen. Gezien de grotere trainingsomvang van afgelopen week (22 BEL) iets om te proberen. Een lid van de kopgroep kan enkel aanpikken, de andere gaat snoeihard en ik zit er zo’n beetje tussenin. Gelukkig haalt de vluchtkapitein nog een overstekende ploeggenoot op en sluit weer aan bij de kop.
Met vier man lopen we steeds verder uit op het peloton. Af en toe sla ik een beurt over, die wordt opgevuld door de aanpikker. De vluchtkapitein en zijn ploeggenoot doen het meeste werk. Soms ontstaat er een breuk in het kwartet, maar al vrij snel zijn we helemaal uit zicht. In de finale kom ik erachter dat alle drie mijn vluchtgenoten tot dezelfde vereniging behoren. Ze gaan om en om aan. De eerste aanvallen kan ik nog pareren, maar uiteindelijk kom ik geroosterd als vierde over de finish.
Omdat het zondag mooi weer belooft te worden, trek ik nogmaals naar de Nedereindseberg. De wegen zijn echter nat en het parcours ook?! Mhm, Ik heb vandaag toch echt alleen een snelpak bij me. Net als gisteren vertrekken we met een peloton van ongeveer 25 man en dezelfde renner formeert snel een kopgroep van vijf, waar ik bij zit. Nu zit ik niet met drie, maar met vier van dezelfde kleur. Daarom besluit ik schrikkelkopbeurten te doen om nog wat jus te hebben voor de barbecue van straks.
De vluchtkapitein blijft aandringen en rijdt twee vluchters eraf, waarna hij helaas zelf ook verdwijnt met een lekke band? Hierdoor komen we als duo voorop te de rijden. Mijn vluchtgenoot zegt dat we gewoon moeten doortrappen, want misschien valt het achter ons wel uit elkaar. Goed samenwerkend blijven we inderdaad alsnog vooruit en kunnen gaan sprinten voor de overwinning. In de laatste bocht zet ik als eerste aan, haal 60,7 km/u en word overlopen. Wel een tweede plaats. BEL-training blijkt krachtduurtraining.
De eerste contouren van de verschillen in trainingsroutes beginnen zich langzaam af te tekenen. De twee afgelopen jaren reed ik met trainingsmaat Bram namelijk vaak de specifieke sprinttraining Prins Interval: veel korte steile hellingen van 100 tot 300 meter lengte. Op bijna elke helling werd er wel een sprintje uitgeperst, gevolgd door een rustpauze. Door de langere hellingen van de generieke BEL-routes is de inspanning dit jaar meer continu. Het effect op het sprintvermogen is in onderzoek.
Naast de gewijzigde trainingsroutes zijn er nog andere verschillen in vergelijking met de afgelopen twee jaar. Mijn ‘ergo’ stuur heb ik bijvoorbeeld vervangen door een ‘compact’ stuur, wat minder geschikt is om te sprinten. De sprint zelf rijd ik in de kopgroep i.p.v. het peloton en tijdens de wedstrijd gebruik ik geen suikers meer, enkel water. Waar ik eerst van november tot maart samen met Bram aan zwemtraining deed, reed ik deze winter buiten rond. Het prestatievermogen lijkt nu gelijkmatiger te zijn geworden.
Andere omstandigheden vandaag, althans later op de dag. Voor het middaguur slaat de thermometer op de 90 meter hoge Langenberg, die Nijmegen van Groesbeek scheidt, niet verder uit dan 1,3 graden. In het diepe Hoenderdal is het mistig, op de top zonnig. Aangekomen op het BWF thuisparcours op het Moleneinde schijnt de zon nog steeds, houdt de wind zich koest en vriezen je vingers voor het eerst dit jaar zonder handschoenen niet aan je stuur vast. Aan de start vormen 40 coureurs van de WFN bonden BWF en TMZ een mooi peloton.
Sinds het verleggen van het Moleneinde parcours betekent 50 kilometer wedstrijd 200 keer de bocht door, om de 22 seconden dus. Vooraan gestart kan ik vast gaan oefenen. Ik heb hier anderhalf jaar niet meer gereden. Aan kop merk ik dat de wind toch redelijk tegen staat op de lange finishstrook, het enige stuk waar je snelheid kunt maken. Nadat ik ben overgenomen valt het tot halfkoers niet meer stil. Eigenlijk hetzelfde verloop als vorige week in Zundert, alleen dan zonder rode aardbeien en poedersneeuw.
Ondanks frequente aanvallen komt geen renner weg. Qua tactiek vallen in het peloton nauwelijks expres gaten om daarna te dichten. Iedereen fietst keurig achter elkaar aan zonder grote tempoverschillen. Het gaat gewoon de hele tijd hard, nivellering? Wel zo democratisch! Op acht ronden van het eind weet ik er toch tussenuit de piepen en hoor een familienaam uit de speaker schallen, waarop ik omkijk. De renner die er met mij mee vanonder gemuisd is stelt dat ik de verkeerde achter me heb?!
Na toch nog even in de aanval te zijn geweest worden we bijgehaald. Een laatste poging doe ik op drie ronden van het eind, maar met het ingaan van de slotronde kan het peloton zich wederom gaan opmaken voor een massasprint. Ook deze keer met stevige finalezwabber, waarbij renners de stoep op moeten springen. De gemiddelde snelheid over 50 kilometer bedraagt 42,0 km/u met een maximum van 61,7 km/u. De trainingsomvang is uitgekomen op 16 BEL, 3 x Simpelweg en 2 x Slingerweg.
De sneeuw valt deze zondag niet op de heidegronden van de gemeente Zundert. Eerste Paasdag brengt een betere gevoelstemperatuur, dan vorige week. Het is vier graden, droog en er staat een stevige bries. Bij de BWF is de samenvoeging van de amateurs en trimmers dit jaar herzien door tien open wedstrijden voor WFN amateurs op de kalender te zetten. Als je het niet probeert, kom je er ook niet achter. Rijsbergen wordt ingehaald, dus de openingskoers is vandaag op de 5,2 kilometer lange vierkante omloop van Zundert.
Na het ophalen van mijn BWF licentie bij de inschrijving kan ik terecht in de luxe kleedkamer van het lokale fitnesscentrum. Brengt toch iets extra’s. Bij het opstellen kies ik een plek in de achterhoede. De koers gaat niet bijzonder hard van start, dus blijkt het goed toeven aan de staart. Het peloton beslaat meestal de hele breedte van de weg, daarom houd ik voor de veiligheid een marge van drie meter aan. Hierdoor kan ik een valpartij ontwijken en op volle snelheid de aansluiting veilig stellen.
Omdat ik koude voeten begin te krijgen, jakker ik langs het nog complete peloton naar voren om een uitlooppoging te wagen. Men reageert op alles wat wegrijdt, maar ik mis ook de benodigde power. Weer invoegen gaat goed, maar laat me toch weer naar de staart zakken. Nadat het zonnetje de miezersneeuw heeft verdreven, waag ik nogmaals een poging samen met twee andere renners, waaronder de huidige WFN kampioen, die zegt dat het niet zo mag zijn. Hij doet daarna nog ontelbare pogingen.
De echte oorzaak is naar mijn mening dat alle demarrages te opzichtig zijn. De scherpte en slimheid lijken nog te ontbreken. Tel je daar de rechte lange parcourslijnen bij op, dan is het niet onlogisch dat het peloton tot de finale bijeen blijft. Voor een openingskoers vind ik dit scenario echter prima. Niet dat het minder hard gaat. Zelf kan ik nog een ontsnapping neutraliseren vanaf de kop van het peloton. Pas in de laatste tien kilometer nemen drie coureurs enige afstand.
In de laatste ronde passeer ik het peloton buitenom om zelf een slotaanval te plaatsen. Langs de finish, bocht door en aanzetten. Hierbij kom ik wel los en reken een renner van de kopgroep in. De teller krijg ik echter niet boven de 43, wind tegen dat wel, maar toch te zacht. In de massasprint zorg ik voor de laatste binnenbocht en eindig vlak buiten de gevarenzone als 22e van de 55 starters. De gemiddelde snelheid bedraagt 42,3 km/u met een maximum van 59,6 km/u. Trainingsomvang 5 x Simpelweg (13 BEL).
Hoewel er de afgelopen week sneeuw en ijs viel en lag, heb ik toch kunnen trainen. En ook al was de gemiddelde trainingstemperatuur een halve graad onder nul, heb ik met extra slaap, eten en minder lucht in de banden, vijf keer de lichtste Belverdere training “Simpelweg” volbracht, 13 BEL. Voldoende om af te reizen naar een wedstrijd. Voor het eerst dit jaar is het droog en warmer dan vijf graden op een koersdag, maar aanpassen aan omstandigheden hoort bij buitensport.
In de maand maart organiseert TWC Olympia op het voormalige 800 meter racecircuit ‘de Berckt’ elke zaterdag in Baarlo om 14.00 uur een trainingswedstrijd over een uur en tien ronden, ongeveer vijftig kilometer. Aan de start staan vijftig tot zestig renners uit Nederland en Duitsland. Een krachtige bries staat schuin tegen op de strook langs de finish. Ikzelf ben erg benieuwd hoe het wedstrijdverloop zal zijn.
Direct in de eerste ronden kom ik voorop met een paar renners, we worden bijgehaald. Vlak daarna rijden eerst twee man weg, waarna er nog vijf aansluiten. Wat me opviel dat er, naast eenlingen zoals ik, vooral koppels of drietallen van dezelfde vereniging aanwezig waren. Een echt ploegenspel met knechten, zoals vaak in district Zuid-Oost, ontbrak hierdoor. Van een goed georganiseerde achtervolging was dan ook geen sprake.
Na even achterin gezeten te hebben rijd ik weer naar voren langs het peloton. Tot aan de finale bestaat de koers voor mij uit het meedraaien in de achtervolging, maar het gat bleef 200 tot 300 meter. Als we dichterbij kwamen versnelde de kopgroep eenvoudig. Mijn idee om het gat met een aantal versnellingen dicht te rijden, je zult toch een keer harder moeten dan zij?, viel niet in goede aarde. Drie kwartier achtervolgen dus.
In de finale spring ik mee met elke uitlooppoging. Na het stilvallen van een forse finaleversneller voor mij, besluit ik om zelf door te trappen. Drie man weten aan te sluiten, waardoor we met vier man wegblijven van het peloton en sprinten voor plek zes tot negen. Mijn eigen finalestoot loopt spaak in de laaste bocht en in de sprint met tegenwind kan ik nog een van de inlopers passeren. Gem: 42,9 km/u, max: 54,5 km/u.
Met tien centimeter sneeuw en een vriesweek in aantocht lijkt het mij verstandiger de laatste trainingsrit in Oss op zondag te vervangen door de zaterdagkoers op de Nedereindse Berg in Nieuwegein. Nooit gedacht dat ik vijf graden en urenlange regen als ‘beter weer’ zou beschouwen. Weer wat geleerd. De afgelopen week was een heuse tractatie met een aantal dagen van vijftien graden. Prima trainen dus met een klimkracht van 17 BEL. Bram had zijn fiets van stal gehaald en draaide een aantal dagen mee.
Stipt om een uur staan 13 renners klaar om aan de slag te gaan in waterwereld. Alle klassen rijden vandaag samen. Direct in de tweede ronde plaatste ik een tempoversnelling, kwam even los en werd bijgehaald. Na een latere trekstoot brak de groep in twee stukken met zes man in het voorste deel. Een coureur viel al vrij snel af, waardoor we met een vijftal, elkaar aanvallend, na een half uur de andere groep weer achterop reden. Ook ik heb het drie ronden lang alleen geprobeerd.
Niet lang na de aansluiting reden we weer met zes man voorop. In de finale plaatste ik een uitval, waarna de latere winnaar overstak. Even wachten en vol gas tegen de wind in om het verschil te maken. Goed samenwerkend kregen we 400 meter voorsprong. Na het afsprinten van de B’s probeerde een renner de jump te maken en kwam dichterbij. Een gezamenlijke tempoversnelling resulteerde in een sprint met twee. Zonder risico naast elkaar gestart was hij duidelijk de snelste na 50 kilometer kleumen.
Derde trainingswedstrijd van het jaar. Van de eerste zes hebben er twee doorgang kunnen vinden in verband met de schrikkelwinter. Op honderd meter hoogte liggen nog sneeuwresten en de temperatuur op de derde lentedag ligt vlak boven het vriespunt. Beneden in Oss is het met vier graden gelukkig iets aangenamer. De motregen zal na twee uur wel voor verkleuming zorgen. Ben blij dat ik niet aan de bak hoef in een klassieker, vriest zo een stuk van je oog eraf.
Tijd voor 80 kilometer koers, twee uur fietsen. Het eerste uur rijd ik achteraan het peloton. Het koersbeeld is er een van vluchtpoging en een snelle ontmanteling daarvan. Drie man rijden licht vooruit als ik mij naar voren wurm en aan kop beland. Na een snelheidsverhogende kopbeurt laat ik mij naar achteren zakken, vertrouwend dat de drie uitlopers ook deze keer bijgehaald worden. Op een of andere manier loopt het heel anders af. Het peloton breekt op voor mij onverklaarbare wijze in twee stukken.
Met de beste vijftien renners vooraan en vijftig gelosten, die hun dag niet hebben, erachter, is de koers gelopen. Allemaal in dertig seconden beslist. Ja, ik zat op het goede moment vooraan, maar ik ging vooral op het verkeerde moment naar achteren. Terecht gelost, beter opletten. Gelukkig kent het trainingsmodel van Belvedere geen straftraining. Ga mezelf na de koers wel tijdelijk op de bank zetten. De betere amateurs en sportklassers hebben snel 600 meter voorsprong. Zouden we gedubbeld gaan worden?
Hoewel de bus driemaal zo groot is als het peloton, wordt het gat nooit kleiner dan 250 meter. Vooraan rijden meer renners op kop en de renners hebben, in ieder geval vandaag, ook een hoger niveau. Op twee ronden voor het eind spring ik met twee renners mee om de troostsprint te ontwijken, maar op 300 meter voor de finish word ik gegrepen. Het had dus gekund. Afstand: 80 km (zonder bijvoeren), gemiddelde: 40,9 km/u en maximum: 55,7 km/u. Trainingsomvang 13 BEL.
Duidelijk na drie wedstrijden is dat een zelfstandige trainingsomvang van 12 BEL een minimumvoorwaarde is om af te reizen naar een koers. 18 BEL is prima en 24 BEL is veel. De doorsnee trainingstemperatuur van de laatste 2 maanden bedraagt 0,5 graad. Met voorzichtige bochten krijgen trainingen een lagere intensiteit (BELP). Ook heeft de koude een effect op de haalbare trainingsomvang. Desondanks lijkt het een praktische manier om duur- en intervaltraining te combineren. Wordt vervolgd.
17 februari 2013 – Oss
Vorige week een wintergril met ijs op het parcours op de Vorstengrafdonk. Nu niet. De thermometer geeft met drie graden op een meter hoogte hetzelfde weer als twee weken geleden tijdens de eerste en tot vandaag de enige, trainingswedtrijd. De wind is minder sterk en andersom. Mee in de finishstraat en tegen op het stuk met de chicanes, waar ik tijdens het inrijden zand zie liggen.
Ik start vooraan en spring direct mee met de eerste uitlooppoging van de dag. Enkele ronden los met vier man. Met een uur en drie kwartier in het vooruitzicht en een groot peloton, vermoed ik dat deze vroege vlucht geen stand gaat houden, maar je weet het nooit. Het kan ook een opmaat zijn voor een nieuwe. De initiator heeft er al een etappekoers in Zuid Amerika opzitten en dat is te merken. Jammer genoeg reed hij daarna lek.
De tweede keer in drie maanden tijd op mijn wedstrijdfiets blijft even wennen. Op de heenweg zag ik overal sneeuwresten, dus de grondtemperatuur is lokaal rond het vriespunt. Er wordt netjes gereden, maar ik pak de laatste positie. Na een tijdje rijd ik weer naar voren en kom na overnemen op een of andere manier tegen de wind in los van het peloton met een aantal anderen. Dit gat wordt overigens snel gedicht.
Af en toe rijdt een groepje aan de voorkant weg in achtervolging op een drietal koplopers, die al vrij snel uit het zicht bleven. In achtervolging op de achtervolgers, ontstaat tijdens het staand op de pedalen met wind mee over de finishstrook ook een gat een aantal plaatsen achter mij. Weer een korte periode los, maar het peloton lost ook dit op. Dan maar even drinken achterin, waar ik grotendeels rijd.
Op zeven ronden van het eind gaat het tempo omhoog. De sprinters worden in stelling gebracht voor plaats vier. Ik ga in ieder geval proberen vooraan te komen. Dit lukt vanaf de laatste positie, door de wind langs het peloton. Als drie renners een slotaanval plaatsen, speel ik een halve finaleronde locomotief, zodat het complete peloton aan de sprint kan beginnen, waarna ik mij laat uitzakken. Te kleine trainingsomvang (7 en 8 BEL) de afgelopen weken.
Afstand: 74 km, gemiddelde 40,4 km/u en max: 56,5 km/u. Trainingsomvang 7 BEL.
3 februari 2013 – Oss
Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de winters kouder geworden en de seizoenen grilliger. Gelukkig ligt het 2400 meter lange industrieparcours van de traditionele Osse trainingsritten op een donk. Van onderlopen, zoals op het WK cyclocross in Louisville, is hier geen sprake. Dat je op een verhoging in het landschap rijdt kun je overigens goed merken aan de meestal aanwezige wind. Deze keer pal tegen op het lange stuk naar de finishlijn. De thermometer geeft slechts enkele graden boven nul aan, maar het is prachtig koersweer.
Aan de start staan 55 coureurs klaar voor de eerste trainingswedstrijd in deze regio. De lengte van de koers zal 60 kilometer bedragen, ongeveer anderhalf uur dus. Zelf ben ik erg benieuwd hoe de switch naar een andere wintertraining heeft uitgepakt. In 2010 en 2011 overwinterde ik in het zwembad. Dit jaar niet. Wat dan wel? Door later te stoppen (Nedereindseberg) en eerder te beginnen (Oss) heb ik de rustperiode verkort. In de tussentijd heb ik mijn conditie op peil gehouden met onbewezen lantaarntrainingen in de Nijmeegse heuvels.
Met een schema van idealiter 5 x 25 minuten en 5 x 50 minuten heb ik bijna een kwart jaar geen sportinspanning van anderhalf uur gedaan. Hoe erg is dit? De gedachte is om in de overgangsperiode het verlies aan explosiviteit en weerstand zoveel mogelijk te beperken, terwijl de trainingsomvang toch afneemt. Duur is waardevol, maar kostbaar. Daarnaast is het zo dat ik niet train voor klassiekers of cyclo’s, maar voor wedstrijden tot 80 kilometer. Vandaag is het tijd om te kijken of deze benadering eigenlijk wel werkt.
Starten maar, ok daar gaan we dan. Na drie maanden niet meer op mijn geklikte wedstrijdfiets te hebben gereden, lijkt het mij raadzaam achteraan te beginnen. Hier kan ik mooi de ruimte nemen in de bochten. Een vorstwissel zit in een klein hoekje. De staat van het parcours is overigens perfect. Onder mijn helm heb ik voor het eerst een wielerpetje, waarvan de klep de laagstaande zon afschermt en de koude wind van mijn voorhoofd weghoudt. De eerste ronden zijn lastig, maar dat komt door het motto: Ik rij, suikervrij.
De eerste reden is van tactische aard. Zonder bijvoeren ga je minder snel over je grenzen, je stopt vanzelf. De strategische reden is echter doorslaggevend. Ik wil weten of, en hoe de Belvedere trainingen werken, niet hoe je je prestatie kunt verhogen met de juiste flesvoeding. De focus ligt op wat je vooraf kunt doen door middel van trainingsarbeid met behulp van klimweerstand. Na twintig minuten reed ik langs het peloton naar voren om deel te nemen aan de schermutselingen. De kopgroep was eerder al vertrokken.
Het lastigste stuk bleek de laatste korte zijde van het parcours, waar de wind dwars stond. Af en toe kon een voorgaande renner daar niet mee, waardoor ik als een speer de ontstane gaten moest stoppen om niet gelost te worden. Op de rechte strook naar de finish viel het daarna veelal stil, zodat aansluiten geen probleem werd. Wel tijd om weer eens naar voren te komen. Vanuit de kop van het peloton sprong ik vrij vaak mee met uitlooppogingen tegen de wind in. De keer dat ik dit niet deed reden naast de kopgroep nog eens drie man weg.
Deel uitmaken van zo’n groepje zag ik eigenlijk niet zitten. Dat is heel wat anders dan frequent kort meespringen, of een gat dichten. Eerst maar eens een wedstrijd uitrijden. De wintervoorbereiding was immers nog onbewezen. Op enkele ronden voor het einde kon ik met een jump tegen de wind in aan te haken bij een viertal slotaanvallers. Alleen op het stuk wind mee heb ik een keer kunnen overnemen. We bleven weg, maar een eindsprint heb ik nog niet getraind, 12e plaats. Gem: 38,5 km/u, max: 53,6 km/u. Trainingsomvang: 19 BEL.