https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31817236
De Keizerstad-mythe
Al generaties lang profileert Nijmegen zich als trotse Keizerstad (Delahaye, 1958). Het Valkhof staat bekend als indrukwekkende Karolingische residentie, waar Karel de Grote Paasfeesten vierde met uitzicht over de Waal. Het bodemarchief vertelt echter een ander verhaal: mogelijk hergebruikte Romeinse fundamenten, bescheiden muurwerk, enig aardewerk en één kapiteel. Recent bouwhistorisch onderzoek aan de St. Maartenskapel (Barbarossaruïne) suggereert Karolingisch muurwerk uit circa 775–800 n. Chr. Metselverbanden en profileringen wijzen op een representatieve ruimte, mogelijk een bescheiden aula regia (Hundertmark, 2019). Deze resten zijn echter beperkt en kunnen later zijn hergebruikt in Ottoonse, Salische of Staufische bouwfases. Directe archeologische aanwijzingen voor een groot complex in de Karolingische tijd ontbreken (Theuws & den Braven, 2025).
Lees verder (2)
Het Nijmeegse muntbeeld
Een andere manier om hiernaar te kijken is het tellen van de in Nijmegen gevonden munten uit de vroege en volle middeleeuwen. Voor dit doel is de Numismagus dataset (Duchateau, 2026a) samengesteld, die 97 reeds gedocumenteerde losse munten (450–1200 n. Chr.) gevonden in de gemeente Nijmegen bevat. Eventuele schatvondsten zijn hierin niet opgenomen, omdat deze toch wat anders zeggen. Het muntprofiel vertoont een opvallend gelijkmatige chronologische spreiding (zie bijlage, figuur 1) zonder duidelijke pieken in een van de vijf perioden van 150 jaar. Statistische toetsing laat geen significante oververtegenwoordiging van Karolingische munten zien (Duchateau, 2026b), wat men wel zou verwachten bij een intensief gebruikt koninklijk centrum op het Valkhof.
De Valkhof-paradox
De Valkhof-paradox ontstaat door het enorme verschil tussen de historische vermeldingen en de materiële resten en nodigt uit tot een cognitieve herwaardering. De Karolingen hadden een bedrijfsvoering waarin vastgoed ondergeschikt blijft aan het mobiele netwerk (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008). Een andere oorzaak van de Valkhof-paradox kan de volgende tweedeling zijn: centraal regeren, maar lokaal besturen, waarbij wetten en verordeningen centraal worden opgesteld, maar lokaal worden uitgevoerd. In dit systeem bezorgen koninklijke boodschappers de regelgeving aan de graven, die deze vervolgens op maat maken voor hun gebied. Zo ontstaat in de teksten een beeld van sterke centrale (papieren) macht, terwijl de (materiële) werkelijkheid ter plaatse vaak bescheiden en praktisch blijft (Costambeys et al., 2011; McKitterick, 2008; Wickham, 2005). Ter controle onderhouden de Karolingen een mobiele hofhouding en reizen in persoon naar de verschillende locaties. Nijmegen fungeert dus niet als vaste residentie, maar als strategische pleisterplaats in een netwerk van koninklijke en grafelijke bestuursrelaties (Wickham, 2005).
Balkon Belvédère
De Rijn-Rhône-as
De beschreven netwerkstrategie komt het duidelijkst tot uiting op de Rijn-Rhône-as: een vitale noord-zuidverbinding van de Noordzee via de Rijn-vallei naar de Rhône-vallei en de Middellandse Zee (zie bijlage, figuur 3). Emporia als Dorestad en Quentovic in het noorden en havens als Arles en Marseille in het zuiden vormen de schakels in de ketting. Goederen en mensen bewegen in beide richtingen. Macht ligt in het controleren van handelsstromen en verbindingen en dat gebeurt niet enkel vanachter een centrale schrijftafel. De hoogte van het Valkhof vormt een van de laatste noordelijke punten van Rijn-Rhône-as met aaneengesloten vaste grond onder de voeten (Duchateau, 2026e; Wageningen Environmental Research, 2023). Aangezien meerdere kleine knooppunten meer flexibiliteit bieden dan enkele grote centrale residenties, lijkt het Valkhof bedoeld als controlepunt met bereik op de overgangszone naar de Angelsaksische invloedssfeer en netwerken (Loveluck, 2013; Theuws, 2026; Wickham, 2005).
Lees verder (1)
Emporia en netwerken
Op het raakvlak van de Frankische en de Angelsaksische invloedssfeer ontstaan aan de noordzijde van de Rijn-Rhône-as gemengde emporia als Dorestad en Quentovic, waar handel bloeit zonder dat één invloedssfeer domineert. Dit illustreert de as-dynamiek: de Franken bemannen de uitlopers van de hogere gronden en de voorheen perifere Angelsaksen breiden hun invloed weer terug uit over de Noordzee (Theuws, 2019). De Rijn-Maas-delta vormt de overgangszone van dit systeem. Theuws (2026) benadrukt dat degelijke riviernetwerken niet alleen handelsroutes betreffen, maar fundamentele machtsstructuren zijn waarin controle over goederen, mensen en informatie centraal staat. Nijmegen ligt aan de zuidrand van een bredere Noordzeecultuur, die zou doorlopen tot in Scandinavië (Loveluck, 2013).
Balkon St. Nicolaaskapel
De Rijn-Maas-delta
De op NUMIS muntbeeld (De Nederlandsche Bank, n.d; Duchateau, 2026f; zie bijlage, figuur 2) onderzochte waterkwartieren van de Rijn-Maas-delta worden in het westen begrensd door het kustcluster en in het noorden door het waddencluster, die beide vermoedelijk meer behoren tot de Angelsaksische dan tot de Frankische invloedssfeer. Gezien het egale muntbeeld van het totale riviercluster, lijkt de handelsstroom na het tijdvak (750–900 n. Chr.) van Dorestad (noordwesten) geleidelijk te zijn overgenomen door andere waterkwartieren. Zaltbommel (zuidwesten) ontstaat aan de Waal, Deventer (noordoosten) aan de IJssel en Tiel (zuidoosten) aan de Waal (Cohen et al., 2009; Kosian, 2015; Oudhof et al., 2013). Deze drie nederzettingen zouden fungeren als bescheiden opvolgers, maar wellicht komt hun toename in handelsvolume van elders, want de munten in de kust- en waddenclusters nemen tegelijkertijd fors af. Dorestad kent overigens een groot aantal muntvondsten (Coupland, 2003), maar enkel restanten van houtbouw. Dit patroon past prima bij de vroege middeleeuwen waarin houtbouw snelle adaptatie faciliteert (Bradtmöller et al., 2017; Holling, 1973), maar minder bij de nationale trots. Verder is het bijzonder dat juist het Waddengebied in de post-Romeinse (450–600 n. Chr.) en Karolingische (750–900 n. Chr.) tijdvakken relatief veel munten telt, terwijl het rivierengebied pas in Heilig Roomse (900–1200 n. Chr.) tijdvakken duidelijk naar voren komt.
Lees verder (1)
Carolus Mediocris
Zowel bij het Valkhof als bij Dorestad vullen verhalen dus aan wat bodemschatten niet kunnen bieden of tegenspreken. Gorissen (1956) versterkt het beeld van Nijmegen als continue keizerlijke residentie. Delahaye (1958) stelt daarentegen dat veel vermeldingen van Noviomagus eerder op het Franse Noyon slaan – een stelling die grotendeels is verworpen, maar die de blijvende dissonantie tussen bronnen en materiële resten onderstreept. Hetzelfde mechanisme zien we elders: Tintagel en koning Arthur, Dorestad als befaamd emporium zonder monumentale sporen en Quentovic zonder bijbehorend muntbeeld (Coupland, 2003). Het Valkhof past in het plaatje van een bescheiden archeologie, die grotendeels wordt verklaard vanuit een nomadisch beheersmodel (Wickham, 2005). In dit licht verdient Karel de Grote de typering Carolus Mediocris, ofwel Karel Modaal, de man die voldoende heeft aan een stevig balkon boven het waterkwartier. Deze gedachtegang is trouwens helemaal niet zo vreemd als deze op het eerste gezicht lijkt, wanneer men zich bedenkt dat Karel de Grote uiteindelijk niet afstamt van een koninklijke, maar van een ambtelijke dynastie.
Referenties
Lees verder (24)
Bradtmöller, M., Grimm, S., & Riel-Salvatore, J. (2017). Resilience theory in archaeological practice – An annotated review. Quaternary International, 446, 3–16. https://doi.org/10.1016/j.quaint.2016.10.002
Cohen, K. M., Stouthamer, E., Hoek, W. Z., Berendsen, H. J. A., & Kempen, H. F. J. (2009). Zand in Banen: Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Provincie Gelderland.
Costambeys, M., Innes, M., & MacLean, S. (2011). The Carolingian world. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9780511973987
Coupland, S. (2003). Trading places: Quentovic and Dorestad reassessed. Early Medieval Europe 11(3), 209–232. https://doi.org/10.1046/j.0963-9462.2002.00109.x
De Nederlandsche Bank. (n.d.). NUMIS: Numismatisch Informatie Systeem [Database]. Retrieved February 15, 2026, from https://www.dnb.nl/
Delahaye, A. (1958). Het mysterie van de Keizer Karelstad. Winants.
Duchateau, R. J. (2026a). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: The Numismagus Dataset [Dataset]. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31387345
Duchateau, R. J. (2026b). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: Riverine Comparisons in the Rhine–Meuse Delta. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31385311
Duchateau, R. J. (2026c). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: Nuancing the Valkhof Carolingian Palace Hypothesis. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31383100
Duchateau, R. J. (2026d). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: From Palace to Pilaster-Place, Revisiting the Valkhof Paradox. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31451578
Duchateau, R. J. (2026e). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: The Pilaster-Quadrant of the Post-Roman Meuse–Niers Valley. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31927278
Duchateau, R. J. (2026f). Nijmegen Coinage 450–1200 CE: A Short Synthesis of Independent Research. https://doi.org/10.6084/m9.figshare.31867651
Gorissen, F. (1956). Stede-atlas van Nijmegen (Werken van Gelre – Vol. 29). Quint & Brouwer.
Holling, C. S. (1973). Resilience and stability of ecological systems. Annual Review of Ecology, Evolution, and Systematics, 4, 1–23. https://doi.org/10.1146/annurev.es.04.110173.000245
Hundertmark, H. F. G. (2019). De Valkhofburcht: Bouwhistorische verkenning Barbarossaruïne. Gemeente Nijmegen – Afdeling Stadsontwikkeling.
Kosian, M. (2015). 10. Dorestad’s Rise and Fall: How the Local Landscape Influenced the Growth, Prosperity and Disappearance of an Early-Medieval Emporium. In A. Willemsen & H. Kik (Eds.), New Research into Early-Medieval Communities and Identities (pp. 99–104). Brepols. https://doi.org/10.1484/M.STMH-EB.5.109459
Loveluck, C. (2013). Northwest Europe in the Early Middle Ages, c. AD 600–1150: A Comparative Archaeology. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO978113979472
McKitterick, R. (2008). Charlemagne: The Formation of a European Identity. Cambridge: Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/CBO9780511803314
Oudhof, J. W. M., Verhoeven, A. A. A., Schuuring, I., Scheringa, J., van Kaam, B., & van der Voet, N. (2013). Tiel rond 1000: Analyse van vier opgravingen in de Tielse binnenstad (Themata 6). https://hdl.handle.net/11245/1.473661
Theuws, F. C. W. J. (2019). Reversed Directions: Re-thinking Sceattas in the Netherlands and England. Zeitschrift für Archäologie des Mittelalters, 46, 27–84. https://www.academia.edu/80113126/
Theuws, F. C. W. J., & den Braven, J. A. (2025). How did Aristocrats Live in Merovingian and (Early) Carolingian Times in Northern Gaul? An Archaeological Enigma: With some Remarks on the Royal Seat in Nijmegen. In M. Gierszewska-Noszczyńska, O. Grimm, & L. Grunwald (Eds.), Frankish Seats of Power and the North: Centres Between Diplomacy and Confrontation, Transfer of Knowledge and Economy (pp. 153–182). https://doi.org/10.11588/propylaeum.1681.c24452
Theuws, F. C. W. J. (2026). Reflections on Early Medieval Exchange. In S. Gelichi & M. Ferri (Eds.), Food and S.T.O.N.E.S.: Ships, Trade, Objects, Networks, Economy, Society (pp. 493–510). Venice University Press. https://doi.org/10.30687/979-12-5742-002-4/022
Wageningen Environmental Research. (2023). Geomorfologische kaart van Nederland (v2023-01) [Map]. Basisregistratie Ondergrond (BRO). Retrieved September 1, 2023, from https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen/kaart
Wickham, C. (2005). Framing the early Middle Ages: Europe and the Mediterranean 400–800. Oxford University Press.


